Nieuws, Samenleving, België, Recensie, Onderwijs, Natiestaat, Globalisering, Onderwijssystemen, Roger Standaert, Niet-westerse culturen, Economische logica, Wereldburger, Globaliseringsideologie, Lissabon-strategie, Moderniteitsdenken -

Globalisering van het onderwijs in contexten, een recensie

Met het boek 'Globalisering van het onderwijs in contexten' geeft Roger Standaert een ruimere invulling aan het fenomeen globalisering. Over de economische globalisering en de gevolgen voor de nationale economieën wordt dagelijks geschreven. Het is minder evident om te publiceren over de impact van de globalisering op onderwijssystemen.

donderdag 24 maart 2011 17:25

De auteur is hierbij de uitdagingen niet uit de weg gegaan. Hij presenteert zijn lezers een breed verhaal en gedetailleerd inzicht in welke mate en hoe de globalisering het onderwijs raakt. Hij onderbouwt daarvoor zijn uitgangspunten – ook vanuit relevante theorieën – en past ze in de politiek-historische en economische ontwikkelingen.

De inleidende situeringen en de discussiepunten worden treffend in kaart gebracht. De heldere stijl en de overzichtelijke opbouw in elk hoofdstuk maken dit brede verhaal toegankelijk voor de doorsnee-lezer.

Elk goed boek bevat tenminste één schaduwkantje. Een conceptueel schema ontbreekt spijtig genoeg om de verbanden tussen de hoofdstukken te verduidelijken.

Waarover gaat het?

‘Globalisering (1) van het onderwijs in contexten’ kun je tweeledig opvatten. In deel 1 focust de auteur vanuit drie invalshoeken – oftewel geografische lagen – op de globalisering, namelijk de wereldtendensen, de beschavingen en de transnationale organisaties.

Deze invalshoeken komen achtereenvolgens aan bod in de eerste drie hoofdstukken. Hoe deze drie lagen van de globalisering de eigenheid van de natiestaten en hun geïnstitutionaliseerd onderwijs beïnvloeden, wordt in hoofdstuk 4 beschreven. Gegeven de ingrijpende globaliseringstendensen moeten we ons de vraag stellen welke rol voor het lokale onderwijs nog weggelegd is?

In ieder geval staat volgens Standaert het onderwijs voor de cruciale opdracht om de jongeren te sensibiliseren voor de globalisering en haar gevolgen.

Terug naar hoofdstuk 1, waarin de impact van de grote globalisering op de terreinen van economie, cultuur, pedagogie en politiek uitvoerig wordt geschetst. De inschatting van de impact op onderwijs en opvoeding is trouwens onderwerp van discussie in de literatuur en tussen academici.

Immers, op wereldvlak is de invloed van de globalisering nog niet zo eenduidig vast te stellen. De snelheid waarmee de globaliseringsprocessen om zich heen grijpen, zal alleszins het tempo van de veranderingen in de onderwijssystemen bepalen.

Momenteel is het vooral het hoger onderwijs dat zich plooit naar de dynamiek van de ‘vrije’ markt. Een dynamiek volledig gedetermineerd door begrippen als accountability, benchmarks, kwaliteitsmetingen, decentralisering en deregulering.

Tekenend voor het hoger onderwijs is de tendens tot standaardisering van de curricula om de internationale uitwisseling en inzetbaarheid te verhogen. Bovenop komt de privéfinanciering van de echt gespecialiseerde vorming geleidelijk aan in handen van multinationals, terwijl de opvatting veld wint dat de algemene vorming louter een opdracht voor de natiestaat is.

De globaliseringseffecten op het onderwijs zijn uiteraard geen neutrale bewegingen, maar worden gedragen door de principes van de ‘vrije’ markt en geregisseerd door de denktanks van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

In hoofdstuk 2 neemt de auteur de globaliserende impact van de beschavingen onder de loep. Hij confronteert ons dominant cultuurmodel – hoe lang nog? – met niet-westerse culturen. Opvoeding en onderwijs in zowel de islamitisch-Arabische wereld, als in India en China passeren de revue. Niet toevallig die wereldculturen die een uitdaging vormen voor het westerse moderniteitsdenken.

Samuel Huntingtons (2) controversiële beschavingstheorie mocht hier zeker niet ontbreken, ook een aantal reacties daarop worden beknopt toegelicht.

Vooraf schetst Standaert het reële spanningsveld tussen onze westerse democratie en de ‘vrije’ markt. Dit is één van de interessantste passages, waarin hij dé vraag stelt, hoeveel markt een democratie aankan. De ‘vrije’ markt in haar extremiteit wordt nergens beter belichaamd dan door de Europese Unie.

In hoofdstuk 3 beschouwt de auteur de beïnvloeding van de meest krachtige transnationale samenwerkingsorganisatie op de lokale onderwijssystemen van de deelstaten, vooral op hun curricula en onderwijsstructuren. Daarbij onderstreept hij de betekenis en het belang van het Bolognaproces en van de katalyserende werking van de superambiteuze Lissabon-strategie. (3)

Het dictaat van de economische logica op ons onderwijs, ontsnapt weeral niet aan Standaerts kritiek. Terecht overigens, want zijn we nu echt vragende partij voor een onderwijs dat alleen de techniek van de ‘vrije’ markt propageert in zijn structuren, inhouden en benaderingen? En leidt bijvoorbeeld decentralisatie van onderwijs tot beter onderwijs?

Deze passage is mijn inziens uitstekend denkvoer voor onze beleidsmakers. Een interessant argument in de discussie is dat het onderwijs – in combinatie met het cultureel en ethisch potentieel van een natiestaat – als hefboom kan dienen om een nationale identiteit op te bouwen. Noem het een welgekomen tegenkracht voor de pletwals van de globaliseringsideologie.

Met ‘De natiestaat en onderwijs’, het vierde hoofdstuk kon het boek alvast afgerond worden. Nu, in deel 2 belicht Standaert nog drie specifieke thema’s, die raakvlakken met de globalisering hebben.

De opvoeding tot internationalisering komt in hoofdstuk 5 aan bod. Naast de internationale samenwerkingsverbanden, de verdragen en akkoorden, wordt het begrip ‘vorming tot wereldburger’ geconcretiseerd, met voorts aandacht voor de doorbraak van het concept ‘duurzame ontwikkeling’.

Op het einde van dit hoofdstuk wordt een handig overzicht van de eindtermen over internationalisering gepresenteerd. In het voorlaatste hoofdstuk mocht zeker het thema ‘Onderwijs voor allochtone leerlingen’ niet ontbreken. De passage over feiten en mythen rond migratie is zowel brandend actueel als verhelderend t.a.v. de wijdverbreide vooroordelen.

Vervolgens wordt ingegaan op het integratiebeleid in Vlaanderen, op de rechten inzake taal en cultuur en op het onderwijs aan allochtonen in Vlaanderen. Hoofdstuk 7 sluit af met het thema over de ontwikkelingssamenwerking, beschreven in een breed perspectief.

Besluit

Het fenomeen globalisering bevat oneindig veel facetten en is dermate complex dat afgelijnde conclusies niet op hun plaats zijn. Standaert waagt zich daar trouwens niet aan. De analyse van de drie globaliseringslagen leidt wel tot de minimale conclusie dat de natiestaten gevoelig zullen wijzigen binnen een nieuwe wereldorde.

Sowieso zal dit urgente welvaarts- en welzijnsvraagstukken op de internationale agenda plaatsen. Mooi meegenomen voor de lezer zijn de vele kritische kanttekeningen, waarbij een marxistische inslag nooit veraf is.

Standaert problematiseert de globalisering, haar aspecten en (tegen)effecten. Bovendien heeft hij een scherp oog voor de maatschappelijke wantoestanden tengevolge van de soms pijnlijke economische realiteit. Dit zou elke lezer moeten inspireren tot een ethisch-kritische reflectie. Slotsom: dit boek gaat dan toch over meer dan onderwijs!

Referentie: Globalisering van het onderwijs in contexten. Roger Standaert, Acco-Leuven/Voorburg, 2008, blz. 249. ISBN 978-90-334-6805-6

Voetnoten:

1. Het begrip ‘globalisering’ kan men daardoor gelijkstellen met het begrip ‘internationalisering’ en wordt zodoende niet beperkt tot het wereldwijde spectrum van invloeden.

2. The Clash of Civilizations and the Remaking of the World Order, het boek dat Samuel Huntington  in 1996 publiceerde. Een kritische repliek kwam van de economist Amartya Sen (Nobelprijswinnaar economie in 1998). 

De hardliners van de ultraliberale globalisering (de neoconservatieven rond VS-president Bush en het hele neoliberale politieke spectrum in de lidstaten van de Europese Unie) zijn ook de heftigste verdedigers van wat Sen de enge civilizational approach noemt. Deze communautaire denkers en theoretici van de culturele politiek, delen de wereldbevolking maar al te graag op in civilizational categories.

Volgens Sen ligt de fundamentele zwakte van Huntingtons civilzational approach in de ontkenning van de diversiteit van elk van de verschillende beschavingen. Bovendien ziet hij de intense relatie en interactie tussen de verschillende beschavingen gewoonweg over het hoofd.

Bron: De Neuter, Wim, ‘Amartya Sen neemt de maat van Samuel P. Huntington’, In: Uitpers, 2008.

3. Een bijsturing op het vlak van groei en werkgelegenheid diende zich in 2005 aan. Een interessante vaststelling van de auteur ligt in beperkende clausule van het Verdrag van Maastricht (1992), waarin de autonomie van de lidstaten voor onderwijs en cultuur werd beklemtoond.

Daartegenover staat dat deze autonomiegedachte
doorkruist is door de opgang van de indicatoren en benchmarks, waardoor de lidstaten eigenlijk met elkander
vergeleken worden.

Dit artikel verscheen eerder in Persoon& Gemeenschap – 60ste jaargang, nr. 2

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!