Homofobie in Afrika is een complex en recent fenomeen
Nieuws, Wereld, Afrika, Samenleving, Oeganda, Homofobie, Barack Obama, Marc Epprecht -

Homofobie in Afrika is een complex en recent fenomeen

Oeganda staat op het punt om na jaren van internationaal protest toch een strenge anti-homowetgeving goed te keuren. Daarmee zou het zich bij een lange lijst van Afrikaanse landen voegen, waar hard wordt opgetreden tegen homoseksualiteit. "Toch is het niet altijd zo geweest, homofobie is deels naar Afrika geëxporteerd", zegt Canadees schrijver Marc Epprecht.

dinsdag 18 februari 2014 10:27

Zuid-Afrika is het enige land op het hele Afrikaanse continent waar het homohuwelijk wettelijk is toegestaan. Daar tegenover staan een aantal landen waar op homoseksualiteit zelfs de doodstraf staat, zoals in Mauritanië, Niger, delen van Somalië en Noord- en Zuid-Soedan. In maar liefst 37 Afrikaanse landen is homoseksualiteit illegaal en dat zorgt internationaal voor véél controverse.

De plannen voor de nieuwe wet in Oeganda liggen al een aantal jaren op tafel. In het originele voorstel uit 2009 stond eveneens de doodstraf. Die is er na veel protest van internationale ngo’s uitgehaald. Dat neemt echter niet weg dat het om een zeer strenge wetgeving gaat. Zo staan er ook straffen op het niet afkeuren van homoseksualiteit en hebben burgers de plicht gevallen van homoseksualiteit te melden.

In verschillende landen argumenteren Afrikaanse leiders en intellectuelen vaak dat homoseksualiteit geen onderdeel is van de traditionele Afrikaanse cultuur. Het is een slecht neveneffect van het Westerse imperialisme dat zich pas de laatste decennia over het hele continent heeft verspreid. David Githii, een Keniaanse schrijver en ooit een voornaam lid van de Presbyterian Church of East Africa, beweert dat homoseksualiteit vroeger niet voorkwam in Afrika.

Mythe van heteroseksueel Afrika

Marc Epprecht is professor aan de Queen’s University in Canada en schrijver van onder andere “Hungochani: The History of a Dissident Sexuality in Southern Africa”. Volgens hem is het niet homoseksualiteit dat is geïntroduceerd in Afrika, maar wel homofobie. “Het is een mythe dat Afrika een heteroseksueel continent was voor de komst van Europeanen.”

“Op verschillende plaatsen werd homoseksualiteit afgekeurd”, zegt hij, “maar op andere plaatsen werd het getolereerd of gedoogd. Er zijn zelfs voorbeelden van koningen die hun homoseksualiteit niet verborgen. Zo hield koning Mwanga II van Buganda, Oeganda tijdens de 19de eeuw, er zelfs een mannelijke harem op na.

Marc Epprecht stelt in zijn boeken dat er voor de komst van Europeanen in Afrika niet werd gedacht in termen van homoseksualiteit. In sommige plaatsen werd het gezien als een vorm van magie. Zo zat er bijvoorbeeld een mannelijke geest in het lichaam van een vrouw. Trouwen met een man zou oneerbiedig zijn tegenover de geest, die uit ontevredenheid zijn wijsheid niet zou delen met de gemeenschap.

“In bepaalde culturen was het huwen tussen vrouwen ook toegestaan”, zegt Epprecht, “bijvoorbeeld onder weduwen om de erfenis in de familie te houden en niet af te moeten staan aan een man. In sommige culturen hadden mannen ook seks met elkaar, om bijvoorbeeld hun kansen in de jacht te verhogen. Maar dat betekende niet dat ze zich niet voortplanten, homoseksualiteit was gewoon niet overal een deviant gegeven.”

Toen kwamen de Europeanen

In de 18de en 19de eeuw werden er geleidelijk aan meer wetten ingevoerd die seksuele interactie tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden. Dat gebeurde vaak vanuit een katholiek oogpunt zoals bijvoorbeeld bij Portugese kolonisten. Epprecht stelt dat er in het zuidelijke deel van Afrika minder aandacht aan werd besteed.

“Er werd in die regionen veel aan mijnbouw gedaan, mannen werden gescheiden van hun familie gedurende lange periodes. De algemene gedachte was dat wanneer man-manrelaties werden verboden, er sneller onrust zou uitbreken en sociaal protest. Dat vonden ze veel nadeliger dan het seksueel gedrag van de Afrikanen die ze vaak zagen als minderwaardig. “

Ook over de Belgische aanwezigheid heeft Epprecht het één en ander te vertellen. “De Belgen stonden redelijk afkeurend tegenover relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Musinga, koning van Rwanda, werd in 1930 zelfs door de Belgen afgezet vanwege zijn biseksuele appetijt. Dat gebeurde na aandringen vanuit de katholieke kerk.”

In zijn boeken bespreekt Epprecht een fenomeen dat hij ‘De mythe van heteroseksueel Afika’ noemt. “Lange tijd heerste de opvatting dat Afrikanen wild waren en dichter bij de natuur stonden dan de Westerse mens. Ze waren dus niet capabel om een ‘geciviliseerd’ probleem te hebben zoals homoseksualiteit. Verschillende groeperingen hadden er ook belang bij om de Afrikaanse norm te reduceren tot heteroseksualiteit.”

“Nationalisten hadden het beeld van de sterke Afrikaanse man nodig in hun strijd voor zelfbeschikking, en dat was een strijd die voorrang kreeg. Op hun beurt besteedden onderzoekers naar HIV/AIDS te weinig of geen aandacht aan homoseksualiteit in Afrika vanwege de mogelijke gevolgen voor hun strijd tegen homofobie in het Westen. Die mythe heeft uiteraard zijn impact op de hedendaagse kijk op homoseksualiteit in Afrika.”

Homofobie in Afrika

Volgen Epprecht spelen naast religieuze motieven ook politieke motieven een rol in Afrika. Politici gebruiken homoseksualiteit als een bliksemafleider van andere praktijken zoals corruptie, extreme armoede en gewelddadig optreden tegen minderheden. Epprecht vindt ook dat we de rol van internationale anti-homoseksualiteitsgroeperingen niet mogen onderschatten. “Elk jaar spenderen zij miljoenen aan pseudo-wetenschappelijk onderzoek, omdat daar in het Westen veel sterker op wordt gereageerd.

Daarnaast heb je ook moslim-extremisten, gesteund vanuit Saudi-Arabië, die niet echt tolerant staan tegenover homoseksualiteit. Het is echter niet alleen in Afrika dat er verstrenging plaatsvindt. De afgelopen drie decennia is er op veel plaatsen een retoriek onstaan tegen homoseksuaiteit, kijk maar naar Rusland bijvoorbeeld.”

Het is wel niet allemaal kommer en kwel. Het is misschien nog niet direct zichtbaar, maar er zijn ook landen die hun wetgeving verzachten.”Er zijn reeds tien landen die een VN-resolutie ondertekenden die seksuele voorkeur erkent als een humanitair recht. Zuid-Afrika is momenteel het enige land met een wettelijke basis, maar daar kan snel verandering in komen. Voorbeelden daarvan zijn Cape Verde, Mozambique en Botswana.

Westerse houding tegenover Afrika

Verschillende internationale leiders veroordelen de wetsvoorstellen in Oeganda. Zo liet Amerikaans president Obama reeds verstaan dat de goedkeuring ernstige gevolgen kan hebben voor de relatie tussen beide landen. Amerika is de voornaamste donor van Oeganda en verscheept jaarlijks voor meer dan 400 miljoen dollar ontwikkelingshulp. Er wordt verwacht dat het die hulp zal herbekijken mocht de wet er komen.

Volgens Epprecht is dat geen goede reactie. “Lokale organisaties zeggen dat de situatie alleen maar zal verergeren als de humanitaire hulp wordt teruggeschroefd. Ze willen rustig in de schaduw van de commotie hun ding kunnen doen, zoals op het terrein mensen sensibiliseren.”

“We moeten in het Westen stoppen met zo betuttelend op te treden in Afrika. We klagen armoede en slecht bestuur onophoudelijk aan, maar zijn zelf onderdeel van die problemen. Het is trouwens niet zo dat alle Westerse landen veel verder staan op het gebied van seksuele en reproductieve rechten.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!