Liberazi’s, de nieuwe gatekeepers

vrijdag 28 november 2014 12:39

Ik hou van taal(spel). Zonder zelf een taalkundige te zijn, durf ik al wel eens neologismen uitproberen. Liberazi
is er zo ééntje van. Zoals al wel duidelijk zal zijn, is het een
samentrekking van ‘liberaal’ en ‘nazi’. Flauw, misschien. Knullig,
ongetwijfeld. Maar effectief, want het is een woord dat – voor mij –
zeer goed uitdrukt hoe ik momenteel naar het politieke klimaat kijk.
Moest ik een kennis van het Grieks of Latijn gehad hebben, had ik
ongetwijfeld met iets veel creatiever kunnen afkomen. Iets dat geen
associaties oproept met Liberace bijvoorbeeld. Helaas.

Laat me toelichten. Liberalen vandaag zijn veel meer dan partijleden of
het kiespubliek van Open VLD, MR, LDD of Vivant, ze gaan veel verder dan het UVV, het Willemsfonds,
het LVSV, Libera! of Liberales, ze zijn niet enkel aanwezig bij het VBO,
Unizo of Voka. Liberalen delen wel een min of meer gemeenschappelijke
overtuiging over de waardevolheid van heel wat prototypische
(humanistische) Verlichtingsideeën: de scheiding van kerk en staat, de
voorkeur voor een electorale, parlementaire democratie, de scheiding der machten,
het belang dat gehecht wordt aan een grondwet (en dus natiegrenzen) en
universele rechten, een sterke aanhang aan het wetenschappelijke kritisch-rationalisme, de
cruciale rol van vrij ondernemerschap, vrij onderzoek, vrije
meningsuiting en vrije markt, het pluralistische tolerantie-ideaal en
het cultiveren van burgerschap. In meer negatieve zin heerst er een
overtuiging dat we op het einde van de geschiedenis staan (liberalisme
is het eindpunt van wat de menselijke beschaving kan voortbrengen, in de
eerste plaats omdat het het “beste der mogelijke werelden” zou zijn),
de daarmee samenhangende doctrine van TINA (There Is No Alternative)
en een geloof dat de conflicten die vandaag de wereld beheersen in de
eerste plaats van culturele aard zijn (en dus zeker niet van,
bijvoorbeeld, klassen aard) – kortom: capitalism prevails.

Het is vrij duidelijk dat de liberalen uit bovenstaande partijen /
organisaties / verenigingen vandaag lang niet de enigen zijn die in dat
denken mee gaan. Ook socialisten, groenen, syndicalisten en
nationalisten kunnen in die zin liberaal zijn; net als conservatieven en
progressieven. Liberalisme is dus een koepelterm geworden die van een
ideologie uitgegroeid is naar een wereldbeeld; naar een dogma waar
weinigen zich nog echt bewust van zijn. Er heerst m.a.w. een liberale
hegemonie.

Naast een voorkeur voor heel wat zaken, delen liberalen ook een afkeer
voor heel wat zaken: communisme, fascisme, nazisme, totalitarisme,
dictatuur, (steeds meer) multiculturalisme, (georganiseerde) religie en –
uiteraard – niet-Verlichte culturen. Doordat de liberale hegemonie zich
kon ontpoppen als een tegenstander van alles wat dictatuur en
“achterlijkheid” aangaat, is het evident dat geen enkele liberaal zich
nog echt ter linker- of rechterzijde plaatst; het is een tegenstelling
die voor hen vaak gewoon niet relevant meer is. Er zijn hoogstens de
verschillen tussen sociaal-liberalen / sociaaldemocraten (die eerder
links staan) en nationalistische liberalen / klassieke liberalen (die
eerder rechts staan). Sommige liberalen gaan zelfs zodanig ver dat zij
communisme, fascisme en nazisme allen in dezelfde socialistische of
linkse lijn plaatsen; vaak het soort liberalen die we tegenwoordig bij
o.a. N-VA of het KVHV aantreffen (ter rechterzijde dus).

Maar hoe je het ook draait of keert, er is géén term met een negatieve
connotatie die we kunnen plakken op mensen die in deze liberale
hegemonie slaafs meegaan of er actief aan meebouwen. Ik gebruikte daarom
‘fascisten’, maar het probleem daarmee is zowel de historische context
als het gegeven dat er al decennia (aan de linkerzijde) wordt
geprobeerd, zonder veel succes, om dat woord te herkaderen en
actualiseren m.b.t. neoliberalen. Wie tegenwoordig een fascist wordt
genoemd, lacht dat dan ook smalend weg en doet zijn belagers af als dom
om nadien gewoon weer verder te gaan met de orde van de dag. Ik vind het
dus interessanter om een nieuw (scheld)woord te vinden dat uitdrukt
waar het nu echt om gaat. Geen fascisten, maar liberazi’s: zij die de liberale hegemonie agressief of blind uitdragen en hiermee haar totalitaire karakter bestendigen.
Het zijn de bewuste en onbewuste soldaten van het totalitaire liberalisme. Daarom is het meer dan
ooit belangrijk dat iemand zich vandaag niet meer kan identificeren als
(een) liberaal en daarmee tegelijk impliceren dat z/hij tegen totalitarisme is – de tijd dat het ene het andere uitsloot is al (minstens) meer dan dertig jaar voorbij.

Wat liberazi’s vooral typeert, is een gemeenschappelijke aanvaarding van TINA én een zelfingenomen geloof dat TITA (This Is The Alternative)
de oplossing zal bieden. Dat laatste hebben ze uiteraard gemeen met
zowat alle verkondigers van afgelijnde ideologieën – alleen zweren enkel
de liberazi’s (on)bewust bij TINA net omdàt zij daarmee hun hegemonie
consolideren. Bovendien zijn verkondigers van andere afgelijnde
ideologieën vandaag schaars tot bijna onbestaande. TINA heeft namelijk
betrekking op de hele politieke én economische constellatie. Politiek
gezien gaat het dus over de aanvaarding van de parlementaire democratie,
het sociaal overleg en het electoralisme, over constitutionalisme in
nationale context en partijpolitiek. Economisch gezien gaat het over de
doctrine van de groei, over het aanmoedigen van koopkracht en
consumentisme, over geld als transactiemiddel in zowat alle handel en
over de voortdurende creatie van jobs in loondienst. Het is dus op z’n minst ironisch te noemen als vakbonden
schreeuwen dat er wél alternatieven zijn op TINA, terwijl zij zelf amper ingaan tegen
de fundamenten van het politieke en het economische liberalisme.
Nagenoeg alle politieke partijen, vakbonden, industrie en werkgeversorganisaties
zweren bij TINA en dus de liberale hegemonie. Liberazi’s are everywhere.

TINA is eigenlijk het Verlichtingsdogma bij uitstek en dat wordt enkel
nog gecontesteerd in de marge door authentieke conservatieven
(primitivisten, solidaristen, religieuzen, aristocraten,…), minderheidsgroepen / individuen die marxistische, feministische, ecologische of post-koloniale analyses maken en
anarchisten van zowat alle strekkingen. Dit Verlichtingsdogma is wat wordt gepropageerd via
marketing, media en onderwijs, wat wordt gepredikt door
partijmilitanten en opiniemakers en wat wordt herhaald door ons, de burgers / het volk, in zowat
elke discussie of meningsuiting. De gedisciplineerdheid, zeg maar
slaafsheid, waarmee we oordelen vellen over de wereld en anderen ver/beoordelen, is een product van meer dan
tweehonderd jaar eenzijdige Verlichtingsindoctrinatie (ik zeg eenzijdig,
want de huidige liberale hegemonie was géén noodzakelijke uiting van
het Verlichtingsdenken).

“Liberazi” is bovendien een ideale term om de huidige hypocriete houding ten
aanzien van vrijheid aan te klagen. Want als er één ding is waar ik
droef en woedend tegelijk van word, dan is het wel de opvattingen over
vrijheid die door liberazi’s worden geuit. Hun vrijheidsideaal is een
doctrine die vol van tegenstrijdigheden staat, niet in de minste plaats
omdat liberazi’s vrijheid willen opleggen en daarmee de keuze
voor een andere vrijheid uitsluiten. In hun ogen omdat enkel hún
vrijheid een haalbare en realistische vrijheidsopvatting is. Dat terwijl
het een opvatting is die volstrekt blind is voor de levensingrijpende
vrijheidsbeperkingen die door kapitaal, efficiëntie en top-down sturing
veroorzaakt worden. Of het nu om positieve of negatieve vrijheid gaat, is hier irrelevant. Punt is dat wat vandaag als vrijheid verkocht wordt, helemaal geen vrijheid is.

Tot slot wil ik nog even het populisme bij liberazi’s aanhalen.
Populistisch liberazisme trekt steeds meer de kaart van het politiek
incorrect zijn, van het luidop zeggen wat – zogezegd – “iedereen denkt”
of om één of andere reden “niet mag gezegd worden”. Nooit is er zoveel
beroep gedaan op de vrijheid van meningsuiting als wanneer zelfingenomen
gezeik (want dat is het nagenoeg altijd) verkocht wordt als een
kritische uiting. Het politiek incorrect zijn is vandaag zelfs zo’n
stabiel onderdeel van de liberale hegemonie geworden, dat het bijna
politiek incorrect is om net wél politiek correct te zijn. Wie frequent politiek incorrecte uitspraken doet, zoals ikzelf, wordt door de opname van die communicatiestijl in de liberale hegemonie vanuit linkerzijde vaak meteen gelijkgesteld aan een neoliberale apologeet. De keren dat ik al versleten ben voor fascist of bourgeois louter omdat ik iets grappig vond wat ik niet grappig hoorde te vinden, zijn niet meer bij te houden… Polarisering is dus een giftige bijwerking van het politiek incorrecte populisme: diversiteit verdwijnt en vrijheid van meningsuiting wordt niet meer dan een holle kreet.

Of een scheldwoord een goede manier is om het zelfingenomen gebral van
ons allen terug een lesje in bescheidenheid te leren, betwijfel ik. In
één woord pogen “de vijand” uit te drukken, is uiteraard te
simplistisch. De realiteit is eindeloos veel complexer dan het aanwijzen van één bepaalde vijand. Wat het echter wel doet, is een gevoel, een frustratie kanaliseren en onder woorden brengen. “Liberazi”
drukt in één woord uit wie vandaag de gatekeepers zijn van de status
quo. Wie verandering beoogt, wie revolutionair is, wie een betere wereld
wil helpen creëren (al dan niet op individueel niveau), gaat het
conflict aan met die liberazi’s – zij vormen het laatste maar meest
hardnekkige obstakel om de richting die we sinds het einde van de 18de
eeuw zijn ingeslagen van koers te doen veranderen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!