Nieuws, Afrika, Milieu, Samenleving, Kenia -

Kenia laat inheemse bosbewoners niet delen in houtopbrengst

In Kenia wil het inheemse Ogiekvolk, dat drie jaar geleden uit het Mau-woud gezet is vanwege de houtkap, ook delen in de opbrengst, in plaats van lijdzaam toezien hoe anderen verdienen aan hun bos.

vrijdag 2 november 2012 20:57

De Ogiek, die leven als jager-verzamelaars, wonen nu in tentenkampen om het woud heen. Ze ontberen basisvoorzieningen zoals sanitair. “We hebben hier in afhankelijkheid van het Mau-woud geleefd sinds mensenheugenis”, zegt Joseph Towett, de nationale coördinator van de Welzijnsraad van de Ogiek. “We zijn alleen betrokken bij het planten van bomen voor natuurbescherming. We profiteren niet van het geld dat met dit bos wordt verdiend. Toch zien we de regering niets doen aan ontwikkelingsprojecten in de plaatsen waar de Ogiek nu leven.”

Honderd houtverwerkers, waaronder drie grote houtbedrijven, hebben samen het recht om in totaal 50.000 hectare exotische en inheemse bomen te kappen in dit grootste reservaat van Kenia. Ze leveren de regering maandelijks 8500 euro belastinggeld op, zegt Cosmas Ikiugu, hoofd van Natuurbeheer Mau-woud  “Dat is een goede opbrengst, maar veel minder dan sommige Ogiekleiders beweren.”

Uitgezet

Aan de randen van het bos, verspreid over drie plaatsen, leven 20.000 Ogiek. Ze zijn drie jaar geleden onder dwang uit het bos gezet nadat de regering de massale ontbossing besloot tegen te gaan. De regering beloofde hen alternatief land, maar de minister voor Land, James Orengo, heeft toegegeven dat er fouten in dit proces gemaakt zijn. De Ogiek moeten lange afstanden afleggen voor de dichtstbijzijnde medische post – vier tot zes uur lopen, aldus de Ogiek – en voor de dichtstbijzijnde school – een tot twee uur lopen.

Volgens Towett willen de Ogiek toestemming van het Keniaanse Bosbeheer (KFS) om een plantage van vier hectare met volgroeide cipressen te kappen. De bomen doorverkopen aan een bedrijf zou hen 270.000 euro opleveren. “Dat geld zal worden gebruikt voor wegen, scholen en gezondheidsposten. Het is niet genoeg, dat weten we, maar het zal voor de meest dringende projecten worden gebruikt. Om te voorkomen dat er nog meer zieke vrouwen en kinderen overlijden doordat er geen faciliteiten zijn”, zei hij.

Vereisten

Volgens David Mbugua, directeur van het KFS, moet iedereen die kapt, voldoen aan een aantal vereisten. Hij moet de juiste apparatuur bezitten voor het kappen en bewerken van het hout, en ook een goede boekhouding bijhouden voor de belasting. Daar voldoen de Ogiek niet aan, zegt Mbugua.

Dat neemt niet weg dat ze met het KFS zouden kunnen samenwerken om van de kap te profiteren. “Ze hebben een echt probleem, daar ben ik me bewust van, want ik heb er met hun leiders over gesproken. Ze voelen zich in de ontwikkeling buitengesloten. Ik vind dat ze recht hebben op een deel van de opbrengst. Maar hun toestaan zelf hout te kappen is niet de juiste weg. Als we dat doen, wat moeten we dan met andere gemeenschappen die in de buurt van het bos leven?” Volgens Mbugua moeten de Ogiek projectvoorstellen sturen naar de afdeling maatschappelijk verantwoord ondernemen van het KFS.

Volgens Towett is het KFS echter corrupt. Slechts een derde van de honderd houtverwerkers met een vergunning krijgt daadwerkelijk bomen toegewezen, en dat zijn de mensen die smeergeld betalen. Ze mogen om de beurt een maand kappen, maar sommige mensen komen vaker aan de beurt dan anderen. “De regering krijgt 600 miljoen shilling (4,6 miljoen euro), maar het meeste verdwijnt in individuele zakken.” Als dit niet gebeurde, zou er genoeg geld over zijn voor ontwikkelingsprojecten voor de Ogiek, denkt Towett.

De Ogiek hebben ook gevraagd om een gebied van 320 vierkante kilometer te mogen betrekken voor permanente bewoning.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!