De (mythe van de) rebelse stad Gent
Opinie, Nieuws, Politiek, België, Lokaal, Gent, Gent, Gemeenteraadsverkiezingen, Gemeenteraadsverkiezingen 2012 -

De (mythe van de) rebelse stad Gent

Dit is geen stemoproep. Nu dit is uitgeklaard, kunt u rustig verder lezen. Want het kan niet de bedoeling zijn bestaande mythes te verstoren. “Gent is een rebelse stad”, de laatste linkse burcht in Vlaanderen als het ware.

woensdag 3 oktober 2012 12:32

Gent is van een grauwe industriestad een dynamische cultuurstad geworden, waar actieve middenvelders de publieke ruimte innemen, jongeren zich verliezen in het lokale speelweefsel, waar toeristen en de meerwaardezoekers rondwaren, en studenten hun tweede thuis vinden.

Bij de Guardian Travel Awards, bekend als de Oscars van de toerisme-industrie, werd Gent zelfs tot “the hipster capital” benoemd. Terwijl Antwerpen ongetwijfeld een Vlaams-nationalistische kapitein aan het roer krijgt, is er een grote kans dat het kartel SP.A-Groen (eventueel met een derde partner) deze linkse burcht zal beheren. Daarmee zal Gent ook na de gemeenteraadsverkiezingen enkel zijn eigen progressieve mythe versterken.

Vragen bij de progressieve mythe

Toch kunnen we het niet nalaten enkele vragen te stellen bij die progressieve mythe. En kritisch debat behoort tot het Gentse rebelse stadsproject. We hebben drie bezorgdheden die met elkaar verbonden zijn: het kartelprogramma van SP.A-Groen en de derde partner, de autonomie van het Gentse middenveld en de noodzaak aan een linkse oppositie.

De twee progressieve partners van het kartel vinden elkaar uiteraard op veel vlakken en zo lijkt het kartel ‘natuurlijk’. Dit is niet zo vanzelfsprekend. Onder het perfecte wateroppervlak gesymboliseerd door het kartelprogramma is er wel wat deining. Er is namelijk een verrechtsing in de SP.A ontstaan, waardoor het ‘flinkse’ discours van de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens – en huidig federaal minister van Werk Monica De Coninck – ook in de Gentse SP.A aanwezig zijn.

We verwijzen naar de standpunten over migratie en dakloosheid (bijvoorbeeld de Roma in Gentse kraakpanden, het toenemend aantal mensen op straat of op de ‘Blaarmeersencamping’, de weigering om mensen-zonder-papieren toe te laten tot Nederlandse taallessen). Maar ook de activering, waar een sterk ‘paars beleid’ werd gevoerd en collectieve emancipatorische projecten werden afgevoerd en stadsontwikkelingsprojecten (gestut door de ideologie van ‘sociale mix’ en de gestage gentrificatie van de volkswijken) die je bezwaarlijk zomaar ‘links’ kan noemen.

Om maar te zwijgen van het flinkse discours omtrent de GAS-boetes die jongeren en armere groepen het hardst treft. Het woonbeleid: geen enkele bijkomende sociale woning, het grote tekort aan noodwoningen of het antikraakbeleid). Participatie (herinnert u zich nog de omgang met de buurtgroep ‘Buitensporig’ of andere niet-door-de-stad-geregisseerde actiegroepen?) (1), het gevoerde mobiliteitsbeleid op een dubbel spoor van meer auto’s en parkeerplaatsen én fietsruimte.

Maar toegegeven, wat op papier staat van het kartel SP.A-Groen oogt werkelijk indrukwekkend. Dat doet menig progressieve Gentenaar zien dat de SP.A in dit kartel naar links is opgeschoven op alle bovenstaande thema’s.

Een derde partner zal nodig zijn

Echter, iedereen weet dat een derde partner zal nodig zijn. Interne peilingen geven het kartel SP.A-Groen een uitslag van 45 procent, dus onvoldoende om Gent als meerderheid te besturen. Als derde partner komt dan de Open VLD hoogstwaarschijnlijk in beeld. Een voorakkoord tussen SP.A-(Groen) en Open VLD is niet uitgesloten, al was het maar om de vertrouwensbreuk te herstellen die de oprichting van het kartel bij de Open VLD heeft teweeg gebracht.

SP.A zal best wel wat toegevingen moeten doen aan Open VLD. Ziet u de Open VLD ooit een stedelijk energiebedrijf, een stap-voor-stap beleid voor grote vastgoedprojecten of een buurtontwikkelingsfonds goedkeuren?

Maar wat het kartel kan verwezenlijken, zal natuurlijk ook afhangen van de sterkte van de N-VA-oppositie in de gemeenteraad. Als de N-VA sterk staat, betekent dit een versterking van de rechterflank van het kartel. Het bestuur zal dan geneigd zijn om de meest linkse of progressieve voorstellen af te zwakken en/of af te voeren precies om N-VA geen extra munitie te geven.

Anders gezegd, bij gebrek aan linkse oppositie, zal het tegenwerk tegen het bestuur enkel van rechts komen met alle gevolgen vandien. Kortom, het kartelprogramma valt niet samen met het toekomstige beleidsakkoord en al helemaal niet met de beleidsuitvoering.

Waar is het middenveld?

Belangrijker is de vraag wat Gent nu precies het etiket geeft van linkse burcht en rebelse stad? Een progressief bestuur, zelfs onder ‘paars’, was zeker een van de locomotieven om de grauwe industriestad terug op de sporen te zetten. Maar meer dan het citymarketingdiscours en de stedelijke zelfpromotie was een linkse oppositie onontbeerlijk in dat progressieve project.

Daarmee bedoelen we zowel de oppositie buiten als in de gemeenteraad. Meer zelfs, er waren veel momenten dat Groen (voordien als Agalev) een groot deel van het middenveld links voorbij stak. Dat middenveld verloor veel van zijn historische autonomie en beruchte ‘rebellie’ (bij gebrek aan een betere term) gedurende de jaren negentig wanneer veel van de middelen (VFIA, VFIK, SIF, …) naar een bredere linkse oppositie gingen ter bestrijding van het Vlaams Blok. (2)

En deze afhankelijkheid werd alleen maar versterkt de laatste tien jaar door striktere convenanten vanuit het bestuur waarbij het middenveld in het keurslijf van uitvoerder werd geduwd. Dat was ongetwijfeld met het doel een ‘progressief beleid’ op de sporen te zetten.

Echter, zonder veel linkse oppositie heeft dat het middenveld ook niet alleen financieel, maar ook mentaal afhankelijk gemaakt zowel door de partijpolitieke disciplinering als door de zelfdisciplinering. Het idee dat het goed is voor de democratie dat een bestuur zijn eigen (soms kritische) oppositie subsidieert, werd gestaag vervangen door het idee dat het middenveld een loyale gepacificeerde partner is in verantwoordelijke beleidsvoering.

In Gent heeft Groen mede het middenveld scherp gehouden, op momenten dat haar zelfkritische, autonome en strijdvaardige positie door die afhankelijkheid was aangetast. Met dit kartel, en zonder linkse oppositie, dreigt het Gentse middenveld verder in die afhankelijke rol weg te zakken.

Dat werd ook duidelijk tijdens de Gentse Feesten-debatten georganiseerd door Democratie 2000 en TiensTiens, waar een amalgaam van critici en wetenschappers vragen hadden bij de mythe van het actieve linkse middenveld in Gent. De bakens worden ongetwijfeld wijd open gezet vanuit het progressieve bestuur, maar weinigen durven echt in conflict te gaan (ideologisch en door hun handelen).

Noodzaak van een progressieve oppositie

De bezetting van het stadhuis op vrijdag 28 september door enkele middenveldorganisaties naar aanleiding van het toenemend aantal daklozen en de erbarmelijke woontoestand is veeleer regel dan uitzondering. Er lijkt een soort rode lijn te bestaan. Groen brak die bakens soms open.

We kunnen alleen maar hopen dat de progressieve Gentenaar naast het belang van een progressief bestuur, ook de noodzaak van een progressieve oppositie erkent. Meer zelfs, zo’n linkse oppositie zou – wanneer zowel kartel als oppositie het goed spelen – eigenlijk een versterking van het kartel moeten zijn.

In die zin dat met een linkse oppositie het kartel het wel eens makkelijker zou kunnen hebben om een deel van zijn programma door te voeren. Een oppositiestem is dus ongetwijfeld nuttig. Alleen de Partij Van De Arbeid (PVDA) is ‘groot’ genoeg om een zetel te halen. Toch zal de sprong van een goeie 1.500 stemmen in 2006 naar 5.000 hard labeur vragen.

We hebben nood aan mythes om ergens in te geloven. Ze belichamen de dromen van een betere toekomst en richten het politieke handelen. Maar willen we dat de mythe van het progressieve Gent de rol speelt van emancipatiemachine, dan is er nood aan ruimte voor ‘dissensus’ en ideologische onenigheid.

Dat wil niet zeggen dat er geen samenwerking of steun mogelijk is voor het kartel SP.A-Groen, maar wel dat erkend wordt dat de rijke ideologische oppositie en de sociale strijd belangrijke factoren zijn in de verwezenlijking van een progressief Gent. 

Pascal Debruyne, Dominique Willaert, Ludo De Brabander, Karim Zahidi en Lut Vael

(1) Dit gaat over de manier waarop het paarse stadsbestuur omgaat met participatie en autonomie van burgergroeperingen en het middenveld. Buitensporig was een buurtcomité dat onder leiding van een Gentse professor vragen stelde bij de aankomende stationsontwikkeling en de participatie van de buurt. Ze werden meteen in vraag gesteld als “NIMBY” (not in my backyard”), disloyaal en tégen het bestuur in gestuurd door Groen! (partij die toen oppositie was). Dit soort voorbeelden van niet-geregisseerde buurtgroepen en actiecomités kwam wel meer voor.

(2) Vanaf 1988 en vooral 1991 “zwarte zondag” toen het Vlaam Blok doorbrak, zag je een arsenaal aan armoedebestrijdingsfondsen die erop gericht waren terug aan lokale ontwikkeling en buurtopwaardering te doen, naast “integratie” van minderheidsgroepen. Die middelen werden beheerd door de overheid en uitbesteed aan het middenveld om de wijken terug te heroveren op het Vlaams Blok. Dat zorgde voor een brede progressieve coalitie over overheid en middenveld heen, maar het zorgde tegelijkertijd ook voor de politieke sturing van dat middenveld waardoor ze haar autonomie zag inperken.

Pascal Debruyne (UGent)
Dominique Willaert (Victoria Deluxe)
Ludo De Brabander (Vrede vzw)
Karim Zahidi (UA)
Lut Vael (coördinator Samenlevingsopbouw Gent)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!