Werkgevers mee onderhandelen over social profit? Liever niet
Opinie, Nieuws, Economie, Samenleving, België, BBTK, Witte woede, André Langenus -

Werkgevers mee onderhandelen over social profit? Liever niet

De onderhandelingen over een nieuw sociaal akkoord in de social-profit komen er aan. Peter Degadt, topman van Zorgnet Vlaanderen, wil dat de werkgevers mee aan de onderhandelingstafel schuiven. Geen goed idee, reageert André Langenus, federaal secretaris voor de social-profit van de socialistische bediendecentrale BBTK.

dinsdag 18 mei 2010 21:35

De witte woede, zoals iedereen het werknemersprotest in de social-profit sector noemt, komt er opnieuw aan. Een eerste betoging is gepland voor 8 juni. Dat heeft alles te maken met de start van de nieuwe CAO-onderhandelingen, die in deze sector over vijf jaar lopen. Het gaat hier om een belangrijke sector: er zijn een kwart miljoen Belgen aan de slag, die essentiële diensten leveren aan de bevolking. De onderhandelingen over extra middelen worden gevoerd tussen de vakbonden en de overheid, die het gros van de werkingsmiddelen op tafel legt.

Ook de werkgevers voelen zich nu blijkbaar geroepen om mee aan de onderhandelingstafel aan te schuiven, zoals blijkt uit recente uitlatingen van de topman van Zorgnet (Caritas Vlaanderen). Zorgnet is in Vlaanderen de grootste werkgeversorganisatie in de Social Profit. Het zou een belangrijke sociale partner kunnen zijn, ware het niet dat ze nu al meer dan een jaar alle overleg in de bevoegde paritair comités (samen met andere werkgeversfederaties uiteraard) blokkeren. In plaats van een ticket te verdienen aan de onderhandelingstafel voor het volgend sociaal akkoord veroorzaken hun houding en hun standpunten juist het tegenovergestelde.

Als werknemersvertegenwoordigers stellen we vast dat de werkgeversfederaties uit de Social Profit een prachtige facade optrekken waarmee ze zich profileren als ‘verdediger’ van het personeel.  Nadere lectuur leert ons dat het vooral gaat om de dromen van de directies en hun kaderleden. Hun strategie is uiteindelijk hun wagonnetje achter de locomotief van de vakbonden te hangen en geld op de tafel te krijgen voor hun eigen eisen. Want met dat geld zouden ze uiteindelijk vrij spel willen krijgen.

In een recent interview in Jobat gaf de topman van Zorgnet enkele voorbeelden. Ik ga op twee elementen van het interview in om met cijfers te ondersteunen dat hun eisen in verre mate onrealistisch zijn. Bovendien komen ze zeker niet ten goede van het personeel.

Versoepeling van de arbeidswet, geen 11 uur minimale rust tussen twee werkperiodes.

Dit gaat regelrecht in tegen Europese regelgeving. De pauze tussen twee opeenvolgende werkperiodes moet voor Zorgnet verlaagd worden tot 9u om een antwoord te geven op de vraag van het personeel om langere weekends.

Hoe zou dit er dan in de realiteit uitzien? Bij een late shift, die loopt tot 22u, zou men voor de werkgevers terug moeten ter beschikking zijn tegen 7u ’s morgens. Trek daar de tijd af die je nodig hebt om naar huis te gaan, jezelf op te frissen, een hapje te eten… en het wordt al heel moeilijk om nog aan zeven uur rust te komen. Gesteld dat je zo goed als meteen je bed inspringt. En ontbijt onderweg naar je werk. Is dat de visie van Zorgnet?

Dan hebben we het zelfs niet over nog even de post doornemen, en nog even zien of alles in orde is met de kinderen, misschien ’s morgens zelf je kind naar de opvang brengen… Het kan best een aantal individuelen aanspreken, maar niet voor niets is het uitgangspunt van de arbeidswet de bescherming van de werknemer. Het is ook niet te combineren met de zorg voor werk en gezin.

Een aanvullend pensioen van 250 euro per maand voor iedereen.

Nog een sociaal ogend voorstel van de werkgevers van Zorgnet. Hier gaat men voorbij aan de realiteit van de sector. 60% vrouwen en 70% geen voltijdse baan. Het gaat dus over  onderbroken carrières en een loon dat verre van riant mag genoemd worden. Het personeel dat een relatief volwaardig pensioen zal ontvangen vinden we eerder terug bij de directie en kaderleden. Die genieten trouwens in vele gevallen al op instellingsvlak van een aanvullend pensioen. Het andere personeel moet het dus rooien met zijn wettelijk pensioen.

Op het eerste gezicht lijkt dit net een reden om iedereen 250 euro erbij te geven. Toch niet: dat bedrag geldt enkel voor een volledige loopbaan en een voltijdse betrekking. Het gaat hier om een dikke wortel om achteraan te lopen. Een wortel waar de sociaal kwetsbaarste werknemers maar weinig van zullen profiteren.

Het meest absurde aan  dit voorstel vormt het budget dat daarvoor moet aangesproken worden. In een vorig akkoord was er al een minimale aanzet om tot extra pensioen te komen. Het geeft ons een inzicht in wat we zouden nodig hebben om de 250 euro te bereiken, namelijk 600 miljoen euro. … of het equivalent van de totale budgetten van de CAO-akkoorden 2000-2005 en 2005-2010. En dit aan de vooravond van een onderhandeling in veel slechtere economische omstandigheden dan toen.

De werkgevers uit de sector klagen steeds over een gebrek aan middelen. Dat houdt sommige rusthuizen nochtans niet tegen om meer dan 30 miljoen euro winst uit te keren aan hun aandeelhouders. Er wordt ook voldoende kapitaal gevonden om enorme (soms megalomane) bouwprojecten uit te voeren.

Mee aan de onderhandelingstafel met de overheid?

Op basis van hun dagdagelijkse opstelling in het sociaal overleg en op basis van de zeer onrealistische eisen, is het niet meer dan aangewezen dat vakbonden en overheid over de personeelseisen samen alleen aan tafel zitten. De eis van de werkgeversfederaties is zeer eenvoudig samen te vatten: ‘Overheid, geef ons het geld en de vrijheid en verlos ons van de vakbonden’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!