about
Toon menu

De ideologie van de PVV (deel 3)

Deze serie beschouwingen handelt over het boek 'De schijn-élite van de valse munters' van PVV’er van het eerste uur Martin Bosma, vertrouweling van PVV-leider Geert Wilders. Redenen om het boek toch meer aandacht te geven is het simpele feit dat de gedachten die erin staan te weinig belicht zijn door andere recensenten en dat ze nog te weinig een rol spelen in het debat over onze samenleving.
zaterdag 9 juli 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Als je het boek leest en herleest, kom je veel te weten over het denken van de PVV. Je zou kunnen zeggen over haar ideologie, vandaar de titel van deze serie ‘De ideologie van de PVV’. Dit derde deel van de serie handelt over de visie van Bosma en de PVV op de staat Israël en de joden. Deel 1 handelt over het christendom en deel 2 over de islam.


Als je een PVV-kiezer zou vragen welke vlag er in het kantoor van Tweede Kamerlid Bosma zou hangen, denk ik dat negen op de tien kiezers Neerlands driekleur zouden noemen.

Bevrijd gebied

Niets is echter minder waar. Op de markt van Tel Aviv heeft Martin Bosma “de grootste Israëlische vlag gekocht die ik kon vinden…” En die gehangen “…voor het raam, zodat de mensen buiten ook weten dat dit bevrijd gebied is (p. 219).”

De Israëlische vlag vertegenwoordigt bevrijd gebied en natuurlijk rijst dan direct de vraag welk gebied bevrijd is en door wie het bevrijd is. Het volgende citaat geeft antwoord op deze vraag: “In dat jaar (1967) wist de joodse staat op miraculeuze wijze een aanval door (bijna) al zijn buren om te buigen in de bevrijding van Jeruzalem en van Judea en Samaria.”

De buren waar Bosma naar verwijst zijn Syrië, Jordanië en Egypte, alle Arabische en - grotendeels - islamitische landen. De gebieden zijn, naar de interpretatie van Bosma, bevrijd van hun Arabisch-islamitische heersers, en behoren weer tot het continent der vrijheid want, zo gaat Bosma verder, “Israël is uitgegroeid tot het symbool van onze vrijheid en het verlangen die vrijheid te continueren..."

De vlag van Israël is daarmee de vlag van alle vrije mensen. Het land is de barometer van onze toekomst (p. 274-5)”. Zou het tegenovergestelde gebeuren, de bezetting van Israël door Arabieren of moslims, dan is het gedaan met die vrijheid: “Marcheren de legers van Hamas en Hezbollah door de straten van Tel Aviv, dan zijn Amsterdam en Parijs reddeloos verloren”.

Zou Israël veroverd worden door de moslims, dan zullen zij dat ook doen in Europa, daar zijn ze immers al aanwezig. In een nutshell is dit de visie die Bosma heeft op de staat Israël: niet een voorpost maar het hoofdkwartier voor alles wat vrijheid betekent. Vergaat Israël, dan vergaat Europa.

Het verbaast dan ook niet dat de verwijzingen naar de staat Israël in 'De schijn-élite van de valse munters' immer positief zijn. Dat begint al in hoofdstuk 1 waar Bosma beschrijft hoe hij met Wilders in contact kwam. “Geert was … één van de eersten in de politiek die het gevaar van het islamitisch terrorisme inzagen. Hij had naam gemaakt door te zeggen dat hij de ‘hoofddoekjes rauw lust’. Geweldig. En ook nog eens een pro-Israël hardliner – wat wil een mens nog meer (p. 15-6).”

Overduidelijk is de link tussen de gevaarlijke moslims en het symbool van vrijheid de staat Israël. Naast de Israëlische vlag hangt in de kamer van Bosma de al eerder geciteerde tekst uit Jesaja (5:20): “Wee hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad….”

Overigens, maar dit is een terzijde, één van de meest opvallende slogans van de Egyptische revolutie van januari 2011 was “vrijheid”: meer dan een yell, het was een noodkreet. Ik heb geen hartelijke sympathiebetuigingen gehoord van de kant van de PVV over de verlangens van het Egyptische volk. Immers, “wee hen die het kwade (Egypte) goed noemen …”.

Het eerder gesignaleerde denken in contrasten zien we ook terug in de houding van Bosma en diens PVV ten opzichte van Israël. Ze staat onverbloemd achter de Israëlische hardliners die Judea en Samaria, wat anderen de Westelijke Jordaanoever noemen, als onvervreemdbaar Israëlisch grondgebied zien en zij steunen deze partijen dan ook.

Het antisemitisme

Het verrast niet dat Bosma ook het antisemitisme behandelt. Hij relateert het antisemitisme vanzelfsprekend aan Hitler en kiest van de vele citaten van Hitler nu net het volgende: “Hoe kun je socialist zijn, zonder antisemiet te wezen (p. 256).”

Waarna Bosma uitgebreid ingaat op de bijna onverbrekelijke band tussen het antisemitisme en wat hij links noemt. In zijn visie is het nationaal-socialisme van Hitler een linkse beweging en: “genocide als beleidsinstrument duikt al op bij de oorsprong van het socialisme” (p. 258).

Overigens is het huidige links de erfgenaam van dat nationaal socialisme: “Er is heden ten dage volop antisemitisme in Nederlands extreem links (p. 263)”, maar daarover in een latere aflevering in deze reeks meer.

Bosma gaat niet in op de wortels van Hitlers antisemitisme behalve dan dat hij het verbindt met het marxisme en socialisme. Nergens wordt er melding gemaakt van de jodenvervolgingen en jodenhaat geïnstigeerd door de katholieke en protestantse kerken, ruim voor er nog maar sprake was van Verlichting, Franse revolutie of het verfoeide socialisme.

Ik heb al eerder betoogd dat het ook veelzeggend is vast te stellen wat er niet in Bosma’s boek staat of welke termen er niet worden genoemd. De literatuur over jodenhaat en jodenmoorden veroorzaakt door het antisemitische denken van de kerken is overweldigend.

Ronduit aangrijpend is hoofdstuk 1 van deel 1 van het magnum opus van Raul Hilberg, De vernietiging van de Europese joden, waarin Hilberg de vorming beschrijft van het katholiek en protestants geïnspireerde antisemitisme en zijn tabel 1-1 op pagina 7 waarin hij de anti-joodse maatregelen van het canonieke (katholieke) recht door de eeuwen heen en de nazi-maatregelen met elkaar vergelijkt zijn schokkend.

Bosma noemt deze zwarte bladzijdes in “onze” christelijke geschiedenis niet. Nee, het christendom is de basis van onze beschaving en aan haar danken wij al het goede in onze samenleving. Het antisemitisme hoort daar niet bij.

Wel wordt er een andere variant van het antisemitisme behandeld en wel dat van de islam. Immers, “…Antisemitisme is een van de kernwaarden van de islam, en de slachtofferrol van de zogenaamde Palestijnen biedt een mooie kapstok voor die jodenhaat (p. 269).”

In dit citaat zegt Bosma dat de islam doordrenkt is van het antisemitisme en dat de anti-joodse of anti-Israëlische gevoelens nog eens versterkt worden door de slachtofferrol van de Palestijnen. Herstel: de zogenaamde Palestijnen.

Gezien zijn visie op Israël en de Palestijnse kwestie concludeer ik dat er in de ogen van Bosma geen Palestijns volk bestaat. De woorden Palestina of Palestijnen komen ook nauwelijks in zijn boek voor. Weer een opvallend geval van “niet noemen” en passend in zijn zwart/wit-denken of in dit geval in zijn ‘wel-bestaan-niet-bestaan’ denken. Israël bestaat en Palestina bestaat niet.

Maar ik wil me richten op die zogenaamde antisemitische kernwaarde van de islam. Bosma verhaalt van een incident op een islamitische school in Amsterdam waar les gegeven wordt over de Holocaust. “De volgende dag komen een aantal vaders hun beklag doen. Ze vragen zich af wat voor idiote ideeën hun kinderen meekrijgen en hopen insh’’Allah (zo Allah het wil) dat dit soort lessen niet meer gegeven wordt (p. 270).”

Ook maakt Bosma melding van de kwestie van het afscheidscollege van hoogleraar judaïstiek Pieter W. van de Horst aan de Universiteit Utrecht in 2006. Zijn college dat onder andere de mythe van de nog springlevende gedachte van het joodse kannibalisme behandelt, wordt door rector Gispen gecensureerd omdat dat gedeelte van het afscheidscollege wel eens aanstootgevend zou kunnen zijn “voor de goede georganiseerde moslimstudenten aan de universiteit (p. 271).”

Verder: “joden verlaten Malmö, dat al meer dan een kwart islamitisch is. Hetzelfde geldt in Antwerpen en Londen”, en Bosma vertelt over de beveiliging die joodse scholen in Amsterdam nodig hebben tegen bedreigingen van moslimzijde (p. 272).  Kortom: “het is een van de wreedste effecten van de islamitische immigratie (p. 273)” en dat allemaal dankzij de door links in gang gezette massa-immigratie. En volgens Bosma is het nog erger: “De moslims werden de nieuwe joden, de joden werden nazi’s” (p. 273).

Om dan weer te eindigen waar deze bijdrage mee begon: “Om moslims te apaiseren moet Israël worden opgeofferd, klinkt unisono de eis van extreem links en mohammedanen (p. 273)”. Zo wordt Israël op een voetstuk gezet in de strijd tegen de islam en de moslims en weet Bosma de kwestie van wat hij de massa-immigratie noemt te plaatsen in een uiterst gevoelige context: die van het antisemitisme. Een debat dat in onze maatschappij nauwelijks met distantie kan worden gevoerd, begrijpelijk gezien het verleden.

En hetzelfde geldt voor de positie van de joden en Israël en je kunt je de vraag stellen of hij beide daar een dienst mee bewijst. Op deze vraag ga ik aan het einde van dit betoog nader in.

De joodse gemeenschap in Nederland

Want eerst wil ik nog de reactie van de joodse gemeenschap behandelen zoals verwoord door Bosma, op de film Fitna. Hij citeert kopstukken als Ronny Naftaniel, “lid van de PvdA”, rabbijn Soetendorp, rabbijn Lody van der Kamp en voormalig adjunct-directeur van het CIDI, Hadassa Hirschfeld, die allen de film Fitna laken en zeggen zich niet ter herkennen in het islamstandpunt van Wilders (p. 113-114).

Maar, aldus Bosma, de uitspraken van de joodse elite vertegenwoordigen niet de stem van de joodse gemeenschap want “joods Nederland heeft de Partij voor de Vrijheid aan de borst gedrukt (p. 114)” gevolgd door een citaat van een joodse ouder die de bedreigingen door moslims in Buitenveldert zat is. En: “Bij een politiek debat op scholengemeenschap Maimonides stemt een kwart PVV (p. 114)”.

Bosma is in zijn hele boek kritisch op alle elites en zegt immer op te komen voor de stem des volks. Dat is ook het geval bij de joodse gemeenschap in Nederland.

De 'Partij voor de Vrijheid' over Israël en de joden

Het moge duidelijk zijn dat Bosma, Wilders en de PVV, uitgesproken pro-Israël standpunten hebben en dat zij menen met hun islamvisie een belangrijk deel van de joodse gemeenschap aan hun borst te mogen koesteren.

Ik blijf me afvragen of dit oprechte liefde is of gedrag van opportunistische aard. De Partij voor de Vrijheid is toch vooral een partij “tegen de islam. Tegen het multiculturele project. Voor een immigratiestop uit moslimlanden (p. 37, cursief van Bosma)” is.

Alles moet in stelling worden gebracht om dat standpunt naar voren te brengen, te verkondigen, te verspreiden en gemeengoed te maken. Israël past daar prima in, bedreigd als het wordt door alles wat islamitisch en Arabisch is. Zo wordt Israël in zekere zin voor het karretje van de PVV gespannen.

Datzelfde geldt voor de joden in Nederland. De anti-joodse gevoelens bij het islamitische volksdeel sluiten naadloos aan bij de PVV-standpunten betreffende de islam en de moslims. Maar betekent dat ook dat de PVV daadwerkelijk iets kan betekenen voor Israël en de joden?

In het gedoogakkoord wordt de visie op de Israëlpolitiek van de PVV niet verwoord. De regering Rutte heeft een veel gematigder standpunt en bedeelt de Palestijnen -een zekere- ruimte. Het is dan ook buitengewoon gemakkelijk voor de PVV de hardliners in Israël te steunen. Het is in zekere zin gratuit want de PVV heeft nauwelijks invloed op het buitenlandbeleid van de regering.

Wat Nederland betreft, is de kwestie van het koosjere slachten een lakmoesproef. Het wetsvoorstel, geïnstigeerd door de Partij voor de Dieren om onverdoofd te slachten te verbieden, wordt door de PVV gesteund waarbij zij dus de joodse gemeenschap, met name de orthodoxe die het meest te lijden heeft van het islamitische antisemitisme, en die zich zou koesteren aan de borst van de PVV, een harde klap geeft.

In haar streven de islam en de moslims zo veel als maar mogelijk is te weerstaan, heeft de PVV het koosjere slachten op het offerblok van het halalslachten gelegd en houdt zich verder muisstil.

Wat me verder opvalt, is het ontbreken van de term “joods-christelijk” in 'De schijn-élite van de valse munters'. De term is de laatste jaren ongemeen populair en verwijst naar de Nederlandse geschiedenis en volksaard die joods-christelijk zou zijn. Bosma heeft het echter over de christelijke natuur van ons land en volk en niet over de joods-christelijke.

Dat verbaast me, juist omdat hij zo'n hoge dunk heeft van de staat Israël en de joden in het algemeen. Blijkbaar gaat hem dat te ver. Is de joodse karaktertrek van onze samenleving toch niet Nederlands genoeg? Ik zou zijn antwoord op deze vraag graag vernemen.

Het antisemitisme onder moslims is onmiskenbaar aanwezig. De politieke situatie in het Midden-Oosten maakt de situatie er ook niet beter op. Ik weet dat het een open deur is maar er moet alles aan gedaan worden om de jodenafkeer onder de moslims te bestrijden en daarom is het goed dat er initiatieven genomen worden tot excursies naar Westerbork en Auschwitz of aparte lesprogramma’s over de Holocaust. Zonder meer.

De initiatieven van moslim en Marokkaan van origine Ahmed Marcouch zijn daarom van grote waarde. Hij wil een gemeenschappelijke aanpak van jodenhaat en homohaat en bovendien pleit hij voor de verplichte opname van de Holocaust in eindexamens.

Overigens worden deze initiatieven niet genoemd in Bosma’s boek en dat begrijp ik ook wel want dan zou kwaad goed genoemd worden en dat kan nu eenmaal niet. Je hoeft overigens niet voor Israël te zijn of specifiek voor de joden in Nederland om het antisemitisme te veroordelen. Algemeen menselijke waarden van respect en tolerantie zijn al meer dan voldoende om elk mechanisme van uitsluiting te veroordelen en trachten te voorkomen.

Maar Bosma drijft de zaak op de spits en verspreidt gebruik makend van Israël en de joden in Nederland zijn visie van uitsluiting en veroordeling van moslims. Het wordt er zo niet prettiger op.

In deel 1 stel ik vast dat Bosma een buitengewoon positief beeld heeft van het christendom en of je het eens bent met zijn stellingen of niet, hij gelooft er echt in.

In deel 2 stel ik vast dat Bosma een buitengewoon negatief beeld heeft van de islam en ook daar is het zo dat hij 100% achter zijn opvattingen staat.

In het huidige deel 3 stel ik vast dat Bosma de loftrompet over Israël steekt en de joden in Nederland aan zijn boezem koestert. Maar zijn verdediging overtuigt niet en is opportunistisch van aard: zijn visie op joden en Israël staat in dienst van zijn strijd tegen de islam. De joden van Nederland zijn gepokt en gemazeld in antisemitisme en filosemitisme en zijn daarom zeer goed in staat vast te stellen of de PVV hen wat te bieden heeft en wat dat dan eventueel zou mogen zijn.

Jan Jaap de Ruiter (www.janjaapderuiter.eu en @janjaapderuiter) is arabist aan de Universiteit van Tilburg. De komende weken zullen door hem deze onderwerpen worden behandeld: Links (4), Massa-immigratie en multiculturaliteit (5), De PVV (6), Feiten en cijfers (7), De NSB stemwijzer (8), Gezelligheid (9) en Epiloog (10).

reageer

3 reacties

  • door Max 13 op zaterdag 16 juli 2011

    In geen enkel Arabisch land hebben Palestijnen het beter dan de Palestijnen in Israel. 

    • door svdl op vrijdag 29 juli 2011

      u citeert... uzelf?

  • door Wagner op donderdag 18 augustus 2011

    Heel knap artikel,spijtig gaat hetl over een nobody. Die bosma kiest stukken uit de geschiedenis zoals ik appels kies bij de groenteman..enkel wat mooie oogt

Lees alle reacties