Interview, Nieuws, Samenleving, België, Armoede, Antwerpen, Antwerpen, Kinderarmoede, Verrekijkers, Centrum Kauwenberg -

Starten aan de onderkant: over kinderarmoede in Antwerpen

ANTWERPEN - Voor vele Antwerpse studenten is armoede een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Niet letterlijk, want voor de kotstudenten van de stadscampus is armoede allesbehalve ver weg. In de buurt hebben altijd al veel mensen in armoede geleefd. Met de opwaardering van de studentenbuurt heeft de armoede zich dan wel verplaatst, de opvangcentra zijn blijven staan.

woensdag 6 oktober 2010 14:15

Centrum Kauwenberg op de Ossenmarkt geeft ondersteuning aan 200 gezinnen uit de ‘generatiearmoede’. Om de vicieuze cirkel van de generatie op generatie doorgegeven armoede te doorbreken, geeft het centrum heel wat aandacht aan kinderen. Kinderen in armoede? In Antwerpen? Het zijn er maar liefst één op de vijf. We vroegen medewerker kinderwerking Lore Motten om duiding.

Wat houdt de kinderwerking van Centrum Kauwenberg juist in?

Lore Motten (Centrum Kauwenberg): “Centrum Kauwenberg geeft kinderen en jongeren van arme gezinnen de kans om in groepsverband hun eigen mogelijkheden te ontdekken en te ontplooien. Concreet engageren we ons voor de opvang van kinderen op woensdagmiddag.”

“Ze zijn niet verplicht om te komen, maar komen eigenlijk zo goed als altijd. Gedurende een bepaalde tijd werken we rond een vast thema waarin we een gevarieerd aanbod aan activiteiten voorzien. Onder andere de thema’s ‘doorheen de tijd’, ‘cultuur’, ‘buiten spel’ en ‘circus’ zijn al de revue gepasseerd.”

“Zo proberen we hun leefwereld te verruimen. We vinden het belangrijk dat onze kinderen een eigen plek krijgen: een constante omgeving die ze kennen en vertrouwen, waar begeleiding is en waar ze andere kinderen met dezelfde ervaringen (kunnen) ontmoeten.”

Doen alle kinderen, arm of rijk, niet gewoon hetzelfde: spelen, zot doen en stout zijn? Waarom een aparte opvang?

“Deze kinderen hebben niet altijd de mogelijkheid om hun kansen te benutten. Zo is het voor hen niet zo gemakkelijk om zomaar naar een jeugdbeweging uit het mainstream jeugdwerk te stappen. Ze vinden daar niet altijd aansluiting bij de andere kinderen.”

“Ook het vertrouwen of wantrouwen dat de ouders hebben in de begeleiding speelt een hele grote rol. Kinderen in armoede zijn vaak uitgesloten in verschillende levensdomeinen waaronder onderwijs en vrije tijd.”

“Door deze uitsluiting komen ze soms snel in een watervalsysteem terecht. We zien dat deze kinderen bijna allemaal in het buitengewoon onderwijs terecht komen. Wij proberen deze spiraal van negatieve ervaringen te doorbreken.”

“Zo hadden we dit jaar een groot circusproject. Gedurende zes maanden leerden ze langzaamaan circustechnieken kennen en vertrouwen. Waar kinderen eerst niet op een bal durfden te staan, lukte het hen na wat aanmoediging toch. Dit geeft hen kleine succeservaringen. Na afloop kregen we ook enorm positieve reacties van de trotse ouders.”

Ben jij een soort vervangmoeder voor de kinderen?

“Absoluut niet! Ik ben geen moeder Teresa. Dat klinkt zo caritatief. De kinderen hebben hun eigen ouders en ik zou mezelf nooit als plaatsvervanger willen beschouwen.”

Wat zijn de hefbomen om kinderen uit armoede te krijgen?

“Het beleid kan de minimumlonen van de ouders die werk hebben omhoog trekken. Maar dat alleen volstaat niet. Ook werkgelegenheid moet een aandachtspunt zijn. Kinderen in armoede groeien vaak op in een omgeving met veel werkloosheid.”

“In zo’n omgeving vindt iemand het al snel ‘tegennatuurlijk’ om te werken. Naast een loon biedt werk ook een zinvolle daginvulling en een gevoel van appreciatie.”

“Verder kan het beleid beslissen om meer te investeren in gezinsbegeleiding, zoals we met Centrum Kauwenberg doen. Ook naar vrije tijd gaat er steeds meer aandacht. Buurtsport in Antwerpen levert bijvoorbeeld ongelooflijk goed werk om kinderen in armoede aan het sporten te krijgen.”

“Jeugdbewegingen als Chiro en Scouts doen ook enorm hun best om het armoedethema aan belang te doen winnen bij hun plaatselijke groepen.”

“Ten slotte is er nog de factor onderwijs. Veel leerkrachten komen uit een middenklassecultuur en voor hen is het dus niet altijd gemakkelijk de problemen rond armoede te herkennen en een plaats te geven, waardoor de kinderen zich vaak niet geaccepteerd voelen en ondermaats gaan presteren.”

“Gelukkig is het tij aan het keren. Een heel aantal scholen beginnen er eindelijk aandacht aan te besteden. Gevolg: steeds minder kinderen in armoede belanden in het buitengewoon onderwijs.”

Een positieve evolutie dus. Mogen we er dan ook van uitgaan dat een heel aantal kinderen binnenkort aan de armoede zullen ontsnappen?

“Helaas is het allemaal niet zo eenvoudig. Generatiearmoede is moeilijk te doorbreken. Al vanaf de geboorte worden heel wat kinderen geconfronteerd met armoedegerelateerde problemen zoals gebroken gezinnen, dronkenschap en druggebruik.”

“Deze kinderen vinden niet de nodige structuur en geborgenheid die ze nodig hebben om op te groeien. Wie het beeld heeft van een onbezorgd luizenleventje heeft het mis. Leven in armoede brengt net heel wat stress met zich mee. En dan heb ik het niet alleen over de bijna latente angst voor een lege bankrekening.”

“Neem nu huisvesting. Kinderen in armoede wonen vaak in een slecht geïsoleerd huis met weinig ruimte en veel overlast. Voeg daarbij een minder gezond dieet en je begrijpt waarom mensen in armoede vaker gezondheidsproblemen hebben.”

“Armoede help je dus niet zomaar de wereld uit. Wat we wel zien, is dat armoede van gezicht verandert. De jongvolwassenen van vandaag slagen er bijzonder goed in hun armoede te verbergen. Dat was vroeger anders. Armen zagen er duidelijk minder verzorgd uit en waren daar op een bepaalde manier ook trots op. Ze hadden hun eigen subcultuur en gingen gemakkelijker op de barricades staan.”

“Er is in de loop der jaren meer schaamte geslopen in armoede. In plaats van zich tegen de maatschappij te keren, wordt vandaag een strijd geleverd om geaccepteerd te worden door de maatschappij”.

“In plaats van zich tegen de maatschappij te keren, wordt vandaag een strijd geleverd om geaccepteerd te worden door de maatschappij”

Hoe kan de Universiteit Antwerpen haar steentje bijdragen aan het armoedeprobleem?

“Door binnen de curricula meer aandacht te besteden aan het onderwerp. Binnen de opleiding Rechten komt het thema bijvoorbeeld vrijwel niet aan bod. Heel veel mensen in armoede moeten beroep doen op een pro-Deoadvocaat, maar deze advocaten hebben vaak weinig voeling met de thematiek van armoede.”

“In de lerarenopleiding zien we een positieve evolutie. Binnen de stage worden de studenten verplicht om huiswerkbegeleiding bij de leerlingen thuis te doen. Zo zien deze leerkrachten in wording dat armoede bij kinderen veel meer is dan het ontbreken van een turnzak of boterhammen.”

“Bij de kinderwerking zijn we ook altijd op zoek naar geëngageerde vrijwilligers die zich op wekelijkse of maandelijkse basis een woensdagnamiddag kunnen vrijmaken om samen met de medewerkers de kinderen een leuke middag te bezorgen.”

Meer weten? Stuur een mailtje naar Lore.Motten@kauwenberg.be of telefoneer 03/2327296

Tijdens de week van 15 november biedt de Universiteit Antwerpen onder de titel ‘Buiten Spel!?’ een programma aan rond kinderarmoede. Raadpleeg www.ua.ac.be voor meer informatie.

© 2010 – Verrekijkers – Janus Verelst

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!