Minister Pascal Smet reageert op opinie van Johan Leman
Opinie, Politiek, België, Brussel, Onderwijs, Minister Smet -

Minister Pascal Smet reageert op opinie van Johan Leman

De redactie van DeWereldMorgen.be ontving een reactie van Vlaams minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), waarin hij reageert op de uitlatingen van Johan Leman over het onderwijs in Brussel.

vrijdag 26 maart 2010 15:55

Geachte heer Leman,

Het pleziert me dat u een bijdrage wenst te leveren aan het onderwijsdebat in Brussel. Het ontgoochelt me dat die bijdrage uiteindelijk niet meer blijkt te zijn dan een pleidooi pro domo, voor de biculturele onderwijsprojecten van Foyer.

Dat  u uw bijdrage begint met een opsomming van argumenten van twee politici, om vervolgens alleen in te gaan op de argumenten van één van de twee, lijkt het alsof u partij kiest. Al lijken uw voorbeelden net mijn stellingen te bevestigen. Ik houd graag het debat levendig, en eerlijk.

Ten eerste is er geen debat tussen Sven Gatz en mezelf. Een debat heb je maar als je samen over een probleem praat, niet als de ene over de andere praat in plaats van over het probleem.

In uw opsomming lees ik bij Sven Gatz immers geen enkel argument dat uitgaat van het belang van het kind. Geen enkel. Ik lees argumenten voor een marktaandeel, en onderwijs is voor mij geen markt. Ik lees wel leugens.

Dat ik ons onderwijs wil beperken tot stamboomvlamingen, bijvoorbeeld, terwijl ik net de voorrang van 30 procent voor GOK-kinderen blijf verdedigen, naast de 100 procent zekerheid voor Nederlandstalige ouders.  Dat ik de migranten het recht ontzeg op sociale mobiliteit, terwijl migrantenouders net hetzelfde willen als Nederlandstalige ouders: een goede mix, net omwille van hun sociale mobiliteit. Waar denkt Gatz dat migrantenouders van de middenklasse hun kinderen naar school willen sturen?

Ten tweede is het me niet duidelijk waarom uw ervaringen in tegenspraak zouden zijn met die van mij. Is het bicultureel onderwijs niet net gebaseerd op het feit dat kinderen best een aantal uren taakvakken krijgen in hun thuistaal, en dat je daar een minimum aantal voor nodig hebt?

U organiseert toch ook geen biculturele projecten Spaans in scholen waar geen kinderen zitten die thuis Spaans spreken? Als uw uitgangspunt is, en ik citeer Hilde De Smedt, “dat het identificatieproces niet positief kan verlopen als je de kinderen in een minderwaardige positie zet door ze te laten werken in een taal die de hunne niet is, en dat ze een leerachterstand oplopen als ze uitsluitend in het Nederlands les krijgen”, moet ik daar dan een pleidooi in lezen tégen de rest van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

Als ik zo’n uitspraak zou doen, zou Sven Gatz die namelijk meteen vertalen als een oproep om alle, behalve de negen niet-biculturele scholen te sluiten. Is dat een eerlijk debat? Is het ook niet zo dat, als u enig bevredigend resultaat haalt, dat dat ook komt door de sociale achtergrond van jullie doelgroepen, en door het feit dat de projecten ingebed zitten in scholen waar wel nog een goede taalmix is?

Doordat jullie per project met één nationaliteit werken? Is het een toeval dat zeven van de negen biculturele projecten zich richten naar Europese thuistalen, en naar groepen met een christelijke achtergrond? Dat het Turks project een Armeens-christelijk doelpubliek heeft, terwijl de meerderheid van de Turken moslim is? En dat het ene Marokkaanse project een Arabisch project is, terwijl de meerderheid van de Marokkaanse Brusselaars Berbers zijn? Het zijn keuzes, en, wat mij betreft, terechte keuzes. Maar keuzes die aangeven dat bicultureel onderwijs niet in alle contexten en voor alle kinderen werkt.

Ik wil dat kinderen in Brussel de best mogelijke kansen krijgen. Dat wil u voor uw kinderen in de biculturele projecten ook. U zorgt daarbij voor een context en een omgeving waarbij de slaagkansen van die kinderen en van uw onderwijsproject het grootst zijn. Ik probeer hetzelfde te doen voor het hele Nederlandstalige onderwijs. Onder andere door ruimte te geven aan projecten zoals het uwe. In het belang van de Brusselse kinderen.

Ik wil elk debat voeren, en luisteren naar alle argumenten, ook van tegenstanders. Het mag er daarbij zelfs wat ruig aan toegaan. Als er maar fairplay is, en als een meningsverschil maar eindigt in een sportieve handdruk, en niet in een politieke kopstoot.

Pascal Smet

Vlaams minister van Onderwijs

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!