“Acht jaar was ik… en werkkracht voor het weeshuis”
Wereld, Economie, Arbeid, IAO, Sociaal, India, IAO-conventies, Huishoudpersoneel -

“Acht jaar was ik… en werkkracht voor het weeshuis”

Met zowat 300 miljoen zijn ze, de vrouwen en jonge meisjes die werken als huispersoneel, en daarbij dikwijls worden uitgebuit. Mary Subbaiah uit de deelstaat Tamil Nadu in India is één hen. Ze is voor de Beweging voor Huispersoneel en voor Wereldsolidariteit in Genève waar de hele wereld twee weken lang worstelt met de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de werknemersrechten ook voor hen gelden?

woensdag 16 juni 2010 13:16

“Acht jaar was ik toen mijn moeder stierf en een werkkracht voor het weeshuis werd.”

We noteren de getuigenissen van Mary Subbaiah en van Escaline Miranda in de wandelgangen van de Internationale Arbeidsconferentie.

“Toen mijn moeder stierf, was ik acht jaar. Zo belandde ik in een weeshuis. Veel meer werken dan studeren wachtte me daar. Ik was waterdraagster, werkte in de tuin, noem maar op. Dat was mijn leven tot ik dertien werd.”

“Dan stuurde de directeur me voor twee maanden naar een kleine stad in Karnataka, bij familie van hem. Het voorwendsel was dat ik er zou kunnen studeren, maar ik werd er slecht behandeld. Het eten was slecht. Ik moest er voor de kinderen zorgen. Eens goed slapen lukte nooit. En dan kreeg ik nog geregeld slaag met slippers.”

De herinneringen worden Mary te machtig. Een volle minuut moet ze huilen. Het zal nog een paar keer gebeuren, en haar verhaal vertelt ook waarom.

“Ik maakte duidelijk dat ik eindelijk wilde studeren. Neen, kreeg ik te horen, je moet werken.”

“Ik maakte duidelijk dat ik eindelijk wilde studeren. Neen, kreeg ik te horen, je moet werken. Vijf dagen later liep ik weg. Maar waarheen? De veiligheidschef van het station merkte me op en stelde voor bij hem thuis in Bangalore te komen. Opnieuw was dat om te werken, allemaal zonder betaling, enkel voor wat karige kost en inwoon. Na één jaar keerde ik terug naar Madurai om er bij een nonkel te gaan wonen. Mijn busticket was het enige dat betaald werd.”

“Ook bij die nonkel was het miserie troef. We waren er in totaal met vier kinderen. Ik deed er het huishouden, en dat gaf mijn zuster de kans om te doen wat ik niet kon, studeren. Lang hield ik die ellende niet vol. Ik vertrok en trok in bij mijn broer. Opnieuw wachtte me huishoudelijk werk.”

“Op zestien rolde ik in een gearrangeerd huwelijk.”

“Ik was zestien inmiddels, en rolde in een gearrangeerd huwelijk. Zeventien jaar lang wisselde ik het werk in de ene familie af met huishoudwerk in weer een andere familie.”

Opnieuw laat ze de tranen rollen.

“Bijna al die tijd was mijn man ziek, en toen stierf hij.”

“Altijd ben je onzeker, dat is echt de essentie van zulk bestaan, nooit is men zeker van zijn werk.”

“Weet je wat ik leerde uit al die jaren van huishoudelijke arbeid, wat het essentiële is? Dat is de dagelijkse strijd vol onzekerheid. Zal ik kunnen eten? Zal er geld zijn? Of werk? Want altijd kan men op straat komen te staan, zonder ook maar iets in handen. Nooit of nooit ben je zeker van je werk.”

“En zoals ik leefde, zo zijn er nog heel veel hoor. Vrouwen die enkel werken voor wat eten, voor een kop koffie en een beetje rijst. Laatst ontmoette ik nog een oude vrouw die in dat geval verkeerde. Gelukkig heeft ze nu toch een pensioentje gekregen.”

“Pas toen ik al 32 was, leerde ik van de Beweging voor Huispersoneel dat je een salaris ook in cash kan ontvangen.”

Graag wil ik weten hoe ze in contact kwam met de Beweging van Huispersoneel. “Dat gebeurde pas toen ik al 32 jaar was. Ik werkte in een district in Theni, niet ver van Madurai, nog altijd even ongeorganiseerd. In dat jaar, 1998 was het, kregen we bezoek van een veldwerkster van de Beweging uit Pody. Zij trachtte ons te organiseren.”

“Er ontstond een beginnende groep met een tiental leden, die jaarlijks 10 roepies – vijftien eurocent – lidgeld betaalden. Al snel hielp ik mee om nieuwe leden te zoeken. De veldwerkster vertelde ons over de mogelijkheden om ons leven te verbeteren. We zouden ons salaris bijvoorbeeld kunnen ontvangen in cash in plaats van enkel eten en kleding. En we leerden dat het mogelijk is om te onderhandelen met de werkgever, en een geschreven contract te hebben.”

“Het jaar daarna was er een vastenactie in Chennai. Met de Beweging van Huispersoneel probeerden we ons werk erkend te krijgen door de deelstaatadministratie. Dat was echt een keerpunt voor mij. De Beweging vroeg me om deeltijds voor haar te werken, als steun voor de veldwerkers. Ze wilden mensen die zelf ooit huishoudwerksters waren.”

Hoe moeten we ons hun veldwerk dan voorstellen?

“We zoeken huispersoneel op en proberen vriendschapscontacten te leggen. In het begin praten we in geen geval over hun mogelijke problemen. Pas later doen we dat, en eerst nog in heel beperkte mate. Dan toetsen we bijvoorbeeld of het loon al dan niet wordt betaald. En slechts in de laatste fase raken we de echt zware misbruiken aan, ook fysiek en seksueel misbruik.”

“Dat men ons niet langer ‘servants’ noemt, is voor mij de grootste overwinning van onze beweging.”

Ik ben benieuwd naar wat ze de grootste verwezenlijking van haar beweging vindt.

“Vroeger noemden ze ons altijd ‘servants’ en de betekenis daarvan ligt toch kort bij die van ‘slaven’. Nu is dat dikwijls niet langer het geval. Zo kregen we min of meer onze waardigheid terug. Maar denk niet dat daarmee alles is opgelost. Negentig procent van de problemen zijn er nog altijd. We vragen al lang om geschreven contracten, maar dat is nog altijd geen realiteit.”

En wat vindt ze zelf van het werk van de IAO-commissie hier in Genève?
“Ik heb veel getuigenissen gehoord, en dat is belangrijk. Ik ben een werkster en kom hier meer te weten over wat er overal aan de hand is. Dat is een fantastische belevenis, want zo weet je dat je niet alleen bent.”

“Mijn regering vertelt hier gewoon leugens.”

“Ik ben heel ontgoocheld in mijn Indiase regering. Die vertelt hier gewoon leugens, alsof de staat alles doet voor huispersoneel. Dat is helemaal niet waar, en dat raakt me emotioneel. Op de treinreis van Chennai naar Delhi zag ik in alle stations kinderen aan het werk. Die kinderarbeid staat in schril contrast met de mooie maar valse verklaringen in Genève. Dat bewijst hoe belangrijk het stemmen van die conventie is om de Indiase regering te verplichten het huispersoneel ernstig te nemen.”

“Want er is nog iets. Niet enkel ontkent onze regering dat er een probleem is, er is ook nog het oude probleem van de kasten in mijn land. Al even zwaar getroffen zijn de Adivasi, de oorspronkelijke of inheemse volkeren van India. Die zien zich verplicht naar de steden te migreren.

“De regering is van de rijken, niet van de armen.”

Ik draai me naar Escaline Miranda, een andere medewerkster van de Beweging van Huispersoneel, en ook al afkomstig uit Tamil Nadu. Haar kijk op de beweging is leerrijk.

“We boeken vooruitgang, zeker in Tamil Nadu. Daar zijn we nu ook een vakbond. Het draait allemaal om vorming van de mensen. En het is onze job om dat te organiseren. Want de regering is van de rijken, niet van de armen. Je moet dus sterk uit de hoek komen om de rechtmatige voordelen ook af te dwingen voor het huispersoneel. Alleen zo zal ook huispersoneel de wettelijk voorziene 2000 roepies krijgen bij een huwelijk. Hetzelfde met de onderwijspremie voor kinderen in de tiende klas. Er is nu een heel ongelijke behandeling, en dat kan niet langer.”

Hoe hun vakbondswerking er uitziet, wil ik nog weten.

“Het is de bedoeling dat alle leden van de beweging ook lid van de vakbond zullen zijn. Neem ons lidgeld. Dat was 10 roepies, en 20 roepies vanaf 2001. Daarna steeg het naar 36 roepies in 2006, maar wel inclusief de 10 roepies lidgeld voor de vakbond. Op dit ogenblik zijn we met die vakbondswerking gestart in zes deelstaten: Karnataka, Tamil Nadu, Kerala, Andhra Pradesh, Rajasthan, en ook Jharkhand.”

Van de vele tienduizenden leden die de beweging telt in Tamil Nadu, blijken er tot nu slechts enkele honderden ook lid te zijn van de vakbond. De weg blijkt dus nog lang te zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!