Ilja Pfeijffer, Peter Casteels en de anderen
Nieuws, Samenleving, Politiek, Twitter, Ilja Pfeiffer, Peter Casteels -

Ilja Pfeijffer, Peter Casteels en de anderen

Eindejaarstijd, krantenkolommen met voornamelijk pessimistische kerstessays die het afgelopen jaar overschouwen. In De Morgen mocht schrijver Ilja Pfeijffer zijn licht laten schijnen op de Nederlandse politiek en Twitter. Peter Casteels van Apache mocht hem van antwoord dienen. Dit is een poging tot synthese.

maandag 30 december 2013 18:15

Twitter

Om te beginnen: Twitter. Voor Pfeijffer is dat medium voor niets anders geschikt dan voor het luchten van emoties. Casteels wijst er fijntjes op dat Pfeijffer niet eens gebruik maakt van Twitter en geeft zijn stuk de lichtjes emotionele titel ‘Twitter bevestigt mijn geloof in de lucide krachten van de mensheid’ mee.

Uiteindelijk komt het er op neer dat beide heren een deel van het gelijk aan hun kant hebben. Je kunt Twitter gebruiken als een telex die 24/7 interessante en lezenswaardige berichten spuwt over quasi alle uithoeken van de wereld, over de meest uitlopende thema’s. Het proces volgen van Oscar Pistorius vanuit de rechtszaal? Samen met tienduizenden actievoerders virtueel op een plein staan in Kiev tijdens regeringsprotesten? Feministische groeperingen uit Marokko volgen? Check, check en check. Je stelt op Twitter immers je eigen tijdslijn samen, je kunt lijsten aanleggen zodat je bepaalde accounts groepeert zoals het je uitkomt. Veelvraten zoals ikzelf (en waarschijnlijk Casteels) kunnen tijdens een willekeurige week op Twitter waarschijnlijk meer interessants verzamelen aan artikels, links en boeken dan we op een jaar gelezen krijgen.

De andere kant is ook waar. Pfeijffer is lang de enige of de eerste niet die zich in het medium verslikt. Vorige week hoorde ik Marnix Peeters bij zijn zus Annemie nog zijn beklag doen: hij had zich ooit twee maanden op Twitter gewaagd en was er weggelopen. De bekende verwijten passeerden: het is een afzeikmedium, mensen komen er enkel om zuur te doen, de negativiteit is overweldigend. En het klopt: als je maar de ‘juiste’ (of in dit geval de verkeerde) accounts volgt kun je je de hele dag ergeren aan tweets van kaakslagvlamingen of mensen die denken dat ze je de hele dag op de hoogte moeten houden van hun banale reilen en zeilen à la ‘ne keer een doucheke pakken’ of ‘het is druk in de Colruyt, amai’.

Op zondagmorgen wordt er massaal getweet over ‘De 7[de] dag’ en lijkt iedereen plots een politiek verslaggever, zodat ik niet eens naar het programma hoef te kijken om te weten wat er gezegd wordt. Dat gold ook voor een radioprogramma zoals Joos of Hautekiet. Meer en meer wordt Twitter hét medium bij uitstek voor TV- en radiomakers om contact te zoeken met hun kijkers en luisteraars.

Anders gezegd: als Twitter je ergert, dan doe je waarschijnlijk iets verkeerd. Nu ja, vanzelf volgt ook de bedenking dat sommigen zich gewoon graag ergeren. Anderen moeten gewoon gewezen op het simpele feit dat je niet verplicht bent om deze of gene account te volgen en dat er – afhankelijk van je interesseveld – hopen interessants te rapen valt op Twitter.

Gevoel en rede

Maar interessanter dan deze beknopte handleiding voor een bevredigende Twitter-ervaring is de stelling van Pfeijffer dat het belang van emoties schromelijk overschat wordt in deze tijden, en dan zeker in de politiek. Pfeijffer staat niet alleen in deze: een paar jaar geleden hoorde ik het Connie Palmen al zeggen tijdens één of ander radioprogramma en achtereenvolgens zag ik er vorige week onder andere Bas Heijne op NRC over schrijven en de tandem Beeckman/Vermeersch zich erover uitspreken tijdens een interview in De Tijd.

De paradox is een beetje dat deze mensen zich op vrij emotionele wijze de rede verdedigen en de emotie lijken af te wijzen.

Pfeijffer bijvoorbeeld maakt een interessante analyse van de toestand van de Nederlandse politiek. Zoals het Vlaams Blok/Belang vroeger bij ons kon inspelen op de onderbuikgevoelens van mensen door middel van rake slogans doet de PVV van Wilders dat nu in Nederland. En zoals de verkiezingsuitslagen en -peilingen aantonen is dat niet zonder succes. En omdat Wilders speelt op emotie is het bijna onmogelijk om er door middel van rationele argumenten tegenin te gaan. Deels heeft Pfeijffer gelijk: het is ontzettend moeilijk om appél te doen op het redelijk besef van mensen op het moment dat ze zich emotioneel op een ander niveau aangesproken voelen.

Wat Pfeijffer wel laat liggen is de vraag hoe het komt dat de Nederlandse kiezer zich zo massaal laat verleiden tot resoneren met kerels zoals Wilders. Zou het misschien kunnen dat een gebrek aan beleid en maatregelen in dienst van het algemeen belang door de ‘traditionele’ partijen aan de basis ligt van deze grootschalige uitingen van onvrede? Want de opkomst van wat hij de dictatuur van het gevoel noemt is natuurlijk niet alleen te wijten aan de opkomst van de ‘sociale media’.

Stel jezelf bovendien de volgende vraag: stem je liever op een politicus waarvan het engagement in emotie wortelt of op eentje die zeer beredeneerd een politieke carrière ambieert? Wat is er verkeerd met het bevlogen idealisme om de wereld te willen veranderen? Op een bepaald moment moeten de meeste idealisten tot de conclusie komen dat de politiek één van de manieren is om hun idealen in de praktijk om te zetten.  Welke politicus kan op meer sympathie rekenen? De man of vrouw die zelfs in moeilijke tijden zijn overtuiging trouw blijft of hij/zij die om de zoveel verkiezingen van partij verandert omdat de wind van richting is gekeerd?

Emotie kan wel degelijk een zeer gezonde drijfveer zijn om aan politiek te doen, argumenteren gebeurt dan weer best op basis van feiten en cijfers. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!