Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

De armoede van de wederkerigheid

Is de opmars van de N-VA een bedreiging voor 'de solidariteit'? Dat is wat de linkerzijde in dit land beweert. Maar zij maakt niet altijd duidelijk wat zij daarmee bedoelt. Of toch: tegenover de Vlaamse groepssolidariteit van Bart De Wever, plaatsen socialisten het abstracte beginsel van de wederkerigheid.
donderdag 14 april 2011

Die wederkerigheid steunt echter op een even grote historische mythe als het ideaal van de Vlaamse samenhorigheid. In plaats van de romantiek van de volksgemeenschap, regeert hier de illusie van het sociaal contract. Misschien moeten socialisten opnieuw leren, zoals de N-VA veel beter heeft begrepen, dat er geen solidariteit kan bestaan zonder conflict.

Wederkerigheid of egoïsme

Wat is die wederkerigheid, zoals de Vlaamse socialisten zich haar voorstellen? Zij wordt steeds opnieuw gepresenteerd als de uitkomst van een vrijwillige overeenkomst. Jongeren en ouderen, werkenden en niet-werkenden, gezonden en zieken, zo luidt de gangbare visie, hebben uit welbegrepen eigenbelang gekozen voor een systeem van wederkerigheid, in plaats van voor (groeps)egoïsme.

Maar omdat in een complexer wordende samenleving het 'empathische moment' van dat contract onvermijdelijk uit beeld verdwijnt, brokkelt ook het draagvlak af. Kunnen gever en ontvanger opnieuw dichter bij elkaar worden gebracht door een 'warmere' vorm van solidariteit, die de verzakelijking doorbreekt?

Helaas is dat niet de juiste vraag. De metafoor van de wederkerigheid is immers zelf schatplichtig aan het Belgische pacificatiemodel. Ze kreeg haar duidelijkste uitdrukking in het Sociaal Pact van 1944, dat een eindeloze uitruil van belangen in gang zette.

Het vertrekpunt hierbij was de wederzijdse erkenning van het recht op eigendom (door de vakorganisaties) en het recht op vrije vakbondsorganisatie (door de patroons). Op die manier hielp de taal van het Pact om belangenconflicten, die eigenlijk onoverbrugbaar bleven, toch in te kapselen en onzichtbaar te maken. En net daarom helpt die retoriek ons niet om de huidige crisis van de solidariteit te analyseren.

Het wederkerigheidsbegrip was immers nooit 'de' uitdrukking van 'de' solidariteit, maar slechts een politiek antwoord op heel andere, ontwrichtende vormen van groeps- en klassensolidariteit. Het ging om particuliere, sterk antagonistische belangen zoals die zich sinds de negentiende eeuw hadden georganiseerd, in de industriële salons zowel als in de stakerslokalen.

"Het wederkerigheidsbegrip was immers nooit 'de' uitdrukking van 'de' solidariteit, maar slechts een politiek antwoord op heel andere, ontwrichtende vormen van groeps- en klassensolidariteit"

Deze botsende belangen sloten helemaal geen contract, maar werden van bovenaf gereguleerd, binnen het kader van een (neo-corporatistisch) Sociaal Overleg.

Socialisten, maar ook christendemocraten, gaven in dat proces de toon aan. Onder de oppervlakte van de regulering bleef de sociale brand echter smeulen. Op de sociale uitbarstingen van 1886 en 1936, volgden de chaotische botsingen van 1960-61, de vroege jaren 1970, maar ook nog daarna.

De solidariteit van de arbeid leek in dat opzicht verrassend goed op die andere, even koppige, communautaire vormen van groepssolidariteit, die in België al evenmin onder controle konden worden gebracht. In de discussies over de nieuwe herverdelingsvraagstukken die de globalisering met zich meebracht, drong de civiel- en etnisch-nationalistische gemeenschap zich, vooral in Vlaanderen, op als natuurlijk referentiepunt.

Is het verstandig om deze communautaire groepssolidariteit te pareren met een pleidooi voor abstracte wederkerigheid? Misschien is het probleem helemaal niet dat we de wederkerigheid niet meer begrijpen, maar dat de politieke linkerzijde geen taal meer heeft om echt botsende belangen (vooral sociaal en economisch) tot uitdrukking te brengen.

"Misschien is het probleem dat de politieke linkerzijde geen taal meer heeft om echt botsende belangen tot uitdrukking te brengen"

De N-VA leert haar tegenstanders dat een solidariteit zonder natuurlijk doelpubliek en zonder natuurlijke tegenstander, uiteindelijk een holle slogan wordt. Zonder conflict is er, verrassend genoeg, geen politieke gemeenschap denkbaar.

Die les zou de politieke linkerzijde in dit land best in gedachten houden, wanneer zij hààr solidariteitsbegrip opnieuw tastbaar wil maken tegen de achtergrond van een onopgeloste financiële crisis.

Nu de rekening van die crisis de burger wordt aangeboden, dreigt de retoriek van de wederkerigheid al snel om te slaan in ongeloofwaardig jezuïtisme.

Evert Peeters

Evert Peeters is postdoctoraal onderzoeker aan het departement  Geschiedenis van de KU Leuven. Hij doet er onderzoek naar (de geschiedenis van) arbeidswetenschap en kantoorarbeid.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

10 reacties

  • door Le grand guignol op vrijdag 15 april 2011

    "L'histoire est le produit le plus dangereux que la chimie de l'intellect ait élaboré. Ses propriétés sont bien connues. Il fait rêver, il envire les peuples, leur engendre de faux souvenirs, exagère leurs réflexes, entretient leurs vieilles plaies, les tourmente dans leur repos, les conduit au délire des grandeurs ou à celui de la persécution, et rend les nations amères, superbes, insupportables et vaines. L'histoire justifie ce que l'on veut. Elle n'enseigne rigoureusement rien, car elle contient tout et donne des exemples de tout."

    Beste Doctor in de Geschiedenis, naar mijn mening was het Karl Marx die links onderwezen heeft inzake dialectiek en sociaal/politiek conflict. Bij de SP.a is men dat inderdaad vergeten en heeft men De Wever nodig om hen daaraan te herinneren, maar bij de PvdA niet. Daarin zit het verschil!

    • door TC op vrijdag 15 april 2011

      U citeert Valéry in 't lang en 't breed : zijn mening mag er natuurlijk wezen... Alleen is me niet duidelijk tot wie u het richt. De doctorandus die het artikel schreef, kan maar moeilijk mikpunt van deze spot zijn. Zijn historiserende kritiek doet hem een standpunt in de hedendaagse werkelijkheid innemen : voorwaar iemand die Zin geeft aan een debat dat vastgelopen is.

      Is het sociaal contract een steriele illusie, of is het een werkzaam ferment: dat is de vraag die hier wordt gesteld. s-p-a vergist zich, daar waar ze wederkerigheid belijdt zonder er zelf echt in te geloven. Pvda vergist zich, waar ze gelooft dat solidariteit, onder "de mensen" nog alomtegenwoordig is, de politieke vervreemding van die gewone mens even daargelaten.

      Hoe maak je wederkerigheid, in tijden van versplintering, weer expliciet?

      • door Le grand guignol op vrijdag 15 april 2011

        Zingeving ten aanzien van een maatschappelijk debat kan nooit kwaad, maar tussen zin en richting bestaat m.i. een wezenlijk verschil. Enerzijds wordt in het hedendaagse debat - hoofdzakelijk via reguliere media - de indruk gewekt dat er binnen de huidige samenleving geen sprake meer is van klassentegenstellingen. Die zijn er nog steeds, echter door een bemiddelende rol (i.e. medebeheer) toe te kennen aan een aantal belangrijke actoren binnen de zogenaamde Civiele Maatschappij, worden de desbetreffende tegenstelling beslecht door middel van (een onuitgesproken) consensus die het status quo bevestigt. Ik stel o.m. vast dat kinderen uit achterstandswijken nog steeds d.m.v. onderwijs voorgesorteerd worden naar TSO en BSO, dat ontwikkelingen op vlak van ICT, (a)sociale media,... de kloof tussen rijk en arm vergroten en daarmee sociale immobiliteit bestendigen en legitimeren, etc. Deze zaken komen in die 'versplinterde' geglobaliseerde wereld op ontzettend veel plaatsen voor. Hierbij staan niet cultuur dan wel socio-economische verhoudingen centraal - ruimer dan het enge onderscheid op basis van productiemiddelen.

        Daarnaast vraag ik mezelf af of het gebruik van politiek fetisjisme links iets te leren heeft. Ten overstaan van openbaar getolereerd links is dat zeker wel het geval, doch heiligt hier aangaande het doel evenmin de middelen: iemand die geregeld naar 'intellectuele eerlijkheid' verwijst hoort zijn handelswijze niet te rechtvaardigen via een ersatz voor de eigenlijke politieke agenda. Vanuit dat perspectief vind ik het gevaarlijk om iemand 'op te hemelen', hem zelfs enige pedagogische bekwaamheid toe te kennen, wanneer dat berust op 'intellectuele hypocrisie'. Zo stelt u daar aansluitend dat er van solidariteit nog maar weinig sprake is, dat betwijfel ik. Temeer wanneer er, naar aanleiding van bijvoorbeeld een natuurramp, aanzienlijke sommen worden opgehoest door de goegemeente. Het zijn daarentegen permanente vormen van desinformatie (over- en/of onderbelichting van bepaalde aspecten) die een scheefgetrokken beeldvorming aan de bevolking presenteren en daardoor de aandacht afleiden van de problemen die er daadwerkelijk toe doen.

        In de desbetreffende context en met betrekking tot een specifiek aspect van sociaal/politiek conflict - al dan niet bewust - een verwijzing naar Marx vergeten, berust - althans naar mijn mening - niet op onoplettendheid of een gebrek aan kennis ter zake.

        • door TC op zaterdag 16 april 2011

          Ik denk niet dat Marx in het onderzoek en het verhaal van Evert Peeters helemaal afwezig is. Spreekt hij niet van solidariteit die niet bestaat "zonder conflict"? Door het begrip 'sociaal contract' te introduceren, verwijst hij anderzijds naar die andere politieke denker van de revolutie, nl. J-J. Rousseau. Ieder zijn achtergrond : Marx niet vernoemen mag het debat toch niet in de weg staan?

          Misschien is 'wederkerigheid' geen goed concept. Solidariteit heeft veel met overgave te maken, dus zonder dat men iets terugverwacht.

          Ik deel overigens je bezorgdheid over de sociale immobiliteit die er vandaag is... 't ergste vind ik dat 'efficiëntie' en middelmatigheid perfect samengaan : een regering van managers ipv politici is het droevige resultaat. Het artikel dat hier te lezen staat, bevraagt het concept van 'wederkerigheid' en geeft het ons terug. Daarom vind ik het ook een echt goede tekst: een spreken dat ons uit de mêlée drijft,- zoals ook de aforismen van een Valéry soms doen.

          • door Evert Peeters op zondag 17 april 2011

            Dank voor de reacties. @ Docter Guignol: je moet het nog s herlezen, denk ik. Als het gaat over het karakter van sociale tegenstellingen staan we wellicht veel dichter bij mekaar dan je denkt. Daarvoor hoeft Marx niet eens geciteerd te worden: Marx heeft die tegenstellingen immers niet uitgevonden, maar slechts beschreven, zoals ook de laatsten der marxisten zouden moeten weten? Met Valéry ben ik het helemaal eens: ook over historische mythologisering gaat het juist mijn stuk. Tot slot geloof ik ook niet dat er bijzondere spreekrechten voortvloeien uit dr. titels. De geschiedenis is een publiek terrein. Maar in een anti-intellectualistische kramp schieten omdat er iemand gewoon zijn werkplaats vermeldt is misschien ook wel een beetje... bizar. @ Frank: ik lees je altijd, dat weet je :-) Je cijfers zijn zeer to the point, maar mij ging het meer om het symbolische niveau: als solidariteit (onder het label wederkerigheid) wordt voorgesteld als een zaak van ontelbaar vele individuen onder elkaar, de meerderheid 'gevers', een minderheid 'krijgers', wordt de oorsprong van die solidariteit vergeten: niet een sociaal contract, maar een onophefbaar conflict, niet tussen individuen, maar tussen sociale groepen die zichzelf als groep/klasse hadden georganiseerd. Wie dat 'groepsdenken' verlaat, maakt ook de solidariteit krachteloos, en levert ze uit aan wie wél nog een groepsdenken ontwikkelt, uiteraard op radicaal andere basis @ TC: Idem als boven: misschien is het juist de wederkerigheid die ons versplintert...?

            • door Evert Peeters op zondag 17 april 2011

              (DoctOr Guignol)

            • door TC op zondag 17 april 2011

              De vraag die ik me stel, is: bestaat er een verschil tussen 'groepssolidariteit' en 'groepsegoïsme'? Ja, denk ik... groepsegoïsme jaagt, onder het mom van solidariteit, het belang van de grootst gemene deler na. Minderheden, of het nu is op basis van taal, of op basis van wat dan ook... passen niet in dat kraam; minderheden hebben in dat verhaal gewoon ongelijk. (Groeps?)solidariteit kenmerkt zich daarentegen door openheid: men verklaart zich solidair met ieder andere die zich eveneens solidair bekent. Een 'symbolisch' gegeven, waarin men verschillen te boven komt: solidariteit kan niet ontwrichtend werken... het verzoent meerderheid met minderheid. Een hernieuwing van de beloften -een new deal-, eerder dan abstracte conceptualisering van wat onze welvaartsstaat nu precies is, moet die solidariteit schragen. Daarin zie ik 'wederkerigheid' aan het werk...

              • door froels op zondag 17 april 2011

                Abstracte definities maken morele, maatschappelijke keuzen niet steeds helderder. Maar toch eens proberen: wederkerigheid vraagt een wederdienst, is dus een contract, een voorwaarde. Solidariteit is onvoorwaardelijk, zoiets als de Rechten van de Mens: daarvoor moet men niet eerst een bijdrage betalen, of papieren invullen. Vergelijkbaar met: bemin uw naaste zoals uzelf (hier ontstaat dilemma: WIE wèl naaste is, en wie niet; sommige zien dit zeer eng). Onze huidige sociale zekerheid is al deels wederkerig: iedereen die wil profiteren moet toch een bijdrage betalen ---maar neen, zo eenvoudig is het niet! Niet-werkende of niet-ingeschreven echtgenoten (en kinderen) van bijdrage-betalers genieten evengoed ziekteverzekering. Wie helemaal geen bijdrage kan inroepen, valt terug op leefloon (=armoedeloon; moet men daarvoor geen vast adres hebben? misschien toch voorwaarden...). Wel vereisen veel sociale vangnetten de juiste stempels, aanvragen, geduld...in de praktijk voorwaardelijk dus. Werkloosheidsuitkering: is in principe altijd voorwaardelijk geweest: men moest een gepast werk aanvaarden. Maar dat gepast werk was er niet, dus voerde men de activeringsvoorwaarde in. Erfenissen zijn onvoorwaardelijk, men moet alleen familie zijn; in vele maatschappijen echter ook mannelijk (vrouwen erfden vaak niet) Daarvan profiteren méér wie uit een 'goede familie' komt; zonder voorwaarde. Binnen de familie is de solidariteit het oudst vermoed ik. Lang voor Achilles Van Acker hadden we de verplichte solidariteit binnen de clan, de bredere familie; het was waarschijnlijk een noodzaak om als individu te overleven. Gastvrijheid in oude gemeenschappen is een onvoorwaardelijke solidariteit ; zelfs schurken of vijanden konden daarop beroep doen. In de Maagdenbron van Ingmar Berman schendt de vader dit principe door de gasten die zijn dochter verkrachtten en vermoordden, ook te doden, zelfs de kleine jongen; tot grote verschrikking van zijn echtgenote.

  • door Frank Roels op vrijdag 15 april 2011

    Evert Peeters stelt terecht deze vragen. Wellicht heeft hij mijn ouder artikel hierover gelezen? Het staat op het fB-Forum van S-p-a: http://www.facebook.com/topic.php?uid=57253967150&topic=15729 Daar vindt men ook veel cijfertjes. Lang aan gewerkt en heel interessant, al zeg ik het zelf.

    • door froels op vrijdag 15 april 2011

      Voor de volledigheid: Caroline Gennez heeft mijn artikel op het fb Forum van S-p-a: http://www.facebook.com/topic.php?uid=57253967150&topic=15729 gelezen, en erop gereageerd. We zullen dus nu de toekomstige discours van Sp-a moeten volgen om een wending vast te stellen.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties