Nederlandse militairen in Afghanistan (foto: ministerie van Defensie, Den Haag)

 

Opinie, Wereld, Europa, Politiek, Afghanistan, Nederland, NAVO-beleid, Diplomatie -

‘Onze Taliban’ – De Nederlandse regering is het laatste slachtoffer

De Nederlandse regering is het laatste slachtoffer van de Afghaanse oorlog. Half februari stapte de sociaaldemocratische PvdA uit de regeringscoalitie van premier Balkenende. Dit gebeurde uit protest tegen de uitbreiding van de Nederlandse militaire aanwezigheid in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. John Feffer schreef dit opiniestuk in het Amerikaanse Foreign Policy in Focus.

woensdag 10 maart 2010 18:36

De Taliban verheugen zich

Dacht je dat ik de Taliban in Afghanistan bedoelde? Nee, ik heb het over de Taliban in Nederland. Wist je niet dat er een Nederlandse Taliban bestaan? Hier werken ze onder een andere naam, weet je wel. Zij noemen zich de Partij voor de Vrijheid (PVV), en het ziet ernaar uit dat ze veel stemmen zullen halen in de komende parlementsverkiezingen van juni, nu de coalitie in Den Haag uiteengevallen is.  

Hun  leider, Geert Wilders, zou heftig protesteren tegen het benoemen van zijn partij als de Nederlandse Taliban. Tenslotte is hij anti-islam en hij noemde de Koran een fascistisch boek. Maar de uiterstrechtse vleugel in Nederland – evenals gelijkgestemden elders in Europa –  is net zo intolerant en enggeestig en xenofoob als de radicale islamieten waar zij zulke hekel aan hebben.

Beide Taliban-gemeenschappen geloven dat hun samenleving te tolerant is geworden. Zij willen dat de tradities domineren. Beiden hebben een hekel aan modern bestuur, maar zij hebben er geen problemen mee het staatsapparaat te gebruiken om hun eigen waarden op te leggen. 

Maar zij vertonen een eigenaardige kronkel. Wilders en zijn Vrijheidspartij willen de Nederlanders weg uit Afghanistan. Misschien is het geen verrassing dat een populistische partij populaire standpunten inneemt – 58 procent van de Nederlanders wil weg uit Afghanistan, slechts 35 procent wil dat de militairen er blijven. Het maakt deel uit van een bredere trend.

De publieke opinie in heel Europa is gekant tegen de oorlog. Maar het is niet Europees links dat voordeel haalt uit deze antioorloggevoelens. De Europese sociaaldemocraten  – Labor in Groot-Brittannië, de Duitse sociaaldemocraten en de Franse socialisten – zijn allemaal gecompromitteerd door hun vroegere steun aan de oorlog.

Door dit nadeel kunnen de rechtse populisten zoals Wilders een Ron Paul (nvdr: een berucht Amerikaans Republikeins politicus uit Texas die in 2008 presidentskandidaat was, met sterk libertaire ideeën, maar ook heftig tegen de ‘war on terror’ van Bush is gekant) aantrekken en de vage libertijnse gevoelens van een groot deel van het electoraat aanspreken.

Hier in de Verenigde Staten zit de Democratische Partij met een soortgelijk dilemma.  Obama’s blijvend militair ingrijpen in Afghanistan heeft de partij opnieuw gebrandmerkt als ‘oorlogspartij’. Ron Pauls antioorlogsboodschap op de recente Conservatieve Politieke Actieconferentie (CPAC), bijvoorbeeld, loodste hem meteen naar de top van de presidentiële kandidatenlijst. John Basil Utley, een deelnemer aan deze conferentie, schreef hierover: “Er was een stevige antioorlogssfeer tijdens de conferentie, die veel ruimer was dan de boodschap van Ron Paul”.

Deze antioorlogsboodschap zal nog veel populairder worden als wij de tussentijdse verkiezingen van 2010 naderen. Het ziet er immers niet naar uit dat de regering-Obama alle gevechtstroepen zal terugtrekken uit Irak tegen augustus. Voor Afghanistan staan de anti- en pro-oorlogsposities  zeer dicht bij elkaar (52 procent tegenover 47 procent, volgens een CNN- peiling van eind januari). Maar die kloof  zal waarschijnlijk breder worden.

Europa, Canada en Australië zullen beginnen met hun legers terug te trekken. De oorlog in Afghanistan zal steeds meer Amerikaanse slachtoffers (we zijn nu al net over de 1.000 doden) eisen. Een steeds toenemend aantal Afghaanse slachtoffers – zoals de 27 burgers die recent stierven na een luchtaanval op een buskonvooi – zal het veronderstelde succes van hearts-and-minds-strategie verder ondermijnen. En de poging van de Democratische Partij om met een wortel-en-stok-benadering te werken, zal net zo zeker smelten als sneeuw voor de zon als de poging van president Lyndon Johnson in de Vietnam-oorlog van de jaren zestig.

En wat met onze eigen intolerante, racistische, xenofobe, enggeestige, religieus conservatieve politieke bewegingen? Er zijn zeker overlappingen tussen de christelijkfundamentalisten en de antiregeringsextremisten, maar zij hebben nog niet de handen in elkaar geslagen om een echte Amerikaanse Taliban te vormen.

In tegenstelling tot Geert Wilders’ PVV heeft de Tea Party-movement (nvdr: een verzameling van uiterst conservatieve bewegingen in de VS die heftig campagne voeren tegen Obama’s hervormingen die ze steevast als ‘socialistisch’ brandmerken, o.a. Sarah Palin, ex-vice-presidentskandidate en ex-gouverneur van Alaska, is er een bekend gezicht van) in de VS geen concrete positie ingenomen in verband met de oorlog in Afghanistan.

Tot nu toe legde de Tea Party-beweging de focus vooral op boodschappen voor het thuisfront: de vrije markt, een heel beperkte regeringsmacht, geen belastingen. Maar binnen de beweging is er een gevecht aan de gang. Sarah Palin, wiens havikvisie op de oorlog zo hopeloos naïef is dat ze zelfs door Dick Cheney werd teruggefloten, heeft haar zinnen gezet op de leiding van de Tea Party-beweging. En Ron Paul, wiens presidentiële campagne in 2008 de beweging inspireerde, stelt nu dat de Republikeinse Partij een soort van ‘neocon-invloed’ uitoefent op de populistische vloedgolf.

Als de antioorlogsfractie van de Democratische Partij er niet in slaagt het stuurwiel over te nemen, riskeert de vredesbeweging compleet uitgerangeerd te worden. Een conservatieve antioorlogsbeweging, die ‘onze jongens’ terug naar huis wil sturen om er de grenzen te gaan bewaken om de mensen buiten te houden die onze economie draaiende houden, zou veel populistische stemmen kunnen kosten aan de Democraten en aan links in het algemeen. We moeten afrekenen met een campagne die het geld uitgegeven aan oorlog kan vertalen in investeringen die banen opleveren.

Laat de Nederlandse politieke crisis voor ons allen een waarschuwing zijn. Er wachten altijd mensen als Geert Wilders aan de zijlijn. De laatste keer dat de Democraten zo blunderden met een oorlogstrategie tegenover een aanpak die de economie alle kansen geeft, kregen we zes jaar Richard Nixon op ons bord. Deze keer zouden we nog iets veel erger kunnen krijgen.

Redding door krijgsheren?

Is het Afghaanse leger klaar om het over te nemen van de NAVO-troepen? De recente operatie in en rond Marja is niet bepaald bemoedigend. In een opgeklopt verslag van de gevechten, noemt Dexter Filkins de Afghaanse participatie aan de operatie ‘het meest onrustwekkende deel van het Afghaanse project’.

Vreemde legers zullen de burgeroorlog in Afghanistan niet oplossen, argumenteert David Castonguay, in zijn bijdrage in Foreign Policy in Focus (FPIF). Ook het Afghaanse leger zal dat niet. “De oplossing ligt bij de Afghanen zelf, en meer specifiek bij het tribale systeem van de Pashtoen”, schrijft hij in het essay In Praise of Warlords

“Het Amerikaanse leger moet zijn benadering wijzigen en moet de nadruk leggen op de bestaande regionale machtsstructuren. De legerleiding moet de lokale leiders identificeren die bereid zijn samen te werken met de centrale regering in Kabul, die de opstand afwijzen, en zelf bereid zijn orde op zaken te stellen in plaats van vreemde troepen het voor hen te laten doen.”

In zijn bijdrage tot de discussie antwoordt FPIF-medewerker, Robert Naiman: “Al even belangrijk is de nood aan directe politieke onderhandelingen met de Taliban-leiders – waartoe ook president Karzai en het hoofd van de VN-missie in Afghanistan hebben opgeroepen – gebruik makend van de bemiddeling van de Pakistaanse en de Saoedische regering. Om zulke onderhandelingen tot een goed einde te brengen, moet de VS bereid zijn standpunten over de Taliban te herzien. Er moet een einde komen aan de nachtelijke aanvallen, gevangenen moeten worden vrijgelaten, Taliban-leiders van de zwarte lijsten van de VN gehaald, en tenslotte moet er een duidelijke termijn worden gesteld voor het terugtrekken van de militairen.”

Lokaal werken, zou ook geen slechte benadering zijn in Somalië, schrijft FPIF-medewerker Njubi Nessbitt in Piracy Redux. “ De internationale gemeenschap zou de legitieme traditionele leiders moeten steunen. Die verliezen nu grond tegenover nieuwe opstandelingen die worden gesteund door criminele ondernemingen die zich bezighouden met piraterij en smokkel. Leiders van de Al-Shabaab-milities in Somalië zetten de traditionele leiders opzij, en leggen de Somalische bevolking met geweld een vreemde, en strikte interpretatie van de islam op, sterk verschillend van het traditionele soefisysteem. Zonder ondersteuning, zullen deze leiders – onze potentiële bondgenoten – alternatieve bronnen zoeken voor de economische en fysieke veiligheid van hun clanleden.”

Redding door diplomaten?

Gedurende de tijd dat Ronald Rumsfeld minister van Defensie was, behandelde de Amerikaanse regering Europa als een koloniaal bezit dat verdeeld en veroverd moest worden (herinner u zijn opdeling tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ Europa). Het Europese antwoord was een versnelling van het proces om te komen tot een eigen eengemaakt buitenlands en militair beleid. In 2009 ten slotte werd de eerste Europese minister voor Buitenlandse Zaken benoemd (Lady Ashton) en de eerste Europese president aangeduid (Herman Van Rompuy).

De nieuwe aanstellingen inspireerden niet meteen tot een groter vertrouwen in Europa’s nieuwe rol op internationaal gebied. Het positiefste oordeel dat iemand kon vellen over beide EU-politici was dat de eerste lief was en de laatste discreet. Uiteindelijk blijven het toch in de eerste plaats ‘diplomaten’ en zijn het geen politieke prima donna’s. Diplomatie is Europa’s sterke kant.

Zoals FPIF-medewerker Daryl Copeland schrijft, is de diplomatie Europa’s comparatieve voordeel in de mondiale arena. “Europa’s progressieve invloed op andere mondiale machten zal grotendeels afhangen van de kwaliteit, handigheid en scherpte van zijn diplomatie”, schrijft hij in Memo to Europe. “Als dit idee aanslaat op het hoogste beslissingsniveau van de  Europese Unie, zou het kunnen bijdragen om nieuwe energie op te wekken voor het Europese  integratieproces.”

CIA, zeker geen redding

In april 2001 werkte de CIA nauw samen met de Peruviaanse luchtmacht om een klein vliegtuig neer te halen dat een Amerikaanse zendelingsfamilie aan boord had. De Peruvianen die het vliegtuig hadden neergeschoten, verkeerden onterecht in de veronderstelling dat zij een groep drugssmokkelaars hadden neergeschoten.

De CIA trachtte vervolgens dit beschamend incident te doen passen in hun antinarcoticacampagne. “De lakse verantwoording voor CIA-operaties is niet verrassend, maar blijft hoogst verontrustend”, schrijft FPIF-medewerker John Prados in CIA Accountability Hits New Lows (CIA-verantwoording scoort nieuwe laagten). In het Peruviaanse incident werden slechts na negen jaar enkele milde tikken uitgedeeld.

Het huidige CIA-aanvalsprogramma onvat – net zoals bij het Peruviaanse incident – identificatie van doelen op afstand, onmiddellijke aanval, en een hoge graad van geheimhouding. De criteria waarop mogelijke doelen worden geselecteerd, zouden zeer strikt afgelijnd te zijn – maar dat was tijdens het Peru-incident ook zo.”

John Feffer is co-directeur van Foreign Policy in Focus en schreef deze bijdrage op 23 februari 2010.

(vertaling uit het Engels: Leona Maes)
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!