Gaza: voor 40.000 leerlingen was er geen plaats op de UNRWA-scholen (foto: UNRWA)
Nieuws, Pax Christi, Gaza, Hamas, NGO's, Broederlijk Delen, Westelijke Jordaanoever, Kolonisten, Fatah, Israël Palestina, Economische blokkade, Mensenrechtenactivisten, Vredesoverleg, UNRWA, Nederzettingen, Bedoeïenendorpen, Palestijnse Autoriteit -

Feiten op het terrein in Israël en de Palestijnse gebieden

Op basis van een recent veldbezoek in de regio, belichten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen enkele actuele pijnpunten die niet of nauwelijks besproken werden tijdens de recente Israëlisch-Palestijnse vredesgesprekken.

donderdag 30 september 2010 15:30

Toch ondermijnen feiten op het terrein de kans op een duurzame en rechtvaardige vrede in de regio. Onze Israëlische en Palestijnse partners werken actief rond deze thema’s om de situatie ter plekke te verbeteren. Daarom verdienen ze de nodige aandacht.

1. Groei van nieuwe nederzettingen in Oost-Jeruzalem

Het moratorium op de bouw van nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, was niet van toepassing op Oost-Jeruzalem waar de bouw van nieuwe nederzettingen ongehinderd verder ging.

Het masterplan voor Jeruzalem uit 2000 heeft twee speerpunten: de uitbreiding van de nederzettingen op Palestijns land en de beperking van de groei in Palestijnse wijken.

Hiertoe keurde de Israëlische regering recent de wet op de landhervorming (Land Reform law) goed en heractiveerde ze de wet op de eigendom van afwezigen (Absentee Property law). Op die manier kan land in de nederzettingen in Oost-Jeruzalem worden verkocht en niet langer geleased, zoals tot op heden het geval was.

In de Palestijnse wijken Silwan en Sjeikh Jarrah stijgen de spanningen tussen kolonisten en Palestijnen zienderogen. In Silwan (300 kolonisten te midden van 33.000 Palestijnen) vonden eind september zware onlusten plaats nadat een veiligheidsagent een Palestijn doodde en een Palestijns kind thuis omkwam door het overmatig gebruik van traangas door de ordetroepen.

2. Bedoeïenen in de Negevwoestijn

De Israëlische regering moedigt Joods-Israëlische burgers aan om zich in de Negevwoestijn te vestigen. Daartoe bouwt ze er industriële zones en nieuwe steden. Dit gebeurt vooral in de buurt van bedoeïenendorpen.

De vrees bestaat dat de regering verschillende dorpen zal vernielen en duizenden bedoeïenen zal verplaatsen. Zo werden in het dorp Araqib sinds juli 2010 reeds vijf maal huizen verwoest. Het is onwaarschijnlijk dat de rechtbank van Beer Sheva de inwoners in het gelijk zal stellen.

Volgens het masterplan van Beer Sheva ligt het land van Araqib in een recreatieve zone. Dit dorp bestond echter lang vóór 1948. Ongeveer 90.000 bedoeïenen die in ‘niet-erkende dorpen’ wonen, worden met uitzetting uit hun huis bedreigd.

Volgens Israël zijn deze dorpen illegaal. Het weigert de dorpen van basisinfrastructuur te voorzien en stelt dat het de zone- en bouwwetgeving toepast. De bedoeïenen worden verplicht zich in één van de nieuwe dorpen te vestigen en hun voorouderlijk land en levenswijze op te geven.

3. Ongunstiger klimaat tegenover NGO’s en mensenrechtenactivisten

Sinds de publicatie van het Goldstone-rapport (nvdr: over de rol van Israëlische leger bij de oorlog in Gaza van januari 2009) liggen Israëlische mensenrechtenorganisaties meer en meer onder vuur.

Momenteel liggen in de Israëlische Knesset verschillende wetsvoorstellen op tafel die het Israëlische NGO’s moeilijker moet maken om hun regering kritisch te bevragen.

Het wetsvoorstel aangaande de financiële steun aan NGO’s, dat verregaande rapporteringsmaatregelen oplegt aan NGO’s die steun krijgen van buitenlandse regeringen, zal in oktober zo goed als zeker aanvaard worden in de Knesset.

Ook mensenrechtenactivisten worden in toenemende mate geviseerd. Ameer Makhoul, Palestijns burger van Israël, en directeur van de organisatie Ittijah, werd beschuldigd van contacten met buitenlandse agenten. Deze beschuldiging kwam er op basis van geheim bewijsmateriaal en Ameer Makhoul werd bovendien blootgesteld aan zware fysieke druk. Zijn proces verloopt niet volgens internationale standaarden.

In de Palestijnse gebieden, schenden zowel de Palestijnse Autoriteit als Hamas de mensenrechten. Hamas vergroot zijn grip op de civiele maatschappij in de Gazastrook, het controleert de activiteiten van onder meer culturele organisaties en legt hen islamitische maatstaven op.  Het introduceert nieuwe wetgeving die de rechten van vrouwen wil terugschroeven.

De Palestijnse Autoriteit treedt repressief op tegen dissidenten. Zo verstoorden veiligheidsdiensten in augustus een kritische bijeenkomst over de vredesonderhandelingen. De behandelingen van gevangenen in Palestijnse gevangenissen is bijzonder zorgwekkend.

4. Gaza raakt steeds verder geïsoleerd

In juli 2010 verlichtte Israël de blokkade van de Gazastrook en liet het meer consumptiegoederen in het gebied binnen. Toch blijft de blokkade fundamenteel ongewijzigd: de grenzen zijn toe voor vrij verkeer van personen en goederen, er is slechts één grensovergang open met een capaciteit van 250 trucks per dag, export en de invoer van onder meer bouwmateriaal is verboden.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat kinderen in UNRWA-scholen (nvdr: het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen) voor het eerst sinds lange tijd wel papier en potloden hebben, maar toch nog geen klaslokalen.

UNRWA kan immers geen materiaal invoeren voor de noodzakelijke bouw van 100 scholen (hiervoor zijn 22.000 trucks bouwmateriaal nodig). Bij de aanvang van het nieuwe schooljaar moesten bij gebrek aan lokalen 40.000 leerlingen geweigerd worden.

De fysieke en politieke scheiding tussen de Gazastrook (onder controle van Hamas) en de Westelijke Jordaanoever (onder controle van de Palestijnse Autoriteit, dus Fatah) heeft verregaande gevolgen. Het beleid van ‘West Bank first’, waarbij de internationale gemeenschap zich concentreert op de Westelijke Jordaanoever, interpreteren veel burgers als ‘Gaza last’.

De meerderheid van de burgers van Gaza dringt dan ook aan op een coherent beleid waarbij gestreefd wordt naar de eenheid van de Palestijnse gebieden en nationale verzoening tussen Fatah en Hamas.

5. Economie en ontwikkeling in de Palestijnse gebieden

De afhankelijkheid van internationale hulp in de Palestijnse gebieden neemt elk jaar nog toe. Het IMF en het Palestijnse Centrale Bureau voor Statistiek maken gewag van economische groei in de Palestijnse gebieden. In de eerste helft van 2010 zou er in de Gazastrook zelfs 16 percent groei zijn in vergelijking met de eerste maanden van 2009. Die stijging heeft te maken met Israëls militaire operatie begin 2009.

Bovendien is de groei voornamelijk het resultaat van de grote hoeveelheid humanitaire hulp, en de zwarte ‘tunneleconomie’. Het cijfer strookt niet met de realiteit die maakt dat 80 procent van de inwoners van Gaza afhankelijk zijn van humanitaire hulp. De werkloosheidsgraad in Gaza bedraagt 37 procent.

De Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever kampt ook met ernstige financiële problemen en zal zijn agenda voor ontwikkeling en hervorming (Palestinian Reform and Development Plan) niet kunnen realiseren.

Ook al is er opnieuw meer economische activiteit op de Westelijke Jordaanoever, de jarenlange hulp van de EU aan de Palestijnse staatsopbouw heeft de tendens van Palestijnse ‘on-ontwikkeling’ niet kunnen stoppen.

Enkel Israël kan dit, door onder meer de beperkingen op de bewegingsvrijheid op de Westelijke Jordaanoever en de blokkade van Gaza op te heffen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!