Opinie: Voor relaties op voet van gelijkheid tussen Congo en België
Opinie, Afrika, Congo, België -

Opinie: Voor relaties op voet van gelijkheid tussen Congo en België

Tony Busselen: De koning gaat naar Congo. De voorbije jaren hebben allerlei meester-schaakspelers gedacht Congo te kunnen onderwerpen. Het land is immers uitgeput. Na dertig jaren Mobutu-dictatuur lag het er al als een ruïne bij. Een vijf jaar lange oorlog heeft het land nog meer in de vernieling geholpen.

vrijdag 12 maart 2010 09:22

Het Congolese volk kreeg slechts vrede door een onmogelijk akkoord dat vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap voorkauwden aan een door hen geselecteerd gezelschap van Congolezen. Dat gebeurde in de Zuid-Afrikaanse casino-stad Sun-City. Het resultaat was een gedrocht erger dan ten tijde van het Romeinse triumviraat. Eén president en vier vicepresidenten waaronder twee gezworen vijanden van de president. Een staat die allerlei oorlogsmisdadigers moest opnemen op alle niveaus van het staatsapparaat en het leger. En vooral een staat die men voor de begeleiding van de transition onder voogdij kon stellen van een internationaal comité bestaande uit ambassadeurs die als schoonmoeders over Kabila’s schouders mee regeerden. Een toestand die men dan zo lang mogelijk wilde rekken om, zoals God, de Congolese staat te kneden naar eigen goeddunken.

De meester-schaakspelers wisten om welke buit ze speelden: wie Congo controleert, controleert het hart van Afrika. Het land grenst aan negen buurlanden. Het heeft 68 miljoen inwoners, vijftig jaar geleden waren dat nog maar 14 miljoen. 48 procent van de bevolking is jonger dan 14 jaar. Het land heeft alle bodemrijkdommen die je maar kan inbeelden: cobalt, koper, niobium, tantalum, petroleum, diamant, goud, zilver, zink, mangaan, tin, uranium, steenkool. In Congo stroomt de helft van het in heel Afrika aanwezige water. Het land bezit 17 procent van de tropische regenwouden in heel de wereld. Er is voldoende landbouwgrond om vele malen de Congolese bevolking te voeden.

Maar de meester-schaakspelers vergisten zich. Het Congolese volk wilde verkiezingen en niemand heeft die kunnen tegenhouden of volledig controleren. Niet de oorlogsheren, noch de betuttelende schoonmoeders uit het Westen. President Joseph Kabila won de verkiezingen in de tweede ronde met 58,8 procent van de stemmen. Hij won ze dankzij een zeer breed front waarin hij de meest beschaafde onder zijn tegenstanders kon verzamelen. Hij won ze met de handen op de rug gebonden: zonder noemenswaardig te reageren op de hatelijke persoonlijke aanvallen. Zonder terug te komen ook op wat er tijdens de oorlog was gebeurd, want dat hadden zijn toenmalige schoonmoeders hem verboden.

Kabila won de stembusgang omdat het volk in het oosten de terreur had ondergaan en zeer goed wist wie wie was en wie wat had gedaan. Omdat het volk in hem de voortzetting zag van de politiek van zijn vermoorde vader Laurent Kabila: voor het behoud van de eenheid van Congo, de territoriale integriteit en het herstel van de soevereiniteit.

Dat soevereine Congo kreeg geen steun van een of ander Marshallplan zoals België dat kreeg na de Tweede Wereldoorlog. De materiële situatie voor de Conglezen kende dus niet de vooruitgang die bijvoorbeeld de Belgen kenden tussen 1945 en 1952. Maar het is oneerlijk om de situatie vandaag voor te stellen als ‘erger dan ooit te voren’. Vandaag, is de situatie veel beter dan in 2008 toen een oorlogsheer nog maar eens zijn kans waagde. Ze is veel veel beter dan in 2003, dan in 2001 of in 1998. Maar natuurlijk zal koning Albert, als hij zijn laarzen aantrekt en een wandeling maakt door de volkswijken in Kinshasa, blijven waden door dezelfde modder en vuil die daar tien en twinig jaar geleden ook al lag.

Waarom zit het land na vijftig jaar ‘onafhankelijkheid’ aan de grond? De ellende van het Congolese volk is geen natuurverschijnsel noch een genetische afwijking. Ze vloeit voort uit het feit dat Congo sinds 1885 nooit de kans heeft gekregen om soeverein over zijn rijkdommen te beschikken. Of toch, voor 2006 gebeurde dat twee keer.

De eerste liep van 30 juni 1960 tot 14 september 1960 onder eerste minister Patrice Lumumba. Twee maanden en een half. De tweede liep van 17 mei 1996 tot 2 augustus 1998 onder president Laurent Kabila. Beide periodes werden gevolgd door een orgie van geweld en repressie tegenover het Congolese volk. Beide presidenten werden vermoord. Lees de Belgische krantenartikels uit begin 1961 de dagen nadat de dood van Lumumba bekend werd. Lees vervolgens de krantenartikels uit begin 2001 de dagen nadat de dood van Laurent Kabila vaststond.

U zal zich afvragen: hoe ongegeneerd blij kan je zijn met doden? De haat en het misprijzen voor het Congolees nationalisme is groot, zeer groot in België. Wie echte solidariteit met het Congolese volk in België wil, heeft op dit punt nog veel werk voor de boeg. Hij of zij zal doorheen de veralgemeningen en de sloganeske beschuldigingen tegen de Congolese nationalisten op zoek moeten naar de waarheid. Die is complexer en genuanceerder dan de extreme koloniale en antikoloniale clichés die beide neerkomen op het besluit dat de Belgen in de toekomst ‘maar beter weg blijven uit Congo’.

België en Congo hebben een gezamenlijk historisch verleden. Dat betekent dat er tienduizenden Belgische families één of andere band uit het verre of recente verleden met het land hebben. In België wonen naar schatting 115.000 Congolezen die familie hebben in Congo en hun land is nooit echt uit hun hart verdwenen. In de jaren twintig van de vorige eeuw heeft België in zijn kolonie een industrie uit de grond gestampt, met een voor die tijd uitgebreid spoorwegennet. Maar dat was ter meerdere eer en glorie – en vooral winst – van de Belgische kapitaalgroepen. Vandaag wil een nu soeverein Congo die basisinfrastructuur heropbouwen en uitbreiden. Waarom zou België daarvoor niet opnieuw inspanningen kunnen doen?

De koloniale verovering legde de grenzen van Congo vast en smeedde honderden etnieën en volkeren samen tot één natie. Vandaag, na jaren gestook en oorlog van buitenaf, kiest het Congolese volk ervoor om de eenheid van die natie te bevestigen en te verdedigen. Waarom kan België hier niet aan meehelpen en, conform het internationaal recht, elke schending van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de DR Congo veroordelen en consequent tegengaan?

Geconfronteerd met de enorme uitdagingen wil de Congolese regering samenwerken met heel wat landen, en zeker ook met België. Congo steekt bij monde van zijn verkozen president Joseph Kabila de hand ook uit naar België. “De Belgen zijn welkom, er is plaats genoeg”, zo klinkt het. Het is echter goed om de gewoonte aan te nemen om naar de Congolese nationalisten te luisteren en zich ook de volgende woorden te herinneren die Kabila uitsprak tijdens een interview in Le Soir, anderhalf jaar geleden, na de zoveelste vernedering door een meester schaakspeler.

“België moet beslissen wat voor relatie het wil met de Democratische Republiek Congo: ofwel een heel goede, volwassen relatie tussen soevereine, onafhankelijke staten; ofwel een relatie van meester en slaaf. De Belgische regering moet een keuze maken. (…) In dit land is veel bloed vergoten, zowel voor onze bevrijding als voor onze onafhankelijkheid. Ik zal nooit aanvaarden dat wie dan ook ons de les komt spellen, of het nu de Belgische of de Chinese minister van Buitenlandse Zaken is, (…) Ik hoop echt dat België altijd een bevriend land zal zijn.  Maar iedereen moet beseffen dat Congo helemaal veranderd is. Dat is het vertrekpunt: de macht in Congo is nu legitiem. Maar zelfs voor de verkiezingen al heb ik nooit kunnen aanvaarden dat iemand ons land behandelt als een kolonie.”

Tony Busselen

Tony Busselen is lid van de Congo-groep van de beweging Intal.be. In april 2010 verschijnt bij uitgeverij EPO zijn boek Congo voor beginners.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!