Affiche 14de Emanciepatieprijs van VOEM, de vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims op 25 november 2011 in Brussel

Opinie, Nieuws, Economie, Samenleving, Politiek, België, Migratie, Het islamdebat -

“Toekomst moslims in Brussel stralend”

"De toekomst van Brussel en daarom ook van België is mede door het groeiende aantal moslims, stralend. Wat het christendom langs de ‘caritas’ was voor het verleden is de (geëmancipeerde, maatschappelijk geïntegreerde en binnen de legitimiteit opererende) islam voor de toekomst". Alain de Botton’s “Religie voor atheïsten”, toegepast op de islam in Brussel.

maandag 28 november 2011 16:40

VOEM, de Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims heeft op 25 november 2011, twintig jaar na zwarte zondag, haar veertiende emancipatieprijs uitgereikt aan Ambrosia’s Tafel, die sociaalartistieke creaties in multiculturele volkswijken ondersteunt, en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, waar allochtonen een draagvlak vinden voor eigen emancipatie en die van anderen. De uitreiking gebeurde in het jubelpark door Mr. Andries, kabinetschef van Minister Bourgeois, na een korte rondgang in de collectie Kunst uit de Islamitische wereld in het Jubelparkmuseum te Brussel.

In korte fragmenten uit 38 statements werd door Jan Hertogen een lezing gehouden over Moslims in Brussel, perspectieven en invloed. En welja, de toekomst voor moslims in Brussel is stralend. De volledige tekst (17 pagina’s) wordt hieronder gepubliceerd als bijdrage aan een debat, eerder dan aan discussies en stigmatisering. Wetende dat het niet de ideeën zijn die de werkelijkheid beïnvloeden maar de werkelijkheid de ideeën, en als de verbeelding niet aan de macht is, dan kan nog altijd de macht aan de verbeelding gegeven worden.

1. Stand up for your rights

Enkele jaren geleden mocht ik een inleiding geven voor Atafsir, een Mechelse organisatie voor ondersteuning van allochtonen in het onderwijs. Ze was gepland juist na Youssef El Mousaoui, stand-up comedian. Ik ben geen stand-up comedian, zo begon ik, ik ben een stand-up wetenschapper, een stand-up for your rights. Een uiteenzetting met fragmenten uit 38 statements.

2. Felice Dassetto maakt een opus magnum over moslims in Brussel

Na voetbal is de islam de meest mobiliserende kracht in Brussel, meer dan de katholieke kerk, de politieke partijen of de vakbonden zegt Felice Dassetto, eminent socioloog en directeur van CISMOC van de Université Catholique de Louvain, ik vertaal, het, “Interdisciplinair centrum voor studie van de islam in de hedendaagse wereld”. Vorige week stelde hij in de  Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten in Brussel z’n boek voor,  “l’iris et le croissant, “De Iris, Brussel en, de croissant, de halve maan,” een turf van 376 blz. Wie iets te zeggen heeft over moslims komt, zoals VOEM en Dassetto, naar de heilige huisjes van Brussel. Eigenlijk was Dassetto hier misschien beter op z’n plaats geweest.

3. Felice Dassetto: debat in plaats van discussie en confrontatie

De islam is tot nu toe voorwerp van discussies, wanneer is het voorwerp van debat, zo vraagt Dassetto zich af Hij is op het terrein gaan kijken wat er beweegt en hoe er gedacht wordt en dit in 150 interviews. Hij telt 200 islamitische verenigingen voor zo’n  236.000 moslims of 22 procent van de Brusselse bevolking. Dassetto rondt af naar een kwart. Hij refereert uitdrukkelijk naar de cijfers en methode die door npdata.be ontwikkeld is.

Kort enkele vaststellingen: er zijn 77 moskees in Brussel, tegenover 91 in Wallonië en 147 in  het Vlaams gewest. Dassetto gaat er van uit dat de helft van de Belgische moslims in Brussel wonen, volgens mij is dat eerder 1/3. Dan nog is het aantal moskees in Brussel, 77, redelijk beperkt tegenover de 238 in de andere gewesten maar dat zullen dan kleinere moskees zijn. Deze moskees en de moslims zijn meer en meer zichtbaar in het Brusselse stedelijke landschap, naast de wat wegkwijnende symbolen van het katholicisme en de Volkshuizen.
 
Tegenover een beperkte burgerlijke socialisatie, zo stelt Dassetto vast, staat een overgewicht aan politico-religieuze socialisatie en een socialisatie van de straat. Hij maakt een typologie van de Brusselse moslim in acht groepen, met als uitschieter de ongecomplexeerde jongere moslims van de tweede en derde generatie, ongehuwd of jonge ouder die hogere studies gedaan heeft, die de islam kennen en haar hedendaagse denkers.

Zij zijn op en top Brusselaar en op en top moslim en zij manifesteren hun Brusselse en religieuze identiteit in de publieke ruimte en de instituties. Alles op de keper beschouwd stellen zij het grootste ‘probleem’, of moeten we zeggen worden zij het meest geproblematiseerd?

Volgens Dassetto is 1/3 van de moslims praktiserend, dat komt dus neer op zeven procentvan de bevolking in mijn berekening, tegen 2030 zullen dat tien procent praktiserende moslims zijn in Brussel.

4. Wederzijdse co-inclusie : een wederzijds elkaar koesteren?

Dassetto stelt geen gettoïsering vast, wel wijken met specifieke religieus-etnische kenmerken. In de concentraties van allochtonen en moslims in omschreven gebieden in Brussel gaat het om leven en overleven op een geïntegreerde wijze. En dit vindt plaats in het stadsweefsel dat zich stedenbouwkundig, en naar inrichten jaar op jaar, verder vernieuwt.

De vraag, Dassetto spreekt van een uitdaging, is of er een gescheiden ontwikkeling zal plaatsvinden van de Brusselse bevolking in afgelijnde gebieden, of zijn er wegen te vinden van wederzijdse co-inclusie (une “co-inclusion” réciproque). Ik vertaal het voor mij als een wederzijds elkaar aanvaarden of beter nog, een wederzijds elkaar koesteren, in een stad die sinds eeuwen gekenmerkt wordt door een open en libertaire geest.

De moslimbevolking zal deze kenmerken in zich opnemen en verder dragen, zo is de gang van de cultuur en de overdracht langs bewoners en generaties. Wie met de metro Brussel doorkruist kan deze openheid en vrijgevochtenheid, deze attente afstand en nabijheid, eigen aan de Brusseleir, dagelijks ervaren.

Het boek van Dassetto is te verkrijgen in de boekhandel of te bestellen op het internet:  “L’Iris et le croisant”, Bruxelles et l’islam au défi de la co-inclusion, Felice Dassetto, UCL, Presses Universitaire de Louvain, 2011.

5. De toekomst van moslims in Brussel is stralend, en voor de anderen ook

Voor wie zich verdiept in de toekomst van de moslims in Brussel is één zaak duidelijk: deze toekomst is stralend Niet alleen omwille van het groeiend aantal moslims (hoe meer hoe beter?)  maar ook omwille van de transformatie die Brussel verder zal ondergaan, mede onder invloed van de moslimaanwezigheid die de stad verder op weg zal zetten naar vrede, rust, veiligheid en vooral ook sociale en bestaanszekerheid voor alle Brusselaars.

Stralend dus, niet alleen om redenen die Marx een eeuw geleden formuleerde maar ook omdat de islam, na de implosie van de katholieke godsdienst, de rol van de religie meer en meer overneemt, zoals trouwens in de grondwet gewenst en gevaloriseerd wordt. Marx en de grondwet, één analyse, een strijd?

6. De stralenkrans rond het tranendal

Laat me beginnen met Marx: “De religieuze rampspoed is enerzijds een weergave van de werkelijke rampspoed  en anderzijds een protest tegen de werkelijke rampspoed. Religie is een verzuchting van de onderdrukte, het gemoed van een harteloze wereld.… Ze is het opium van het volk. De opheffing van de godsdienst als een bedrieglijk geluk van het volk is de uitdaging voor zijn werkelijke geluk … dwz om de toestand op te heffen die deze illusie nodig maakte. De kritiek op de godsdienst is … in de kern een kritiek op het tranendal waarvan de godsdienst de stralenkrans is.”

Godsdienst is de stralenkrans die vanuit het volk tot stand gebracht wordt om uitbuiting, onderdrukking, de onafheid van de wereld te verdragen en is meteen ook een teken van verzet ertegen. Is niet de eschatologie, de voleindiging van de wereld in een harmonieus en vredevol samenleven van alle mensen, het eindperspectief van de katholieke, de joodse, de islamitische godsdienst en zelfs van het communisme waar Marx naar refereert.

En zijn, ook volgens Marx, godsdiensten geen uitdrukkingen van verzet van een bevolking om op te komen voor zichzelf tot deze ‘voleindiging der tijden’ bereikt is? Het is misschien tijd dat de ‘linkse beweging’ of moet ik zeggen de ‘linkse kerk’ zich ook eens bezint over de betekenis van godsdiensten en er de kracht van inziet en ook aanwendt.

7. Godsdienst, de beste garantie voor sociale orde

Maar laat ons dichter bij de Belgische werkelijkheid blijven, en die is vanuit het oogpunt van de staat misschien minder idyllisch maar even hoopgevend. De grondwet verschaft een wettelijke basis tot erkenning en betoelaging van de godsdiensten omdat hun erkenning “de beste garantie is voor het behoud van de (bestaande) sociale orde, voor de eerbied voor het gezag en de bevordering van de publieke moraliteit.” Gezien haar ‘rebelse karakter’ en ‘als teken van verzet’ heeft de staat er belang bij dat de gelovige bevolking wordt geconformeerd aan de wettelijkheid en de godsdienst krijgt hiervoor de noodzakelijke materiële steun.

De grondwet heeft elke erkende cultus/eredienst, op grond van gelijkheid geplaatst. Alle cultussen zijn vrij, onafhankelijk van de openbare macht en gelijk, hetgeen moet blijken uit de gelijke materiële steun die zij krijgen, zo staat het er letterlijk. De Islam is sinds 1974 erkend als godsdienst in België. Momenteel is de islam goed voor 4,4 procent van de werkingsuitgaven aan godsdiensten door justitie, evenveel als de protestanten. Voor de katholieke godsdienst bedraagt dit 81 procent. Voor het lekendom, de vrijzinnigen vormt de werkingstoelage 13,3 procent van de totale uitgaven. Op alle terreinen van het maatschappelijke leven is de islam ondergefinancierd en geconfronteerd met een onwettige en onredelijke overheidsbemoeienis.

8. Het is de staat die scheiding kerk en staat niet respecteert

Door de islam ongelijk te behandelen heeft de staat zich gedegradeerd tot onbetrouwbaar, in tegenspraak met de grondwet en zijn eigen wetten. Door deze ongelijke behandeling is het de staat zelf die de scheiding  tussen godsdienst en staat niet respecteert.

Men heeft sinds 1974 aan de islam niet de middelen gegeven om ten volle zorg te dragen voor de opvoeding van haar kinderen, voor de overdracht van haar waarden, normen en de solidariteit, voor het respect voor de orde en de eerbied voor het gezag en de publieke moraliteit, zoals het zo mooi in de grondwet staat. Door de miskenning en onderfinanciering van de islam heeft men in hoge mate zelf de problemen gecreëerd waarvoor men nu denkt te staan.

Deze vaststelling nodigt uit tot een grote hersteloperatie met de ondubbelzinnige materiële steun om zich als godsdienst volledig te kunnen uiten en organiseren en haar door de grondwet toegedichte opdracht uit te voeren. Elke regeling die er toe strekt of als gevolg heeft dat de godsdiensten ‘ongelijk’ behandeld wordt is onwettelijk, dwz ontbeert een wettelijke basis omdat er geen enkele beperking kan opgelegd worden zoals bv met de moslimexecutieve het geval is, en dat is het oordeel van elke specialist ter zake, die het evenwel opgegeven hebben enige hoop op verandering te koesteren.

9. Overheid legitimeert racisme en maatschappelijke uitsluiting

Het is opvallend dat nogal wat tegenstanders van de verzuiling altijd de status-quo en de onderfinanciering van de islam hebben in stand gehouden en de feitelijke exclusie van de islam mede hebben toegelaten. Iedereen is in hetzelfde bedje ziek en legitimeert in feite ook het racisme en de maatschappelijke uitsluiting van een hele bevolkingsgroep, op basis van deze exclusieven tegenover de islam.

Als de staat de godsdienst miskent als een fundamenteel burgerrecht, de islam ongelijk behandelt en financieel monddood maakt, dan ondermijnt de staat zelf de basis van het vreedzame samenleven van alle burgers. De feitelijke erkenning van de godsdienst en de islam in al z’n onderdelen, hetgeen moet blijken uit de materiële gelijkheid, is de voorwaarde sine qua non waarzonder integratie, gelijke behandeling in werk, onderwijs, sociale huisvesting enz niet mogelijk is.

10. Het ‘pact van de schande’ tussen de Belgische bisschoppen en Onkelinx

Tot 1990 was het mogelijk om binnen het kader van het katholieke onderwijs islamlessen aan te  bieden zodat toen in de behoefte kon voorzien worden van vele moslimouders en hun kinderen om binnen het grootste religieuze net het eigen islamonderricht te krijgen.

Het is een onderhands (politiek) akkoord geweest tussen behoudsgezinde bisschoppen en Minister Onkelinx om de mogelijkheid van Islamonderwijs binnen het katholieke net uit te sluiten in de hoop dat de allochtonen zich (massaal) naar het publieke net zouden keren. Dat heeft anders uitgepakt.

Deze opportunistische katholieksocialistische politiek heeft er voor gezorgd dat de laatste 21 jaar een echte diaspora gebeurd is voor moslimkinderen zonder veel toegift vanwege het katholieke onderwijs en zonder ondersteuning voor uitbouw van een eigen islamnet. Het feitelijk op gelijke basis behandelen van alle religies en desgevallend moraal in het katholieke net is voor de toekomst een onontkoombare optie.

Door terug te grijpen naar de toestand voor 1990 kan men hieraan al tegemoetkomen voor wat het islamonderwijs in het katholieke net betreft. Anders is de uitbouw van een islamnet de enige ‘humane’ keuze die overblijft, wil men de naam democratie nog waardig zijn.

11. De Moslim Televisie en Radio omroep

Vier keer per jaar moslims op de VRT, iets om blij of triest om te zijn. Ik herinner me vijf jaar geleden het hoera-geroep bij politiekers de dag nadat de periode verlopen was om een erkenning aan te vragen Joepie, ‘ze’ hebben het vergeten, of niet doorgehad, fijn, nu moeten ze terug vijf jaar wachten om hun aanvraag te doen.

Wat ik het meest onbegrijpelijk vond is niet een aanvraag tot erkenning missen maar dat deze aanvraag maar eens om de vijf jaar kan gebeuren. Dat is een pestmaatregel van de gevestigde instituten. En het heeft gewerkt, pas 36 jaar na de erkenning als godsdienst is MTRO eens per vier maand op de televisie te bekijken. Nu nog wachten op de wekelijkse uitzending van de moskeedienst vrijdagnamiddag.

12. Bevolking van Brussel groeit gestaag en stroomt door naar andere gewesten

Wil men iets zeggen over de groei van het aantal moslims in Brussel, dan moet men eerst naar de bevolkingsdynamiek in Brussel kijken. Tegen 2020 komen er 150.000 inwoners bij, tegen 2030 zullen het 250.000 inwoners zijn, zegt men. Maar dat is maar de helft van het verhaal.

Tegen 2030 zal Brussel in feite uitbreiden met een half miljoen inwoners. Maar in diezelfde tijdsspanne zullen 250.000 inwoners van Brussel verhuizen naar Vlaanderen of Wallonië. Ook nu al verhuizen er 12.000 inwoners meer uit Brussel naar andere gewesten dan dat er van andere gewesten naar Brussel komen.

Dat is dus de echte uitdaging: elk jaar 33.000 nieuwe inwoners herbergen die voor 2/3 (24.265 in 2009) uit de migratie komen en 1/3 uit het geboorteoverschot (8.742 in 2009). Maar daarnaast ziet men het bevolkingsaantal met 12.500 afnemen door verhuis naar andere gewesten zodat de bevolking de laatste twee jaar in Brussel telkens met 21.000 inwoners is gestegen. Tegen deze feitelijkheid liggen de bevolkingsprognoses nog eerder aan de lage kant.

13. Het exact aantal bijkomende vreemdelingen berekenen met de overheidsgegevens

Niet alleen de evolutie van de bevolkingscijfers maar het aantal vreemdelingen per nationaliteit laten toe zicht te krijgen op het aantal bijkomende moslims. Er zijn eindelijk cijfers vrijgekomen van het aantal vreemdelingen per nationaliteit op 01 januari 2010. Tot dan moest men het stellen met cijfers van 01 januari 2008. 

Tot 01 januari 2010 kan nu dus nagegaan worden hoeveel vreemdelingen bijkomend in België zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, dit wil zeggen toegekomen of weggegaan zijn na 01 januari 2008, en dit voor elk van de tweehonderd nationaliteiten die momenteel in België aanwezig zijn.

Als men weet hoeveel vreemdelingen er waren op 01 januari 2008 en op 01 januari 2010 en men weet hoeveel vreemdelingen in die periode Belg geworden zijn en dus uit de telling weggevallen, dan kan men tot op de eenheid berekenen hoeveel bijkomende vreemdelingen er in de periode 2008 en 2009 in Belgische gemeenten bijkomend ingeschreven zijn in de vreemdelingenregisters.

Het wachtregister asiel wordt hier niet meegeteld – maar dat stond op 01 januari 2008 op 62.614 en op 01 januari 2010 op 47.548, dat is 15.166 minder, de aangroei van nieuwe asielzoekers is dus een erg recent en vooralsnog geen buitenmatig fenomeen.

Sinds half 2010 worden de cijfers van het wachtregister niet meer vrijgegeven, ook niet aan de parlementairen, zodat niemand zich nog een globaal beeld kan vormen. Dat als intermezzo.

14. Het aantal bijkomende vreemdelingen per nationaliteit in 2008 en 2009

Het zijn (nog) geen specifieke cijfers voor Brussel maar ze geven de orde van grootte aan per nationaliteit en op deze basis kan het bijkomend aantal moslims met vreemdelingenstatuut berekend worden in 2008/2009.

Zijn inbegrepen in deze bijkomende vreemdelingen:
– de nieuwe immigranten min de emigranten,
– de geboorten bij vreemdelingen min de overleden vreemdelingen),
– de regularisaties
– de erkenning van vluchtelingen
– de verblijfsgerechtigde vreemdelingen die niet meer in het land verblijven min degenen die terug zijn opgedoken),

Allemaal samen geteld zijn dat 156.701 bijkomende inschrijvingen op twee jaar of gemiddeld 78.350 per jaar, dat is iets meer dan de 75.638 van 2007. De instroom van vreemdelingen blijft dus constant op een hoog niveau.

In bijgaande tabel wordt de evolutie van de belangrijkste nationaliteiten in beeld gebracht met alle gekende elementen van de formule: Aantal vreemdelingen op 01 januari 2010 – aantal vreemdelingen op 01 januari 2008 + aantal Belgwordingen in 2008 en 2009.

Voor de tabel met het bijkomend aantal vreemdelingen in 2008 en 2009 voor alle 199 in België aanwezige nationaliteiten verwijzen we naar de bijlage.

Het Turkse aandeel in deze aangroei vreemdelingen is met 5.542 maar 1/3 van deze van de Marokkanen die met 17.422, 11,1 procent van alle nieuwkomers de kop trekken. De belangrijkste nieuwe evolutie is evenwel de reglementaire en constante instroom in deze 2 jaar van Polen (13.277 of 8,5 procent), Roemenen (11.915 of 7,6 procent), Bulgaren (6.819 of 4,4 procent, Rusland (4.743 of 3,0 procent), Armenië (2.790 of 1,8 procent) of met alle Oost-Europese landen samen  52.902 of 33,8 procent van alle nieuwe ingezetenen.

Met Nederland (11.373 of 7,3 procent) en Frankrijk (11.289 of 7,2 procent) is het duidelijk dat de Europese landen goed zijn voor meer dan de helft van de nieuwe vreemdelingen die in 2008 en 2009 bijkomend ingeschreven zijn in België.

Nog aangeven dat bij Italianen er 312 vreemdelingen minder ingeschreven zijn, Spanje daarentegen, evenzeer een oud-migratieland heeft de voorbij uitstroom gekeerd en tellen 2.988 bijkomende inschrijvingen in de Belgische bevolkingsregisters. Het is onmogelijk om na te gaan in welke mate hier bijvoorbeeld Marokkanen bij zijn die de Spaanse nationaliteit hebben verworven, behoudens langs de werkloosheidscijfers waar hun aantal evenwel minimaal is.

15. Hoe zit het met “de moslimvloedgolf die de steden overspoelt”?

Op Terzake, met name de uitzending van 24 november 2011 bij z’n bezoek aan de Seefhoek refereerde De Winter aan de “vloedgolf van migranten die de steden overspoelden” in 1991 en het Vlaams Blok adagium “eigen volk eerst”. In z’n recente boekje “Hoe overleven in een islamitische samenleving” heeft hij het over een” moslimvloedgolf die de steden overspoelt”. Zoek het verschil.

Zoals we een jaar geleden hebben aangetoond is de migratie pas goed op gang gekomen na zwarte zondag, in de jaren 90, terwijl ze in 1980 op  het laagste niveau stond. De overwinning van het Vlaams blok was dus achteraf bekeken erg onlogisch.

Door de anti-migratiestem te verzamelen en in feite politiek monddood te maken heeft het Vlaams Blok in feite voor een exponentiële groei van de migratie gezorgd die in dit decennium het viervoudige zal bedragen van wat ze was in het decennium voorafgaand aan zwarte zondag in 1991. Maar we zijn hier om moslims te tellen en geen analyse te maken van het Vlaams Blok/Belang.

Eens bekend is welk het aantal nieuwe vreemdelingen is per nationaliteit ingeschreven zijn in 2008 en 2009 kan indicatief berekend worden hoeveel moslims er bij zijn. Hiertoe gebruiken we dezelfde methode van berekening zoals gepubliceerd en overgenomen door Felice Dassetto.

Voortgaande op een Duitse enquête van 2008 gaan we er van uit, dat 90 procentvan de Marokkaanse vreemdelingen aangeeft moslim te zijn tegenover 73,4 procent bij de Marokkaanse Belgen. Een gelijkaardige vraagstelling in Marokko gaf een vergelijkbaar percentage volgens Dassetto zodat er wel degelijk sprake is van een zekere “laïcisering” waarbij nationaliteit en godsdienst ook bij Marokkanen en Turken niet meer automatisch samenvalt.

Deze laïcisering zet zich trouwens verder door bij de Belgwording. Per ‘moslimland’ wordt het percentage uit de Duitse enquête genomen en is in onderstaande tabel af te lezen. Voor West-Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk gaan we ervan uit dat een gedeelte van de immigratie uit mensen bestaat met moslimachtergrond.

16. 25 procent van de nieuwe migratie in 2008 en 2009 bestaat uit moslims.

Als elk ‘moslimpercentage toegepast” wordt op de bijkomende vreemdelingen in elke nationaliteit tellen we 39.138 moslims bij de 156.701 bijkomende vreemdelingen of 25 procent. Toegepast op Brussel zou er slechts een lichte stijging gebeuren langs de immigratie en aanzien van de huidige 22  procent.

In feite zal het aandeel iets hoger liggen doordat in Brussel een relatief hogere aanwezigheid is van Marokkanen en Turken, maar dat wordt gecompenseerd door een hogere aanwezigheid van Oost-Europeanen en Euro-ambtenaren. Hiervoor dienen de detailcijfers per gewest en gemeente afgewacht. En zolang er geen wezenlijke stijging is van het procent nieuwe moslims langs immigratie is de impact op het bestaande procent practisch nihil.

De aangroei vreemdelingen vanuit Marokko zorgt voor 39,3 procent van alle bijkomende moslims met vreemdelingenstatuut in 2008 en 2009. Voor Turkije is dit aandeel 12,5 procent en beiden zorgen dus voor de helft van het aantal bijkomende moslims bij de vreemdelingen. Met 18.856 van de 39.138 bijkomende moslims met vreemdelingenstatuut is de Maghreb goed voor 48,2 procent of bijna de helft. Turkije en Maghreb samen zorgen voor 2/3 van de moslimaangroei.

Voor de tabel met het percentage moslims per nationaliteit en de berekening van het aantal moslims in het bijkomend aantal vreemdelingen in 2008 en 2009, zie tabel in bijlage (op het +je klikken bovenaan in de tabel).

Uiteraard moeten voor een volledige berekening ook de geboorten en overlijdens mee verrekend worden bij de Belgen. Maar zelfs al zou het percentage moslims in het natuurlijk saldo in Brussel bij de Belgen 30 procent bedragen, zou dit, samen met de 25 procent moslims in de nieuwe migratie (waarin ook de geboorten bij vreemdelingen verrekend zijn), slechts een relatief langzame progressie teweegbrengen in het percentage moslims in Brussel.

Een eigen berekening laat een evolutie zien van 2010 tot 2030 van 22 procent tot 29,7 procent of gemiddeld 0,39 procent per jaar. Daarbij beïnvloeden 2 bijkomende factoren de evolutie van het aantal moslims in Brussel: een dalend geboortecijfers bij moslimmoeders, en een negatief binnenlands verhuissaldo naar andere gewesten.

Wiskundig zal de noemer ook constant verhogen gezien de uitbreiding van de Brusselse bevolking die minstens tot 2030 zal aanhouden, zo laat het zich aanzien. Zodat een stijging van het aantal moslims maar in het procent zichtbaar wordt als het relatief sterker stijgt dan de noemer.

17. Glenn Audenaert in 2010: “Binnen drie tot vijf jaar moslimmeerderheid in Brussel

Glenn Audenaert mocht op 4 juni 2010 bij Phara zonder blikken of blozen verklaren dat “afhankelijk van de studies de moslimbevolking tussen dit en vijf of acht jaar de meerderheid uitmaken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met alle cijfers van werkloosheid die daarbij in de marge staan“.

Ik heb me in verbinding gesteld met Audenaert met de vraag op welke onderzoeken hij zich baseerde; Op die van u, schreef hij me. Ik heb hem en Fernand Koekelberg indertijd voorgesteld om m’n cijfers toe te lichten aan de relevante verantwoordelijken bij de politie. Daar is nooit een antwoord op gekomen maar het aanbod blijft geldig.

Dat Audenaert meteen ook deze aangroei van  moslims koppelt aan de werkloosheid die er het gevolg van zal zijn is niet alleen stigmatiserend maar ook discriminerend gezien hij de gehele bevolkingsgroep op basis van religie viseert.

18. Wordt Brussel of sommige gemeenten een ‘moslimstad’ met een meerderheid aan moslims?

De huidige 22 procent moslims in Brussel zal verder groeien tot 29,7 procent in 2030 de komende 2 decennia. Deze groei wordt door 3 factoren beinvloedt:
1. Het migratiesaldo van moslims, dat wil zeggen de immigratie min de emigratie
2. Het natuurlijk saldo, dwz het aantal geboortes van moslims min het aantal overlijdens.
3. Het verhuissaldo van moslims, dat wil zeggen het aantal moslims dat verhuist naar andere gewesten min het aantal dat naar Brussel verhuisd.

In 2009 was het migratiesaldo in Brussel 24.265 (53.462 immigratie, 21.196 emigratie), regularisatie en erkenning vluchtelingen inbegrepen, 8.742 natuurlijk saldo (18.176 geboorten en 9.434 overlijdens) of een aangroei van 33.007 Brusselaars. In datzelfde jaar zijn er evenwel 80.949 personen van andere gewesten naar Brussel verhuisd maar ook 92.990 uit Brussel weggetrokken, dwz een negatief verhuissaldo binnen België van 12.041 zodat de aangroei beperkt blijft tot +20.996 Brusselaars of +2 procent, hetgeen zeer hoog is.

Het aandeel moslims moet evenwel in elk van deze drie stromen meer dan 22 procent bedragen om het huidig aandeel moslims in Brussel te verhogen. En dat zal dus, tot nader order, maar met mondjesmaat gebeuren, zoals blijkt uit een doorberekening tot 2030 op basis van de evolutie van de laatste vijf jaar.

19. Moslims, erg ongelijk gespreid over de Brusselse gemeenten

De spreiding van moslims over de 19 Brusselse gemeenten is erg verschillend. Als we de berekeningsmethode van aantal moslims, dwz een berekening per aanwezige nationaliteit, toepassen op elke gemeente apart voor 2010 en de verwachte evolutie tot 2030 komt een beeld tot stand dat meteen de ongelijke regionele spreiding in Brussel illustreert. Zie de tabel in bijlage of het overzicht van aantal moslims in alle Belgidsche gemeenten in BuG 139 van npdata.be.

Sint-Joost-ten-Node met 49 procent in 2010, Sint-JansMolenbeek met 40 procent en Schaarbeek met 38 procent springen er bovenuit. In Brussel-stad, Anderlecht, Sint-Gilis en Koekelberg wonen tussen 25 en 30 procent moslims. Een stuk achterop komen Elsene, Jette, Evere, Etterbeek, Ganshoren  en Sint-Agatha-Berchem met 11 tot 14 procent moslims. En in Ukkel, Sint-Lambrechts-Woluwe, Oudergem, Sint-Pieters-Woluwe en Watermaal-Bisvoorde zijn er minder dan 6 procent moslims.

De bevolkingsevolutie en aantal moslims geëxtrapoleerd naar 2030 (met inbegrip van de drie geschetste dynamieken) zetten Sint-Jans-Molenbeek met 50 procent moslims aan de kop naast Sint-Joost en Schaarbeek. Voor het geheel van het Brusselse gewest worden dan 29,7 procent moslims geteld op een bevolking die in deze berekening met 220.000 is gestegen. Intussen zijn er natuurlijk heel wat moslims verhuisd naar de andere gewesten.

20. Brussel: 2/3 transformatie autochtoon naar allochtoon op vijftig jaar (1960-2010)

Demografische ontwikkeling is een moeilijk te vatten of te sturen, het wordt ook pas op termijn van jaren en decennia zichtbaar. Demografie is de basis van elke sociale wetenschap, zo oreerde Van Mechelen in 1968 voor z’n studenten, en niemand die in feite wist waar hij het over had. Nu wel.

Neem de voorbije halve eeuw in Brussel. In 1958, jaar van de wereldtentoonstelling in Brussel was zeven procent van de Brusselaars van vreemde afkomst. Dat blijkt uit de laatste demografische studie die door het Brusselse gewest is gepubliceerd, namelijk in 2002. We hebben deze studie in 2008 geupdated en vastgesteld dat op 45 jaar meer dan de helft van de Brusselse bevolking is getransformeerd van autochtoon naar allochtoon.

Zelfs met de migratie inbegrepen was Brussel tot 1996 een uitstervende stad met op dat ogenblik (vijftien jaar geleden) al 48,4 procent inwoners van vreemde afkomst. In 2010 is 71,6 procent van de groeiende Brusselse bevolking van vreemde afkomst, dwz op 50 jaar (1960+50 jaar) is de bevolking van vreemde afkomst gestegen van zeven procent naar 71,6 procent of +64%, wat wil zeggen 2/3 van de Brusselaars is op een halve eeuw getransformeerd van autochtoon naar allochtoon.

21. Voor of tegen godsdiensten of tegen wie er tegen is?

Als men me vraagt ben je voor de godsdiensten dan zeg ik nee. Ben je dan tegen, ook niet, ik ben wel tegen degenen die tegen de godsdiensten en de godsdienstigheid zijn. De godsdienst, ook de islam, is de uitdrukking van een manier voor de bevolking om het leven, de ongelijkheid en de discriminaties te verdragen en er antwoorden op te organiseren, het is op die manier ook een teken van verzet.

En dat gaat ook op voor Brussel: de moslims en de islam zijn een factor om gelijkheid, solidariteit, behulpzaamheid, veiligheid en vrede te realiseren in het hart van het stedelijke Brusselse weefsel. Dat betekent ook dat de islam en de moslims, evengoed als het katholicisme, jodendom, protestantisme, het pas erkende boeddhisme een sterk appel moet doen aan de eigen opvoedingsinstantie, de overdacht van waarden en normen en de internalisering ervan, vooral op het vlak van respect voor de eigendom en de fysieke integriteit van elkeen.

Dat is niet alleen een grote opdracht, juist door de moslimaanwezigheid is er een ook een groeiend evenwicht en perspectief naar de toekomst en aandacht voor deze maatschappelijke waarden.

Brussel, mede door haar grote aanwezigheid van moslims is geen kruitvat of broeinest, het is het labo, de experimenteer- en werkruimte voor de nieuwe samenleving. Niet, zoals De winter zich afvraagt: overleven in een islamitische samenleving maar wel overleven dank zij de islamaanwezigheid in Brussel. Maar laten wij eerst Dewinter aan het woord.

22. Dewinter: “Leven in een islamitische samenleving in tien lessen”

Hoe overleven in een islamitische samenleving, een boekje van Filip Dewinter van 54 bladzijden waar hij, of zijn denktanken, in tien lessen uitlegt “hoe een niet-moslim zich dient te gedragen om te overleven in een islamitische omgeving. Deze brochure viseert of stigmatiseert niet de individuele moslim. Een meerderheid van moslims leeft immers niet volgens de strikte regels van de islam. Maar die meerderheid is anderzijds ook niet in staat of bereid om zich tegen deze regels te verzetten. Het is echter een feit dat de islam als een vloedgolf onze steden overspoelt en de islamitische ideologie in onze samenleving steeds meer aan invloed wint. Deze brochure wil vooral duidelijk maken wat u mag verwachten wanneer de islam in onze samenleving de dominante maatschappelijke kracht wordt”.

Ook al is er in z’n boekje niets van terug te vinden, bij de persvoorstelling maakte Filip dewinter een vergelijking tussen de islam en het nationaalsocialisme: “Ik geloof wel in gematigde moslims,” zo stelde hij” maar niet in een gematigde islam. Vergelijk het met nazi-Duitsland: de meeste Duitsers deelden het gedachtegoed van Hitler niet, maar ze deden wel wat hij zei.

Het gedachtegoed van de islam wordt hiermee op dezelfde lijn gezet als het gedachtengoed van het nationaalsocialisme.“ Dat Dewinter zich blijkbaar alsmaar meer mag permitteren blijkt ook uit zijn nieuwe invulling van het Roma woord, uitgesproken op Villa Politica: “Rovers – Overlastjunkies – Messentrekkers – Agressievelingen”. De vraag stelt zich wie in feite wat gemeen heeft met het nationaalsocialisme?

23. Dewinter: “Islam: de belangrijkste religieuze en maatschappelijke kracht in Europa in 2100

Voor Dewinter zijn de moslims in Poitiers in 732 en in 1683 bij Wenen verslagen en uit Europa verdreven. Door massa-immigratie en bekering hopen moslimfundamentalisten nu ook Europa in te palmen. Wat niet gelukt is langs verovering en geweld probeert de islam nu via immigratie, geboortenaangroei en berekening. De multicultuur doet volgens Dewinter dienst als hefboom om Europa te koloniseren.

Van een Europese islam komt niets terecht. Het enige dat over zal blijven is een geïslamiseerd Europa en hij besluit: “Indien de huidige demografische evolutie zich doorzet, zal in grote gebieden van West-Europa de islam nog deze eeuw (dwz binnen 88 jaar, nvdr) de belangrijkste religieuze en maatschappelijke kracht worden. De islamitische voorschriften zullen dan onze samenleving domineren. In tal van wijken in onze steden is dit overigens nu reeds het geval, zo besluit de Dewinter.

Of je nu al voorspellingen kunt doen voor het einde van deze eeuw is maar de vraag. Welk is de rol van de media, sociale wetenschap, onderwijs en de religies in de socialisering, het doorgeven van historische kennis en het opkrikken van het beschavingsniveau.

Wat is er van de jongeren die god nog gebod kennen en die toch in de hoek van de islam gestoken worden of zich erin situeren, en wat is de kracht van de samenleving en de religie om antwoorden te geven aan het doen respecteren van de persoonlijke integriteit en de eigendom, ook aan wie hardleers is? Enkele feiten en aspecten worden kort belicht en zijn aanleiding tot enkele bedenkingen die aangeven wat de invloed van de moslims kan zijn.

24. Etiquette en Beschaving – de achterlopende internalisering

Met de uitspraken van Dewinter zitten we midden een maatschappelijk debat waarbij islam, onveiligheid, criminaliteit, gevangenschap, migratie en asiel onderling verwisselbaar worden in het oppoken van angst en afwijzing van het vreemde of het andere. Misschien geeft professor Laeremans wat lucht.

Professor sociologie Laeremans van de Katholieke universiteit Leuven heeft op 16 november 2011 op de radio het werk van Nobert Elias uit 1939, Etiquette en Beschaving besproken. Het ontlokte bij ons enkele overwegingen. Elementaire omgangsvormen, (z’n neus niet in het tafellaken snutten bv, elkaar niet met messen te lijf gaan) werden eerst opgelegd en daarna geïnternaliseerd.

Door migratie komt het maatschappelijk verworven systeem van ‘internalisering’ van waarden en normen onder druk, zeker als de migraties gebeuren vanuit oorlogslanden bijvoorbeeld, vanuit landelijke gebieden of met bevolkingsgroepen van lage scholing. Voor de ‘integratie’ en opvang dienen alle maatschappelijke krachten gemobiliseerd met uiteraard onderwijs, de buurt, de vrijwillige ondersteuning en hulp, de ondersteuning van de opvoedingskaders en zeker ook de religie. Samenspraak samenwerking, interactie en de wederzijdse co-inclusie bieden het perspectief voor de toekomst.

Elke migratie heeft zo z’n eigen kenmerken, die nog lang in tweede en volgende generaties kunnen doorwerken. Ook de Oost-Europese migranten kunnen een dubbele hiaat vertonen in deze internalisering Door de collaboratie met het nationaalsocialisme en de mede-verantwoordelijkheid van Poolse ouders bijvoorbeeld voor de deportatie en vernietiging van honderdduizenden joden is er een groot conflictgebied ontstaan met de jongerengeneraties wat criminaliteit, onaangepast gedrag en dergelijke meer betreft.

Professor Adriaenssen leidt in Polen seminaries die hierop wijzen, het gedrag van Poolse jongeren uitklaren en duiden vanuit het niet verwerkt verleden van hun ouders. Ook in België zou ‘heropvoeding’ van jongeren kunnen samengaan met analyse van kolonisering, nationaal-socialisme en dictatoriale regimes.

Meer algemeen zou eens de analyse kunnen gemaakt van misdaad en criminaliteit die in wezen extreem rechts is, en door het nationaalsocialisme tot een systeem werd verheven, dwz misdadigers inzetten als specialisten in afdreiging, diefstal en liquidatie van medeburgers in de concentratie en uitroeingskampen. Wanneer vrouwtjes van hun handtas beroofd worden, er afrekeningen gebeuren met messteken, burgers geslagen worden en afgedreigd, desgevallend gedood, dan plaatsen de daders zich in het voetspoor van de wijze waar nationaalsocialisten hun zaakjes regelden met de eerlijke burgers die voor zichzelf, hun bezit en voor anderen opkwamen in het verzet.

Deze politieke analyse van misdaad en de kennis van het nationaalsocialisme zou mede het kader creëren voor een vredelievender en veiliger samenleving. Ook hier kan de islam een rol spelen. Er is trouwens maar toekomst voor wie weet en verwerkt heeft vanwaar hij komt.

25. Afwezigheid en degeneratie van wetenschappelijk onderzoek

Wat choqueert is soms de verregaande degeneratie van het wetenschappelijk onderzoek waarbij meningen van enkelingen in fragmentaire enquêtes uitvergroot worden tot stellingnamen van bevolkingsgroepen tegenover historische realiteiten, bijvoorbeeld dat moslimjongeren voor meer dan de helft anti-semiet zijn.

Professor Elchardus van de VUB gaat hiermee dezelfde weg op van Jaak Billiet (KUL) om opinies om te zetten in vragen met vijf antwoordmogelijkheden of op een graduele schaal van één tot tien bijvoorbeeld (hoe sterk ben je akkoord), en dan elkeen samen te  nemen van eerder akkoord tot helemaal akkoord.

Professor Albert Martens, KUL zegt het zo:   “Als je islamofobe (nvdr en bij uitbreiding anti-semitische) standpunten ‘wetenschappelijk’ wilt onderzoeken is het alsof je op zoek gaat naar de weg die Roodkapje volgde in het bos of zoals de wetenschappers onder het nationaalsocialisme die de criteria wilden vast leggen om te bepalen of iemand Ariër was of niet.” Wetenschap heeft hier elke schroom verloren om mee te spreken in een populistisch discours en dit te legitimeren.

Maar het probleem ligt fundamenteler, de sociale wetenschap wordt wat toekenning van budgetten betreft volledig ondergefinancierd. De beslissing van de KUL om enkel nog wetenschappelijk onderzoek te inventariseren en te betoelagen dat ook een economische weerslag heeft, dus productief is, is een doodsteek geweest voor sociaal wetenschappelijk onderzoek zodat het de samenleving niet meer toelaat om het samenleven en de sociale cohesie, en alles wat dit bedreigt te onderzoeken en in beeld te brengen.

De wetenschap is nu het speeltje geworden van politieke fracties, van parlementaire vragen en antwoorden, en van commerciële bureaus. Het volledig verdwijnen van het onderzoek naar godsdienstigheid bv aan de universiteiten is daar illustratief voor. De opmerking van Van de Cloot van Itinera in Terzake van 23 november 2011 dat professoren nog enkel binnen denktanks zoals Itinera hun ding kwijt konden is in feite een alarmkreet aan universiteiten om zich opnieuw, en onafhankelijk, met de samenleving te bemoeien.

26. Een eigen net, een nieuwe zuil voor moslims?

Dat de moslims geen eigen zuil hebben opgericht wordt over het algemeen toegejuicht, maar heeft het niet voor een zeer groot democratisch, pedagogisch en cultureel deficit gezorgd? Alle andere  zuilen en publieke instanties hebben gedurende decennia een politiek van exclusie gevolgd tegenover de moslims en allochtonen in het algemeen.

Ook binnen de economische sector worden allochtonen en moslims selectief en met mondjesmaat toegelaten. Het oude PMS en haar opvolger, de CLB’s alsmede de Gezinsbond zijn in het verleden nogal eens instrumenten van exclusie geweest. De PMS-centra waren nochtans door de arbeidersbewegingen opgericht voor de emancipatie van de arbeiders, en de Gezinsbond was er voor jonge en grote gezinnen.

De PMS hebben de arbeiders laten vallen zo vlug zij bruin of donker werden, de grote gezinnen kwamen maar in beeld voor zover ze blank waren. Het is pas eind negentiger jaren dat een zekere omslag gebeurd is die nog altijd niet het punt bereikt heeft waarop deze diensten hun eigen verleden verwerkt hebben en zich met het allochtone feit verzoend hebben.

Moeten moslims een eigen net uitbouwen, eigen onderwijs, vakbond, eigen politieke partijen, in de ‘westerse traditie’ die nog altijd het politieke landschap bepaald bij zowel katholieke als socialistische partijen? Het zou van integratie getuigen om ook een eigen net en zuil op te richten. Waarom andere misgunnen waarmee men zelf sterk geworden is? Of is het omdat het bij de islam gaat om een religie zonder formele bovenstructuur, die zich moeilijk laat afvaardigen of die in maatschappelijke segmenten niet als autonome kracht of organisatie aanwezig is.

De integratie van de islam en moslims in de samenleving is vooralsnog altijd gebeurd langs de toegang tot andere door de overheid gefinancierde systemen in de publieke en private sector. Zij hebben evenwel geen invloed gehad bij vakbonden, onderwijsinstellingen, culturele organisaties enzomeer. De moslims hebben moeten schikken aan de regels die anderen voor hen bepaalden zonder dat zij op eigen instituties kunnen terugvallen.

Door de selectieve, discrimerende en exclusieven stellende organisatie zijn de moslims decennia lang niet op hun waarde genomen en niet voor vol aanzien. De zelforganisaties van allochtonen zijn altijd met argusogen bekeken en amper ondersteund. Het verbod op hoofddoeken in onderwijs en werk is er het meest schrijnende voorbeeld van. Het feit dat zelfs de ‘beste krachten’ moe zijn en deze exclusie niet meer verdragen is een veeg teken.

In hetzelfde Ter Zake, van  24 november2011 ditmaal, doet Jos Geysels een pathetische oproep om goed te beseffen dat de maatschappelijke krachten die in 1991 aanleiding gegeven hebben tot het succes van het Vlaams Blok, nu opnieuw gerodeerd zijn om hun ongenoegen over migratie, asiel, islam en wat al meer te ventileren en politiek uit te drukken.

Maar wie migratie tot verkiezingsthema verheft graaft de put waar hij uiteindelijk zelf in valt, mede door het feit dat de (Belg geworden) migratie zelf de politiek meer en meer zal bepalen en dit in het belang van alle inwoners van België.
  
27. Het tij keert: de co-inclusie van moslims

De aanwezigheid en vertegenwoordiging van moslims in onderwijs, politiek, vakbonden zal als maar sterker worden zodat de dynamiek van maatschappelijke acceptatie zal vergroten en tot nieuwe samenlevingscompromissen leiden wat feestdagen, afgevaardigden, mandaten in gemeenten en schepencolleges betreft.

De gemeenteraadsverkiezingen en de sociale verkiezingen van de vakbonden die beide in 2012 plaatsvinden zullen het draagvlak voor moslimaanwezigheid, evengoed als voor katholieken en socialisten, exponentieel verhogen met naast schepenen allicht ook een allochtone, en wie weet een moslim burgemeester, zonder dat hij of zij daarop moet aangesproken worden.

28. De caritas van het verleden, de “sharia” van de toekomst

In het verleden, doorheen eeuwen, heeft het kristendom langs de caritas de gezondheids-, welzijnszorg en onderwijs  vorm gegeven, en zit nog altijd gebeiteld in de dienstverlening en instellingen. Niet voor niets oordeelt de KUL om de K van katholiek in haar naam te behouden. Door de afkalving van  de beleefde katholiciteit  is er een verarming opgetreden in het geïnternaliseerd bewustzijn van de burgers, en is er langs liberalisering en markt de ruimte gegeven voor ongecontroleerde winst, speculatie, bedrog en destabilisatie van de gehele samenleving en economie in de wereld.

Er is een transgressie bezig van religiositeit en burgerbewustzijn waarbij de islam geen surrogaat maar een hernieuwing van deze religieuze inputs, onderbouw, waardengerichtheid in de samenleving kan brengen.

Dit is een proces van decennia dat toelaat te stellen dat de toekomst van België mede door het groeiende aantal moslims, ook “stralend” is. Wat het kristendom was in het verleden is de (geëmancipeerde, maatschappelijk geïntegreerde en binnen de legitimiteit opererende) islam in de toekomst.

Over het belang van de religie voor de samenhang en emancipatie van een bevolking is de lezing van het boek van Alain de Botton, ‘Religie voor atheïsten, een heidense gebruikersgids’, ten zeerste aan te raden, ook laat het de islam als religie ter zijde. Deze uiteenzetting is in zekere zin een beperkte aanvulling van zijn analyse voor wat de islam betreft.

29. Brussel, draaischijf van Eurabia

De geopolitieke evolutie laat toe deze Belgische en Brusselse evolutie beter te kaderen en ze perfect compatibel te achten met de ‘westerse’ democratieën. De opbouw van een versterkte en meer uitgebreide Europese Unie alsmede een Arabische Liga die de Arabische revolutie mee verteerd en verwerkt, zal een evolutie mogelijk maken naar het Mare Nostrum, de mediterrane eenheid die naast de USA, alsook naast en samen met China het Eurabia tot stand brengt.

De Arabische revoluties zijn de, mede door Europa gesteunde, noodzakelijke katalysatoren voor de nieuwe geopolitieke eenheid waarbij de sterke aanwezigheid van migraties uit de mediterrane landen de eenheid en dynamiek aan de basis zal bevorderen. De synergie van godsdiensten, katholicisme en de andere christelijke godsdiensten, het jodendom en de islam, zullen mede deze euro-arabische eenheid bewerkstelligen, zeker wanneer de Palestijns conflict de komende 10 jaar tot een volledige oplossing zal komen.

Het hoeft niet gezegd dat Brussel om alle mogelijk denkbare redenen niet alleen in het hart van deze evolutie zal staan, maar er ook meer en meer de zetel van zal worden, niet in het minst omwille van de diverse aanwezigheid van inwoners van al deze mediterrane landen.

Professor emeritus Juliaan Van Acker, “specialist in ‘revalidatie’ van hopeloze allochtone gevallen” besluit in DM van 21 november 2011 als volgt: “Ik bekijk het liever internationaal, als de islamitische landen rond de Middellandse Zee, democratische instellingen, goed onderwijs en sociale zekerheid hebben, verandert de hele mentaliteit. Dan kan er beter gecommuniceerd worden om samen de problemen op te lossen. Of de Arabische lente hoopgevend is? Ik denk veel verder, de economische en politieke situatie die op ons afkomt, is een kans voor West-Europa om een nieuw machtsblok te vormen met de islamitische landen, tegen de Verenigde Staten of China. Daar ligt de toekomst ondanks alle verhalen”

30. Agressie tegen een joods meisje

Een meisje met een joodse vader en niet joodse moeder, zonder praktiserend te zijn of iets met de staat Israël van doen te hebben, wordt geagresseerd door vier Marokkaanse meisjes. Onvoldoende kennis, socialisatie, abstractievermogen, historisch inzicht om joods-zijn te onderscheiden van behoren tot de Israëlische staat, het wederzijds, onvoldoende inzicht in de historische en feitelijke exclusie van Arabische landen en de islam – Evenmin mogen tegenstellingen tussen volkeren of verschillende belangen aanleiding geven aan fysieke of verbale agressie tegen wie dan ook – (aanvulling 30-11-2011). Lees ook een erg interessante en relevante speech van Howard Gutman, VS-ambassadeur in België, “Thinking About Anti-Semitism in Europe Conference on Fighting Anti-Semitism in Europe: What is Next?”November 30, 2011, waarin hij ook de agressie tav het joods meisje ter sprake brengt.(update 04/11/2011).

Het is niet alleen een essentiële opdracht van het onderwijs maar ook van de religie om hier de historische deviaties te duiden en het individueel handelen te sturen. Ook in België is de nasleep van de oorlogen, van de kolonisering, van de exclusies, discriminaties en racisme nog niet beschaafd, geciviliseerd, geïnternaliseerd, gesocialiseerd.

Maar alle elementen en dynamieken zijn aanwezig om hier de nodige zorg aan te besteden. Alleen wordt de werkelijkheid niet altijd vertolkt om er wat mee te doen, maar als bevestiging van het eigen vooroordeel en het politieke voordeel dat men er kan uit halen. Dat heet populisme.

31. Een karton tegels in de voorruit van de metro in Ribaucourt

Enkele dagen geleden, een ‘fait divers’ dat tot het dagelijks nieuws behoort: het werpen van een karton tegels in de voorruit van een metro in het station Ribaucourt door vier jongeren, daders onbekend en niet opgepakt. Met hoge waarschijnlijkheid vier Marokkaanse gasten, moslimjongeren, die de leegte in hun bestaan vullen met zinloos geweld tegen allicht de Marokkaanse metrobestuurder/ster, of een doelgerichte actie tegen de persoonlijke integriteit van de bestuurder en de publieke eigendom.

Welke maatschappelijke krachten kunnen of worden gemobiliseerd om de bescherming op te nemen van de publieke werknemers en goederen, even goed als de individuele slachtoffers van het uiterst traumatiserend optreden van jongeren of ouderen die de persoonlijke integriteit of de eigendom belagen.

In plaats van hiervan weg te vluchten en de ‘politie haar werk te laten doen’ sluit zich, volgens mij, meer en meer het deken van de sociale en maatschappelijke bekommernis en overleven over dit soort voorvallen. Niet de jongeren worden verstikt maar hun handelen waar niemand mee gediend is en dat in eerste instantie de ‘allochtonen’ en de moslims treft.

Men kan zich zelfs afvragen in welke mate deze, door gebrek aan of onder toezicht van de politie en veiligheidsdiensten opererende jongeren, geen kader krijgen aangereikt om hun destabiliserende actie te ondernemen. Als de samenleving en de staat met haar repressieve functie en haar monopolie op wapens niet voldoende effectief is, nemen de zingevingsystemen het mede over, en legt men zijn eigen gewicht in de schaal en zegt, tot hier en nu terug.

Meer en meer kleine feitjes van weerstandigheid en weerspannigheid tegen belaging bij de bevolking wijzen op een trendbreuk die ook in de cijfers en evolutie van de criminaliteit in Brussel is af te lezen. De totale criminaliteitscijfers gaan voor het derde opeenvolgende jaar in Brussel naar omlaag. Dat is wisselend wat aard van de criminaliteit betreft. Nieuwe vormen zullen het eerst de kop opsteken in een grootstad maar globaal is er een gunstige evolutie, die, om welke reden ook, verzwegen wordt door de politiediensten. Uiteraard verschilt de sterkte van deze daling tussen de verschillende gemeenten.

Voor de evolutie van de criminaliteit in Brussel per gemeente en politiezone in 2010 en het eerste kwartaal 2011 zie tabellen in bijlage.

32. Sharia4belgium doet raid op jeugdhuis ROJM in Mechelen

In het kader van een youtubereportage heeft Shariaforbelgium een raid op het Jeugdhuis ROJM uitgevoerd door er op 19 november 2011 om 16 uur ongevraagd binnen te stappen, er een soort gebedsscene op te zetten en dit filmpje op youtube te plaatsen als ultiem bewijs dat zij er in geslaagd zijn in dit jeugdhuis hun boodschap kwijt te kunnen.

Niets is uiteraard minder waar. Zij kaderen in een bewuste opzet, door wie dan ook binnengebracht, om de honderden jongeren voor wie ROJM een wezenlijk steunpunt is in hun groei naar volwassenheid en burgerschap, te beschadigen, de werking te kelderen en haar betoelaging en bestaansrecht te ontnemen.

De nefaste invloed van alle politieke initiatieven om de ‘categorale werking’ voor allochtone en moslimjongeren te verhinderen of te bemoeilijken heeft doorheen decennia al voor onherstelbare schade gezorgd. Welke politieke, pedagogische en culturele verantwoordelijken verheffen hier eens hun stem zodat de destabilisatie door de politiek kan stoppen?

En wanneer zullen ook de media veel vlugger het positieve uitvergroten in plaats van dubieuze organisatie zoals sharia4belgium een platform te geven en dan aan de klaagmuur te gaan staan om het Jeugdhuis te sluiten of haar betoelaging te ontnemen? Het is alsof men de ontmanteling van een bank zou vragen nadat er een geslaagde overval is gepleegd. Het slachtoffer moet eraan.

Laat er geen misverstand over bestaan, als het Belgische parlement elementen van de sharia als wet verklaart, als binnen de wettelijkheid sharia-advies en beoordeling georganiseerd worden, dan is daar niets mis mee, evenmin wanneer bij referendum bijvoorbeeld een Vlaamse staat tot stand komt of de revolutie langs een meerderheidskeuze voor de PVDA wordt beslist.

33. Katholiek onderwijs verwijst vijfhonderd tot duizend scholieren naar de hulpverlening

Zorg en hulpverlening hebben de laatste decennia een zekere plaats gekregen in het onderwijs. De CLB’s bestaan ondermeer om een brug onderwijs-hulpverlening te leggen. Langs time-outs, herstelbemiddeling en klasoverleg probeert men maximale kansen te geven aan jongeren die buiten elke controle komen en nog al eens op het snijvlak met criminaliteit terechtkomen.

Voor het katholiek onderwijs stelt het zich zo: “Ze komen in de regel uit gezinnen van allochtone afkomst in sociaal achtergestelde wijken van de steden en plaatsen de scholen waarin ze terecht komen – het zijn vooral BSO- en nijverheidsscholen – voor onoplosbare problemen. Ze spijbelen buitensporig, zijn agressief, hangen rond in straatbendes en belanden niet zelden in de criminaliteit. Op school hebben ze vaak heel wat succes bij makkelijk beïnvloedbare leeftijdsgenoten.”

Vraag is niet of de hulpverlening deze opdracht wel aankan maar of het katholiek onderwijs het zich hier niet al te gemakkelijk maakt. Onderliggend moet men onder ogen durven zien in welke mate het ook om moslimjongeren gaat en in welke mate men naast de hulpverlening ook de godsdienst in z’n echte diversiteit en netwerk dient te mobiliseren, in welke mate men het traditionele hulpnetwerk en ondersteuning rond onder meer moskees kan inschakelen.

Dit is zo in het verleden het geval geweest met de katholieke hulp en ondersteunende netwerken, die grotendeels zijn weggevallen. Maar dat vraagt een dieper gaande bevraging door het katholieke onderwijs of zij zich niet aan de basis, en door niemand nog gehinderd, dient open te stellen in een co-godsdienstigheid, te beginnen met een volwaardig aanbod van islamlessen en de vrije dracht van de hoofddoek.

Er is wordt volgens Mieke Van Hecke te veel in gespreide slagorde gewerkt. “Als we die jongeren niet willen opgeven, moeten we er een prioriteit van maken”, vindt Van Hecke. ”Er zouden speciale begeleidingsinitiatieven moeten komen, ergens tussen onderwijs, welzijn en stedelijk beleid in. Goed omkaderd door deskundigen met ook buurtwerkers en interculturele werkers, gekoppeld aan onderwijsmensen. De begeleiding zal heel arbeidsintensief zijn. We moet ze voorbereiden op het gewone onderwijs of op de arbeidsmarkt.”

Van de moslimnetwerken geen spoor. Het zal volgens mij mee van de moslims zelf afhangen of zij een actieve factor worden in de gezamenlijke aanpak van de (her)socialisering van jongeren die zichzelf achterna lopen en niet vinden, hierin dus met de andere sociale systemen interfereren, en uiteindelijk denken en handelen van elkeen in overeenstemming brengen.

En ook professor Juliaan Van Acker heeft daar in de Morgen van 21 november 2011 erg zinnige dingen over gezegd. Vooral een extreme investering in een persoon tot persoon begeleiding brengt soelaas voor meer dan driekwart van de bedoelde jongeren, zo blijkt uit zijn aanpak en werk op terrein als 71 jarige emeritus. Waar blijven de jonge proffen?

34. Moslims in Brussel, instrument voor hervlaamsing.

Door de keuzes van moslims voor Nederlandstalige onderwijs- en Nederlandstalige culturele instellingen zal de Vlaamse aanwezigheid in de Brusselse structuren in aantal en impact versterkt worden. Niet omdat zij ‘nationalistisch’ zullen worden maar juist omdat het de beste keuze is of de keuze van het kwalitatief meest hoogstaande en perspectiefvolle aanbod.

Diversiteit, meertaligheid, internationale openheid, gecombineerd met de libertijnse traditie van Brussel door de eeuwen heen, zal bij saldo, ook politiek de Vlaamse aanwezigheid en partijen geen windeieren leggen.

35. Overheidstewerkstelling in veiligheids- en dienstberoepen: Marokkanen eerst

Binnen twee decennia zal in Brussel een merkwaardige ommekeer plaatsgevonden hebben in de bestaffing van politie, brandweer, gevangenisbewakers en andere overheidsjobs. De helft van de Brusselse politie zal dan uit Brusselaars van Marokkaanse afkomst bestaan, één derde van de brandweer, een kwart van de gevangenisbewakers.

Het zal daar naar toe evolueren zoals nu al de helft van de metrobestuurders van allochtone afkomst is en de helft van het bewakingspersoneel. En politievrouwen met hoofddoek zullen vriendelijk het verkeer regelen en andere zullen zorgen verstrekken in de creches, ziekenhuizen, gehandicapteninstelling en bejaardenhomes.

De verbeelding hoeft niet aan de macht te zijn om de macht aan de verbeelding te geven.

36. Sociale- en Bestaanszekerheid zijn arbeiderssolidariteit

Elkeen die in België verblijfrecht krijgt heeft toegang tot bestaans- en sociale zekerheid. Dat is een fundamenteel principe van de rechtsstaat. Heel wat nieuwe immigranten staan allicht dikwijls versteld over wat dit allemaal te bieden heeft. Het is in feite een sinds anderhalve eeuw opgebouwd systeem van solidariteit en steun van de arbeiders onderling, tot stand gekomen in periodes van extreme uitbuiting en armoede voor de werkende klassen, waarvan dikwijls nog sporen te vinden zijn in de thuislanden, zonder dat de immigranten zich kunnen voorstellen dat het hier ooit ook zo was.

Door de huidige crisis, de mogelijke verarming en de besparingen die zich aandienen zullen ook de allochtonen en moslims beter gaan beseffen dat deze ‘arbeiderssolidariteit’ mede door hen  een draagvlak krijgt en moet krijgen, inzicht dat met de komende besparing en saneringen alsmaar belangrijker zal worden.

Brussel zal zich misschien het meest weerstandig tonen in het verdragen van de crisismaatregelen, juist omdat er een verdunning is gekomen van de ‘welvaart’ door de stijgende migratie van de laatste jaren. Maar de daling van het gemiddelde levensniveau betekent in feite voor Brussel voor velen een forse stijging in vergelijking met de landen van afkomst.

Het doorschuiven van jongeren naar de arbeidsmarkt en hun aanbreng in de sociale zekerheid zullen verder van Brussel demografisch en economisch een van de sterkste pijlers van de sociale zekerheid maken die ook door de moslims meer en meer begrepen zal worden als arbeidersolidariteit die moet gekoesterd worden.

37. De “gouden reserve”: onderaanwezigheid in de sociale zekerheid

Zoals verschillende wetenschappers al aangetoond hebben is het geen kwestie dat er te veel “geprofiteerd” wordt van de sociale- of bestaanszekerheid maar dat er meestal een ondergebruik is. Zo voor de werkloosheidsuitkering waar veel te weinig vrouwen uit de migratie in terug te vinden zijn omdat zij zich niet op de arbeidsmarkt begeven en niet tot de beroepsbevolking behoren.

Enkel door actief te worden, en zich in te schrijven als werkzoekende behoren zij tot de actieve bevolking, ook al hebben ze nog geen werk. Langs de werkloosheid maken zij de transfert naar werk, maar dat gebeurt nog veel te weinig voor de vrouwen en dochters uit de migratie.

Er kan wel degelijk gesproken worden over de ‘gouden reserve’, van de vrouwen en dochters uit de migratie die de komende decennia werk zullen opnemen in de gezondsheids- en welzijnszorg. Fons Leroy van de VDAB heeft recent daar al een positieve boodschap over vertolkt. Laat de (niet-actieve) vrouwen tot mij komen, en wij maken er zorgwerksters van.

38. Liégeois en De Bon gooien de vuilbak van bestaans- en sociale zekerheid op straat.

Tot slot nog een bedenking bij de vuilbak die Liégeois en van Bon, advocaten-generaal van Antwerpen, over de bevolking uitkieperden. Volgens hen is het misbruik dat asielzoekers en migranten maken van de sociale- en bestaanszekerheid een bedreiging voor de democratie.

Vanuit het Arbeidshof zien zij in Antwerpen migranten en asielzoekers passeren die zich te buiten gaan aan de zekerheidsystemen en veroordeeld werden en daartegen in beroep gingen bij het Arbeidshof. In plaats van nauwgezet hun werk te doen en voor de schifting van de gevallen en dossier te zorgen en daar een oordeel over uit te spreken, gooien zij de vuilbak op straat alsof de sociale en bestaanszekerheid een zeef is waar iedereen gelijk wat van kan pakken.

Het fabeltje dat een migrant na één dag tewerkstelling werkloosheid kan trekken in België is een hoax (een hardnekkige pertinente onwaarheid dus die z’n eigen leven leidt). In België zal ook deze migrant dezelfde attesten moeten kunnen voorleggen van de arbeidsdiensten in het land van herkomst, en dit enkel voor landen waarmee België een akkoord heeft.

Wat Liégeois en van Bon doen is alsof de voedselinspectie zou afgaan op wat in de vuilbakken terechtkomt om te oordelen over de kwaliteit van de voeding die in een restaurant wordt opgediend, zonder er zelf maar te zijn gaan eten. Het zijn niet de migranten en asielzoekers die de democratie destabiliseren maar uitlatingen zoals deze van Liégeois en Van Bon.

En nu ben ik zelf benieuwd wie de emancipatieprijs heeft gewonnen, hopelijk niet Liégeois en van Bon want dan sta ik wel voor schut, en misschien VOEM ook.

Jan Hertogen, socioloog
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!