Interview, Nieuws, Cultuur -

Schrijver Asis Aynan over de eerste generatie migranten

Aangekomen in Den Haag komt de schrijver Asis Aynan mij ophalen. Hij is opgewekt en wil het interview doen in een Marokkaans eethuis. Het wordt een Marokkaans café waar eerste generatie vaders zitten. Het gesprek gaat dan ook grotendeels over hen.

donderdag 15 juli 2010 16:41

Asis Aynan is schrijver en columnist bij Het Parool. Maar misschien vertelt hij zelf beter wie hij is: “Ik heb op dit moment een vreemd gevoel in mijn buik. Misschien ben ik wel verliefd. Mijn naam is eigenlijk niet zo belangrijk. Maar om toch op uw vraag te antwoorden. Ik ben 30 jaar en docent Nederlands. Ik ben in Haarlem geboren. Op mijn 22ste ben ik naar de grote stad Amsterdam getrokken. Een stad die tot vandaag mijn hart heeft veroverd. En daar ben ik ook filosofie gaan studeren. Ik ben een kind van migrantenouders uit de Rif in Marokko.”

U woont nog altijd in Amsterdam?

“Ik ben daar beland met een vriend. Met hem ik heb vier jaar samengewoond. Sindsdien woon ik alleen. Misschien ga ik nu wel samenwonen met de vrouw die me dit rare gevoel geeft.” (glimlacht)

U bent ook schrijver?

“Schrijven was voor mij altijd een bijzaak. Nu nog altijd trouwens. Ik zeg altijd: eerst het leven en dan schrijven. Ik wil niet alleen schrijven. Ik heb de beslommeringen nodig van andere zaken zoals mijn docentschap. Ik moet collega’s om mij heen hebben en het werkritme van een organisatie. Het lijkt me een ramp om 7 dagen op 7 bezig te zijn met schrijven.”

Maar in het diepst van uw gedachten bent u een schrijver.

“Dat is waar. Maar je kan vluchten door andere zaken te doen. Als schrijver ben je je eigen God. Ik begrijp heel goed dat mensen God aanbidden. Want als je God niet aanbid, ben je zelf God. En er is niks moeilijker dan zelf God te zijn.”

Dat is een vreemde stelling.

“Als je zelf God bent, ben je ook verantwoordelijk voor alles. En sommige mensen willen gewoon onmachtig zijn. Ze willen het heft niet in eigen handen nemen.”

Bent u onmachtig?

“Ik ben zelf niet meer onmachtig. Dus je kan daar bepaalde conclusies uit trekken.”

In uw laatste boek Ik, Driss neemt het hoofdpersonage alles in eigen handen. Wil u zelf ook zo zijn?

“Hij is een gastarbeider en ik ben een migrantenkind. Maar hij is ook een gedroomde vader. Iemand die alleen in mijn dromen bestaat.”

Driss is wel getrouwd met een Nederlandse vrouw. U zou dan een Nederlandse moeder hebben. Zou u dan nog wel Asis heten? Misschien wel Arnold.

(lacht) “Ik kan mij geen Hollandse of Vlaamse moeder voorstellen. En daar is het mij ook niet om te doen. Maar zo een vader zou ik mooi vinden. Het is een lieve en naïeve vader. Een vader die tegen het leven zegt: u bent van harte welkom. Ik noem de eerste generatie altijd de ontmantelde cowboys.”

Onze vaders zijn ontmantelde cowboys?

“Onze vader waren cowboys, maar hier in Europa zijn ze van hun paard afgestapt en hebben het vast gemaakt buiten de saloon. En vervolgens zijn ze weggegaan. Terwijl ze die tent met klapdeurtjes in hadden moeten lopen en hadden moeten schreeuwen: “Valt er hier nog wat te beleven?” Onze vaders hebben zichzelf onttroond.”

Is het niet gewoon zo dat onze vaders voorspelbaar zijn geworden?

“Dat zeker en dat zullen we ook zelf worden. Maar wat zeker is, is dat ze van avonturiers slaven zijn geworden. Het waren mannen die gebukt gingen onder het harde werk. Het zijn mannen die in de werkloosheid terechtkwamen.”

Het raakt u wel.

“Onze vaders hebben heel veel goeds gedaan. Maar waarom lieten ze het leven ooit wel toe en op een ander moment niet meer? Ze waagden zich aan de oversteek en vestigden zich in landen waar ze niks van afwisten. Waarom zijn ze onzichtbaar geworden? Daar ben ik echt boos om.”

Is die boosheid alleen gericht op de vaders of ook op de maatschappij?

“Ik zie ze op straat lopen. En dan fluister ik soms: word vrolijker. Het leven is voor hen een routine geworden van moskee naar koffiehuis en dan naar huis. Waarom nemen ze geen hobby? Ga vissen of postzegels verzamelen”.

Hun leven is simpel en ze hebben teminste geen zorgen.

“Het is het meest verschrikkelijk leven dat je kan leiden. Het leven is een geschenk en dat leg je niet naast je neer. Je pakt het niet eens uit, je moet het papier ervan af scheuren. Tegenwoordig heb je niet alleen hangjongeren, maar ook hangouderen. Het is vreselijk.”

Waar is het mis gegaan? Volgens uw boek begon het in Nederland?

“Het vuur werd hier geblust. Hoe kan dat toch? (zucht) Soms als ik in de ogen kijk van een eerste generatie vader, dan zie ik ogen vol vuur. Het zijn gewoon avonturiers. Kijk gewoon naar de huidige Marokkanen in Nederland, onder hen zijn grote schrijvers, artiesten en politici. Weet je wie dat zijn? De kinderen van die ex-avonturiers.”

Nu weet ik wie Driss is. U bent Driss

(lacht) “Dan was het een ander boek geworden. Ik heb dit trouwens samen met Hassan Bahara geschreven. Wat je heel misschien zou kunnen zeggen, is dat dit boek geschreven moest worden omdat ik vind dat de eerste generatie een boek nodig had. En nu ik er zo over nadenk: misschien komt er wel een vervolg. Indien het tweede deel er komt vrees ik wel voor Driss. Ik hoop dat Driss nog samen is met Jolanda.”

U hebt het boek onder een pseudoniem geschreven. Er zijn behoorlijk wat mensen in de val gelopen.

“Ik wilde niet een boek schrijven over iemand. Dus hebben we gekozen voor een pseudoniem. Maar weet je wat? Als je het boek goed leest, dan wist je zeker dat het verzonnen was. Maar iedereen wilde er in geloven. Blijkbaar is er nood aan mensen als Driss.”

Wat kunnen we van u verwachten in de toekomst?

“Eigenlijk niks. Het is beter om geen hoge verwachtingen te scheppen.”

Ik dacht dat u een avonturier was?

“Natuurlijk ben ik dat. Ik ben momenteel met een ‘megalomaan’ project bezig. Namelijk de Berberbibliotheek. Ik ga de komende vijf jaar samen met de uitgever Polak & Van Gennep tien boeken uitgeven. Elk jaar twee boeken dus. Het zijn boeken die hun oorsprong vinden in Berberland (Noord-Afrika). Het zijn boeken van Berberschrijvers, eigenlijk klassiekers in Noord-Afrika. En die nog niet eerder zijn vertaald in het Nederlands. We gaan de Nederlandse literatuur nog verrassen. Nejma van Kateb Yacine is één van die boeken.”

U raakt er al opgewonden van.

“Natuurlijk! En dan heb ik ook nog eens dat vreemde gevoel in mijn buik. Ik wil Nederland verhalen schenken. Verhalen uit het gebied waar mijn familie duizenden jaren heeft geleefd. Het werd ook tijd om die schrijvers in één ruimte onder te brengen en te zeggen: alstublieft, dit is Noord-Afrika.”

Ik denk dat u verliefd bent op de Berberbibliotheek?

“Verliefdheid is een mechanisme dat ons toelaat om van het leven te genieten. Wat dat betreft ben ik smoorverliefd op de Berberbibliotheek.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!