De populaire rapper Alaa Eddine Yaakoubi (25), beter bekend als Oueld El 15 ('de 15-jarige jongen'), werd tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld voor 'het beledigen van de politie' en 'laster'. Op 2 juli werd zijn straf in beroep herzien en werd hij in voorlopige vrijheid gesteld (foto: Tunisie-Tribune).
Nieuws, Afrika, Politiek, Sociaal protest, Staatsgreep, Mensenrechten, Frankrijk, Egypte, Schuldenlast, Vrijheid van meningsuiting, Nicolas Sarkozy, HRW, Rapper, Tunesië, Ben Ali, Tunis, Noord-Afrika, Mohamed Bouazizi, Arabische lente, François Hollande, Islamisten, Analyse, Salafisten, Assemblée nationale constituante (ANC), Seculieren, President Moncef Marzouki, Ennahda, Ali Larayedh, President Mohamed Morsi, Mustapha Ben Jaafar, Chokri belaid, Alaa Eddine Yaakoubi, Staatsbezoek, Driepartijencoalitieregering -

Staatsbezoek president Hollande aan Tunesië op cruciaal moment voor ‘Arabische lente’

De staatsgreep tegen president Morsi van Egypte heeft het tweedaagse staatsbezoek van de Franse president François Hollande aan Tunesië op 4 en 5 juli helemaal in de schaduw gesteld. Nochtans komt het bezoek op een cruciaal moment, want ook de Tunesische transitie van dictatuur naar democratie verloopt niet bepaald vlot. Aan de grondwet wordt nog steeds gesleuteld. Het land dat aan de basis lag van de Arabische lente zit sociaal-economisch in het slop.

vrijdag 5 juli 2013 19:35

Het eerste staatsbezoek van een Franse president aan Tunesië na de val van dictator Ben Ali op 14 januari 2011, die het begin inluidde van wat algemeen als de ‘Arabische lente’ bekend zou worden, werd al diverse keren uitgesteld. François Hollande bezocht Tunesië wel reeds in mei 2011, maar toen nog als socialistisch presidentskandidaat en uitdager van uittredend president Nicolas Sarkozy.

Sarkozy’s minister van Defensie was begin januari 2011, bij de groeiende straatprotesten die volgden op de zelfverbranding in Sidi Bouzid van de jonge fruitverkoper Mohamed Bouazizi, nog in opspraak gekomen toen ze aan het ‘bevriende’ regime-Ben Ali voorstelde om gespecialiseerd Frans ‘veiligheidsmaterieel’ te leveren om het volksprotest beter te kunnen beteugelen.

Nauwelijks enkele dagen later moest Ben Ali als een dief in de nacht het land verlaten en begon de moeizame transitieperiode naar een democratischer Tunesië.

Intensieve bilaterale contacten Tunesië-Frankrijk

Frankrijk was tot maart 1956 de kolonisator van het kleinste Noord-Afrikaanse land en onderhoudt traditioneel erg intensieve bilaterale contacten. In de loop der jaren hadden vele Tunesische opposanten van de dictatuur van Ben Ali Frankrijk als ballingsoord gekozen vanwaaruit ze hun politieke activiteiten konden voortzetten.

Onder meer de aanhangers van een meer politieke islam, die nu deel uitmaken van de grootste regeringspartij Ennahda, waren vooral in Frankrijk actief. Ook de fervente verdedigers van een seculiere staat, die Ennahda juist als een bedreiging zien, beroepen zich graag op het model van de Franse republiek wat de scheiding van religie en staat betreft.

Ben Ali, die nog maar de tweede president sinds de onafhankelijkheid was, had in november 1987 de macht overgenomen van de ‘vader des vaderlands’ Habib Bourguiba. Ben Ali had het land sterk in neoliberale richting geduwd met onder meer de privatisering van vroegere staatsbedrijven.

Op politiek vlak was van enige liberalisering echter totaal geen sprake. In weinige landen lag de pers zo stevig aan de ketting als in Tunesië onder Ben Ali. Toch vormde dat geen probleem in de officiële Frans-Tunesische relaties.

Uitgesteld staatsbezoek en handelsakkoorden

Eerder had Hollande, Frans staatshoofd sinds 16 mei 2012, al officiële bezoeken gebracht aan Marokko en Algerije, de twee belangrijkste Franse partnerlanden in de Maghreb. Een bezoek aan Tunesië was om allerlei redenen telkens uitgesteld. Maar donderdag 4 juli was het dan eindelijk zover.

In het kielzog van de president reizen ook een handvol ministers mee en een delegatie van 40 bedrijfsleiders. Op vrijdag 5 juli worden handelsakkoorden ondertekend in het kader van het Frans-Tunesisch Economisch Forum.

Hollande heeft in Tunis gesprekken met overgangspresident Moncef Marzouki, eerste minister Ali Larayedh van de Ennahda-partij en met Mustapha Ben Jaafar, de voorzitter van het parlement. Voorts staan vooral contacten met leden van de civiele samenleving, de politieke oppositie en zakenmensen op het programma.

Kwijtschelding deel schuldenlast

Tunesiërs verwachtten vooraf een gebaar van Frankrijk in de gedeeltelijke kwijtschelding van de schuldenlast (totaal 1,7 miljard euro), want economisch gaat het bepaald niet goed met het land sinds het uitbreken van de Arabische lente. Onlangs heeft ook Duitsland zo’n gebaar gesteld door 60 miljoen euro schuldenlast om te zetten in hulpprogramma’s voor duurzame ontwikkeling.

Verwacht wordt dat Frankrijk eenzelfde geste zal doen. Alleszins wordt een nieuw samenwerkingsakkoord getekend ter waarde van 500 miljoen euro tot eind 2014.

Het ongenoegen dat aan de basis lag van het volksprotest tegen Ben Ali was grotendeels ingegeven door de belabberde sociaal-economische toestand in het zwaar verwaarloosde binnenland. De hoge jeugdwerkloosheid dwong vele hoogopgeleide jongeren tot migratie naar de kuststreken of naar het buitenland. Anderen probeerden te overleven in de informele sector, terwijl een kleine elite rond de presidentiële familie dankzij alomtegenwoordige corruptie grote fortuin kon maken.

Maar tot op vandaag is de economische situatie niet fundamenteel verbeterd, vaak integendeel zelfs omdat investeerders worden afgeschrikt door het onstabiele politieke klimaat, en blijft het ongenoegen regelmatig voor uitbarstingen van sociaal protest zorgen, zoals eind november 2012. De vakbonden zijn wel belangrijke spelers geworden in de transitiefase en weten het protest vaak goed te stroomlijnen.

Staatsgreep tegen Morsi zorgt voor ongerustheid bij Ennahda

Het bezoek van Hollande werd echter volledig overschaduwd door de gebeurtenissen in Egypte van de voorbije dagen. De staatsgreep van het leger tegen Mohamed Morsi, de eerste democratisch verkozen president van dat land, heeft in Tunesië voor grote ongerustheid gezorgd, vooral bij de aanhangers van Ennahda, een partij die ideologisch dicht bij de Moslimbroederschap staat.

Ennahda was er dinsdagavond als de kippen bij om de staatsgreep van het leger in Egypte in de sterkste bewoordingen af te keuren en haar steun voor Morsi uit te spreken, maar ook de Tunesiërs meteen gerust te stellen dat het Egyptische ‘voorbeeld’ beter niet wordt gevolgd.  

De grote politieke verdeeldheid in het land – wat bijzonder goed tot uiting komt in het moeizame proces dat moet leiden tot een nieuwe democratische grondwet – loopt in grote lijnen tussen de seculieren en de aanhangers van een samenleving gebaseerd op islamitische waarden en wetten. Beide groepen zijn al enkele keren flink met elkaar in de clinch gegaan en beschuldigen elkaar van manipulaties van het transitieproces.

Driepartijencoalitieregering weerspiegelt breuklijnen

Ook binnen de driepartijencoalitie (Ennahda als grootste partij, met twee kleinere gematigd-linkse partijen de CPR en Ettakatol) die momenteel de Tunesische overgangsregering vormt, heeft die verdeeldheid al voor hoog oplopende ruzies en herschikkingen van ministerposten gezorgd.

De moord op de linkse oppositieleider Chokri Belaïd in februari dit jaar verhoogde de spanningen nog. Sommige kringen wijzen met een beschuldigende vinger naar radicale islamistische of salafistische milities die banden onderhouden met Ennahda en die steun zouden krijgen uit Libië, Saoedi-Arabië of aan al-Qaeda gelieerde groepen.

Voor Hollande kwam het er bij zijn bezoek op aan om zijn steun voor het transitieproces uit te spreken zonder de indruk te wekken het ene of het andere kamp te steunen. Leden van de civiele samenleving hadden er op aangedrongen dat Hollande zijn invloed zou aanwenden om enkele recente gevallen van mensenrechtenschendingen aan te klagen, met name de beschuldigingen op basis van vage aanklachten als ‘laster’ en ‘belediging’.

Karima Souid, van de jongerenbeweging El Massar, had Hollande opgeroepen zijn ‘normale bezorgdheid’ te tonen tegenover de autoriteiten. “Dit is beslist geen inmenging in interne zaken van Tunesië”, besloot een persoonlijke open brief.

Vrijheid van meningsuiting onder druk

“Terwijl de vrijheid van meningsuiting sterk is toegenomen in Tunesië sinds de omverwerping van Ben Ali’s dictatuur, zijn de autoriteiten er met behulp van repressieve wetten in geslaagd om in het strafrecht bepalingen op te nemen die meningen die zij als verwerpelijk beschouwen, kunnen vervolgen”, schrijft Human Rights Watch in een rapport dat dinsdag 2 juli verscheen.

Zo staan er gevangenisstraffen op bepaalde vormen van ‘laster’ en vaag geformuleerde feiten als het schaden van de ‘openbare zeden’ en de ‘openbare orde’. Mensen die religieuze of politieke meningen verkondigen die niet stroken met deze bepalingen werden al veroordeeld.

Twee Tunesiërs zitten momenteel achter de tralies wegens hun geweldloze meningsuiting, een andere kreeg in Frankrijk asiel nadat hij tot vijf jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens godslastering en belediging van de strijdkrachten.

Op 13 juni veroordeelde een rechter in Tunis de populaire rapper Alaa Eddine Yaakoubi (25), beter bekend als Oueld El 15 (‘de 15-jarige jongen’), tot twee jaar gevangenis voor ‘het beledigen van de politie’ en ‘laster’ wegens een videoclip waarin het liedje ‘El Boulicya Kleb’ (Chiens de policiers) voorkwam.

Op 2 juli werd zijn straf in beroep herzien en werd hij in voorlopige vrijheid gesteld. Zijn advocaat zei dat die uitspraak er maar kwam nadat een steuncampagne voor de rapper ook in het buitenland veel weerklank had gekregen.

“Geen Egypte-scenario in Tunesië”

Ondanks alle aandacht voor de binnenlandse problemen werd de gezamenlijke persconferentie van de presidenten Marzouki en Hollande donderdagavond 4 juli in Tunis overheerst door de toestand in Egypte. Marzouki verzekerde dat Tunesië geen Egypte-scenario te wachten staat omdat “het Tunesische leger een professionele republikeinse macht is die zich nooit met de politiek heeft ingelaten zoals dat in Egypte helaas jarenlang de traditie was”.

Hij erkende wel dat er ook in Tunesië een grote kloof bestaat tussen seculieren en islamisten, “maar dat die zich niet gewelddadig tegenover elkaar opstellen, maar zoeken naar consensus”.

Marzouki vond wel dat de politici in zijn land het signaal van ongenoegen en hoge verwachtingen op sociaal-economisch vlak bij de bevolking beter zouden moeten begrijpen. Meteen vroeg hij aan Hollande om Tunesië hierbij te helpen.

Hollande sprak over Egypte als een ‘mislukking’ wanneer een democratisch verkozen staatshoofd tot aftreden wordt gedwongen en riep het leger op zo snel mogelijk verkiezingen te organiseren. Tunesië noemde hij een baken van hoop voor vele Arabische volkeren. “Daarom mag de transitie hier niet mislukken, want vele ogen zijn op Tunesië gericht”.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!