foto: Marcel Lennartz
Interview -

Hedebouw vs. Crombez: “Ja, we moeten de krachten bundelen'”

“Links heeft geen verhaal”, “Het is allemaal de schuld van de socialisten!” Of die café-analyses nu een grond van waarheid bevatten of niet, de perceptie en de publieke opinie lijken de socialisten niet gunstig gezind. Tijd dus voor een open gesprek met twee boegbeelden van linkse partijen.

woensdag 5 november 2014 17:21

De
ene is
staatssecretaris af, de
andere vertegenwoordigt een strekking die bij de jongste
verkiezingen opnieuw een plaats in het parlement wist te veroveren.
Niet dat er veel te vieren valt. John Crombez (sp.a) en Raoul
Hedebouw (PVDA+) staan tegenover een regering die ongezien rechts is.
Links hangt in de touwen, zo lijkt het. En dat terwijl intellectuelen
allerhande sinds de bankencrisis duidelijker dan ooit wijzen op het
failliet van het neoliberalisme, de besparingspolitiek en het gelijk
van links. Het brengt ons meteen tot de meeste evidente vraag. Hoe
kon in het godsnaam gebeuren dat links electoraal geen garen wist te spinnen
uit die bankencrisis?

Raoul
Hedebouw
: “Historisch is het nooit het geval geweest dat links er
in de jaren na een economische crisis meteen op vooruitging. Wie
denkt dat dit wel kan, vertrekt van een erg mechanistische visie op
de geschiedenis. Het succes van links wordt niet gedetermineerd door
de economische conjunctuur.”

John
Crombez
: “Ik sluit me daarbij aan. Je zou een parallel kunnen
trekken tussen nu en de periode 1929-1935. Voor alle duidelijkheid:
het is een parallel die ik enkel op socio-economisch gebied trek.”

“In
1929 kregen we wereldwijd
een onwaarschijnlijke economische klap. Wachtrijen voor voedselbanken
en bittere armoede waren het gevolg. Mede doordat er op dat moment
nauwelijks een sociaal vangnet bestond. In 1935 startte de
Amerikaanse president het debat over het oprichten van een sociale
zekerheid. Hij kreeg eerst enorm veel tegenwind. Maar de ‘New Deal
kwam er uiteindelijk. En het betekende het begin van het einde van de
sociale crisis.”

“Wat
die historische parallel bewijst, is dat politici soms wat vertraagd
reageren op grote schokken. Het duurt een tijdje vooraleer het denken
zich aanpast aan de feiten. Europa heeft de bocht intussen al gemaakt door
te aanvaarden dat besparen alleen geen zoden aan de dijk brengt. Er
moet ook geïnvesteerd worden. Dat is wat economen zeggen. De
politiek volgt langzaam maar zeker. Zijn we er al? Verre van.
Grootbanken dicteren nog steeds de wet. Maar we schuiven wel op in de
goede richting. Het is belangrijk om dat te zien.”

DWM:
Goed, maar intussen zitten we hier in België – dixit Rudy De
Leeuw – wel met de meest rechtse regering sinds de Tweede
Wereldoorlog. Hoe verklaar je die gigantische verschuiving naar
rechts dan?

Crombez:
“Hoe is het zover kunnen komen? Het antwoord daarop lijkt me
simpel. Voor het eerst sinds lange tijd heeft de grootste
centrumpartij afscheid genomen van het progressieve ideeëngoed. De
CVP was ooit een volkspartij en daar zijn ze mee opgehouden. De CD&V
is een echte rechtse partij geworden, die afscheid neemt van het middenveld.”

“Het
memorandum van het ACW begon met twee paragrafen, eentje over wat de
samenleving nodig heeft en eentje waarin staat wat we vooral niet
nodig hebben. Welnu, CD&V heeft die eerste
weggegooid en de tweede
paragraaf gewoon uitgevoerd. Je kan moeilijk harder in het gezicht
spuwen van het ACW en je progressieve vleugel.”

Hedebouw:
“Eén van de problemen van links is dat we al twintig jaar geen
overwinningen geboekt hebben. Wanneer er vroeger gestaakt werd om een
loonsverhoging van twee frank te eisen, dan wist men uiteindelijk te
eindigen met een loonsverhoging van één frank. En dat kon aan de
achterban verkocht worden als een overwinning. Het probleem van actueel links
is het succes van rechts: we boeken al sinds de jaren
tachtig geen fundamentele overwinningen meer.”

DWM:
Is dat ook niet te wijten aan het feit dat links zogenaamd geen
Verhaal meer heeft? 

Hedebouw:
“Zo eenvoudig is het niet. Het gebrek aan fundamentele
overwinningen is niet noodzakelijk een gevolg van een gebrekkig
verhaal. Je kan het evengoed omkeren. Het verhaal klinkt niet meer
geloofwaardig, net omdat we geen overwinningen weten te boeken. Je
moet misschien een verhaal hebben om te winnen, maar je moet evengoed
winnen om een verhaal te hebben. Die dialectiek wordt vaak uit het
oog verloren.”

“Wat
we dus in de eerste plaats nodig hebben zijn nieuwe overwinningen. En
dat kan enkel lukken wanneer er een symbiose ontstaat tussen de
mobilisaties en de linkse politieke krachten. Als
volksvertegenwoordiger vind ik dat mijn plaats niet enkel in het
parlement te zoeken is. Mensen moeten me evengoed kunnen aanspreken
op een betoging of aan het piket. Daar moeten we volgens mij
opnieuw naar toe: terug naar de basis en het middenveld, terug de straat op”

“Meer
dan ooit zijn we nu weer in staat om te winnen. De kaarten liggen
goed. Veel mensen hebben dan wel voor rechtse partijen gestemd, ze
hebben niét voor de maatregelen gestemd die nu in het regeerakkoord
zijn opgenomen. Geen enkele regeringspartij had in zijn programma
opgenomen dat we langer moesten werken. En toch werd er beslist om
tot zevenenzestig te werken. Daar is geen draagvlak voor. En dat is
ook de grote zwakte van deze regering.”

“Het
is al vaker gebeurd in onze geschiedenis dat de regering en de
werkgevers een stap moeten terugzetten en dat zal volgens mij opnieuw
gebeuren.”

Crombez:
“De
analyse
klopt niet
dat
links geen verhaal heeft. Links is in de feiten al meer dan honderd
jaar een succesverhaal. Sinds het einde van de negentiende eeuw is
links erin geslaagd om steeds meer gelijke rechten te creëren
voor steeds meer mensen. Dàt is onze sterkte. En het is een verhaal
dat nog lang niet gedateerd is.”



foto: Marcel Lennartz

DWM:
Maar een verhaal gaat om meer dan een historische erfenis. Wanneer we
stellen dat links geen verhaal meer heeft, bedoelen we vooral dat
links geen wervende kracht meer lijkt te hebben. Het laat de harten
van de mensen koud. Of nog, links is erg goed in het maken van
analyses, maar rechts schrijft de verhalen.

Crombez:
“Het is toch iets complexer dan dat. De vraag is of we de luxe
hebben om de analyses en de uitleg zomaar
achterwege te laten. Kunnen we – zoals rechts doet – het
debat herleiden tot slogans? Ik mag hopen van niet.”

“Toen
ik voor het eerst verkozen werd, heb ik me vooral toegelegd op jeugdzorg.
Het was een materie waarmee ik zelden tot nooit de media haalde. De
reden is eenvoudig. Over jeugdzorg kan je niet in hapklare oneliners
communiceren. Er valt geen eenvoudig verhaal over te vertellen.
Hetzelfde geldt voor andere sectoren. Neem nu het sociaal-artistiek
werk. Voor rechts is het eenvoudig: het is een kostenpost die geen
return
oplevert. Zoiets kan je zeggen in één gebalde slogan. Als
socialist vind ik het mijn taak om uit te leggen dat dit niet het
geval is. Maar dat doe je dus door uit te leggen en niet met een slogan.
Ik vind dat geen zwakte. Het is net de sterkte van het socialisme.
Uitleg en analyse zijn de beste wapens tegen de oppervlakkigheid van
de slogan.”

Hedebouw:
“Akkoord. Politiek valt niet te herleiden tot slogans. Maar wij
komen toch van het andere uiterste. Mijn partij dacht vroeger dat
ideeën alleen volstonden. Gevolg? We drukten hele essays af op
affiches en flyers.” (lacht)

“We
hebben de laatste jaren ingezien dat communicatie wel degelijk
belangrijk is. Met goede ideeën alleen kom je er niet, ze moeten ook
goed gebracht worden. Dat betekent dat boodschappen soms moeten
ingekort worden. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd. Je kan niet
verwachten dat ze zich een kwartier lang over een pamflet
buigen.”

“Tegenwoordig
is er op dat vlak een positieve dynamiek merkbaar in onze partij.
Onze affiches zijn er een stuk eenvoudiger op geworden en we proberen
de basis te bereiken en te betrekken in onze communicatie.
Persoonlijk vind ik humor een erg belangrijk communicatiemiddel.
Humor is een vorm van verzet. En het werkt inspirerend.”

Krachtenbundeling

DWM:
Het dreigt een erg hete herfst te worden. Niet alleen voor de
regeringen, maar ook voor de vakbonden. Evenredig met de woede van
militanten stijgt ook de kritiek op de vakbonden. Rijden de vakbonden
zichzelf niet vast in het protest wegens gebrek aan draagvlak?

Hedebouw:
“Och, het is niet de eerste keer dat de vakbonden zo onder vuur
liggen. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Actie lokt reactie uit.
Er is weinig nieuws onder de zon.”

“Maar
links moet wel opnieuw duidelijk achter de vakbonden gaan staan. En
we moeten ook stoppen met in een defensieve kramp te schieten. Links
hééft een project en een traditie. Daar moeten we niet beschaamd, maar
net fier over zijn. En we moeten ons ervan bewust zijn dat we deze
strijd wel degelijk kunnen winnen. Het wordt tijd om weer offensief
te zijn. Het is nodig. Want wat nu op ons afkomt, is niet meer gezien
sinds de jaren tachtig. Het is daarom noodzakelijk om een brede
tegenbeweging te organiseren. Enkel zo kunnen we deze regering ertoe
dwingen om opnieuw stappen achteruit te zetten. Als dat lukt, zal het
er ook voor zorgen dat mensen opnieuw een soort collectief
zelfvertrouwen en hun geloof in de politiek herwinnen. Mensen moeten weer het gevoel krijgen dat ze een stem hebben, dat ze een verschil kunnen maken.”

DWM:
Moet links ook niet de krachten verenigen als ze de strijd wil
winnen?

Crombez:
“Als we willen dat links een impact heeft, dan zullen we inderdaad
nauwer moeten samenwerken met de diverse krachten ter linkerzijde.
Dat is volgens mij onvermijdelijk. We zullen rond bepaalde gedeelde
punten toenadering moeten zoeken tot elkaar. Neem nu pensioenen en
lonen. We zijn het er toch over eens dat beide omhoog moeten? Het is
toch absurd om niet samen te werken rond die punten?”

“We
moeten daarom geen kartel vormen. Een bundel gemeenschappelijke eisen
zou al meer dan voldoende zijn.”

“Iedereen
is tegenwoordig bezig met nieuwe en complexe vormen van democratie.
Maar democratie kan ook soms heel ouderwets en eenvoudig zijn. Als
iedere linkse kracht zich achter een aantal gedeelde eisen stelt, dan
kan het beleid onmiddellijk veranderen. Dat is wat er in Zweden
recent gebeurd is. De linkerzijde heeft daar de handen in elkaar
geslagen door collectief achter een gemeenschappelijk programma te staan. Ze
hebben op die manier rechts de deur gewezen.”

Hedebouw:
“Ik denk ook dat het opportuun is om de krachten ter linker zijde
meer te bundelen. Ik kan me scharen achter wat John hier zegt. De
context is ernaar. Het feit dat alle linkse partijen op federaal
niveau in de oppositie zitten maakt dat ook een stuk makkelijker. De
laatste tien jaar was dat niet het geval. Toen zaten linkse partijen
wel in de verschillende regeringen en konden wij met PVDA+ niet
anders dan oppositie voeren tegen die linkse partijen.”

Crombez:
“Wees blij dat er de afgelopen tien jaar nog linkse partijen in de
regeringen zaten.”

Hedebouw:
“Ja,
maar vergeet ook niet dat de duizenden werklozen die straks hun
uitkering zullen verliezen, het werk zijn van regeringen waarin linkse
partijen vertegenwoordigd waren. Dat mag ook gezegd worden. Maar het
neemt niet weg dat ik vind dat er binnen links de laatste jaren te weinig met
elkaar werd gesproken. Nu is die opening er wel. Door
het sociaal protest zullen we elkaar letterlijk vaker tegen het lijf
lopen. En dat is een goede zaak.”

“We
hoeven het ook niet over alles met elkaar eens te zijn. Ik denk dat
de diversiteit binnen links een goede zaak is. Zo houden we elkaar
wakker. PVDA+ zit net achter sp.a in het parlement. Ze zullen onze
hete adem voelen (lacht). Het is in ieder geval de bedoeling dat we
meer linkse accenten leggen en afdwingen.”

Crombez:
“Hou er rekening mee dat binnen de partijen mensen op verschillende
tempo’s zitten. Ik denk dat we ook allemaal wat tijd nodig hebben.
Maar ik vermoed wel dat we elkaar zullen vinden. Dat merk ik nu al.
Betekent dat dat er geen woorden meer zullen vallen tussen ons?
Uiteraard niet. Maar we hebben uiteindelijk wel meer met elkaar
gemeen dan dat we met elkaar verschillen. En dat geldt evenzeer voor
de relatie tussen de vakbond en mijn partij.”

DWM:
Is het ook niet een zegen voor sp.a om in de oppositie te zitten?
Eindelijk kan er weer een ongegeneerd linkse koers gevaren worden.

Crombez:
Het is een vraag die ik erg vaak krijg. Maar ik heb er nog nooit
bevestigend op geantwoord. Dat zou ik iets te cynisch vinden. Want
uiteindelijk gaat deze regering nog steeds schade berokkenen aan
mensen. Daar kan ik me moeilijk vrolijk over maken.



foto: Marcel Lennartz

Te
ver gaan

DWM:
Bestaat het risico niet dat de protesten slechts koren op de molen
van N-VA zullen zijn? Bij N-VA staat me nu al te popelen om de
sociale protesten communautair te framen: Wallonië is links en
Vlaanderen is rechts. Op die manier kan men tegen de volgende
verkiezingen opnieuw het confederale pleidooi bovenhalen. Is het geen
gevaar om rekening mee te houden?

Crombez:
“Ik denk dat die analyse correct is. Maar je moet toch een
onderscheid maken tussen verschillende zaken. Het inderdaad absoluut
duidelijk dat N-VA het communautaire niet heeft opgeborgen. Ze staan
bij N-VA staat te popelen om dat betoog opnieuw uit de kast te
halen.”

“Maar
daarnaast is er de manier waarop men de protesten in het
algemeen in beeld brengt, los van de communautaire dimensie. Als
vijftig Standard-supporters de aap uithangen, dan wordt er meteen
bijgezegd dat het jammer is voor de duizenden andere
Standard-supporters. Maar als vijftig vakbondslieden even de boel op
stelten zetten, dan regent het meteen beschuldigingen ten
aanzien van dé vakbond. De berichtgeving en commentaren zijn er vaak
op gericht om de vakbonden als geheel er slechter te laten
uitkomen.”

“Het
zal heel belangrijk worden om duidelijk te maken dat het protest niet
enkel door de vakbonden wordt gedragen. Het moet om meer dan de
vakbonden alleen gaan. En de acties kunnen zich ook niet beperken tot
louter stakingen of betogingen.”

Hedebouw: “Maar
dat gebeurt toch al? Kijk naar een initiatief als Hart boven Hard.
Dat gaat veel ruimer dan enkel de vakbonden. Het is een bundeling
tussen heel diverse regionen in de samenleving: de sociale
sector, het onderwijs en de culturele sector.”

“Maar
om even terug te komen op de vraag. Ik ga niet akkoord met het idee
er zo’n groot verschil bestaat tussen Vlaanderen Wallonië. Ik was
afgelopen zondag te gast in De zevende dag. Ik nam er de verdediging
van de vakbonden op mij. Na afloop kreeg ik heel veel steunmail.
Zelden meegemaakt. Meer dan honderdnegentig mensen schreven me wat een
opluchting het was om iemand te zien ingaan tegen het
antivakbondsbetoog. En dat waren allemaal Vlamingen. Volgens mij
kan je gerust spreken van een linkse onderstroom. Ook in Vlaanderen.”

“En
als je dan toch per se het verschil wil maken tussen Vlaanderen en
Wallonië, ik denk dat links in Vlaanderen op sommige vlakken meer
vooruitgang boekt dan links in Wallonië. Nogmaals, kijk naar een
initiatief als Hart boven Hard. Prachtig! Het gaat om het middenveld
dat zich organiseert van onderuit. Dat is voor mij ongezien. Dat heb
je niet in Wallonië.”

Crombez:
“Dat is net mijn punt! Kijk eens naar hoeveel negatieve aandacht er
gaat naar vakbonden en hoe weinig aandacht naar heel positieve en
frisse projecten als Hart boven Hard. Dat is erg veelzeggend.”

Hedebouw:
“Om een communautaire framing van de protesten tegen te gaan, zal
links ook veel meer met de twee gemeenschappen zelf moeten
communiceren. PVDA+ is de laatste unitaire partij. Ik weet perfect
wat er leeft aan de andere kant van de taalgrens. Maar hoeveel
politici kunnen dat zeggen? Dat is iets wat moet veranderen.”

Crombez:
“Een deel van de rechterzijde is natuurlijk blij met een protest
dat enkel vertaald wordt in stakingen en betogingen. Dat wordt
toegejuicht en sommigen proberen zelfs nog wat meer olie op het vuur
te gooien. Vandaar dat ik vind dat het dus meer zou moeten zijn dan
enkel stakingen en betogingen.”

DWM:
Maar wat is dat meer dan precies?

Crombez:
Wel, je moet mensen emanciperen, hun het gevoel geven dat ze
meetellen. Dat is wat we hebben geprobeerd met onze groepsaankopen.
De vrijmaking van de energiemarkt leidde tot monopolievorming en
mensen betaalden te veel voor hun energie. Met de groepsaankopen
hebben we niet alleen de prijs kunnen drukken, maar ook duidelijk
gemaakt dat burgers nog macht kunnen uitoefenen. Daarnaast hebben we
via het parlement bepaalde praktijken van Electrabel aan de kaak
gesteld. Het resultaat is dat klanten nu kunnen wisselen van
energieleverancier zonder dat ze bijvoorbeeld een uittredevergoeding
moeten betalen. Door mensen te verenigen hebben we electrabel op de
knieën gedwongen.”

Hedebouw:
“Maar de liberalisering van de energiemarkt is natuurlijk wel
gerealiseerd geworden door linkse partijen zoals sp.a …”

Crombez:
“Ja, maar voor mij is een markt waar mensen beter door worden, een
goede zaak.”

Hedebouw:
“Maar dat is wat rechts ook zegt!”

Crombez: “Nee, dat is
niet waar. Rechts heeft de mensen belogen. Ze hebben liberaliseringen
en privatiseringen doorgevoerd ten voordele van grote bedrijven en
groot kapitaal. Dat is iets anders. Dat is geen vrije markt.”

“Maar
goed, alls je echt wil horen of we als socialisten te ver zijn
meegegaan in die golf van liberaliseringen en privatiseringen dan zeg
ik het hier luid en duidelijk: ja, we zijn daar te ver in meegegaan.”

Raoul:
Dat is moedig van je.

Crombez:
“Maar ik zeg er meteen bij: met nationaliseren alleen zal je ook
niet alle problemen oplossen. Dat is een illusie.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!