Er is gewoon geen goesting om belastingen te betalen. Omdat het zonder ook kan.

Er is gewoon geen goesting om belastingen te betalen. Omdat het zonder ook kan.

dinsdag 6 augustus 2013 13:22

Bij het lezen van de online krant ‘de morgen’ stuitte ik op de in titel vermelde quote van Jan Seurinck m.b.t. Jan De Nul, de baggeraar-ondernemer die recent de quote ‘Er is gewoon geen goesting om te werken, omdat het zonder ook kan’ uit zijn ondernemershoed toverde. Jan De Nul is inmiddels geen hot news meer en het is wachten op de volgende omhoog gevallen edelman op nog straffere taal. Wees niet ongeduldig, dat komt, maar wie in deze periode op zijn met ‘ontweken’ belasting betaalde rivierschuit zit heeft geen zin om op deze momenten van verdiende rust nog maar te denken aan vermeende luiaards die ook geen goesting hebben om te werken. Toch vond ik het nodig de quote van Jan Seurinck te herhalen op dit forum omdat deze heel goed samenvat waar het werkelijk om gaat. Jan Seurinck linkt zijn quote aan een artikel dat verscheen in de krant ‘de standaard’ in 2003. Een hele tijd geleden dus maar het verklaart waarom de quote van Jan De Nul zo waardeloos is en deze van Jan Seurinck zo terecht.

ANALYSE. Staan bedrijfsleiders boven de wet?

18/04/2003 om 00:00

Het hof van beroep van Gent vindt dat Jan-Piet en Dirk De Nul, de zaakvoerders van het gelijknamige bagger- en aannemingsbedrijf, zich schuldig hebben gemaakt aan de omkoping van een belastingambtenaar. Toch spreekt het hof geen veroordeling uit. Klassejustitie, of een verantwoorde uitspraak?

Dat Jan-Piet De Nul en zijn broer Dirk zich eind jaren tachtig, begin jaren negentig schuldig hebben gemaakt aan de omkoping van een belastingambtenaar, acht het hof van beroep in Gent bewezen. Ze ,,hielpen” de man bij de bouw van een villa in Oostduinkerke, opdat hij tijdens de fiscale controle van het baggerbedrijf een en ander door de vingers zou zien. De correctionele rechtbank van Dendermonde had de broers De Nul voor hun aandeel in de zaak begin 2002 veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan het grootste deel met uitstel.

Het hof van beroep van Gent laat Jan-Piet en Dirk De Nul echter vrijuit gaan. Het hof spreekt hen niet vrij, maar schort de uitspraak van de veroordeling op. Dat betekent dat er geen bestraffing volgt. De opschorting geldt voor vijf jaar. Plegen de beklaagden in die tijd een nieuwe inbreuk, dan kunnen ze alsnog voor het eerste misdrijf worden bestraft.

De opschorting van de uitspraak van de veroordeling is een mogelijkheid waarin de probatiewet van 1964 heeft voorzien. Een rechtbank kan tot opschorting van de uitspraak beslissen, wanneer een bestraffing de reclassering van de delinquent in gevaar brengt. Of, om het concreter te maken: als de gevolgen van een veroordeling voor de beklaagde in de praktijk zo zwaarwichtig zijn dat de straf niet meer in verhouding staat tot het misdrijf.

Een veroordeling, zelfs tot een straf met uitstel, zou voor Jan-Piet en Dirk De Nul verregaande gevolgen hebben gehad. Want een veroordeling zou op hun strafblad komen en daardoor zouden beiden hun erkenning als aannemer verliezen. Dat betekent dat het bedrijf Jan De Nul niet meer in aanmerking zou komen voor aannemingswerken in België en andere lidstaten van de Europese Unie. Bovendien zou ook de baggerafdeling — Jan De Nul is in de baggersector de nummer drie op wereldvlak, actief over de hele aardbol — in de problemen komen. De meeste internationale aanbestedingen voor grote baggeropdrachten vereisen immers dat de gedelegeerd bestuurder van het baggerbedrijf een bewijs van goed gedrag en zeden kan voorleggen. Een strafrechtelijke veroordeling van de broers De Nul zou het voortbestaan van de bagger- en aannemingsgroep, goed voor een omzet van bijna 400 miljoen euro en met 1.650 werknemers, bijgevolg in gevaar brengen, luidde het argument van de verdediging.

Hadden Jan-Piet en Dirk De Nul, bij veroordeling, dan niet gewoon een stapje opzij kunnen zetten in hun bedrijf en iemand anders aanstellen tot gedelegeerd bestuurder? ,,Jan De Nul is een familiebedrijf en baggeren is zo’n specifieke business dat specialisten als Jan-Piet en Dirk De Nul niet zomaar kunnen worden vervangen”, luidde het. Het hof van beroep van Gent aanvaardde die argumentatie. Daarbij hield het hof er ook rekening mee dat het initiatief tot de corruptie was uitgegaan van de belastingcontroleur.

Het hof van beroep van Gent herroept daarmee het vonnis van de correctionele rechter in Dendermonde. De rechter in eerste aanleg had vorig jaar geen oren naar die argumenten. ,,Als geen veroordeling wordt uitgesproken wegens mogelijk economische gevolgen, maakt de rechtbank zich schuldig aan klassejustitie”, had hij geoordeeld.

Rechtbanken en hoven kennen niet zo gauw de opschorting van uitspraak van veroordeling toe. Ook Beaulieu-topman en textielmagnaat Roger De Clerck genoot ooit deze ,,gunst”, in een fraudezaak. Want een gunst is het. En ondernemer en politicus Aimé Desimpel kreeg hetzelfde voorrecht van de Brugse rechter in 1996 voor een bouwovertreding, toen hij zonder vergunning een zwembad en badhuis liet aanleggen in zijn tuin. Al werd die uitspraak later ongedaan gemaakt door het hof van beroep van Gent die Desimpel wel veroordeelde tot een geldboete of vervangende gevangenisstraf..

Staan werkgevers dan boven de wet? Is dit inderdaad geen vorm van klassejustitie? Jan-Piet en Dirk De Nul overtraden de wet, maar ontspringen nu de dans. Als je maatschappelijk maar belangrijk genoeg bent, laat het gerecht je ongemoeid?

Johan Verbist, de advocaat van de broers De Nul, erkent dat de toekenning van de opschorting van uitspraak van veroordeling uitzonderlijk is. De jongste jaren zijn de rechtbanken en hoven op dit vlak terughoudender geworden, onder druk van de parketten-generaal. Maar Verbist spreekt tegen dat het hier om een vorm van klassejustitie gaat. ,,Het is gewoon een mogelijkheid die in de wet is voorzien”, zegt hij. ,,En het is geen schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Want andere mensen in dezelfde situatie zouden op dezelfde manier worden behandeld”. Hij geeft wel toe dat het enige moed vergt van de rechtbank of het hof om dit te doen.

Andere specialisten strafvordering treden deze zienswijze bij. ,,Het is de consequente toepassing van een systeem dat in een wet is vastgelegd”, zeggen ze. ,,Een rechter moet inderdaad nagaan of het effect van een veroordeling wel in proportie is tot het misdrijf. Dat is een feitelijke afweging die hij moet maken. Een straf is de afsluiting van het verleden. Ze moet de delinquent opnieuw op het rechte pad brengen, hem ervan doen afzien nog een keer dezelfde fout te maken.” Ze wijzen erop dat een opschorting van uitspraak van veroordeling niet gelijk staat met een vrijspraak. Het betekent integendeel dat de verdacht wel degelijk schuldig bevonden wordt. En hij moet desgevallend een schadevergoeding betalen aan de burgerlijke partij, als die er is.

,,Rechtbanken zijn inderdaad niet kwistig met het toekennen van de opschorting”, zegt een specialist strafrecht. Hij spreekt tegen dat de gunst alleen verleend wordt aan bedrijfsleider en mensen van aanzien. ,,Voor een aantal beroepen moet men een blanco strafblad hebben. Gelijk welke veroordeling komt dan neer op een vorm van beroepsverbod. In zulke gevallen kennen de rechtbanken wel meer de opschorting toe. Ook aan ‘gewone’ mensen.

 Stefaan Michielsen is redacteur economie Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag

Bron: http://www.standaard.be/cnt/dst18042003_075

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!