Nieuws, Samenleving, Politiek -

Wie steunt een besparingspolitiek nog?

In het “World Economic Outlook” rapport van het IMF van oktober 2012 gaf Olivier Blanchard toe dat het IMF over de voorbije jaren de vooruitzichten voor economische groei in landen die een radicale besparingspolitiek voerden systematisch overschat had. Hij is als hoofdeconoom bij het IMF één van de machtigste mensen in de wereldeconomie en de World Economic Outlook rapporten worden over de gehele wereld gezien als toonaangevend.

maandag 29 september 2014 08:20

In het “World Economic Outlook” rapport van het IMF, gepubliceerd in
oktober 2012, ging een topman van dit eerbiedwaardige instituut tot een
opvallende bekentenis over. Olivier Blanchard is als hoofdeconoom bij
het IMF één van de machtigste mensen in de wereldeconomie en de World
Economic Outlook rapporten worden over de gehele wereld gezien als
toonaangevende richtlijnen voor de economische en fiscale politiek van
regeringen.

Welnu, in het rapport van 2012 gaf Blanchard toe dat het IMF
over de voorbije jaren de vooruitzichten voor economische groei in
landen die een radicale besparingspolitiek voerden systematisch overschat
had. Het gaat om schattingen die gebaseerd zijn op een hele reeks
paramaters, maar schattingen zijn nooit harde wetenschap. Wat Blanchard
toegaf in zijn rapport kwam erop neer dat een toonaangevend instituut
zoals het IMF zich in z’n ramingen liet leiden door een geloof, een ideologie
zo U wil, die austeriteit (loonmatiging, afbouw van de
overheidseigendommen, afslanking van de ambtenarij, privatisering en
strakke begrotingsdiscipline) spontaan als een economisch positief
gegeven bekijkt. En dit in weerwil van de empirische gegevens, de feiten in mensentaal.

Dit rapport luidde een wending in binnen het IMF. Plots kwamen sociale gevolgen
van austeriteit heel hoog op de agenda te staan. Steeds meer interne
IMF nota’s gaven blijk van een toenemende bezorgdheid over
inkomensongelijkheid – een onvermijdelijk gevolg van
austeriteitsmechanismen die alles inzetten op “de groei van de economie”
(waarbij “economie” gereduceerd wordt tot private bedrijven en hun
winstcijfers).

Die inkomensongelijkheid, of anders geformuleerd, die
toenemende dualisering in samenlevingen die onderworpen zijn aan de
besparingsdoctrine, werd nu gezien als (a) een politiek gevaar dat de stabiliteit van politieke systemen over de gehele wereld (en de Eurozone in het bijzonder) bedreigt, en (b) een economisch probleem, want bekende “groei” effecten van austeriteit blijken steeds meer te moeten afgewogen worden tegen averechtse
effecten van groeivertraging en structurele verzwakking van economieën.

Hoewel IMF analisten zich zelden in categorieke termen uitdrukken, is
de boodschap helder: een blind austeriteitsbeleid dat bereid is meer
inkomensongelijkheid te genereren in ruil voor “groei” is zowel politiek
als economisch van twijfelachtige kwaliteit en uiterst risicovol.
Terwijl het op zeer korte termijn een aantal louter economische
groeieffecten kan opleveren, bedreigt het de wereldwijde politieke en
economische volksgezondheid op langere termijn.

Het verschijnen van het boek van Thomas Piketty, Capital in the 21st Century,gaf
deze inzichten een plotse opstoot van populariteit. De nota’s van het
IMF circuleren doorgaans slechts onder deskundigen en gespecialiseerde
journalisten; Piketty’s boek werd een wereldwijde bestseller en zijn
uiterst didactische stijl zorgde ervoor dat deze ideeën –
inkomensongelijk als de centrale dreiging in de wereldeconomie – door
allerhande mensen konden worden gelezen en begrepen. Nobelprijswinnaars
van het kaliber van Paul Krugman en Joseph Stiglitz hadden al eerder in
een lange stroom van artikels ernstige kritiek gegeven op een blind
austeriteitsbeleid, pleitend (met veel vuur in allebei de gevallen) voor
een investeringsbeleid in tijden van economische krimp.

Eind 2013
concludeerde Krugman, in alle nuchterheid, dat “intellectually, the case
for austerity has pretty much collapsed”. Wanneer dergelijk beleid nog
wordt gehandhaafd dan is het om andere redenen dan economische, want de
economische argumenten ervoor zijn definitief onderuit gehaald. En het
viel op hoe lang het duurde vooraleer orthodoxe neoliberale economen met
wat amechtig en technisch weerwerk kwamen tegen Pikettys stellingen;
het was en is een bepaald ongemakkelijk boek voor wie de neoliberale
credo’s verkondigt.

Noteer dat we geen enkele van deze stemmen kunnen beschuldigen van
linkse vendelzwaaierij. Krugman en Stiglitz spraken zich in het verleden
herhaaldelijk fel uit tegen socialisme als economisch model; ze zijn
toegwijde kapitalisten-believers. In eigen land kan men Paul De
Grauwe evenmin verdenken van warme gevoelens voor socialistische
recepten; ook hij beklemtoont voortdurend zijn fundamenteel geloof in
een vrije markteconomie.

Hij was daar trouwens vele jaren de grote
pleitbezorger van. In de jaren 1990 was hij aan de zijde van Guy
Verhofstadt te vinden als diens diep-blauwe hofeconoom. Wanneer hij zich
nu afzet tegen de austeriteitscultuur die de regering-Bourgeois als de
grote sociaaleconomische en politieke vernieuwing voorstelt, dan is dat –
zo stelt De Grauwe bij herhaling – als gevolg van voortschrijdend
wetenschappelijk inzicht.

Hij is zelf, als wetenschapper, tot de
bevinding gekomen dat de modellen die hij destijds verdedigde
uiteindelijk meer kwaad dan goed hebben aangericht en dat het blind
volhouden eraan een economische irrationaliteit reveleert. Zo ook bij
Stiglitz, die graag toegeeft dat hij in een vroeger leven, als
top-technicus van de vrije markt, bepaald naief was en denkfouten
opstapelde. Geen van deze mensen kan “links” genoemd worden; hun kritiek
vertrekt vanuit een feitelijk inzicht en maakt gebruik van precies
dezelfde techniek en methode die hun eerdere ultraliberale standpunten
onderbouwden.

Er is overigens een langere traditie. Toen in de jaren 1920-1930 de
wereldeconomie in een nooit eerder geziene recessie belandde waren het hardcore kapitalisten zoals Keynes die een hoge mate van regulering en overheidscontrole op economische processen bepleitten, samen met deficit spending
– de opbouw van schulden door middel van investeringen die op de
langere termijn een gezonde economie opleveren. En ze deden dat niet om
het kapitalisme te vernietigen maar om het te redden.

Ze deden
dat evenmin, voor alle duidelijkheid, “om de volgende generatie met
torenhoge schulden op te zadelen”, maar om die volgende generatie net
een leefbare toekomst te bezorgen. Ook zij begrepen dat een economisch
model dat de massa uithongert en enkel de Great Gatsby’s bevoordeelt
geen duurzaam systeem is, om precies dezelfde redenen die het IMF nu
aanreikt. Het schept een diepe politieke instabiliteit en het is een
vorm van economisch kannibalisme.

Het begint er stilaan op te lijken dat regeringen die beweren dat “er
geen alternatief is” voor austeriteit geen enkel ernstig economisch
argument meer hebben, en evenmin kunnen ze nog rekenen op ernstige
economen als pleitbezorgers. De economische consensus beweegt zich
razendsnel in een tegenovergestelde richting en het rek met
alternatieven raakt wel erg goed gevuld dezer dagen. In diverse
interviews heeft Paul De Grauwe de laatste tijd heel eenvoudige en
heldere formuleringen hiervoor aangereikt die draaien rond een
eenvoudige waarheid.

Een economie draait altijd op krediet, dus op de opbouw van schulden die worden omgezet in duurzame assets.
Investeren door middel van krediet is in die zin iets geheel anders dan
“torenhoge schulden opstapelen”. Juist ja, die schulden moeten worden
terugverdiend en terugbetaald met rente; maar dat gebeurt dan door een
systeem dat daartoe veel beter is uitgerust – een sterkere en duurzamer
economie. Een weigering om te investeren – “schulden
opstapelen” in het jargon van Bourgeois en Tommelein – komt neer op een
erosie van de diepere economische structuren.

Een minder hoog opgeleide
populatie, een minder gezonde en weerbare arbeidspopulatie, een
verouderde infrastructuur en minder koopkrachtige consumenten zijn er
het gevolg van. En die structurele verzwakking zorgt ervoor dat de
“crisis” van blijvende aard wordt en dus, op termijn, enorme nieuwe
investeringen zal eisen om een duurzame relance en consolidatie te
veroorzaken.

Weigeren te investeren is dus niet, zo stelt De Grauwe (samen met
Krugman en vele anderen), het “in orde brengen van de boekhouding” of
“het land weer op de sporen zetten”. Het is de best mogelijke
voorbereiding voor enorme schulden in de toekomst. Een
austeriteitsbeleid schopt het probleem van investeringen gewoon voor
zich uit, maakt daardoor enorme en blijvende schade en rijdt zichzelf
zo simpelweg in de wielen. Zijn daar dan überhaupt voordelen aan?
Jazeker, zo zeggen de IMF-analisten – maar enkel op uiterst korte
termijn en enkel voor een heel kleine groep bevoorrechten. In zoverre
men van een economisch beleid verwacht dat het iets verder kijkt dan de jaarbalansen van volgend jaar is het funest, een non-beleid.

De Griekse economie, zo verzekert ons EU-president Van Rompuy,
vertoont nu “tekenen van heropleving”, en de Griekse regering kondigde
in begin september 2014 aan dat er voor het eerst sinds 2008 een
bescheiden groeiprognose van 0,6% van het BNP kon worden gemaakt. Enkele
weken later werd echter gemeld dat het handelstekort met bijna 30% was
gestegen – niet meteen een teken van blakende economische gezondheid.
Die gezondheid is overigens ook niet meteen zichtbaar in allerhande
andere gegevens.

Gezinsinkomens zijn met 1/3 gedaald, 1/4 van de Griekse
arbeidspopulatie zit zonder werk, armoede is spectaculair toegenomen,
er is een zeer aanzienlijke emigratie van jonge en hoog opgeleide
Grieken aan de gang, de onderwijsinstellingen van laag tot hoog zijn zo
goed als ingestort, de eerstelijns gezondheidszorg eveneens, er is een
huisvestingscrisis en een kredietcrisis – Griekse beginnende ondernemers
raken niet aan geld van de banken. De “groeiprognose” van 0,6% op het
BNP, aangekondigd door de Griekse overheid, is dus gebaseerd op de
toename van grote kapitalen (van die orde dat ze een algemeen
groei-effect heeft op het BNP; dit gaat dus over héél véél geld),
hoegenaamd niet van structurele aard, en geënt op een samenleving die in
toenemende mate alles verliest wat ze nodig heeft om op termijn uit het
dal te raken.

Onze Liberale voorhoedevechter Tommelein verwees graag naar
Griekenland als een argument om zijn austeriteitsplannen gewicht te
geven. Het is het perfecte tegenargument voor die austeriteitsplannen natuurlijk: Griekenland en de andere zwaar getroffen Eurolanden zijn modelvoorbeelden van hoe je niet aan schuldenafbouw doet, van een economisch beleid dat je nergens
brengt dan in de diepst mogelijke en blijvende ellende. Griekenland,
kortom, is een schoolvoorbeeld van het feit dat wanneer er “geen
alternatieven” zijn, deze zo snel mogelijk bedacht moeten worden. Of –
want ze bestaan natuurlijk al – grondig gelezen en overdacht moeten
worden.

“Intellectually, the case for Bourgeois has pretty much collapsed”,
zouden we met Krugman kunnen zeggen. Er is geen deugdelijk economisch
argument voor het beleid dat Bourgeois als grote vernieuwing voorstelt.
Neen, het is hoegenaamd niet vernieuwend maar net al ettelijke keren
getest en getoetst en telkens met desastreuze uitkomsten.

Dat nu
opleggen, het voorstellen als het énig mogelijke relancebeleid en elk
tegenargument afdoen als populistisch is, in mensentaal, een uiting van
domheid van een zeldzaam niveau en elke ernstige econoom komt de
laatste tijd woorden tekort om dit te beklemtonen. Bourgeois staat
alleen met zijn economische logica en hij maakt zichzelf samen met zijn
“vernieuwers” in de regering onsterfelijk belachelijk.

Waarom dit austeriteitsdeuntje dan nog volhouden? Wel, misschien is
de bekentenis van IMF-topman Blanchard hier van toepassing. Het geloof
in austeriteit als midden tot economische “groei” was een kwestie van geloof, van ideologie, niet van aan de feiten getoeste oplossingen. Het was, met andere woorden, irrationeel
en ingegeven door heel andere dan economische argumenten.

Laat
Bourgeois nu eens klare wijn schenken: vertel ons nu eens eerlijk waarom
dit beleid met alle macht moet doorgedrukt worden, ook al betaalt men
de prijs van toegenomen dualisering, structurele economische verzwakking
en verlies van democratische legitimiteit ervoor? Want we weten nu met
de grootste zekerheid dat de argumenten niét van economische
aard zijn. Wie dit blijft beweren verdient enkel hoongelach en niet
enkel vanwege De Grauwe, Krugman of de IMF-economen – van ons allemaal.

Links

http://www.imf.org/external/pubs/ft/weo/2012/02/pdf/text.pdf

http://www.washingtonpost.com/blogs/wonkblog/wp/2012/10/12/imf-austerity-is-much-worse-for-the-economy-than-we-thought/

http://www.imf.org/external/np/fad/inequality/

http://www.imf.org/external/pubs/ft/sdn/2014/sdn1402.pdf

http://krugman.blogs.nytimes.com/2013/12/12/unprecedented-austerity/?_php=true&_type=blogs&_r=0

http://www.abc.net.au/news/2014-09-07/greece-set-for-return-to-economic-growth/5725198

http://www.ansamed.info/ansamed/en/news/sections/economics/2014/09/26/economy-greek-trade-deficit-up-29.4-in-july-elstat-says_88447abd-d60d-4e0d-bf9b-c967e2940661.html

http://billmoyers.com/2014/09/11/a-wealthy-capitalist-on-why-money-doesnt-trickle-down

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!