Interview, Nieuws, Wereld, Samenleving, Cultuur, Muziek, Atari Teenage Riot, Digitale Hardcore, Politieke boodschappen, Muziekfestivals -

“De daden die een overheid stelt, zijn vaak zo gewelddadig en brutaal, dat je krachtig moet reageren!”

BRUSSEL – In 1992 in Berlijn ontstaan als reactie op de commerciëler wordende dancescene, pakte Atari Teenage Riot uit met Digitale Hardcore, een mix van beats, punk en politiek. Korte tijd later werd het ook de naam van een label waarop gelijkaardige bands hun materiaal uitbrachten. Anno 2010 toert Atari Teenage Riot opnieuw door Europa. DeWereldMorgen.be sprak met Alec Empire.

woensdag 8 september 2010 16:15

DeWereldMorgen.be had een boeiend én lang gesprek met de sympathieke Alec Empire, frontman van Atari Teenage Riot, over de muziekscene, engagement van jongeren, kapitalisme en het verzet er tegen.
 
Waar ben je momenteel mee bezig?
 
Alec Empire: “Waar zal ik beginnen? Ik deed heel wat dingen onder mijn eigen naam: films, soundtracks en producing van artiesten als Patrick Wolf en Remix IMX. Ik was geïnteresseerd in verschillende soorten muziek. Dit jaar wilden we één show doen met Atari Teenage Riot in Londen, als statement, omdat we vonden dat niemand in de huidige muziekindustrie nog politieke standpunten inneemt.”

“We waren heel verrast dat we zoveel feedback kregen op die ene show! De reactie was: als je toch speelt, moet je spelen op verschillende festivals: Dour, Reading, Leeds, Taiwan, … iedereen wilde ons zien! Het is interessant, omdat ik het gevoel heb dat nu meer mensen verstaan wat het idee achter de groep is. In de jaren negentig wisten enkel de fans wat de boodschap van onze muziek was, maar heel wat andere mensen vonden ons paranoïde en geschift.”

“Nu verstaan veel meer mensen het verband tussen de politiek, de multinationals, de financiële instellingen en de problemen die daarmee gepaard gaan. We krijgen nu heel andere feedback, en ook van een totaal andere generatie. Totaal onverwacht. Niemand anders doet het zo op dit moment, dus komen mensen naar ons. Vele muzikanten maken gewoon liefdesliedjes, in een tijd waarin je verwacht dat film, kunst en muziek meer doen! Het is alsof de muziekscène buiten de maatschappelijke realiteit staat. Ik denk dat heel wat mensen dat saai vinden.”
 
Pendel je nog vaak tussen Londen en Berlijn?

“Momenteel verblijf ik terug in Berlijn. Ik heb het label destijds opgezet in Londen, maar we hebben een opnamestudio gestart in Berlijn. Ongeveer drie jaar geleden vonden we er een opslagplaats en het is heel prettig om daar naar terug te gaan, om daar materiaal op te nemen. Voor mij is Berlijn heel interessant omdat daar niet het middelpunt ligt van de muziekindustrie, dit in tegenstelling tot Londen.”

“Ik heb het gevoel dat je in Berlijn op een andere manier muziek kan creëren, juist omdat je er losgekoppeld bent van ‘trendy’ zaken. Berlijn heeft wel een politieke traditie: op een festival waar we een paar weken geleden hebben gespeeld, het Fusion Festival, ongeveer op anderhalf uur rijden van Berlijn, op een oud Russisch militair vliegveld, zijn helemaal geen sponsors en is er zelfs geen sprake van overheidssubsidies!”

“Op dat festival waren 60.000 toeschouwers. En ze kondigen niet eens op voorhand de groepen aan die komen spelen. Het is echt een heel alternatief festival. Het startte jaren geleden, veel kleiner, het trekt meer en meer mensen aan. Nu zijn er ook heel wat verschillende podia, vegetarisch en veganistisch eten. Je kunt er ook geen Coca-Cola drinken. Het laat zien dat alternatieven mogelijk zijn als je er echt werk van wil maken! Zo’n dingen doen we meer in Berlijn. In Engeland is de muziekindustrie sterk gelinkt aan de ‘big business’. Je kan dat daar gewoon niet op dezelfde manier waarmaken.”
 
Kan je nog even vertellen waarom je Atari Teenage Riot opstartte? Waren het vooral politieke motieven die speelden?

“Het startpunt van Atari Teenage Riot was in 1992. Ik was actief in de underground technoscène en zelfs daarvoor in de punk en hardcorescène. Ik zat helemaal in de elektronische muziek! Maar dan was er een moment, na de eenwording van Duitsland in 1990, waarbij het nationalisme opnieuw opflakkerde. Duitsland was of werd een machtig land binnen een Europa dat ook op zichzelf een meer ééngemaakt blok werd.”

“Ik heb nationalisme altijd als gevaarlijk beschouwd. Het volkslied zingen en met vlaggen zwaaien is in Duitsland iets anders dan wat ik in andere landen zie. Ik kan er de vinger niet op leggen. Het is een gevoel. Misschien omdat ik zelf Duitser ben, of vanwege onze geschiedenis? Ik link het altijd aan het racisme en de nationale trots die tot oorlog leidt.”

“Het neonazisme was aan een opgang begonnen en de beweging kreeg heel wat steun omdat ze simpele antwoorden bood op complexe thema’s, zoals de toenemende globalisering. Heel wat mensen waren bang en de neonazi’s buitten deze angst uit. We voelden dat we muziek moesten maken die over zulke zaken praatte en mensen aan het denken en handelen kon zetten.”
 
En jullie idee was?

“Ons idee was om alle muzikale stijlen samen te brengen omdat we ook allerlei gescheiden jongerengroepen zagen, voornamelijk op basis van mode. Je had punk, ravers, skinheads, hip hop, enz. Ze verenigden zich vooral rond een kledingcode. Wij vonden het interessanter om jongeren te verenigen rond een politiek idee of op zijn minst ze aan het praten te krijgen over politiek en politieke verschillen.”

“Zo ontstond het geluid van Atari Teenage Riot: elementen van techno, punk, speedmetal en hip hop, maar niet in een cross-over stijl. We wilden echt een nieuw geluid brengen. Aanvankelijk hadden we wel wat weerstand van de punkscène omdat het elektronische muziek was. Mensen vonden het toen maar niks. Het had wat tijd nodig.”
 
Kan je met zo’n extreme muziek wel mensen bereiken?

“Door de politieke boodschap begonnen mensen te verstaan dat dit iets serieus was. Het was radicaal. We brachten dingen die andere bands niet zeiden. Het was gemakkelijk voor popbands om te zeggen: ‘we zijn tegen racisme, laat ons allemaal samen leven’, maar de realiteit is net iets complexer dan dat. Onze realiteit was dat we nazi-skinheads tegenkwamen op straat in Berlijn. Dan heb je andere discussies. Wij waren geïnteresseerd in de extreemlinkse ideeën.”

“De meeste problemen in de maatschappij zijn een gevolg van het economische en politieke systeem. Mensen vragen ons soms: ‘waarom gaan jullie niet via verkiezingen, sociaal democraten of groenen?’ In de jaren negentig gebeurde dat ook effectief, maar het bracht helemaal niet de verandering waarop we hoopten. Tegen de tijd dat een partij verkozenen heeft, moeten ze al zoveel toegevingen doen dat er helemaal geen verandering meer komt. Dit inzicht was het startidee van de band Atari Teenage Riot.”
 
Enkele jaren geleden had je problemen met de Duitse overheid, bijvoorbeeld met teksten over het afmaken van nazi’s. Wat was er aan de hand?

“We hebben altijd problemen met de overheid, zeker met de Duitse politiek (lacht). We brachten ‘Hetzjagd auf Nazis’ uit, twee weken na een aanval van neonazi’s op een vluchtelingencentrum in Rostock. De neonazi’s vielen dat gebouw aan en staken het in brand. Dat is erg, maar wat erger was, was dat de bevolking er gewoon stond op te kijken en begon te applaudisseren. De politie kwam vijftien minuten te laat. Het was alsof iedereen wilde dat deze mensen zouden verkolen. Toen kwam bij ons de klik: dit is echt genoeg!”
 
Deden deze gebeurtenissen je naar Londen trekken?

“Neen, helemaal niet. Uiteindelijk hadden we wel wat steun voor het nummer dat we hadden gemaakt. Voor een aantal mensen was het wel een heel zware boodschap. Enkele mensen vonden het een heel agressieve en gewelddadige boodschap. Maar wanneer zowel de politie als de bevolking gewoon staan te kijken en niets doen, dan moet je daar tegen ingaan. Je moet zo’n mentaliteit bevechten! En waar begin je dan?”

“De vraag die we altijd aan de vorige generatie stellen is: ‘Waarom hebben jullie niks gedaan om Hitler te stoppen?’ Voor ons is dit een teken dat je moet antwoorden in een veel luidere taal, met een krachtiger signaal, dat je niet akkoord gaat met de gang van zaken. Niet op de naïeve manier, zo van: ‘Jongens, laat ons er eens over praten.’ Neen! De daden die een overheid stelt, zijn vaak zo gewelddadig en brutaal, dat je krachtig moet reageren!”
 
En waarom trok je dan naar Londen?

“In 1994 moest ik uit Duitsland weg omdat ik geen dienst wou doen in het leger. Ik zag geen reden om dienst te doen in het leger voor Duitsland. Dit land vermoorde leden van mijn familie. Ik zag er de zin niet van in. En op het moment dat we ook het platenlabel oprichtten in Londen, leefde ik daar voor een aantal jaren. In 1999 engageerde Duitsland zich in het bombarderen van Kosovo, onder de vlag van de NAVO. Wij vonden dat Duitsland geen actieve rol mocht spelen in die oorlog. Zeker niet omdat het de eerste keer was na de Tweede Wereldoorlog.”

“Je kon de mentaliteit voelen veranderen: Duitsland moet sterker worden en meer verantwoordelijkheid opnemen en ook soldaten in de strijd werpen! Daarom tilde ik er zo zwaar aan. De antifascismebeweging vroeg ons om op de 1 mei-demonstratie te spelen in Berlijn. Er ontstonden relletjes en op het einde werden we gearresteerd op een vrij gewelddadige manier.”
 
Censuur is voor jullie ook geen onbekende?

“In 2003 censureerde de overheid enkele van onze platen. ‘The Future of War’, ons tweede album, kan je niet meer kopen in Duitsland. Je kunt het ook niet spelen op de radio. Je mag het niet meer uitvoeren. Je kunt ervoor gearresteerd worden. Het is gewoon knettergek! Veel mensen vragen dan met ongeloof: ‘staat het op een zwarte lijst?’ Ja, inderdaad. Er is een oude wet in Duitsland die zulke censuur toestaat en je kunt er niet tegen procederen.”

“We kregen een dossier van 60 bladzijden van de autoriteiten met het waarom deze plaat gevaarlijk was voor het publiek. Je vraagt je echt af wat er gaande is? Internationaal gezien haalde ‘The Future of War’ zelfs in intellectuele kranten, zoals de Guardian en The New York Times, goede kritieken. De mening was dat deze kunst van belang was. Ook omdat ze uit Duitsland kwam en niet veel Duitse muziekkunstenaars internationaal actief zijn. Het feit dat het in Duitsland werd gecensureerd, kwam ons heel absurd over. Er zijn altijd al zo van die aanvaringen geweest met de overheid.”
 
Iets anders nu. Hoe blijf je geïnformeerd over wat er zich in de wereld afspeelt?

“Ik probeer gewoon informatie te verkrijgen van zoveel mogelijk bronnen. Zelfs de mainstream media zijn een belangrijke bron. Indymedia is natuurlijk een goede bron, maar ik check ook BBC en CNN. Er zijn ook heel wat Duitse interessante magazines. Ik ben voorts geabonneerd op links georiënteerde dagbladen zoals Jungleworld en Junge Welt. Ik lees die niet dagelijks, maar ik wil zoveel mogelijk informatie krijgen als mogelijk. Als er iets gebeurt, wil ik zoveel mogelijk verschillende opinies horen.”

“Neem nu de oorlog in Irak. Zelfs de Europese kranten rapporterden anders dan de Amerikaanse kranten. Ik wil niet één bron vertrouwen. Het internet is hiervoor echt geweldig. Er zijn zelfs blogs die rechtstreeks rapporteren. Voor mij zit er zelfs ook altijd wel iets van waarheid in de complottheorieën.”

“Dit is geweldig aan deze tijd: dat je niet afhankelijk bent van de plaats waar je bent om nieuws te vangen. In de vroege jaren negentig waren de bronnen beperkt. Je had enkele televisiezenders, enkele kranten en politieke magazines en dat was het. Het was altijd heel moeilijk om een bepaald soort informatie te weten te komen. Dat is nu beter.”
 
Heb je enig idee hoe het politieke bewustzijn van de jongere generatie evolueert? Zie je dingen gebeuren tijdens optredens of vang je zaken op als je spreekt met jongeren over politiek? Vinden ze het belangrijk of niet?

“Ons publiek vindt het alvast belangrijk. Er zijn verschillende niveaus van bewustzijn. Er zijn mensen die onze muziek fijn vinden, naar onze optredens komen en al veel weten. Ze vinden het fijn dat we over die dingen praten. Ze weten soms meer dan de inhoud die wij in de teksten geven. Maar dan is er ook een deel van het publiek dat een zekere kwaadheid of agressie voelt, en ook niet goed weet waar het informatie vandaan moet halen.”

“Ze zijn geraakt en zeggen: ‘Dit is het eerste contact met onze politieke ideeën.’ Of jongeren die ons op de radio hebben gehoord en voor de eerste keer met dat soort van boodschappen worden geconfronteerd. Ze denken: ‘Ik ben niet alleen!’ En dan komen ze naar onze optredens en vinden ze andere, gelijkgezinde mensen. Er zijn verschillende niveaus. Sommige mensen komen meer voor de politieke kant en zeggen: ‘We weten al alles wat je zegt.’ Voor mij is dat ook goed. Er is altijd maar een beperkte hoeveelheid informatie die je kan meegeven in liedjes. Het is meer de emotionele boodschap die heel belangrijk is in de muziek.”

“Als je een bepaalde boodschap voelt, dan gaat je verstand ook open. Als je je overgeeft aan deze energie, en je hebt een gevoel van: dit is helemaal waar ik op aan het wachten was, helpt dat ook veel mensen om actief te worden en meer informatie op te zoeken. Dit is de meest gehoorde feedback die we krijgen: ‘Als ik jullie hoorde spelen, werd ik geïnteresseerd in de dingen waarover jullie zingen’. Later lezen ze dan boeken over hetgeen wij zeggen. Atari Teenage Riot is vaak een startpunt voor jonge mensen. Dingen hangen samen.”

“Dat is het hele idee achter de muziek. Je moet attentie hebben voor de politieke boodschap in de muziek. Je kunt niet feesten zonder de link te leggen naar de dagelijkse realiteit. Het werkt als een betoging, een mantra, die iedereen kan meezingen. Als ik vroeger met mijn vader naar reggaeconcerten ging, was ik altijd teleurgesteld als mensen niet naar de boodschap luisterden, maar enkel ‘party’ riepen. Reggae is in feite ook heel politiek.”
 
Hoe zie jij de crisis van het kapitalistische systeem, waarin we ons nu bevinden, evolueren?

“De vraag die ik me het meeste stel, is: ‘Gaat het systeem gewoon zichzelf vernietigen?’ Misschien moeten we helemaal niks doen. Tien jaar geleden zag ik niets aankomen van dit niveau van protest. Mensen in de straat zijn momenteel zo kwaad op de banken en op de politiek. Dit is heel krachtig en hopelijk gaat dat niet helemaal weg. Mensen gaan ook niet meer mee in de opgeblazen retoriek. De grote partijen verliezen stemmen. Niet alleen in Duitsland, maar ook in de Verenigde Staten. Het politieke landschap geraakt meer gefragmenteerd. Mensen vormen zich een eigen opinie.”

“Minder mensen stemmen omdat ze niet meer geloven in het politieke systeem. Het is niet omdat ze er niet meer van wakker liggen. Als de politici de grote bedrijven vertegenwoordigen, waarom zouden ze dan nog gaan stemmen? Het is in mijn ogen geen apathie, wel een een gebrek aan respect vanwege de elite die de boel beheerd.”

“Aan de ene kant wordt die kracht meer negatief en destructief, aan de andere kant zie ik veel mensen die er gewoon niet meer in willen meestappen en dat is echt krachtig. Op een bepaalde manier kan je zeggen dat de verkiezing van Obama een klein beginpunt was. Maar het gevaar bestaat dat hij al zoveel compromissen heeft moeten sluiten. Mijn hoop is dat als Obama niet de verandering kan maken, mensen echt gaan nadenken over de toestand van het politieke systeem.”

“Heel veel mensen zijn tegen het kapitalistische systeem. Daar ligt een grote kans. Natuurlijk moet die energie worden gekanaliseerd en daar ligt mijn vrees. Veel politieke activisten verliezen zich in discussies. Nu is eigenlijk de tijd van handelen en het vinden van oplossingen aangebroken. Ik zie dat ook in Berlijn: discussies of Lenin al dan niet gelijk had. Dat fragmenteert onze beweging. Mensen met linkse ideeën moeten zich nu verenigen en later kan er dan over de te volgen richting worden gediscussieerd.”
 
Maar de mentaliteit van ‘ieder voor zich’, tégen het collectieve, wordt in het Westen toch nog altijd erg gestimuleerd?

“Doordat mensen armer worden, gaan ze mijns inziens meer samentroepen. Natuurlijk gaat het voorwaarts en terug en niet altijd in de goede richting. Maar mensen weten wanneer ze realiteit delen of niet. Je kan het zien aan het internet. Het internet is ook een middel om mensen te verbinden. Het heeft veel veranderd. Er zijn natuurlijk mensen die drijven op hebzucht, maar je hebt ook anderen. Ik ben een optimist, maar blijf wel kritisch. Ik geloof dat als de tijd komt, en het is momenteel serieus aan het opwarmen, dat mensen in beweging zullen komen.”
 
Een laatste vraag over de commercialisering van de muziekfestivals. Hoe ontsnappen we daaraan?

“Onze strategie is altijd geweest om zowel kleine zaaltje als grote festivals te doen en overal onze boodschap te brengen. Al geloof ik niet dat een optreden op een festival een grote verandering kan teweegbrengen. Maar je bereikt er wel mensen mee die je anders toch nooit komen zien. Ik heb problemen met de manier waarop sponsors hier zo machtig geworden zijn. Wat mensen ook niet steeds begrijpen is, dat hoe minder mensen CD’s kopen, hoe machtiger de sponsors zullen worden.”

“Ik vind het bedroevend dat mensen daar niet meer over nadenken. Mensen willen rebelleren tegen de grote platenlabels, en ik kan ze volgen, maar de onafhankelijke labels zijn een heel ander verhaal. Mensen moeten verstaan dat het illegaal downloaden de corporaties alleen maar sterker maken. Het interessante aan Pirate Bay was hoeveel geld ze verdienden door advertenties op hun site. Dat is in mijn ogen het pure kwaad. Dat mensen miljoenen kunnen verdienen en daarvoor muziek en films gebruiken en deze opbrengsten niet eens delen met de makers ervan. Ik kan zelfs niet verstaan hoe mensen loyaal kunnen zijn aan een dergelijk businessmodel. Het is erger dan een fabriek in China!”
 
Akkoord, maar veel jonge mensen hebben vandaag toch een ander idee?

“Dat klopt. Ik had laatst een discussie met iemand van de Piratenpartij die zei: ‘Wat is het probleem? Er zouden best geen copyrights meer zijn.’ Ik ga akkoord dat de wetgeving moet veranderen omdat copyrights momenteel de rijken en machtigen beschermen. Het zou de auteurs van een klein boek moeten beschermen of een startende muzikant. Hij vond het zelfs geen probleem, als McDonalds ‘Het kapitaal’ van Karl Marx zou herdrukken en alles zou veranderen in de tekst!”

“Bedrijven en overheden konden volgens hem geschiedenisboeken naar hartenlust vervalsen, zoals in het Derde Rijk. Ik ben voor werknemersrechten, om diegenen te belonen die voor iets hebben gewerkt. Dan zeggen mensen: ‘je bent een kapitalist’. Ik ben geen kapitalist! Als iemand in een fabriek werkt, en zijn loon daalt meer en meer. Als je dan vecht voor de rechten van die mensen ben je geen kapitalist. Maar tegenwoordig zien vele jongeren het verschil niet meer. Dat is helemaal gek. Jonge mensen verstaan niet waarom we staken. Ik zeg dan dat er nog veel zullen volgen!”
 
Foto’s: www.wannabes.be

Op zaterdag 27/11 spelen ze in de Vaartkapoen in Molenbeek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!