De kunst van het hakken in kunst

De kunstensector kreeg geen goed nieuws te horen van minister Gatz. Dat er besparingen geslikt moesten worden, was al aangekondigd. De minister gaf aan dat 'de besparingspercentages voor cultuur lager zijn dan in de buurlanden'. Maar van een kaasschaafoperatie kunnen we niet spreken. Daarvoor hakt deze besparingsronde te diep. ‘Dit is geen kaasschaaf, maar de beenhouwerij’, zegt koepelorganisatie Oko. De eerste reacties druppelen binnen en zijn verwant.

woensdag 24 september 2014 15:32

Er zal een
gemiddelde besparing van een slordige 5% worden gerealiseerd binnen
de beleidsdomeinen Cultuur en Jeugd.

Concreet gaat het
om -2.5 % op de Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap (die in het
Vlaams Regeerakkoord een prominente rol kregen toebedeeld),
zoals deSingel, Opera Vlaanderen en de Ancienne Belgique, -4 % op
de erfgoedsector en de musa (die aan het eind van de vorige
regeerperiode een inhaaloperatie misten) en maar liefst -7,5 % op
de cultuurorganisaties uit het Kunstendecreet.

Oko spreekt van een contractbreuk. De
subsidieafspraken zijn gemaakt voor een periode van vier jaar, tot
2016. Dergelijke afspraken betekenen een engagement en moeten de
sector in staat stellen een degelijke langetermijnwerking uit te
werken. Programma’s en contracten voor het komende seizoen liggen
vast. Daarop terugkomen is zo goed als onmogelijk.

Voor
de grote huizen betekenen de besparingen extra druk, en dat in een
sector die de afgelopen jaren al af te rekenen had met de kaasschaaf van de vorige regering. Heel wat kleinere spelers
zien door de nieuwe, drastischer besparingsronde hun levensvatbaarheid in gedrang komen. Er zal vooral bespaard
worden op loonkost, aangezien die een stuk hoger ligt dan de
subsidiebedragen. Er dreigen dus honderden naakte ontslagen.

Sven
Gatz liet optekenen dat hij verwacht dat ‘de levensvatbaarheid van
het huidige kunstenlandschap gegarandeerd zou blijven’.

Eerste reacties

Alexander
Devriendt, artistiek leider van theatergezelschap Ontroerend Goed

“Als
deze regering vooral in cijfers redeneert, wordt een volledige sector
verplicht om daarin mee te gaan. Met alle risico’s van dien, want de
sectoren die het hardst geraakt worden zijn net diegenen die niet
redeneren vanuit economisch gewin. Sectoren die zich ook steeds
afzijdig proberen houden van puur economische redeneringen, maar wel
geleerd hebben om met weinig middelen zo veel mogelijk proberen te
doen. Sectoren die zich volledige ten dienste stellen van anderen en
zorgzaam meebouwen aan het fragiele sociaal weefsel van onze
maatschappij.

Dus
cijfers: Vlaanderen
heeft sinds 1 juni een begroting van 38 miljard euro.
Net
kregen we het nieuws dat de cultuursector de ingrijpendste
besparingen te verwerken krijgt.
Het
kunstendecreet omvat 500 miljoen euro. Dat
is 1,1% van het totale budget. Op
die 500 miljoen euro wordt nu 7,5% bespaard. Dat is moordend voor
een sector die al grotendeels draait op vrijwilligers, freelancers
en overwerk. Dus
hoeveel bespaart de overheid? 32.000.000 euro. Nauwelijks
0,1% van het volledige budget van Vlaanderen.
Maar wat en hoeveel wordt er echt
bespaard? Door deze besparingsronde verliest men ook een enorme
return die de sector de samenleving te bieden heeft. Onze theatergroep Ontroerend
Goed bijvoorbeeld verwerft 1 euro eigen inkomsten voor elke euro
subsidie. Een belangrijk deel van die inkomsten komt uit het
buitenland. Deze verdubbeling van onze werkingsmiddelen gaat
grotendeels op aan lonen. Van die lonen vloeit er nog eens 60% terug
naar de overheid via belastingen en sociale bijdragen. Het
verhaal
van het tijdschrift H ART in De Morgen is geen unicum maar
geldt voor bijna heel de sector.
Deze besparing is een kanttekening in de
Vlaamse begroting en zorgt ook nog eens voor een verlies in puur
economische return. Het zou absurd zijn om te zeggen dat Bourgeois I
dat niet weet. Gaat het eigenlijk wel over cijfers zoals men steeds
beweert?
Er wordt wezenlijk geraakt aan de
tewerkstelling in de sector en dus zullen de belastingen en sociale
bijdragen op die tewerkstelling teruglopen. Ondertussen zal de
schade in de sector niet te overzien zijn. Ook wij zijn de bedrijven
waarin de regering zogezegd wil investeren. Dit
is puur populistische tristesse.”

Tom Vermeir, acteur
en muzikant

“Ik word hier
droevig van. Echt waar… De sector zat al te wroeten met een uiterst
minimum aan werkingsmiddelen. Ik vind dat we ons al veel te lang veel
te veel aan het laten doen zijn. Mensen komen voor minder op straat.
Waarom spelen we niet eens tot het geld op is, in plaats van alles
nog maar eens te gaan herverdelen? Als in maart de middelen op zijn,
dan komt er niks meer. Sorry, geld op. Beste mensen, het spijt ons,
maar even geduld tot volgend jaar. Als u intussen nog naar theater,
concerten, opera, enz… wilt gaan, dan kunt u nog steeds kijken naar
de video met the best of van afgelopen seizoen. Gewoon
stop. Iedereen op den dop. Simpel. Ik ben er zeker van dat er, om het
hiaat te vullen, wel één of andere talentenjacht uit de grond kan
gestampt worden op de vaderlandse televisie.”

Marc Steens,
coördinator Clubcircuit

“Wij hebben nog
niet kunnen samenzitten met de clubs, maar het spreekt voor zich dat
we ons grondig zullen moeten beraden. De middelen waarmee de meeste
muziekclubs het moeten rooien, zijn sowieso al beperkt. Ten
opzichte van de andere sectoren die gesubsidieerd worden via het
kunstendecreet, heeft de pop- en rocksector (en daarbij heb ik het
zowel over organisatoren als de clubs maar ook muzikanten) nog een
duidelijke achterstand. Het wegwerken van die achterstand is
eigenlijk een noodzakelijke voorwaarde om de leefbaarheid van dit
dynamisch circuit ook op langere termijn te garanderen. Zo teren
muziekclubs momenteel nog steeds noodgedwongen al te sterk op de
inzet van vele vrijwilligers en tomeloze goodwill bij haar
werknemers. Door de zware besparingen dreigt die leefbaarheid echt
wel in het gedrang te komen.
Samen met festivals spelen
muziekclubs een belangrijke rol in het succesvolle Vlaamse
muzieklandschap. Niet alleen economisch, maar ook omdat ze artistiek
waardevolle en kwetsbare nichegenres een kans bieden en fungeren als
voedingsbodem voor opkomend talent. Zij zorgen mee voor toevoer én
doorstroom. Als die voedingsbodem wegvalt, kan dat nefast zijn voor
de verdere ontwikkeling van de sector en dreigt ook internationale
expansie in het gedrang te komen. De bovengrens aan wat
haalbaar/werkbaar is lijkt hier ondertussen al lang bereikt.”

Bart Caron, Vlaams
volksvertegenwoordiger Groen en voormalig kabinetschef cultuur

“Sven Gatz is de
alibi-Ali van de rechtse meerderheid. Sympathieke knul, die de
boodschapper van het slechte nieuws mag spelen; dat komt minder hard
over dan het uit de mond te horen van Turtelboom of Bourgeois. -7,5% is goed voor
150 à 200 ontslagen; dat komt niet terug. Aan den dop kosten die
mensen aan de overheid ook geld, niet eens veel minder dan ze kosten
in de organisatie waar ze werken. Immers, de meeste organisaties
hebben ook belangrijke eigen inkomsten die gegenereerd worden door die
mensen die nu zullen worden ontslagen.
De grote
instellingen leveren 2,5% in, heel wat minder dan de 7,5% die de
rest verliest. Het weze hun gegund, maar hoe eerlijk is? Rijken
leveren meer in dan armen? Bedrijfssubsidies
bedragen 1,4 miljard euro in Vlaanderen. Ook dat is hun gegund, maar
denken dat de kunstenaars de paria’s zijn van de welvaartsstaat, is
dus een foute perceptie.”

Hendrik Tratsaert, kunstencentrum Vrijstaat O
“Voor
een kleine, daadkrachtige organisatie als Vrijstaat O komt dit zwaar
aan. We vinden we deze maatregelen onverstandig en
niet gemotiveerd. Onverstandig omdat men niet investeert in een
sector die mensen en kunstenaars tewerkstelt, een langetermijn visie
uitzet, en een klimaat schept dat een samenleving uitnodigt om mee te
dromen en creatief te zijn. Verschillende economische studies wijzen
uit dat zeer harde besparingen niet alleen de koopkracht aantasten,
maar een klimaat van depressie scheppen dat het gevoel van
perspectief en burgerzin aantast en de slagkracht van een bevolking
naar beneden haalt. Paul De Grauwe noemt dit eufemistisch een
‘kruideniersmentaliteit’.
Deze maatregelen zijn bovendien
ongemotiveerd. Enerzijds vraagt men aan deze geprofessionaliseerde
sector transparantie, kwaliteit en een pro-actieve werking,
anderzijds neemt nagenoeg dezelfde Vlaamse regering in haar nieuwe
legislatuur plots, zonder echte duiding, dit soort beslissingen, wat
op haar beurt niet getuigt van een transparant, kwalitatief of
pro-actief beleid. Een waardige regering moet visie en geloof in de
toekomst uitstralen en verwart daadkracht met kaalslag.”

Wim Wabbes, artistiek leider Handelsbeurs Gent
“Het
klopt inderdaad dat tussen de 2.5 en 7.5% besparing op cultuur niet de
ravage aanricht die de besparingen in bijvoorbeeld Nederland en Groot
Brittannië hebben veroorzaakt, maar het blijft wel een bittere pil – die
we al in januari 2015 moeten slikken. Het wordt een harde bikkel voor
de hele muzieksector, maar vooral voor de kleinere clubs komt dit heel
hard aan. Het zal er op neer komen dat die projecten waarin ze willen
investeren en die soms de kers op de taart zijn moeten sneuvelen. Dat
maakt net het landschap divers en kleurrijk.
Het
artistieke budget is vaak het enige flexibele budget in een
organisatie. Dus muzikanten zijn de dupe, en zij die graag iets nieuws
op touw willen zetten, want productiebudgetten zullen er niet zijn. Dat
zal hoe dan ook tot verarming leiden.
Ik
neem aan dat ook organisaties hun personeelsbestand zullen inkrimpen om
het hoofd boven water te houden. Daarenboven gaan projecten mee de
besparingsboot in, terwijl toch gezegd was dat dit  de zuurstof voor de
sector was. Een zwarte dag voor het concertleven – en vanzelfsprekend
cultuur in het algemeen – in Vlaanderen.”

Els
Silverants, coördinator CAHF (Contemporary
Art Heritage Flanders)

“Die
4% die de musea moeten inleveren, die vallen op het eerste zicht
misschien wel mee, maar laten we niet vergeten dat er een
achthonderd-tal organisaties in de sector momenteel
gefinancierd worden door de provincies. Diezelfde provincies die
afgeslankt worden en op termijn zouden verdwijnen. Ook daar
verdwijnen dus middelen. In werkelijkheid zal er dus meer dan 4% van
de middelen verdwijnen. Daarnaast kampen de musea met een historische
gegroeide onderfinanciering (die is geraamd op ongeveer drie miljoen euro). Er was al amper iets over om af te romen. Ik stel me echt de
vraag of wij ons werk nog wel kunnen doen als instelling. Het gaat
over onze identiteit, over verbinding, over investeren in
geschiedschrijving voor de toekomst. Zijn we nog in staat om ons
erfgoed te bewaren of wordt dit alles enkel nog dode letter?”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!