Kansarme Marokkaanse vrouwen en duurzame vorming
Nieuws, Samenleving, Integratie, Kansarmoede, Marokkaanse gemeenschap, Marokkaanse vrouwen, Annelies Landuyt -

Kansarme Marokkaanse vrouwen en duurzame vorming

Een folder in de bus steken volstaat niet om kansarme Marokkaanse vrouwen warm te maken voor persoonlijkheidsvorming. Zij moeten individueel aangesproken worden, liefst via een vertrouwenspersoon, en ook de inhoud en methodiek van de vorming vereisen maatwerk. “Benader deze vrouwen met respect voor hun gewoonten. Dan volgen uitwisseling en integratie vanzelf”, zegt sociaal agoog Annelies Landuyt op basis van kwalitatief onderzoek.

woensdag 28 november 2012 17:33

Andere cultuur vergt andere aanpak

“Marokkaanse vrouwen leven meestal anders dan autochtone vrouwen, in een ‘wij’-cultuur. Als zij beslissingen nemen, komt de groep op de eerste plaats, het individu pas op de tweede. Een vormingsbegeleider moet in staat zijn dat te erkennen en deze vrouwen tegelijk leren hoe ze zichzelf kunnen zijn en blijven, maar steeds binnen die groep. Niemand leeft op zich, het komt er op aan je omgeving te integreren in je beslissingen. In de sector spreekt men van ‘autonomie in verbondenheid’ “, zegt Annelies Landuyt.

Zij behaalde vorig jaar aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) een master in de Agogische Wetenschappen met het eindwerk ‘De vrouw achter de sluier’, kwalitatief onderzoek naar de voorwaarden voor participatie van kansarme Marokkaanse vrouwen aan een vorming met een duurzaam effect. Landuyt interviewde acht kansarme Marokkaanse vrouwen die al aan zo’n vorming deelnamen en achttien praktijkwerkers (in buurtwerk, basiseducatie en persoonlijkheidsvorming) die met deze vrouwen werken.

Opdrachtgever was PRH (Personnalité et Relations Humaines) Vlaanderen, Persoonlijkheid en Relaties, een vormingsinstelling die zich richt op het groeiproces van (jong)volwassenen via persoonlijkheidscursussen en individuele begeleiding.

Groepsgevoel

Die kansarme Marokkaanse vrouwen zullen zich niet gemakkelijk zelf voor een vorming inschrijven door op internet te surfen of een folder te lezen. “Je moet ze benaderen via het buurtwerk of vertrouwenspersonen in hun gemeenschap. Ze nemen beslissingen minder individueel dan de meeste autochtone Belgen”, stelt Landuyt vast.

De onderzoekster richtte zich ook specifiek op kansarme vrouwen. Die zijn vaak erg wantrouwig omdat ze al vele teleurstellingen in relaties achter de rug hebben. Dat wantrouwen en de groepsdruk van de gemeenschap kunnen het moeilijk maken de kansarme Marokkaanse vrouwen tot een (individuele) vorming te overtuigen.

“Tegelijk is zo’n vorming zinvol om hen het nodige zelfvertrouwen te geven”, zegt Landuyt, “Het stelt hen in staat de maatschappelijke normen en de normen van hun gemeenschap in vraag te stellen. Ze durven er nieuwe contacten door aangaan.”

Landuyt raadt vormingswerkers aan de kansarme Marokkaanse vrouwen niet meteen individueel te benaderen, maar hun eigenheid als groepsdenkers te erkennen en de kracht van die groep te benutten. Ze geeft een voorbeeld: “Een vrouw uit de vorming had zich kwaad gemaakt omdat ze een boete had. Haar auto stond te lang op de zoenstrook voor de school waar ze haar kinderen ging ophalen.

De begeleidster kreeg de groep zo ver dat ze gezamenlijk een brief schreven aan de politie en een gesprek verkregen om de regels te versoepelen.” Landuyt looft die begeleidster: “Ze was in staat zich te verplaatsen in de leefwereld van haar cursist en haar eigen, individuelere manier van denken opzij te schuiven.” Landuyt merkt nog op dat de groepsidentiteit onder (kansarme) Marokkaanse vrouwen een troef is die autochtone kansarmen soms moeten ontberen. Die staan er vaker alleen voor.

Sterke schouders

Een vormingswerker die kansarme Marokkaanse vrouwen begeleidt, moet stevig in zijn schoenen staan. “Wanneer je met mensen werkt die getekend zijn door uitsluiting, krijg je vanzelfsprekend met veel argwaan en wantrouwen te kampen”, stelde Landuyt vast. “Het duurt soms lang eer een Marokkaanse vrouw ervaringen of verwachtingen durft uit te spreken die niet conform zijn aan de opvattingen van de groep. Vooral de partnerrelatie is een moeilijk thema.

Rolpatronen zijn in de Marokkaanse cultuur misschien nog sterker aanwezig, veel mannen hebben er ook moeite mee dat hun vrouw de vorming volgt. Als begeleider doe je er goed aan de echtgenoten te betrekken en hen te trachten te overtuigen dat die vorming niet bedreigend hoeft te zijn, wat meestal lukt. Je moet er bovendien rekening mee houden dat het voor veel vrouwen aanvankelijk moeilijk is om met andere mannen in de vorming te zitten.”

Deze kansarme Marokkaanse vrouwen voelen zich vaak minderwaardig. Landuyt raadt daarom aan dat de begeleider zich als gelijke opstelt. “Dat kan door eens te vertellen waarmee hij het moeilijk heeft in zijn eigen leven of door groepsbeslissingen samen te nemen”, stelt Landuyt. Ze wijst erop dat de begeleider er vooral moet staan wanneer een Marokkaanse vrouw er voor kiest stappen te zetten die niet conform zijn aan de groepsregels.

“Het gevaar voor isolement en eenzaamheid is dan groot”, zegt de onderzoekster. Hoe dan ook moeten kansarme Marokkaanse vrouwen veel drempels overwinnen vooraleer ze deelnemen aan duurzame vorming en vooraleer die vorming effect heeft. Daarom is er nood aan een langetermijnrelatie tussen cursist en begeleider, stelt Landuyt.

“Veel vormingswerkers die ik sprak voelen zich gefrustreerd door personeelswissels en fusies in het werkveld, waardoor ze mensen verliezen. Ze betreuren ook dat kortetermijnresultaten worden verwacht. Het aantal deelnemers aan een vorming wordt vaak belangrijker geacht dan het proces en het resultaat, zeggen zij. Dat demotiveert hen in sterke mate.”     

Integratie

Annelies Landuyt meent dat aan vorming van allochtonen te snel het woord ‘integratie’ wordt gekoppeld: “De overheid heeft graag dat in elke vorming allochtonen zitten, netjes vermengd met Belgen. Bij voorkeur zet men tal van nationaliteiten door elkaar, om het samenleven tussen culturen te bevorderen. Maar die kansarme Marokkaanse vrouwen zijn extra kwetsbaar en hebben dus vaak eerst een vertrouwde omgeving nodig.

Waarom het dan moeilijk maken? Waarom hen dan niet tijdelijk als groep apart benaderen? Wie zich persoonlijk kan ontwikkelen, zet daarna gemakkelijker stappen van integratie, die treedt automatisch naar buiten, blijkt uit de studie. Geef die persoon de vrijheid dit op eigen wijze en tempo te doen, onder dwang lukt het niet.”

Annelies Landuyt komt ook tot de conclusie dat integratie mislukt in een samenleving waar het streven naar gelijkheid en gelijkwaardigheid onder druk staat: “Als deze vrouwen ervaringen van uitsluiting blijven opdoen, dan geraken zij niet uit hun benarde situatie bevrijd. Dat stellen zowat alle maatschappelijk werkers waarmee ik sprak. Deze doelgroep moet een formele plaats krijgen, anders kunnen ze die simpelweg ook niet invullen.”

De studie is beschikbaar via: annelies_landuyt@hotmail.com

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!