Filip Claus: Vlaanderen in Aalst
Nieuws, Cultuur, België -

Filip Claus: Vlaanderen in Aalst

Vlaanderen in Aalst’: de jongste fototentoonstelling van Filip Claus heeft een haast provocatieve titel, in een stad waar een nadrukkelijk Vlaams-nationalisme de politieke toon zet. Claus bewandelde en fotografeerde in 2011 een jaar lang de straten en pleinen van zijn geboortestad, op zoek naar de ‘Vlaamse’ ziel ervan. Zijn beelden laten zich echter niet zomaar recupereren tot een zelfgenoegzaam uitstalraam van 'ons Vlaanderen'.

vrijdag 21 juni 2013 14:43


doc

Op enkele jaren tijd kan er veel veranderen. Het stadsbestuur dat deze foto-opdracht in 2011 groen licht gaf, is bijvoorbeeld niet het stadsbestuur dat vandaag de plak zwaait in de ajuinenstad. Het project kreeg vorm in de tijd dat je, bijvoorbeeld, in Aalst het woord ‘toren’ nog kon uitspreken zonder opvallend-onopvallend te gniffelen. De verfransing, per trein aangevoerd uit het verre Brussel, was nog geen issue. Ach, 2011, moeders van verkiezingen geleden.

57_Leen_Claus1_380.jpg

Filip Claus’ foto-expeditie kwam er niettemin in een tijdsgewricht waarin zijn geboortestad zienderogen verandert. Die verandering neemt voor het oog van de camera verschillende diffuse vormen aan. Soms ligt Boontje nadrukkelijk op de loer, zoals in het beeld van een huisvrouw die vanuit haar deurgat de jaarlijkse optocht van de socialistische partij gadeslaat. Waarom loopt zij niet mee in die stoet, waarin zij een rechtmatige plaats heeft? Waarom zijn die vlaggen versleten en spreken ze nog over de ‘SP’, terwijl die partij in 2011 al meer dan een decennium van naam veranderd was?

En zouden de nieuwe Aalstenaars daar ook zo wakker van liggen? Een veelkleurige stad is Aalst geworden, en Claus heeft aan één beeld genoeg om die evolutie te vatten: één foto van het station op een drukke dag toont blanke, zwarte, lichtbruine, behoofddoekte en hoofddoekloze Aalstenaars in één wirwar. Claus zoekt ook naar de religie in zijn stad. Beelden van krakend bejaarde nonnetjes in een stoffig klooster wisselen af met intieme beelden van een vader en zoon in de moskee, foto’s waarop kinderen in witte pijen worden voorbereid op hun vormsel, naast enkele Turkse mannen die op de slachtvloer van het offerfeest jolig poseren met de kop van een vers geslacht schaap.

Archeologie

Aalst is een stad van kleine werelden naast elkaar

Aalst is een stad van kleine werelden naast elkaar. Wanneer Filip Claus die stad even achter zich laat om de omliggende gemeenten te verkennen, lijkt het wel alsof hij meteen ook in een andere tijdzone belandt, of alleszins op plaatsen waar de wereld minder snel is voortgehold. Hier vangt de fotograaf beelden van uitgedunde processies achter het banier van ‘Landelijke Gilde Herdersem’ (had ooit een vereniging een meer agrarische naam?), van bejaarde vinkenzetters of van de laatste overlevende hoptelers uit de streek – ‘Het leven en de dood in den Ast,’ maar dan met zwarte werkkrachten in plaats van de trimards uit Streuvels’ roman. Allerheiligen tot zijn essentie herleid: met een emmer zeepsop in de ene en een pot chrysanten in de andere hand, naar het kerkhof pikkelen ter herdenking van de doden. Bijna zonder uitzondering zijn de protagonisten op (ver)gevorderde leeftijd. Claus’ werk komt zo in de fase die voorafgaat aan archeologie.

57_Leen_Claus2_380.jpg

Zo legt hij ook een historische boerenkermis vast. Het zijn de enige beelden die er eventjes in slagen een bucolische illusie in stand te houden: blozende blonde boerinnekes met korenschoven in de hand, platte petten, bolletjeszakdoeken. Tot je de foto van dichterbij bekijkt, en merkt dat de figurante ondanks haar authentieke kostuum vergeten is haar moderne polshorloge uit te trekken. Deze beelden vol mededogen van een landelijk leven op zijn laatste benen nemen een voorschot op de nostalgie – het verschil tussen: ‘zo zag dat eruit’ en ‘zo zag dat er toen nog uit’.

Staan schilderen

Terug in Aalst is er natuurlijk geen ontsnappen aan het Carnaval. Het is het Aalsterse feest bij uitstek, dat Claus vat in enkele rake, volgestouwde fresco’s. De camera vat in één beeld alle geledingen van het feest: de buitenissige kostuums, de zatlapperij, de vetzakkerij en de smeerlapperij, maar evenzeer de tristesse. Nogal wat feestvierders kijken net iets te melancholiek, zorgelijk of glazig in de lens om echt feestelijk te zijn. Alsof ze te midden van de opgeklopte herrie van een tot werelderfgoed uitgeroepen slemppartij vergeten zijn hoe je dat nu eigenlijk doet, je amuseren. Toch levert de registratie van die vierdaagse uitspatting niet eens de meest surreële beelden uit de reeks op. Dat zegt ook wel wat over Aalst.

57_Leen_Claus3_380.jpg

Filip Claus is nooit een man van het snapshot geweest. Voor de beelden uit Aalst lag hij desnoods dagenlang  op de loer, wachtend op de juiste lichtinval, de vereiste beweging of oogopslag. ‘Staan schilderen’ heet dat in veelbetekenend jargon. En ook wel: ‘wachten tot de poppetjes juist staan’. Veel van zijn beelden zijn subtiel aangezet met een toets flitslicht. Cruciaal blijft immers de leesbaarheid ervan. De ervaring van drie decennia als krantenfotograaf zorgt ervoor dat elke foto als vanzelfsprekend een verhaal vertelt. De sterkste beelden vertonen een duidelijke ‘wijzerzin’, waarbij de foto als een volgeschilderd canvas in elke hoek een deel van een verhaal prijsgeeft, dat zich niettemin in één oogopslag laat vatten, als een strook uit een stripverhaal.

Het zijn soms harde, soms humoristische beelden. Soms ligt de karikatuur op de loer, bijvoorbeeld bij beelden van een dikkig kind dat weinig flatteus een ijsje verorbert, of het tafereel van een stel uit hun joggingspakken en T-shirts barstende toeschouwers, die onder een wapperende (‘fiere’) Vlaamse Leeuw een wielerwedstrijd gadeslaan. Maar nergens in de tentoonstelling vind je het sarcasme waarmee bijvoorbeeld Martin Parr dergelijke taferelen zou vatten. Filip Claus kiest de ironie als wapen, de knipoog achter de camera. En misschien ziet hij zijn geboortestad ook te graag om het volk van carnavalsvierders ongenadig te ontmaskeren.

Sowieso zijn dit beelden uit de tijd vlak voordat Aalst bestuurlijk in de ban raakte van leeuwenvlagjes en oprukkende ‘verfransing’. Een titel als ‘Vlaanderen in Aalst’ klinkt sommigen er ongetwijfeld als muziek in de oren. Maar of ze daarmee hetzelfde bedoelen als Filip Claus, valt te betwijfelen. Daarvoor zijn de beelden te weerbarstig, te contradictorisch, te weinig gepolijst. Gelukkig maar.

 

Vlaanderen in Aalst’ van Filip Claus loopt nog tot 22 september in ‘t Gasthuys – Stedelijk Museum, Oude Vismarkt 13, Aalst (053/73.23.45, musea@aalst.be).’

Michiel Leen is freelance journalist en blogger.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!