Catherine Deneuve als poster girl van het 41ste Filmfestival van Gent

Film Fest Gent: Met de F van Fellini en Franse cinema

De 41ste Gentse Filmfeesten starten op dinsdag 14 oktober met een van de meest gehypete en geanticipeerde films van de laatste jaren, Erik Van Looys Amerikaanse versie van 'The Loft'. Tot 25 oktober is het genieten van een focus op de Italiaanse grootmeester Federico Fellini, een dwarsdoorsnede van de hedendaagse Franse cinema en een ruime waaier films van jonge talenten en gevestigde waarden.

dinsdag 30 september 2014 21:26

Sinds
voormalig filmcriticus Patrick Duynslaegher aangesteld werd als
artistiek directeur, heeft Film Fest Gent een nieuwe dynamiek
gevonden. Dat vertaalt zich ook dit jaar in eigenzinnige accenten: een focus op Franse cinema, een eerbetoon aan Federico Fellini
en het onder de aandacht brengen van Vlaamse arthouse films zoals
Lucifer
van de hypergetalenteerde Gust Van den Berghe.

Het
is alvast uitkijken naar de grote tentoonstelling over het oeuvre van
Federico Fellini – de Italiaanse regisseur van La
Strada, La dolce vita
en
Amarcord
– die loopt van 16 oktober tot 25 januari in het Caermersklooster
en het concert ‘Rota/Fellini’ op donderdag 23 oktober in
Muziekcentrum De Bijloke waar het Brussels Philharmonic onder leiding
van Dirk Brossé de muziek brengt die componist Nino Rota schreef
voor Fellini.

Onder muzikale evenementen vallen ook de ondertussen gerenommeerde World
Soundtrack Awards. Centrale gast is de voormalige drummer van de Red
Hot Chili Peppers, Cliff Martinez. Na een jaar onderbreking (omwille van ‘100 jaar Vooruit’) knoopt het
festival ook de samenwerking met kunstencentrum Vooruit weer aan via
onder meer performances, lezingen en concerten.

Focus op Frankrijk

Met een award voor componist Francis Lai slaat Film
Fest Gent een bruggetje naar de Franse film. Tijdens de voorstelling
van het festivalprogramma sprak Patrick Duynslaegher de ambitie uit
om “Franse films weer bij de mensen te brengen”. Frankrijk tekent
immers nog altijd voor uitdagende en stimulerende cinema, maar de
populariteit van de Franse film is in Vlaanderen sterk afgenomen.

Gent wil daar iets aan doen door nieuw werk te
vertonen van iconische regisseurs zoals Jean-Luc Godard (Adieu au
langage
) en François Ozon (Une Nouvelle amie),
van gevestigde waarden zoals Robert Guédiguian (Au Fil d’Ariane)
en Laurent Cantet (Retour à Ithaque), van omstreden auteurs
zoals Bruno Dumont (P’tit Quinquin) en van debutanten zoals
Marianne Tardieu (Qui Vive), Guillaume Brac (Tonnerre)
en Vincent Mariette (Tristesse Club).

Dat ‘oudere’ films meer en meer naar filmmusea
verwezen (en van televisie geweerd) worden, is een jammerlijke trend. Film Fest Gent tracht enigzins tegen de stroom in te roeien door
twee Franse klassiekers te vertonen waarin actrice Catherine Deneuve
(die de festivalaffiche siert) een glansrol speelt: Belle de jour
van Luis Buñuel en La sirène du Mississipi van François
Truffaut.

Hopelijk zet dat bescheiden intitiatief (van een
eche retrospectieve is er helaas geen spoor) nieuwe generaties
filmliefhebbers aan om te gaan grasduinen in de rijke Franse
filmgeschiedenis en het werk van pakweg Marcel Carné, Jean Renoir,
Jacques Becker, Robert Bresson en Jean Eustache te ontdekken. Via
andere kanalen dan wel.

Cultuur onder vuur

“Cinema is een kunst zonder toekomst”, voorspelden Louis en Auguste Lumière, de Franse uitvinders van de
zevende kunst. Dat draaide enigszins anders uit, maar ondertussen is
volgens nogal wat betrokkenen de toekomst van de Franse cinema
bedreigd. Op een ogenblik dat cultuur in Vlaanderen onder druk staat, is het interessant om over de grenzen te kijken en te peilen naar de
‘gezondheid’ van de Franse film.

Reeds
tijdens de uitreiking van de Césars in 2007 gooide cineaste Pascale
Ferran (Lady
Chatterley, Bird People
)
een knuppel in het hoenderhok: “Het financieringssysteem leidt aan
de ene kant tot alsmaar ‘rijkere’ films en aan de andere kant tot
extreem ‘arme’ films”. De crisis was de crisis van de vertrouwde
‘Franse kwaliteit’, volgens Ferran doordat “het economische geweld
de smaak van het publiek naar beneden haalt”.

In een rapport over de
toestand van de Franse filmindustrie somden Ferran & co later enkele
verbeteringsmogelijkheden op. Dat leidde tot aanpassingen. “Op
het vlak van productie is er een en ander veranderd,” zei Ferran
onlangs
aan DeWereldMorgen.be, “Er zijn enkele goede hervormingen
doorgevoerd, minder sterk dan we gewild hadden, maar het ging wel de
juiste richting uit. Helaas heeft men zich niet ontfermd over de
zaaluitbating en de distributie van films, waardoor de zaken op dat
vlak problematisch blijven”.

Bovendien
is 2014, met de invoering van een nieuwe collectieve
arbeidsovereenkomst voor de sector en de opstart van Netflix, een
chaotisch jaar in Frankrijk. De strijd omtrent de convention
collective

heeft wonden geslagen en de invoering ervan baart de filmindustrie
grote zorgen.

De
strikte, en verhoogde, loonbarema’s doen immers de kosten stijgen.
Twee soorten producties ontspringen de dans: films met een budget van
minder dan 3 miljoen euro kunnen de eerste vijf jaar rekenen op een
afwijking en films met een budget kleiner dan 1 miljoen euro hoeven
de conventie niet te respecteren.

Het
probleem is dat de pluimgewichten van de filmindustrie, de films uit
de twee categorieën die recht hebben op een uitzonderingspositie,
een kleine minderheid vormen. Het gaat om films met microbudgetten
zoals La
Chambre Bleue

van Mathieu Amalric of Bande
de Filles

van Céline Sciamma.

Terwijl
kleine maar ambitieuze auteursfilm zoals Bird
People, Clouds of Sils Maria

(Olivier Assayas) en Saint
Laurent

(Bertrand Bonello) toch snel aan een budget van 7 miljoen euro zitten
en dus getroffen worden.

Kleine films worden gefragiliseerd

Erger
nog is dat televisie niet langer zijn voortrekkersrol in de Franse
cinema vervult. Er wordt minder geïnvesteerd in Franse films en voor
kleinere auteursfilms is er niet langer plaats in de
programmaschema’s. Bovendien is dvd niet meer de melkkoe van weleer, waardoor ook op dat vlak mogelijk aanvullende financieringsbronnen
wegvallen.

Er zijn bijkomende
problemen. Zo krijgen fragiele films, ondanks het feit dat Frankrijk over een recordaantal
zalen beschikt (bijna 5.500), door saturatie moeilijk
toegang tot het reguliere circuit. Rigoureuze
releaseschema’s, een overdaad aan films en een hysterisch
releaseritme zorgen ervoor, dat er steeds minder verrassingssuccessen
zijn en de auteurscinema maar moeilijk een plaats vindt.

Verder is er de al vermelde nieuwkomer Netflix, de wereldleider op het vlak van streaming via
abonnement, die sinds 15 september actief is in Frankrijk. Met een
ondernemingszetel in Amsterdam omzeilt de Amerikaanse gigant de
Franse regelgeving. Netflix ontsnapt zo aan de verplichting om te
investeren in Franse cinema, waardoor Franse zenders zoals Canal+ uit concurrentieel oogpunt dit subsidiëringssysteem onder druk zullen zetten.

Samengevat: de
Franse cinema vertoont flink wat ziektesymptomen die een bedreiging vormen voor de toekomst. Positief is echter dat ze als dusdanig erkend worden en dat de overtuiging leeft dat er iets aan gedaan moet worden.

Cultuur in het
algemeen en filmcultuur in het bijzonder worden in Frankrijk immers
nog altijd gekoesterd. Dat dit ook iets oplevert, namelijk mooie
films, bewijst de sectie ‘Cinéma français’ van Film Fest Gent. Een
lesje voor wie louter schermt met cijferlogica.

Belgen in en buiten competitie

Dat Film Fest Gent en het Filmfestival van Oostende
de laatste jaren stevig bikkelen om het imago van meest
Vlaamsvriendelijke festival heeft ongetwijfeld te maken met de
gevoeligheid van de subsidiërende overheid. Vandaar ook dat Gent
trots aankondigt tien Vlaamse films te vertonen.

De echte verdienste van Gent is dat daar ook enkele
gedurfde en originele films tussenzitten. Zoals de donkere
psychologische thriller Waste Land, waar regisseur Pieter Van
Hees in de psyche van een labiele politierechercheur duikt en zijn
verhaal laat balanceren op de grens van fantasie en realiteit.

De derde film, na Linkeroever en Dirty
Mind
, van Pieter Van Hees is opgenomen in de competitie van Film
Fest Gent, net als Je suis à toi van David Lambert en Violet
van Bas Devos. Samen met onder meer Black Coal, Thin Ice van Diao
Yinan, Jauja van Lisandro Alonso, Gente de bien van
Franco Lolli, The Kindergarten Teacher van Nadav Lapid,
Leviathan van Andrey Zvyagintsev, Une nouvelle amie van
François Ozon, Reality van Quentin Dupieux, Still The
Water
van Naomi Kawase en White God van Kornél Mundruczó
dingen ze naar de gunsten van een jury geleid door schrijver en
would-befilmmaker Bret Easton Ellis.

Buiten competitie zijn er nog tal van blikvangers:
Miss Julie van Liv Ullman (naar August Strindberg), de
artiestenportretten Mr. Turner van Mike Leigh en Pasolini
van Abel Ferrara, Pride van Matthew Warchus (het relaas van
het bondgenootschap tussen stakende mijnwerkers en een groepje
homoactivisten tijdens het Thatcher-tijdperk), Amour Fou van
Jessica Hausner, Devil’s Knot van Atom Egoyan, 20.000 days
on earth
van Iain Forsyth en Jane Pollard (een rond Nick Cave
gedrapeerde fictieve documentaire) en Maïdan van Sergei
Loznitsa (het verslag van de protesten die in 2013 ontstonden op het
Onafhankelijkheidsplein in Kiev).

Persoonlijk kijken we uit naar Lucifer. Dit is het
slotluik van Gust
Van den Berghes met En waar de sterre bleef
stille staan
gestarte en met Blue Bird verdergezette
trilogie. In deze adaptatie van het gelijknamige treurspel van Joost
Van den Vondel belandt de opstandige gevallen engel Lucifer in een
klein Mexicaans dorpje waar de de duivel een oude vrouw
doet twijfelen aan haar geloof en haar kleindochter verleidt.
Benieuwd hoe radicaal en verbluffend de vertelstijl blijft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!