De toekomst van de Vlaamse openbare omroep
Opinie, VRT, Opinie, Tmd -

De toekomst van de Vlaamse openbare omroep

Ivo Hendrix, ACV TRANSCOM: 'De Vlaamse openbare omroep is zeer succesvol. Hij bereikt een breed publiek en zijn media-aanbod geniet een hoge waardering. Maar hij staat voor belangrijke uitdagingen. Het medialandschap evolueert snel en ingrijpend en dat verplicht de VRT er toe om zijn missie te actualiseren'

woensdag 9 juni 2010 17:51


doc

Een nieuwe Beheersovereenkomst
voor de VRT moet antwoorden geven op al die thema’s. De uitvoering
van de gemaakte afspraken en de nieuwe koers van de VRT moeten in 2014,
bij het verstrijken van deze Vlaamse regeertermijn, zichtbaar zijn.
Zo moet de VRT zich profileren als een sterke en onbetwiste openbare
omroep voor Vlaanderen die toegevoegde waarde levert aan alle Vlamingen
en aan de hele Vlaamse media-industrie.

Ivo
Hendrix

ACV TRANSCOM


De rol en de positie van de VRT in vraag gesteld

De VRT is een openbare omroep debat antwerpen
met een sterke marktpositie, een breed bereik en een hoge waardering
voor zijn media-aanbod. Dat dankt hij aan een businessmodel dat vanaf
1996 vorm kreeg en dat steunt op het in de markt plaatsen van succesvolle
netten en sterke merken, die ondersteund worden door een online media-aanbod
met toegevoegde waarde. Dat model bezorgde de VRT een sterke groei en
deed zijn marktaandelen vrijwel onafgebroken toenemen.

De stijgende populariteit
van Vlaamse producties op de openbare en private televisienetten bevorderden
de ontwikkeling van de Vlaamse audiovisuele sector. De sector die ooit
bestond uit lokale en kleinschalige producenten kwam tot maturiteit
en is uitgegroeid tot een volwaardige audiovisuele industrie. Zonder
krachtige en dynamische businessmodellen en een strategisch vooruitziend
beleid is een industriële activiteit in de sector economisch nog moeilijk
leefbaar. Er woedt een felle competitie in evoluerende markten, mediabedrijven
ontwikkelen zich als multimediale spelers, de ontwikkelingen op het
vlak van technologie en digitalisering dwingen tot strategische investeringskeuzes.

De ineenstorting van de economische
conjunctuur in 2008 heeft de herschikking en de consolidatie van de
audiovisuele industrie nog versneld. De harde crisis die de uitgeversbedrijven
en met name de Vlaamse kwaliteitskranten trof versterkte het politieke
inzicht dat de totaliteit van de mediasector integraal voorwerp moet
uitmaken van het Vlaamse regeerbeleid. De eerste stap daartoe werd gezet
met de organisatie van een opgemerkte Staten-Generaal van de Media op
19 maart 2009.

In deze sterk gewijzigde
context moet de VRT een nieuwe Beheersovereenkomst krijgen die de rol
en opdracht van de openbare omroep na 2011 definieert.

De opdracht van de VRT, de
positie van de VRT in het medialandschap en de wijze waarop de VRT zijn
opdracht uitvoert zijn in de voorbije jaren het voorwerp geweest van
discussie en van controverse. Het is dus hoog tijd om de bakens uit
te zetten voor de toekomst van de openbare omroep in Vlaanderen. Die
oefening mag geen knelpunten ongemoeid laten en mag geen thema’s uit
de weg gaan. De VRT heeft er belang bij dat de Vlaamse gemeenschap een
kader schetst waarin die openbare omroep zijn opdracht op een legitieme
en onbetwiste manier kan uitvoeren.

Een vijfhoek van thema’s

Het debat over de VRT moet
alvast antwoorden opleveren over een vijfhoek van thema’s die de gevoeligheden
in de publieke opinie en bij de stakeholders van de VRT goed samenvatten.

  1. De inhoudelijke
    focus
    van de openbare omroep is aan actualisering toe. De wijze
    waarop de VRT publieke meerwaarde (“public value”) levert en daarin
    voldoende blijkt geeft van onderscheidend vermogen vereist nieuwe definities
    en performantiemaatstaven.
  2. De economische
    positie
    van de VRT in het Vlaamse medialandschap staat fel ter discussie.
    De openbare omroep zal moeten bijdragen tot een economisch leefbaar
    en bloeiend ecosysteem in het Vlaamse medialandschap. De businessmodellen
    van de verschilende mediabedrijven moeten in zo’n ecosysteem in gezonde
    maar vreedzame competitie naast mekaar kunnen bestaan. De openbare omroep
    moet de goede werking van zo’n ecosysteem bevorderen.
  3. De openbare omroep
    heeft zich vertild aan zijn eigen afgesproken financieringsmodel. Een
    meer adequaat model van financiering zet in op voldoende stabiliteit
    en vermindert de commerciële druk op de VRT. Duurzame financiering
    vereist een model van beheersing van groei en van kosten. Dat veronderstelt
    onder meer dat de globale actieradius van de VRT beter wordt omschreven.
  4. De inhoudelijke
    focus van de VRT is onlosmakelijk verbonden met het begrip kwaliteit.
    Kwaliteit
    definiëren en meetbaar maken is een belangrijke opgave.
    Bijzondere aandacht moet uitgaan naar initiatieven om de kwaliteitsjournalistiek
    in Vlaanderen te versterken. Economische imperatieven en de massale
    en ongecontroleerde nieuwsstromen op het internet stellen kwaliteitsjournalistiek
    op de proef. De unieke positie van de openbare omroep als non-profit
    bedrijf interpelleert hem uitdrukkelijk om standaarden voor journalistieke
    kwaliteitsbewaking te ontwikkelen.
  5. De openbare omroep
    staat voor verschillende uitdagingen op het vlak van zijn governance.
    Niet alleen moet de VRT zijn missie vastklikken aan een normenkader
    en duidelijk maken welke waarden hij wil uitdragen. Hij moet in zijn
    interne organisatie en structuren blijk geven van efficiëntie en zijn
    publieke karakter moet het DNA van zijn bedrijfscultuur vormen. Het
    complexe bestuursmodel van de VRT heeft baat bij voorafgaande en goede
    afspraken omtrent de transparantie van bestuur en een consistente rapportering
    van de bedrijfsresultaten.

Een uniek Vlaams televisielandschap

Historisch is de openbare
omroep een instrument voor de sociaal-maatschappelijke en culturele
ontvoogding van de Vlamingen. De VRT werd zodoende altijd bestuurd door
vertegenwoordigers van de Vlaamse intellectuele en culturele elite.
Tot in de jaren ’70 was dat een legitieme missie maar de maatschappelijke
ontwikkelingen die zich na mei ’68 aftekenden brachten die rol van
de VRT in de verdrukking. Democratisering en emancipatie vonden in alle
geledingen van de samenleving nieuwe aanknopingspunten. De gezagsverhoudingen
in de maatschappij ondergingen grondige verschuivingen. Het programmabeleid
van de VRT werd op de korrel genomen omwille van zijn te bevoogdend
en betuttelend karakter. De VRT hinkte in vele opzichten achterop bij
de moderniteit en dat deed de openbare omroep vervreemden van een deel
van het Vlaamse publiek.

Schoktherapie voor de
openbare omroep

In de jaren ‘70 ontwikkelde
televisie zich tot een populair massamedium en Vlaanderen maakte o.a.
via de Nederlandse televisie kennis met de populaire en lichtvoetige
variante van televisie
(“de vertrossing”). Het exclusieve instrument
voor de verspreiding van cultuur transformeerde zich tot een “medium
voor het uitdelen van strijkijzers”, refererend naar het succes van
de talrijke kwis- en spelprogramma’s. De technologie voor het produceren
en uitzenden van televisie was voldoende toegankelijk geworden voor
de lucratieve commerciële exploitatie ervan. Openbare omroepen kregen
stilaan het gezelschap van andere modellen van generalistische televisie.

Halfweg de jaren ’80 nam
de automatisering van de productieprocessen in de omroepbedrijven
een aanvang. Pen en papier ruimden de baan voor moderne kantoorsystemen,
de informatiesnelweg baande zich een weg door de omroepgebouwen en de
mogelijkheden van de elektronica en de digitalisering grepen direct
op de productieprocessen in.

Het televisiebedrijf dat
tot dan een ambachtelijk instrument van culturele producenten was verwierf
in snel tempo het karakter van een industrieel bedrijf.

Het toenmalige bestuursmodel
van de openbare omroep was niet uitgerust om gepast op al die maatschappelijke
en economische omwentelingen te anticiperen en plaatste zichzelf als
het ware buitenspel. De diepgang van de crisis kwam in 1989 op een confronterende
manier aan het licht toen VTM op een succesrijke en verpletterende wijze
zijn intrede maakte in het Vlaamse televisiespectrum.

Met horizontale programmering,
een aanbod met een generalistische mix, focus op Vlaamse identiteit
in diverse aspecten en een marktgedreven aanpak veegde VTM tussen
1989 en 1996 de openbare omroep van de kaart. Het businessmodel van
de VRT stuikte op korte tijd volledig in mekaar. Geen marktgedreven
strategie, een gebrekkig en productiegestuurd programmabeleid, de sterke
claim van de culturele en intellectuele elite op het media-aanbod :
het zorgde allemaal voor een massaal verlies aan marktaandelen, voor
groeiende onverschilligheid bij de kijkers en bijgevolg voor het afbrokkelen
van de maatschappelijke relevantie van de openbare omroep.

Pas in 1996, met de omvorming
van de VRT tot een nv van publiek recht, met een hervorming van de managementstructuur
en met de introductie van nieuwe human resources instrumenten werden
de voorwaarden gecreëerd om het tij te keren. De openbare omroep onderging
een Copernicaanse omwenteling
: het aanbodgestuurde businessmodel
werd vervangen door een vraaggestuurd model met vergelijkbare strategische
prioriteiten zoals in het model van de commerciële omroep.

De paradox van het
Vlaamse televisiespectrum is dat het businessmodel van VTM model heeft
gestaan voor de succesvolle omvorming van de VRT die in 1996 begon.
Mike Verdrengh en Guido Depraetere liggen op hun manier mee aan de basis
van een uniek Vlaams televisielandschap met een hoge toegevoegde waarde
voor alle Vlamingen en voor de economische activiteit en ontwikkeling
in de sector.

De omvorming van de VRT in
1996 tot een nv van publiek recht betekende een heilzame schoktherapie

voor de openbare omroep. Alle zieke plekken van de VRT werden aangepakt
: het programmabeleid, het investeringsbeleid, de automatisering, het
bestuursmodel en de interne organisatie. Die therapie werd zeker niet
onverdeeld gunstig onthaald en bracht inderdaad heel wat ongemakken
en ongewenste neveneffecten met zich mee.

Die omvorming was voor de
VRT bijzonder ingrijpend, zowel voor zijn marktpositie als voor zijn
interne organisatie. Het debat over de openbare omroep sleept vandaag
nog heel wat onverwerkte trauma’s mee uit die episode van zijn
geschiedenis.

Een atypisch model

Het Vlaamse medialandschap
is uniek omdat de televisiezenders die het hoogste publieksbereik
halen inzetten op Vlaamse content van Vlaamse producenten. Dat is de
verdienste van de commerciële omroep VTM en zijn moedermaatschappij
VMMa. Zij hebben in 1989 voor een businessmodel gekozen dat het aanbod
van Vlaamse content centraal stelt en ze zijn er in geslaagd
om dat succesvol te handhaven.

Met zijn keuze voor eigen
nieuwsgaring, berichtgeving en duiding positioneerde VTM zich als een
zender met een maatschappelijke meerwaarde. Het kostenintensief karakter
van dat businessmodel en de inherente verstrengeling ervan met Vlaamse
content creëert aanzienlijke risico’s voor de continuïteit
van zo’n model met een hoge markt- en conjunctuurgevoeligheid.

Een opmerkelijk aspect van
het Vlaamse televisielandschap is het atypische karakter van de twee
sterkste televisieomroepen
. VMMa verschilt van de typische Europese
commerciële omroep door de mate waarin hij met succes inzet op lokale
berichtgeving en lokale identiteit, de VRT verschilt van de typische
Europese openbare omroep door de mate waarin hij met een origineel Vlaams
aanbod en met een marktgedreven strategie een groot publiek bereikt.

Vlaamse producenten die Vlaamse
mediacontent produceren en aanbieden doen een Vlaamse media-industrie
ontstaan. Die ontwikkelt zich stormachtig en slaagt er in om zich binnen
de Europese markt competitief en innovatief op te stellen.

Een inelastische maar
onzekere markt

De VMMa en de VRT bezetten
met hun netten meer dan 70% van de markt en die dominantie draagt bij
tot de relatieve inelasticiteit van die markt. De top 7 van Vlaamse
zenders (één, canvas/ketnet, VTM, 2BE, VT4, VijfTV en Vitaya) heeft
een marktaandeel van 89% (2008), buitenlandse zenders zijn goed voor
3%. De tientallen andere zenders hebben het dus niet gemakkelijk om
die bestaande sterk ingewortelde zenders concurrentie aan te doen. En
dat is al meer dan 10 jaar het geval. Het recente experiment van Exqi
om die weinig elastische Vlaamse markt in beweging te brengen, zet stappen
terug. Dat Exqi zijn ambities om een generalistisch televisie-aanbod
in de markt te plaatsen al danig moest inkrimpen onderlijnt de kracht
van de twee sterkste spelers in de markt, die op het vlak van generalistisch
televisiekijken een feitelijk duopolie vormen.

Binnen die Vlaamse televisiemarkt
deed de dominantie van de twee grootste spelers (VRT en VMMa) bij de
andere zenders en producenten nieuwe businessmodellen ontstaan.
VT4, VijfTV en Vitaya enten hun verdienmodellen niet langer op de markten
waar hun dominante concurrenten actief zijn, maar focussen met hun strategie
op economische submarkten. Die zijn leefbaar met de marktaandelen
die ze behalen en bevatten zelfs nog een potentieel voor verdere diversificatie
(o.a. “360°-televisie”) en groei.

Eerdere pogingen van Sanoma
tot betekenisvolle intrede op de televisiemarkt waren geen succes. Sanoma
wil zeker uitgroeien tot een multimediaal bedrijf, maar het wil in België
geenszins zijn sterke positie en competentie als bladenmaker in gevaar
brengen. De Vijver, de groep waarvan Woestijnvis het kroonjuweel
is, diversifieert voorzichtig zijn activiteiten. Maar het DNA van de
groep ligt nog altijd in het ontwerpen en leveren van hoogwaardige content
die sterk aansluit bij de lokale identiteit en die inhaakt op affiniteiten
van lokale communities. Het businessmodel van De Vijver/Woestijnvis
is gebaseerd op “human creativity”, niet op het versterken van de
eigen kapitaalstructuur met het oog op verdere diversificatie en op
een penetratie in complexe mediamarkten.

De populariteit van televisie
taant in Vlaanderen minder dan in de rest van Europa. Televisie blijft
in alle leeftijdsgroepen een belangrijke en relevante vrijetijdsbesteding.
Ook dat draagt bij tot de relatieve stabiliteit die het medialandschap
in Vlaanderen blijft vertonen. Die stabiliteit blijft een opmerkelijk
gegeven in het licht van het sterk gewijzigde mediagebruik en mediabeleving

en van de nieuwe mediavormen die er door de digitalisering
van de markten zijn ontstaan.

Toch blijft onzekerheid
over de evolutie van de mediamarkten de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen
en strategieën beïnvloeden. Er is sprake van vertraging en van voorzichtigheid.
Andere factoren van onzekerheid zijn de toekomstige opdracht en financiering
van de VRT, de algemene economische conjunctuur en de mediastrategie
van distributeurs en recombinatoren. De vraag is of die sluiswachters
van de mediacontent in de toekomst een actieve rol in de sturing van
het media-aanbod ambiëren. M.a.w. zullen operatoren zoals Belgacom
en Telenet vanuit een uitzendstrategie rechtstreeks mediacontent bestellen
bij producenten en bedreigt dat het model en het bestaansrecht van generalistische
televisie ?

De hefbomen die bepalend
zijn voor de verdere evoluties in de Vlaamse televisie- en mediamarkt
bevinden zich dus, merkwaardig genoeg, in gelijke mate bij de overheid
en bij de private bedrijven. Dat verplicht alle mediaspelers er toe
– of ze dat nu graag willen of niet – om over een gemeenschappelijke
strategische optiek
voor de toekomst na te denken. Voorzover het
Vlaamse karakter, de kwaliteit en de diversiteit van het Vlaamse medialandschap
door al die actoren als gemeenschappelijke waarden worden erkend is
dat zelfs een oefening van openbaar belang.

De crisis als katalysator

De technologische ontwikkelingen
en de verdere penetratie van het internet zorgen voor een convergentie
in de media-industrie. Een mediabedrijf dat zich met zijn media-aanbod
tot een breed publiek van mediagebruikers richt moet zich als een
multimediaal
bedrijf ontwikkelen, met een aangepast online media-aanbod.

Tegelijk moeten mediabedrijven
een duidelijke focus behouden op een kernactiviteit of in een specialisatie
in één bepaald segment van de mediamarkt. Dat is de consolidatie

die in de Vlaamse mediamarkt plaatsvindt. De VRT heeft daarin zijn strategische
marktpositie behouden en zelfs versterkt omdat hij zich snel en met
succes als een multimediaal bedrijf heeft ontwikkeld.

Voor private uitgeversbedrijven
die in die ontwikkeling achterop liepen kwam de economische crisis als
kiespijn. De zwakste businessmodellen incasseren bij neergaande conjunctuur
de eerste en de hardste klappen. De Vlaamse dag- en weekbladpers die
na een decennium van fusies en van herbronning meer stabiliteit in zijn
kernactiviteit had gebracht, werd nu op zijn flank getroffen door de
razendsnelle groei van het internet.

Die evolutie interpelleerde
met name de kwaliteitskranten. De uitvoerige nota1 die de
Vlaamse Vereniging voor Journalisten en de vakbonden van de uitgeversbedrijven
daarover op 19 maart 2009 aan de Staten-Generaal van de Media presenteerden
beschrijft accuraat de oorsprong van die crisis en schetst beleidslijnen
om de kwaliteit van de nieuwsgaring en –berichtgeving in de huidige
mediacrisis te beschermen.

Die crisis is bedreigend
voor de pluraliteit van het medialandschap en voor de kwaliteitsjournalistiek.
De opkomst van “nieuwe media” en het fenomeen van de burgerjournalistiek
dwingen het traditionele journalistieke bedrijf (omroepen, kranten en
tijdschriften) tot fundamentele bezinning over de organisatie en invulling
van hun journalistieke kernactiviteit.

De professionele en de bedrijfseconomische
omstandigheden waarin de journalist vandaag opereert staan in het middelpunt
van dat debat. De productiewijze van mediacontent is in de afgelopen
jaren dan ook diepgaand gewijzigd.

Van ambacht tot industrie
… in twee decennia

De meest ingrijpende verandering
die zich in de audiovisuele media-industrie van de laatste 25 jaar voordoet
is die van zijn productiewijze. Die heeft de economie, het product
en de plaats van de werknemer in het productieproces grondig omgevormd.
De huidige transformatiecyclus van die productiewijze is nog niet ten
einde.

Televisie werd tot diep in
de jaren ’90 op een zeer ambachtelijke wijze geproduceerd. De eerste
golf van industrialisering van dat productieproces was het gevolg
van de kantoorautomatisering (digitalisering van informatie) en van
de vraaggestuurde aanbodstrategie (productie op basis van orders).

De tweede golf van industrialisering
is het gevolg van de digitalisering van beeld en geluid, van de invoering
van digitale productiesystemen, van de veralgemeende doorbraak van het
internet en van het strategische programma- en productiebeleid (GAPP2).
De technologische ontwikkelingen zijn niet ten einde en zullen de productieprocessen
in de volgende jaren verder omvormen.

In andere bedrijven en sectoren
(metaal, textiel, automobiel, voeding, …) heeft de transformatie
van ambachtelijke naar industriële productie

zich over meerdere decennia afgespeeld en vaak op een parallelle manier,
waarbij de ambachtelijke productie naast de industriële bleef bestaan
maar langzaam uitstierf. In de televisieproductie hebben alle producenten
die omvorming van de productieprocessen letterlijk en figuurlijk aan
den lijve ondervonden en speelt ze zich af binnen de razendsnelle tijdscyclus
van een individuele beroepsloopbaan.

Meer nog dan de omvorming
van de interne organisatie van de VRT heeft de (sluipende) omvorming
van de productieprocessen
het nieuwe denkkader gecreëerd waarin
voortaan over de rol en de opdracht van de openbare omroep wordt nagedacht.
Dat de televisieproductie een industriële activiteit is geworden
maakt haar plots voorwerp van het economische beleid. De ambachtelijke
artistieke producent die – onder de koepel van het ministerie van Cultuur
– op relatief autonome wijze programma’s maakte is vervangen door
industriële producenten die programma’s maken die aan de hand van
marktgestuurde criteria besteld worden. De sector valt nu onder het
beleidsdomein Media dat, naast de culturele en sociaal-maatschappelijke
beleidsparameters meer dan ooit de economische randvoorwaarden in rekening
brengt.

De evolutie van ambacht naar
industrie heeft de individuele conditie van de producent ten
gronde gewijzigd. Als ambachtelijke productie warenproductie wordt,
wordt de ambachtsman geproletariseerd. De producer, regisseur en journalist
genoten vóór 1990 de status van een vrij beroep. Vandaag zijn ze schakels
in een complex productieproces met een doorgedreven arbeidsdeling.
Hun beroepsstatus is verschoven van die van onafhankelijke professional
naar die van de traditionele werknemer. Dat proces van vervreemding
is inherent aan de doorbraak van de warenproductie.

Bij de werknemers van de
VRT heerst een onbestemde mix van onbehagen over de omvorming
van de productieprocessen en trots over het succes en over de
performantie van de VRT. Want zonder de bestuurlijke hervorming van
de VRT en zonder de industrialisering van de productieprocessen zou
de openbare omroep zijn competitiviteit en zijn relevantie volledig
hebben verloren. Maar het ongenoegen en het onbehagen over de doorbraak
van de warenproductie vindt wel een echo bij die culturele en intellectuele
elite die zijn historische claim op de openbare omroep nog niet heeft
losgelaten. Daardoor behoudt het discours dat pleit voor het herstel
van de dominantie van de ambachtelijk-artistieke productiewijze nog
een zekere politieke relevantie.

Natuurlijk hebben de doorbraak
van de warenproductie en de globalisering van de (wereld)economie
heel wat nefaste gevolgen voor de conditie van de werknemers
en voor de kwaliteit van het media-aanbod. Naar aanleiding van de crisis
in de kranten- en uitgeversbedrijven verscheen interessante literatuur
over de gevolgen van de warenproductie en van de globalisering op de
garing en op de productie van nieuws. Het voortreffelijke boek “Flat
Earth News” van Nick Davies en het kerstessay van Geert Buelens hebben
die problematiek in Vlaanderen prominent op de agenda geplaatst. Het
is een belangrijke opgave om een aangepast sociaal-maatschappelijk antwoord
te geven op de ongewenste gevolgen van de warenproductie en van de globalisering.

Maar het terugdraaien van
de economische en technologische ontwikkelingen is daarvoor net zo min
een oplossing als het stukslaan van machines door arbeiders in de 19°
eeuw dat was. Het geïndustrialiseerde productieproces heeft een superieure
productiviteit
en de hoogste marktrelevantie en dat zijn
twee factoren waar een openbare omroeporganisatie die in een competitieve
markt opereert niet onderuit kan.

Programmamakers hebben de
volledige verantwoordelijkheid en controle verloren over het programma
dat zij maken en dat is best ingrijpend voor hun professionele zelfbeeld.
Marktstudies, formats, arbeidsdeling : het zijn enkele belangrijke kenmerken
van de industrialisering die de programmamaker een andere plaats in
het productieproces hebben gegeven.

Het verwerven van inzicht
in de toegenomen complexiteit van dat productieproces, het herdefiniëren
van de eigen creatieve inbreng, de productiviteit en de meerwaarde van
teamwerk benutten, nieuwe arbeidsvormen ontwikkelen die betrokkenheid
bevorderen, … Dat zijn alvast zinvolle human resources maatregelen
om dat nieuwe productieproces te begeleiden en de programmamaker te
ondersteunen in de subjectieve bedreiging die hij/zij in zijn beroep
ervaart. Maar de nieuwe technologieën en apparatuur scheppen ook nieuwe
creatieve mogelijkheden die de programmaker kan exploreren en innovatief
aanwenden. Het is dus meer dan een cliché dat de nieuwe productiewijze
ook nieuwe opportuniteiten in zich draagt.

De snelheid waarmee de industrialisering
van de mediaproductie zich voltrekt zorgt voor ongelijke ontwikkelingen.
Bij de VRT is de invoering en de toepassing van ERP3 en van
GAPP nog lang niet in alle bedrijfs- en productieprocessen doorgedrongen.
Precies daarom kan de VRT nog verdere efficiëntie op het vlak
van planning en van processen realiseren zonder dat dat een drastische
impact op de medewerkers en op het aanbod hoeft te hebben.

De VRT en de markt,
een moeilijke relatie

De economische ontwikkelingen
die zich in de Vlaamse televisieproductie hebben afgspeeld, hebben zich
op Europese schaal voorgedaan. En de impact die het verdwijnen van het
monopolie van de openbare omroep voor de VRT heeft gehad laat zich in
Europa gevoelen in alle sectoren waar traditionele overheidsmonopolies
sneuvelen in naam v

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!