Money glasses (H. Paul Moon)
Interview, Nieuws, Wereld, Politiek, Cultuur, Documentaire, Occupy Wall Street, OWS, #occupy -

Occupy in beeld (II): de ’99 Percent Film’

Bijna een jaar geleden stond het collectieve filmproject '99 Percent Film' in de startblokken. Het wilde een weerspiegeling zijn van de Occupy-beweging. Na een vaak hectische aanloop- en draaiperiode is de film nu in de eindfase van productie. De vier regisseurs blikken terug.

dinsdag 18 september 2012 17:05

Op 1 oktober 2011 filmden documentairemakers Audrey Ewell en Aaron Aites de confrontatie tussen Occupy Wall Street-demonstranten en de New Yorkse politie op de Brooklyn Bridge. Zo’n zevenhonderd demonstranten werden toen gearresteerd.

Politiebeelden moesten later aantonen dat agenten hen hadden aangemaand de brug vrij te maken. Filmpjes van manifestanten wilden dan weer laten zien hoe agenten hen eerst begeleidden en vervolgens arresteerden. Zit de waarheid in het beeld?

Achteraf bleek dit een van de momenten die de Occupy-beweging onder een bredere media-aandacht bracht. Zo ver was het nog niet toen Ewell besloot een oproep te lanceren aan collega-filmmakers om een documentaire te maken over Occupy. De reacties bleven niet uit.

99 Percent: The Occupy Wall Street Collaborative Film wilde de overlegstructuur van de dagelijkse general assembly in Zuccotti Park volgen. Al snel was het een komen en gaan van medewerkers en ideeën. Hun inbox puilde uit, dag na dag. “De bedoeling was om een dialoog op te starten, maar het werd een totale mislukking”, vertelde Ewell later.

Hoewel de initiële aanpak niet bleek te werken, ging het project toch door. Ewell en Aites namen de touwtjes iets strakker in handen. Een meer gecoördineerde organisatie moest garanderen dat de film ook gerealiseerd kon worden. Uiteindelijk kreeg de film vier regisseurs – Aites, Ewell, Nina Krstic en Lucian Read – en tien coregisseurs. Het viertal blikt terug op de pijnpunten en zegeningen van hun collectieve project.

Hoe belangrijk waren de beelden die tijdens Occupy-acties werden gefilmd en online gedistribueerd?

Nina Krstic: “Die beelden vormden een alternatief verhaal voor wat traditionele, conservatieve media brachten. Ze zijn ook een belangrijk marketing- en brandinginstrument. Omdat ze een goed zichtbaar tegenverhaal had, kon de Occupy-beweging haar eigen toegankelijke beeld creëren. Voor het eerst hoefde ze niet te rekenen op de mainstream media, die over het algemeen geen sympathie voor haar koesteren, om de boodschap te verspreiden en haar verhaal te vertellen.”

“Live stream in het bijzonder werd een geweldig hulpmiddel om mensen te bereiken die anders nooit zouden zijn bereikt. De ‘instant media’ van Occupy hielpen niet alleen de beweging vooruit. Ze luidden ook een nieuwe golf van niet-traditionele journalistiek in die uiteindelijk de grenzen zou veranderen waarbinnen mainstream media werken.”

Als je een film maakt, moet je meestal een evenwicht vinden tussen een persoonlijke visie en het collectieve werk van vele medewerkers. Hoe ziet je dat in dit project?

Audrey Ewell: “In een normale film kies je de medewerkers. Een of twee personen maken allerlei overwegingen om te bepalen welke mensen hun visie het beste kunnen realiseren. Ze kijken daarbij naar zaken als vaardigheden, een gedeelde esthetiek en eerdere projecten samen.”

“Wat je omschrijft als een evenwicht, zie ik meer als een nauwelijks gecontroleerde dictatuur, waarbij een of meer ongelooflijk sterke leiders nodig zijn om te voorkomen dat de hele zaak instort. Dat systeem werkt wanneer iedereen, die bij de film betrokken is, gelooft in elkaars werk en er respect voor heeft. De ‘dictator’ kan wel de visie en het doel bepalen, hij of zij moet dan vertrouwen op de medewerkers die gekozen zijn om de plannen uit te voeren.”

“Deze film is gewoon niets van dat alles. Deze film vroeg om vertrouwen, waar niemand van kon uitgaan, rond een gedeelde visie.”

Wat is het moeilijkste aspect bij het realiseren van jullie film?

Lucian Read: “Het moeilijkste vond ik om enigszins los van de andere filmmakers aan de film te werken. Door de opzet van het project werkten de verschillende producenten en regisseurs afzonderlijk aan diverse aspecten van de Occupy-beweging. Omdat bijna niemand eerder had samengewerkt, was het niet altijd meteen duidelijk welke richting de film zou uitgaan of welke richting ik zou nemen met mijn eigen bijdrage. Dat viel allemaal natuurlijk wat in de plooi naarmate de productie en vervolgens de postproductie vorderden.”

Denk je dat eerdere pogingen om protestbewegingen en hun ideeën vast te leggen door middel van collectieve films – bijvoorbeeld door regisseurs als Jean-Luc Godard en Chris Marker in de jaren zestig – van belang kunnen zijn voor huidige filmmakers?

Aaron Aites: “Ik denk dat alles van Godard en Marker van belang kan zijn voor de huidige filmmakers. Ici et Ailleurs en de films van de Groupe Dziga Vertov heb ik niet gezien, dus daar kan ik niet echt op reageren.”

“Ik ben wel van mening dat het idee van een collectieve film gebreken vertoont. Door wilskracht kan zo’n film werken, maar over het algemeen is die beladen met heel specifieke problemen. De collectieve films van Godard waren, voor zover ik het begrijp, beperkt tot bepaalde filmmakers die een politieke overtuiging deelden. Dat is bij onze film niet zo.”

“Die stond open voor iedereen die er zich voor wilde inzetten en een iPhone had – ongeacht hun politieke opvattingen. Godards collectieve films lijken geïnspireerd op een marxistische ideologie die het persoonlijke auteurschap geheel in twijfel trok, een idee waar hij later zelf afstand van nam.”

“Dat is echt niet het geval met onze film. We probeerden meer om tot een soort objectieve kijk te komen door zeer subjectieve opvattingen van veel verschillende mensen te combineren in een verhaallijn. Of we erin slagen om dat oorspronkelijke plan uit te voeren staat open voor discussie.”

“Naar mijn mening is de klassenstrijd die Godard in veel van zijn werken tot uitdrukking bracht vandaag net zo actueel als toen de films werden gemaakt. Ik heb er veel bewondering voor dat hij bereid is om een standpunt in te nemen omtrent politieke opvattingen, in het bijzonder door te wijzen op de sociale corrosie die het kapitalisme met zich meebrengt. Hij tast voortdurend de grenzen af van de manier waarop films kunnen of moeten worden gemaakt en georganiseerd. Zelfs de films van hem die velen als mislukkingen beschouwen, zijn het waard om te worden bestudeerd.”

In zijn meest recente film, Indignados, heeft Tony Gatlif het over de protesten van indignados over heel Europa. Hij benadert dat onderwerp vanuit zijn eigen dada’s. Zo mengt hij fictie en non-fictie, benadrukt de drijvende kracht van muziek en dans. Welke filmische vorm vind jij het meest geschikt om de complexe aard van protestbewegingen als Occupy uit te drukken?

Audrey Ewell: “De meest valide vorm of vormen zijn degene die werken. Wij zijn geen robots die bytes met informatie uitstoten. Een zekere mate van artistieke interpretatie speelt daarbij een rol, maar er is ook een enorme discipline en werkkracht nodig.”

“Via het artistieke wil je zo mogelijk het sublieme of de waarheid aanboren en vertalen, zodat een buitenstaander er iets in kan vinden dat op een diep niveau verbindt en toch ook iets nieuws biedt. De vorm waarin verhalen worden verteld, is bijna irrelevant, en sterk afhankelijk van de doelen die je stelt.”

“Ik werk met film omdat ik van de vorm houd. Deze film heb ik op het getouw gezet als een collectieve samenwerking omdat zo’n experiment me in dit geval zinvol leek. Maar in tegenstelling tot wetenschappers die experimenten opzetten zonder een bepaalde uitkomst voor ogen te hebben, is er voor ons slechts één aanvaardbaar resultaat: een film die werkt. Dat brengt veel stress mee.”

“Maar dans en muziek … Ik weet het niet. Ik heb Indignados niet gezien en wil dus niet beweren dat muziek en dans geen geldige manieren zouden kunnen om jezelf uit te drukken. Maar wanneer ik mensen tijdens protesten op trommels zie slaan, overtuigt me dat er weinig van dat ze in staat zullen zijn om oplossingen te bedenken voor complexe problemen. Dansen is naar mijn gevoel al even nutteloos in een context die doelgericht is of naar oplossingen zoekt. En ja, ik ben nu met opzet humorloos.”

“Wanneer ik mensen tijdens protesten op trommels zie slaan, overtuigt me dat er weinig van dat ze in staat zullen zijn om oplossingen te bedenken voor complexe problemen”

Later dit jaar verschijnt Occupy Unmasked. Er zijn ook andere documentaires die een blik werpen op Occupy en er staat heel wat beeldmateriaal online. Hoe denk je over de beeldvorming van Occupy tot nu toe?

Audrey Ewell: “Behalve enkele fragmenten hier en daar heb ik geen enkele Occupy-film bekeken. Het meeste wat ik online gezien heb, lijkt amateuristisch. Lui eigenlijk. Of nog erger: propagandistisch. Maar het zou kunnen dat er een betere benadering is die ik niet gezien heb. Ik zou het niet weten, ik kijk niet echt naar die media rond Occupy. Ik lees erover.”

“Ik heb geen enkele Occupy-film bekeken. Het meeste wat ik online gezien heb, lijkt amateuristisch. Lui eigenlijk. Of nog erger: propagandistisch. Maar het zou kunnen dat er een betere benadering is die ik niet gezien heb. Ik zou het niet weten, ik kijk niet echt naar die media rond Occupy. Ik lees erover”

“Occupy is een groot verhaal. Het vraagt veel werk om het te vertellen. Het probleem met media of films die hun verhaal slecht brengen, is dat ze de kans verspelen om een moment duidelijk in de geschiedenis te kaderen, om het context en de reikwijdte ervan te belichten.”

“Slappe documentaires, en daarmee bedoel ik ongedisciplineerd werk, zijn gewoon weer een stap in de culturele vervlakking. Ik kan honderd redenen bedenken om geen camera in de hand te nemen, hoe toegankelijk de technologie ook is, en een film te maken. Maar ik vind slechts een of twee redenen om het daadwerkelijk wel te doen.”

“In het algemeen maken mensen de fout te denken dat toegankelijkheid gelijkstaat aan bekwaamheid. Dat moet vermeden worden. Doe het goed, of doe het niet. De wereld heeft al genoeg slechte films. Meer nog, ons onvermogen om onze eigen recente geschiedenis accuraat waar te nemen, zorgt ervoor dat onze maatschappij afbrokkelt, zoals de postmodernisten voorspelden.”

“In het algemeen maken mensen de fout te denken dat toegankelijkheid gelijkstaat aan bekwaamheid. Dat moet vermeden worden. Doe het goed, of doe het niet. De wereld heeft al genoeg slechte films”

“Ik zie niet in hoe een slechte film die situatie kan verhelpen. Deze mening zal me niet populair maken bij de supporters van de ‘youtubification‘ van cultuur. En toch, wie profiteert er het meest van YouTube? De CEO van YouTube en zijn eigenaar, Google. Het is ‘pseudohorizontalisme’ op zijn best.”

Denk je dat het nu, ongeveer een jaar nadat OWS begon, tijd is om het beeld dat mensen van Occupy hebben verder bij te stellen?

Audrey Ewell: “Ik werk niet voor Occupy en ik maak geen deel uit van Occupy. Mijn werk, en dat van mijn filmpartner Aaron Aites, is erop gericht om de werkelijkheid te presenteren in een context die mensen misschien in staat stelt om de wereld om hen heen anders te bekijken. Om verbindingen te zien die ze misschien niet eerder hebben gezien. Om het onzichtbare zichtbaar te maken.”

“Occupy was en is de aanzet tot een moment in de tijd dat de moeite waard is om weloverwogen te bekijken. Ik probeer heel hard – en op een manier die er veel mensen bij betrekt en diverse meningen toelaat – om deze beweging te contextualiseren en dit moment te plaatsen in onze huidige geschiedenis.”

Zie je de ideeën van Occupy als een mogelijke bron van inspiratie voor hedendaagse filmmakers, die verder gaat dan een (al dan niet documentaire) weerslag ervan?

Audrey Ewell: “Ik denk dat de Occupy-beweging erin slaagde om te wijzen op talloze problemen waarmee onze samenleving wordt geconfronteerd. Het gaat om inkomensongelijkheid en het feit dat ons politieke systeem is gekaapt door bedrijfsbelangen. Dat is geen nieuw idee. Wel maakte ze het gemeengoed.”

“Occupy opende ook de weg naar het verzamelen en verspreiden van informatie, tot op het punt dat mensen op grote schaal en onmiddellijk getuigen konden zijn van politiegeweld en hardhandig optreden van de overheid tegen het protest. Maar ze wezen ook gewoon op wat er vlak onder onze neus gebeurde, op problemen waaraan men gewend was geworden.”

“En ideeën? Ik zag Occupy als een versterker van de collectieve psyche. Meer als een gewond dier dat schreeuwt van de pijn dan als een denktank en ik denk dat mensen daarom zo massaal reageerden. Er is een oerkracht te vinden in het samenkomen rond gedeelde pijn. Als Occupy meer wil zijn dan therapie, moet ze die pijn kanaliseren in iets constructiefs. Dat kost enorm veel discipline en organisatie.”

“Ik zag Occupy als een versterker van de collectieve psyche. Meer als een gewond dier dat schreeuwt van de pijn dan als een denktank”

Aaron Aites: “Occupy (althans in haar oorspronkelijke vorm) heeft uiteindelijk gecapituleerd voor een illegale, gecoördineerde en militaristische politieaanval. Er is nu een sjabloon vastgesteld om dissidentie in dit land te breken. Twijfel maar geen seconde dat het niet opnieuw gebruikt zal worden. Die gedachte zou ik graag hedendaagse filmmakers zien inspireren. Met andere woorden, inspiratie kan niet alleen uit Occupy gehaald worden, maar ook uit de machtscentra die zich onthulden toen ze erop reageerden.”

Wat hoop je te bereiken met de 99 Percent Film?

Audrey Ewell: “In eerste instantie wilde ik dat de film de processen van Occupy weerspiegelde, als een parallel experiment. Ik besefte al snel dat het consensusmodel eigenlijk een vreselijke manier was om dingen gedaan te krijgen als je een specifiek doel nastreeft. Het werd een uitdaging om te zien of het haalbaar was een film te maken die anderen een zekere mate van autonomie en individuele controle gaf. En natuurlijk wil ik een waardevolle bijdrage leveren aan de discussie.”

“Tegenwoordig is mijn doel vooral om deze film te overleven. Ik wil er het beste van maken wat ik kan, hem uitbrengen en er nooit meer op terugkijken. Ik was nooit zo uitgeput als nu.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!