Inzameling van wapens in het kader van ontwapeningsprogramma door VN-missie MONUSCO in Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu (foto: MONUSCO).
Nieuws, Afrika, Politiek, Congo, Grondstoffen, Didier Reynders, Mensenrechten, Noord-Kivu, Rwanda, Oeganda, Vluchtelingen, Kinshasa, Paul Kagame, Monuc, Joseph Kabila, Monusco, VN-sancties, Goma, Bukavu, Zuid-Kivu, VN-Veiligheidsraad, Oxfam, Diplomatieke relaties, Plunderingen, Analyse, M23-rebellen, Congolese leger (FARDC), Laurent Nkunda, Sultani Makenga, Gebied van de Grote Meren, CNDP-rebellen, Mouvement du 23 mars, Armée révolutionnaire du Congo (ARC), Kisangani -

Goma valt in handen van pro-Rwandese M23-rebellen

Sinds donderdag 15 november zijn door de hevige gevechten tussen het Congolese regeringsleger en de pro-Rwandese rebellengroep M23 in de provincie Noord-Kivu al tienduizenden burgers op de vlucht geslagen. In het weekend rukten de rebellen op tot in de buitenwijken van Goma, de belangrijkste stad in het grondstoffenrijke oosten van Congo. Dinsdag namen ze de stad zelf in. De VN-Veiligheidsraad veroordeelde zaterdag de heropflakkering van het geweld.

dinsdag 20 november 2012 19:50

Donderdag namen de rebellen van M23 – die zich sinds kort hebben omgedoopt tot Armée révolutionnaire du Congo (ARC) omdat ze in steeds meer rapporten in verband gebracht worden met wreedheden en plundering van grondstoffen – bij verrassing het stadje Kibumba in op 30 km ten noorden van de provinciehoofdstad Goma.

De volgende dagen trokken ze na hevige gevechten met het Congolese regeringsleger (FARDC), dat daarbij zaterdag ondersteuning kreeg van vier Zuid-Afrikaanse gevechtshelikopters van de VN-missie MONUSCO, steeds verder in zuidelijke richting, naar Goma.

Bewoners vluchtelingenkamp weer maar eens op de vlucht

In het weekend vonden gevechten plaats in diverse dorpen van het territoire Rutshuru. Daarbij werd ook het vluchtelingenkamp van Kanyaruchinya ingenomen. Daar verbleven 60.000 ‘interne verplaatste personen’ (IDP’s in het jargon), vluchtelingen van eerdere geweldsgolven in de regio. De meeste mensen sloegen weer maar eens op de vlucht naar Masisi, Zuid-Kivu of zelfs naar Rwanda.  

Voor het uitbreken van de recente geweldopstoot waren er al 260.000 mensen uit de provincie op de vlucht voor het geweld en de wreedheden tegen de burgerbevolking. 70.000 waren de grens met Rwanda en Oeganda overgestoken, tot Oeganda onlangs de grens sloot voor nog meer vluchtelingen.

De rebellen zouden Goma niet innemen, beloofde een woordvoerder tijdens het weekend, als er onderhandelingen kwamen met de regering-Kabila. Maar die weigert categoriek elk contact met de rebellengroep omdat ze alleen wil onderhandelen met de echte leiders van de agressie: hun ‘broodheren’ in Rwanda.

Regeringswoordvoerder Lambert Mende verklaarde tijdens het weekend “dat het initiatief voor de aanval op Goma uit Rwanda komt”. “Waarom zouden we het ultimatum van M23 moeten accepteren? M23 bestaat niet, het is Rwanda dat Congo aanvalt”.

Het diplomatieke schaduwboksen kreeg ook vanuit Kigali een vervolg. De Rwandese regering wees maandag met een beschuldigende vinger naar Congo dat “bewust beschietingen met zwaar geschut zou uitvoeren op de grensstad Gisenyi”. Kigali sprak van een provocatie met verstrekkende gevolgen.

Aanval rebellen scherp veroordeeld

Zaterdag waren de vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad in New York in spoedzitting bijeengekomen over de nieuwe crisis in het oosten van Congo. De aanval van de rebellen werd scherp veroordeeld, alsook “de externe krachten die de rebellen steunen”, zonder dat Rwanda met naam werd genoemd.

Maandag vroeg de Franse vertegenwoordiger bij de VN de lopende sancties tegen M23 nog te verstrengen. Vorige week werd een reisverbod van kracht tegen Sultani Makenga, de militaire leider van de rebellengroep. Ook de VS sloot zich aan bij de vraag naar strengere sancties.

Woensdag komt de VN-Veiligheidsraad opnieuw samen over Congo. Diverse VN-organen waarschuwden al dat de val van Goma een ‘humanitaire ramp’ kan betekenen. Hulporganisaties hadden hun personeel eerder al de raad gegeven naar veiliger oorden te vertrekken.

Dinsdag publiceerde Oxfam een uitgebreid rapport over het lijden van de burgerbevolking in het oosten van Congo. Zowel het regeringsleger als de rebellengroepen maken zich schuldig aan grootschalige mensenrechtenschendingen bij hun strooptochten naar grondstoffen, schrijft Oxfam.

“Leger teruggetrokken om bloedbad te vermijden”

Dinsdagmorgen namen de rebellen dan de controle over de luchthaven van Goma over, rond dinsdagmiddag viel de stad zelf in hun handen, zonder dat er veel gevochten werd. Volgens een verklaring van vicegouverneur Feller Lutaichirwa zou het regeringsleger “zich hebben teruggetrokken om een totaal bloedbad te vermijden in een stad die tussen hamer en aambeeld zit”. Dinsdagmorgen is president Joseph Kabila naar de Oegandese hoofdstad Kampala vertrokken voor overleg in het kader van de Gemeenschap van de Landen van de Grote Meren.

Al blijft de toestand ter plaatse uiterst chaotisch en kunnen niet alle berichten door onafhankelijke bronnen worden bevestigd, toch zou de toestand in de stad over het algemeen rustig zijn. De stad was dinsdag al zo goed als een spookstad geworden: zaterdag hadden de autoriteiten hun toevlucht gezocht in Bukavu, de hoofdstad van Zuid-Kivu.

Duizenden burgers sloegen in hun zog op de vlucht voor de nieuwste golf van geweld. Het is de eerste keer sinds het globale vredesakkoord in 2003 een einde maakte aan de Congolese oorlog (1998-2003) dat Goma opnieuw in handen is van pro-Rwandese rebellen.

In enkele Congolese steden zouden jongeren en studenten dinsdag op straat zijn gekomen om hun woede te uiten over de val van Goma. In Kinsangani staken ze het kantoor van regeringspartij PPRD in brand omdat ze vinden “dat het leger onvoldoende middelen en omkadering krijgt van de politici in Kinshasa om het nationale territorium te verdedigen tegen externe agressie”.

De kans bestaat dat de anti-Rwandese gevoelens weer hoog gaan opspelen de volgende dagen. De civiele maatschappij van Zuid-Kivu vroeg de regering-Kabila met aandrang alle diplomatieke contacten met Kigali en Kampala te verbreken.

‘Brassage’ werd mislukking door commerciële belangen krijgsheren

In 2008 bedreigden de CNDP-rebellen van toenmalig krijgsheer Laurent Nkunda de stad, maar konden haar niet innemen. In 2009 kwamen Rwanda en Congo tot een overeenkomst om elkaars rebellengroepen niet meer te steunen. Nkunda, die internationaal wordt aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden, werd zogezegd onder ‘huisarrest’ geplaatst in Kigali.

De overblijvende rebellengroepen in het oosten van Congo zouden integreren in het Congolese regeringsleger. De VN-blauwhelmenmissie MONUC werd omgevormd tot MONUSCO met als belangrijkste taak de bescherming van de zwaar geteisterde burgerbevolking. Volgens de rebellen is de VN-missie ‘partijdig’ omdat ze het regeringsleger bijstaat.

Een succes werd de ‘brassage‘ tussen ex-rebellen en regeringssoldaten echter allerminst. Vroegere krijgsheren bleven hun parallele machtsstructuren en vooral lucratieve commerciële belangen in de grondstoffenrijke grensregio met Rwanda en Oeganda verdedigen, maar nu in een FARDC-uniform.

In april 2012 trad een ‘nieuwe’ rebellengroep op de voorgrond onder de naam ‘Mouvement du 23 mars‘ (M23) die eigenlijk een voortzetting was van de ontbonden CNDP van Nkunda, met even actieve ondersteuning door Rwanda.

M23 kloeg aan dat de Kinshasa zich niet aan de ‘afspraken’ van het akkoord uit 2009 had gehouden. Niet alle ex-rebellen konden hun militaire graad behouden en sommigen werden naar andere delen van Congo overgeplaatst zodat ze hun commerciële ‘netwerken’ verloren.

Machtsvacuüm dat de afwezige staat achterlaat

Manschappen deserteerden uit het slecht betaalde en omkaderde regeringsleger en gingen zich aansluiten bij de rebellengroep, die er geen geheim van maakte vooral te azen op de illegale exploitatie van grondstoffen (onder meer coltan, goud en wolfram) en officieel de verdediging van de belangen van de Congolese Tutsi-bevolking op zich nam.

Naast de rebellie van de M23 zijn de laatste maanden nog tal van andere gewapende groepen actief in het Masisi, Walikale, Lubero, Ituri en het noorden van Zuid-Kivu die allen profiteren van het machtsvacuüm dat de afwezige staat achterlaat en die zich vaak profileren op etnische basis.

Met de recente gevechten en de val van Goma komt een bruusk einde aan een zeer wankel bestand dat sinds eind augustus van kracht was in de door oorlogsgeweld zwaar getroffen provincie Noord-Kivu. De regering van Joseph Kabila in Kinshasa weigert ieder direct contact met de rebellengroep omdat ze vindt dat alleen onderhandelingen met Rwanda zin hebben. Uit diverse rapporten en getuigenverslagen blijkt immers dat M23 volop steun, wapens en instructies krijgt van de hoogste machtsniveaus van Rwanda.

Kagame blijft elke betrokkenheid ontkennen

De Rwandese president Paul Kagame blijft evenwel elke betrokkenheid van zijn land bij het geweld in het grote buurland ontkennen, tegen alle bewijzen van het tegendeel in. Bovendien had hij tot voor kort de bijna onvoorwaardelijke steun van enkele belangrijke donorlanden waaronder de VS, Groot-Brittannië, Nederland en Zweden.

Enkele landen hebben na het uitlekken afgelopen zomer van een zeer compromitterend rapport van VN-experts hun ontwikkelingssamenwerking met Kigali opgeschort of ermee gedreigd dat te zullen doen “als de Rwandese regering haar invloed niet gebruikt om de rebellie in het oosten van Congo te stoppen”. Sluitende sancties tegen Rwanda werden op VN-niveau evenwel nog altijd niet genomen.

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) liet weten “aan Rwanda te vragen zijn invloed te gebruiken om bij te dragen tot een snel einde van dit conflict”. Hij wijst op “de mogelijke gevolgen van de instabiliteit op zijn grondgebied, zoals de Rwandese autoriteiten zelf hebben gezegd”.

“Dit nieuwe geweld toont weer aan dat een duurzame oplossing voor de crisis moet worden gevonden en dat een schijnbaar staakt-het-vuren niet genoeg is. Maar deze blijvende oplossing is alleen mogelijk met een grondige hervorming van de veiligheidssector in de DRC en met een regionale dialoog. Deze dialoog moet het mogelijk maken een oplossing te zoeken voor de oorzaken van de instabiliteit in Oost-Congo. Met respect voor de nationale soevereiniteit en via regionale samenwerking.”

Maar van effectieve sancties tegen Rwanda, toch de tweede belangrijkste ontvanger van Belgisch ontwikkelingsgeld, is voorlopig geen sprake. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!