Mijnwerkers van de Lonmin-platinamijn in Marikana vieren op woensdag 19 september het einde van de staking: hun looneisen zijn ingewilligd (foto: Marikana Solidarity Committee).
Nieuws, Afrika, Economie, Politiek, Vakbonden, Staking, Zuid-Afrika, ANC, Apartheid, Jacob Zuma, Politierepressie, Mijnbedrijven, Analyse, Association of Mining and Construction Union (AMCU), COSATU, Mijnsector, Lonmin-platinamijn, Marikana, National Union of Mineworkers (NUM), Bench Marks Foundation, Chamber of Mines, Ronnie Kasrils, South African Communist Party (SACP), Corporate Social Responsibility (CSR), Jeremy Cronin -

Na Marikana moet Zuid-Afrika kiezen of delen

Eindelijk goed nieuws van de platinamijn in Marikana: de stakende mijnwerkers hebben een loonsverhoging van 22 procent afgedwongen van de mijneigenaar, de firma Lonmin. Marikana in Zuid-Afrika kwam in augustus op een dramatische manier in het wereldnieuws. Bij een treffen tussen stakers en politie werden 34 mensen doodgeschoten. Zuid-Afrika is niet van de schok bekomen. Het bloedbad van Marikana brengt het land op een keerpunt. Het wordt kiezen of delen.

donderdag 20 september 2012 19:25

Lonmin ziet zich verplicht de lonen van verscheidene categorieën mijnwerkers met 11 tot 22 procent te verhogen. De transnational (genoteerd op de beurs van Londen) geeft ook een eenmalige premie van 2.000 rand (ongeveer 185 euro) aan de arbeiders die donderdag 20 september het werk hervatten. Zo komt er vermoedelijk een eind aan een staking die zes weken heeft geduurd.

De staking brak uit op 10 augustus. Zo’n 3.000 arbeiders legden het werk neer en eisten een forse loonsopslag. Lonmin gaf geen kik. De spanning steeg snel. De volgende dagen werden aan de mijn tien mensen gedood. De mainstream media meenden vliegensvlug te weten wat er aan de hand was. De doden waren het slachtoffer van “een bende-oorlog tussen rivaliserende vakbonden”.

Toen honderden stakers met een sit-in begonnen op de Wonderkop, een kale heuvel bij de mijn, verspreidde zich het gerucht dat ze “met hun primitieve wapens” een uitval voorbereidden. Er werd een grote politiemacht ter plaatse gestuurd. Ze werd bijgestaan door zwaar rollend materieel en helikopters.

Op 16 augustus volgde een heftige botsing. Nadien werden 34 doden geteld. Journalisten onthulden dat stakers door de politie waren opgejaagd en koelbloedig afgemaakt. Alles bij elkaar lieten 46 mensen het leven tijdens het sociaal conflict bij Lonmin.

Staking moest gebroken

Het bloedbad joeg een schok van verontwaardiging door de wereld. Maar de ANC-regering in Pretoria reageerde onderkoeld. Zo onderkoeld dat zelfs de vroegere ANC-minister Ronnie Kasrils er een bittere column over schreef. Mogen er soms geen verantwoordelijken worden aangewezen, vroeg Kasrils een week na de clash.

Hij citeerde de nieuwe politiechef, die gezegd had: “This is not the time to point fingers”. Volgens Kasrils herhaalde ook president Jacob Zuma die verzuchting woord voor woord: “We must not point fingers”.

President Zuma belastte een driekoppig team met een gerechtelijk onderzoek. Dat was op 24 augustus. Intussen zaten er 270 gearresteerde stakers in de cel. Er kwamen klachten naar buiten, ze zouden in de gevangenis mishandeld zijn. Eind augustus volgde een nieuwe, bizarre wending: de 270 arrestanten werden officieel beschuldigd van moord.

Ronnie Kasrils had gewaarschuwd dat “de slachtoffers de schuld gaan krijgen, zoals onder de apartheid”. Zijn waarschuwing had niet letterlijker kunnen uitkomen.

In Zuid-Afrika is een alliantie onder leiding van het African National Congress (ANC) aan het bewind. De alliantie bestaat uit het ANC, de vakbondskoepel Congress of South African Trade Unions (COSATU) en de South African Communist Party (SACP). De regering en met haar geallieerde organisaties hebben in Marikana op een onvergeeflijke manier geblunderd. Ze staken hun hoofd in het zand. Ze spaarden elkaar. Ze wachtten af, voor meer duidelijkheid.

Een kordate veroordeling van het bloedbad kwam er niet. Maar: kon het conflict bij Lonmin niet met doorgedreven onderhandelingen worden opgelost, hoe lang die ook mochten duren? Kennelijk woog het belang van Lonmin zwaarder dan dat van de mijnwerkers.

Lonmin wilde absoluut dat er een einde werd gemaakt aan de staking. Daarom werd de politie ter plaatse gestuurd. Maar wie gaf het bevel tot zo’n machtsvertoon? Daar moest heibel van komen. Wie beval het vuur te openen en vluchtende stakers te achtervolgen? Of er koppen zullen rollen, of er openlijke en eerlijke antwoorden komen, dat is maar de vraag.

Gelukkig lopen er onafhankelijke onderzoeken. De afdeling ‘Social Change‘ van professor Peter Alexander aan de Universiteit van Johannesburg hield kort na het bloedbad een hearing waar getuigen werden ondervraagd. Op mijn vraag of er al conclusies waren gepubliceerd, antwoordde prof. Alexander op 1 september dat het daarvoor nog veel te vroeg was. ‘Social Change’ doet sinds lang research onder de mijnwerkers van de platinamijnen. Dat zij de zaak van dichtbij volgen, is een garantie voor openheid.

Complex kluwen

Ook de National Union of Mineworkers (NUM), de grootste mijnwerkersvakbond in Zuid-Afrika en aangesloten bij COSATU, heeft geblunderd. Toen tijdens de dagen voor de schietpartij een NUM-vertegenwoordiger naar Marikana trok, sprak hij de stakers toe … vanuit een pantserwagen van de politie.

Dat illustreert de moeilijke positie van de NUM aan deze mijn. Deze vakbond is sinds decennia stevig ingeplant in de oudste Zuid-Afrikaanse mijnsectoren, die van het goud, de diamant, de steenkool en het ijzer. Maar platina is relatief nieuw in Zuid-Afrika. De sector begon pas in de jaren negentig op te komen.

In de platinamijnen werken nu 180.000 mensen, meer dan in de goudmijnen (150.000) of de steenkoolmijnen (74.000) – althans volgens cijfers van de Chamber of Mines, zeg maar de mijnbazen zelf. Maar de NUM heeft in de platinamijnen geen hechte organisatie kunnen uitbouwen. Toch had de NUM zich na het bloedbad resoluut achter de stakers van Marikana moeten scharen. Dat de vakbond dat niet heeft gedaan, is schandalig.

Of course“, schreef Ronnie Kasrils, “much lies behind the catastrophe”. De samenleving àchter Marikana hangt complex aan elkaar. Of juist niet aan elkaar. Dat blijkt ook uit het werk van de Bench Marks Foundation (BMF), nog een NGO die al langer de toestanden in de platinamijnen opvolgt.

Net toen de etterbuil (want dat is het) in Marikana openbarste, had BMF een nieuw rapport klaar: Policy Gap 6 (1). Daarin werden ook de mijnbazen van Lonmin op de rooster gelegd. Lonmin, zo schreef Bench Marks, heeft een onaanvaardbaar hoog aantal dodelijke ongevallen. Een belangrijke verklaring is dat Lonmin veel tijdelijke arbeiders inhuurt die het zware en gevaarlijke werk niet gewoon zijn.

Over Marikana schreef Bench Marks: “De wooncondities zijn er stuitend. Lekkende riolering, smerige troep die rechstreeks in een rivier wordt geloosd, wijken van de door Lonmin gebouwde township die weken zonder stroom zitten: ‘het wordt al vijf jaar aangeklaagd maar er gebeurt niets’. Waarom niet? Onder andere vanwege de politieke vervuiling: de mijnfirma’s inviteren vooraanstaande politici om in hun bestuur te zetelen, waar ze de belangen van de aandeelhouders boven die van de mijnwerkersgemeenschappen stellen. Nogal wat bij de regerende ANC aanleunende politici laten zich er vlot toe verleiden onder het motto van ‘black economic empowerment‘.”

De (in het Westen) veelgeprezen Corporate Social Responsibility (CSR) – het goede gedrag en de goede werken – van de mijnmaatschappijen, voegt Bench Marks eraan toe, is niet meer dan schone schijn. Want de firma’s zijn door één ding geobsedeerd, de kosten drukken. Dat geldt voor Lonmin, dat geldt evenzeer voor Impala of Aquarius of de grootste aller platinaproducenten Anglo-American Platinum (AmPlats) (2).

Meer ellende dan tijdens de apartheid

Onthutsend, deze realiteiten van de Regenboognatie. Achttien jaar nadat in Zuid-Afrika de apartheid is afgeschaft, gaan hele bevolkingsgroepen erop achteruit, in plaats van andersom. Het nieuwe democratische regime heeft daadwerkelijk wantoestanden van de apartheid verbannen.

Zo bij voorbeeld de compounds en de hostels waar binnenlandse migranten moesten samenhokken. Maar er kwam geen beter logies in de plaats. De Bantoestans, waar de blanke minderheid haar arbeidsreserves achter de hand hield, zijn opengegooid, maar er is geen landhervorming doorgevoerd en de bewoners zijn er verarmd. Door die en andere factoren nam in hele stukken van Zuid-Afrika de onderontwikkeling toe.

Dat heeft zijn effect op de platinamijnen. In die sector blijken veel arbeiders afkomstig uit de ‘achterlijke’ gebieden. Heel dikwijls zijn ze ongeschoold. Altijd zijn ze spotgoedkoop, toch voor de mijnbazen die hen hongerlonen betalen. Deze arbeidersgroepen zijn in krottenwijken rond de mijnen gaan wonen, waar gewelddadige bendes het leven beheersen.

“Het oog van de storm ligt op dit moment niet per toeval in een vroegere Bantoestan”, heeft Jeremy Cronin van de Zuid-Afrikaanse communistische partij (SACP) opgemerkt. “Er heerste daar een intense onderdrukking”, aldus Cronin, waardoor de vakbonden er een late start hebben gekend (3).

De patroons hebben daarvan geprofiteerd. Anders dan in de steenkool- of goudmijnen stond er geen sterke vakbondsbeweging tegenover hen. Daardoor bestaan er geen sectorakkoorden in de platinasector. Elke mijnbaas onderhandelt apart met het personeel in zijn bedrijf. Of hij doorkruist de afspraken en doet waarin hij zin heeft.

Dat is het voorbije jaar zowel bij Impala als bij Lonmin gebeurd. De firma Impala, waar er begin 2012 ook een harde en bloedige staking was, paste de lonen aan voor bepaalde categorieën, maar niet voor andere.

De firma Lonmin bevoordeligde eerder enkel de ‘rock-drill operators‘ (of RDO’s), de handlangers aan het ondergrondse steenfront, die buiten het kader van de onderhandelingen vielen. “Zo hollen de mijnpatroons de bestaande structuren voor onderhandelingen uit”, aldus de vakbondskoepel COSATU, volgens wie het Zuid-Afrikaanse mijnkapitaal die trend naar heel het land wil doen overslaan.

Nog een merkwaardig fenomeen: in Marikana dook een splintervakbond op, de AMCU, die zich als een regelrechte concurrent voor de NUM manifesteerde. Maar de AMCU zou jaren geleden met geld van bepaalde mijnbazen in het leven zijn geroepen. Precies om “die omhooggevallen salonvakbondsmensen van de NUM” uit de platinamijnen te houden.

Smerige business

De journalist Greg Marinovich was één van de eersten die stelden dat de politie op 16 augustus mijnwerkers van Marikana had geëxecuteerd. Hij vat de affaire-Marikana zo samen: “it is a much more messy and complex business than a simple turf war“. Ook de conjunctuur op de platinamarkt speelt mee. Platina is een technologie-materiaal dat onze planeet helpt vergroenen. Het goedje wordt onder andere verwerkt in katalysatoren voor auto’s waarmee schadelijke stoffen uit de uitlaatgassen worden verwijderd.

De platinamijnen waren jarenlang een booming business. Maar dat is omgeslagen, door twee factoren. Toen alles nog goed ging, hebben investeerders zich op een totaal ongeplande manier op dit nieuwe Eldorado gegooid. Er zijn te veel nieuwe mijnprojecten gestart waardoor de sector nu met een overcapaciteit zit opgescheept. Bovendien loopt de verkoop van platina terug door de economische crisis in Europa en de VS.

Het gevolg is dat de prijs van platina op de wereldmarkt daalt. Voor de investeerders is de tijd van de grote winsten voorbij. Om voor de investeerders toch een winstmarge te behouden, snijden de mijnbedrijven in hun kapitaalsuitgaven en kosten.

Eind juli heeft Lonmin de uitgaven voor zijn mijnen tot en met 2014 teruggeschroefd. De firma zal nog net genoeg geld in de mijnen steken om ze op het huidige productiepeil te houden. Anglo-American Platinum en Aquarius hadden eerder al hetzelfde gedaan.

Terloops, in zijn bericht over de besparing bij Lonmin wijt het persbureau Reuters de krimpende winstmarges ook aan “de steeds militantere vakbonden” (4). Het helpt dus de mijnbazen wanneer ze de vakbonden kunnen weren en verdelen. Om hun uitbatingskosten te drukken, danken ze ook mijnwerkers af en nemen ze de goedkoopst mogelijke arbeiders tijdelijk onder contract. AmPlats bij voorbeeld zette in juli 700 mijnwerkers op straat.

Nu de tanden laten zien

Omdat de stakers in Marikana nu hun slag thuishalen, start het Zuid-Afrikaanse mijnkapitaal een breed offensief. Onder andere via de media. Woensdag 19 september vulde de zakenkrant Financial Times gewillig een halve pagina met het gejammer van de transnationals en hun lobby in Zuid-Afrika, de Chamber of Mines. Ze zijn bang dat ook de mijnwerkers van andere mijnen scherpe looneisen zullen stellen, terwijl ze het vanwege de economische crisis al zo moeilijk hebben.

“Maar je kunt de industrie niet met extra-kosten blijven opzadelen”, zegt Nick Holland, de grote baas van Gold Fields dat vierde staat in de rangschikking van de platinaproducenten. Roger Baxter van de Chamber of Mines springt hem bij: “het wordt keihard; er gaan mijnen sluiten, er komen afdankingen en al degenen die opslag vragen, moeten beseffen dat de industrie onder extreme druk staat.” (5)

Deze milieus waarschuwen ook dat Zuid-Afrika’s reputatie een deuk krijgt. De investeerders, zo luidde het begin deze week, zijn hun beleggingen in aandelen van Zuid-Afrikaanse mijnbedrijven aan het terugtrekken.

Primo, dit is bluf. Zuid-Afrika zit letterlijk op meer dan 80 procent van de wereldreserves van platina. Daarenboven brengt het land meer dan de helft van al het platina voort. In theorie hangt de wereld van Zuid-Afrika af en zullen de transnationale mijnbedrijven zich er niet uit de platinasector terugtrekken.

In theorie staat Zuid-Afrika dus sterk. Maar de theorie verschilt van de realiteit. In de realiteit zijn de mijnen het bezit van de transnationals en die stemmen de productie af op de buitenlandse markten.

Om dat om te keren, om te maken dat het platina dient voor de ontwikkeling van Zuid-Afrika, zullen de samenleving en de regering van Zuid-Afrika hun tanden moeten laten zien. Ze weten in welke richting ze kunnen ageren, de blauwdrukken bestaan. Omdat sommige politici maar bleven roepen dat de mijnen genationaliseerd moesten worden, bestelde het ANC namelijk een studie over die kwestie. De studie – ‘State Intervention in the Mining Sector‘, of kortweg SIMS – was begin 2012 klaar. Ze is gepubliceerd naar aanleiding van een politiek congres van het ANC in juni.

Over platina staat daar het volgende: “Er zijn geen materialen die platina kunnen vervangen. Vraag en aanbod kunnen niet gemakkelijk op elkaar worden afgestemd. Als producent staan we dus sterk om met de internationale gebruikers van platina en aanverwanten te bespreken hoeveel we leveren en hoeveel we in eigen land zullen verwerken. De minister van Financiën moet de regels zodanig verstrengen dat platina niet meer zonder toestemming van de schatkist kan worden verkocht, een regel die nu enkel voor goud geldt. Zo kan de staat net als goud ook platina verkopen”.

Lokale verwerking, beneficiation zeggen ze in Zuid-Afrika, moet de overhand krijgen boven export. Het is één set van maatregelen om uit de cyclus van onderontwikkeling te geraken, en te breken met de semi-koloniale uitbating in de mijnsector.

Het wordt kiezen of delen. Sommige waarnemers menen dat het zo’n vaart niet zal lopen. Er komt een ANC-congres aan in december waar alles weer in de oude plooi zou worden gegoten. Maar volgens Ronnie Kasrils is dat nà Marikana niet meer mogelijk.

Marikana is undoubtedly a turning point in our history”, aldus Kasrils, en, zo gaat hij voort (ik kluts hier twee zinnen samen) “als we nu niet vastberaden handelen (…) zijn we allen even schuldig dat deze extreme uitbuiting van onze werkende mensen bijft voortbestaan, in het negentiende jaar van onze vrijheid”.

Noten:

(1) Communities in the Platinum Minefields. A Review of Platinum Mining in the Bojanala District of the North West Province: A Participatory Action Research (PAR) Approach. Bench Marks Foundation, augustus 2012. 
http://www.bench-marks.org.za/research/rustenburg_review_policy_gap_final_aug_2012.pdf

(2) Zie ook mijn reportage in 2010 gemaakt bij Anglo-American Platinum: https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/02/10/platinum-rush-zuid-afrika-verjaagt-boeren-van-hun-land

(3) Jeremy Cronin, Demagogues circling like vultures over the Marikana tragedy, 13 september 2012.

(4) Platinum miner Lonmin cuts spending plans, Reuters (via Mineweb), 26 juli 2012

(5) Andrew England, Strikes step up pressure on mining groups, Financial Times, 19 september 2012

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!