Advertentie

zaterdag 10 juli 2010

De N-VA-doctrine: wat IJsland kan, kunnen wij ook

De Vooruitgroep neemt de sociaal-economische standpunten van N-VA onder de loep. Het Vlaanderen van Bart De Wever zal "ultraliberaal, superefficiënt en op wereldwijde economische concurrentie gericht" zijn, menen de leden van de Vooruitgroep.
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -

Het opvallendste kenmerk van de voorbije verkiezingen is wellicht dat de standpunten van de N-VA bijna op geen kritiek stuitten. Alsof er op programma en ideologie niets af te dingen valt. Ook de progressieve partijen Groen! of SP.A konden of wilden geen ernstig tegenwerk bieden. Zij waren soms kritisch over de methode of over de haalbaarheid van enkele punten.

Praktische bezwaren dus en geen principiële. Heeft de N-VA dan de ideale synthese geformuleerd die alle tegenstellingen tussen conservatief en progressief overstijgt in een nieuw maatschappijmodel dat iedereen tevreden stelt?

Het heet dat Bart De Wever het Vlaamse nationalisme ideologisch heeft vernieuwd: weg van de oude romantiek van het vendelzwaaien en de eed aan Vlaanderen, naar een rationeel discours dat over de essentie lijkt te gaan: onze sociaal-economische toekomst zelf vormgeven. Om het in marxistische termen te zeggen: een nationalisme dat zich toespitst op de infrastructuur van economie, rijkdom en werkgelegenheid meer dan op de superstructuur van taal en cultuur.

Mogen we er nu gerust op zijn dat onze belangen in veilige handen zijn? De Vooruitgroep heeft meer dan één reden om hieraan te twijfelen. Juist de ideologische premissen van het nieuw ogend civiele nationalisme, geschoeid op etno-culturele basis, voeden die twijfel.

In deze bijdrage nemen we drie cruciale pijlers van de sociaal-economische doctrine van de N-VA onder de loep. De aandachtige lezer zal merken dat er tussen die drie pijlers een grote convergentie bestaat in de richting van een ultraliberaal, superefficiënt en op wereldwijde economische concurrentie gericht Vlaanderen.

De eerste pijler betreft het bipolaire en op identitaire principes geschoeide (con)federalisme, waarin het zwaartepunt onmiskenbaar bij de delen ligt. Het gaat hier om de voortzetting van de oude Volksuniekreet Federalisme met twee. Kenmerkend is de ideologische halsstarrigheid waarmee het federalisme in België alleen maar op volksnationale criteria kan berusten.

Daardoor moeten de grenzen van de deelstaten samenvallen met de omschrijving van de volksgemeenschappen en kan er geen sprake zijn van alternatieve indelingen, bijvoorbeeld op kantonnale basis. Daardoor ook is er voor Brussel als volwaardig derde gewest geen plaats. Het is dat model dat Vlaanderen quasi soeverein moet maken op alle domeinen, en het de kans moet bieden om autonoom de sociale staat en de bijbehorende solidariteitsmechanismen te herzien.

De tweede sociaal-economische pijler betreft het Europese superniveau als vervanger voor het Belgische staatsverband, dat tussen Vlaanderen en Europa overbodig wordt en daarom kan gaan verdampen. De beschermende Europese paraplu wordt kennelijk nodig geacht om elke kritiek of twijfel weg te nemen dat het Vlaamse bootje alleen te klein is om met zekerheid alle stormen op de wereldmarkt en de internationale politiek te trotseren. De N-VA hoopt de voordelen die de Belgische staat wel nog biedt, te transfereren naar het Europese niveau, zonder nadelen evenwel.

De derde pijler is een onmiskenbare neoliberale visie op het toekomstige Vlaanderen. Vlaanderen moet een topeconomie worden in een geglobaliseerde wereldeconomie waar alleen  the fittest de Darwiniaanse struggle for economic survival zullen overleven. Voor de N-VA zal Vlaanderen tot de overlevers behoren, of het zal niet zijn. Dat dit competitiemodel ook noodzakelijkerwijs verliezers kent, ook binnen Vlaanderen trouwens, en dus de sociaal-economische onevenwichten in de wereld en binnen Europa versterkt, is daarin slechts een jammerlijk neveneffect. Zielig voor Griekenland of eventueel Wallonië, als Vlaanderen maar in de kopgroep zit.

Volgens de Vooruitgroep valt er nogal wat af te dingen op elk van de drie pijlers. En, zoals men weet, hebben zwak gefundeerde constructies de neiging om te vallen.

Confederalisme: een stap in het duister

Bart De Wever stelt een confederaal model voor. In het Belgische politieke jargon betekent dat niet wat het normaal betekent, namelijk een samenwerkingsverbond tussen onafhankelijke staten, maar komt het neer op een ver doorgedreven federalisme, waarbij het federale niveau nog slechts een beperkt aantal, duidelijk omschreven bevoegdheden behoudt en het daadwerkelijke zwaartepunt bij de deelstaten ligt, zelfs wat betreft het bepalen van grondrechten of de inning van belastingen.

Los van het feit dat de N-VA hiermee haar separatistische doelstellingen verdoezelt om haar eigen kiezers niet te bruskeren, gelooft de Vooruitgroep niet dat dit een oplossing kan bieden voor het bestaande Belgische immobilisme, omdat de oorzaken van dit immobilisme onverminderd blijven bestaan.

Die liggen immers in het bipolaire karakter van de Belgische federale constructie (dat door nationalistische partijen gretig wordt aangewakkerd door alle politieke problemen in communautaire termen te vertalen), het door elkaar lopen van regionale en communautaire criteria in het definiëren van de decentrale bestuursniveaus en de waan van de exclusieve bevoegdheidspakketten, gekoppeld aan het ontbreken van een beslissingsniveau dat in geval van verschillen van inzichten knopen kan doorhakken.

De oorzaak ligt verder in de aanwezigheid van een gedeeld terrein – Brussel – dat voor beide gemeenschappen zo beladen is met symboliek en prestige dat men niet anders naar deze stad kan kijken dan door de bril van het vermeende belang van de eigen gemeenschap, nooit vanuit de belangen van Brussel en de Brusselse bevolking zelf. Deze kenmerken van de Belgische constructie zullen blijven zorgen voor immobilisme en conflict, ongeacht de hoeveelheid bevoegdheden dat het federale niveau nog overhoudt. Vooral omdat men daarbij stelselmatig de minderheden negeert: de Franstaligen in Vlaanderen, de Duitstaligen, de vele anderstaligen in Brussel.

De bipolaire, confederale en monoculturele oplossing zonder overkoepelend gezag is een vorm van Belgische politieke bricolage, waarin tegenstrijdige inzichten en belangen moeten worden verzoend, en diedus niet gedacht is vanuit principes van goed, democratisch en doorzichtig bestuur. Het model dat ons als deus ex machina-oplossing voor het Belgische moeras wordt voorgehouden – en zwaar door het Vlaamse nationalisme is geïnspireerd - bestaat nergens anders ter wereld. Over de werkbaarheid valt daarom zo goed als niets betrouwbaars te zeggen.

Wel weten we dat de paar echte confederaties die hebben bestaan ofwel zijn uiteengevallen of zich gaandeweg tot echte federale staatsverbanden hebben omgevormd. En in alle goed werkende federale staten is er sprake van een gebalanceerde verdeling van macht en bevoegdheden tussen het centrale en de decentrale beleidsniveaus, van een dynamisch samenspel tussen verschillende politieke schalen.

Een federale of confederale staat met slechts twee deelstaten is, zoals ook Tindemans in 1971 in het parlement betoogde, een contradictio in terminis. Het federale model is juist gebaseerd op een één-staat-tot-veel-relatie. De machtsverdeling is er het resultaat van een visie op efficiëntie en effectiviteit van bestuur en is dus niet, zoals bij ons, ingegeven door vooringenomen, ideologisch ingekleurde en onbespreekbare nationalistische posities.

Het is die ideologische bias die bijvoorbeeld zorgt voor het exclusieve eenrichtingsverkeer van de herverdeling van macht van het centrale niveau naar gewesten en gemeenschappen, zelfs in die gevallen waarbij dat aantoonbaar nefast is gebleken.

Of het nu federalisme heet of confederalisme: het Vlaamse nationalisme heeft nooit een visie gehad op modern, decentraal bestuur dicht bij de burger, ondanks de lippendienst die hieraan bewezen werd. Het heeft die visie nog steeds niet. Het federale begrippenapparaat werd en wordt slechts gebruikt als hefboom voor de ontmanteling van België en de vervanging van het Belgisch staatsverband door een nieuwe Vlaamse staat.

Er zijn geen tekenen dat die Vlaamse staat zich minder centralistisch zal gaan gedragen dan het unitaire België. De steden en gemeenten klagen nu al over overdreven bedilzucht door de Vlaamse overheid!

Een verdampend België in een verdampend Europa?

De visie van Bart De Wever op België is onderhand bekend. België zal als tussenniveau tussen Vlaanderen en Europa irrelevant worden en uiteindelijk volledig verdampen. Alle bevoegdheden die nu op Belgisch federaal niveau zijn gesitueerd kunnen beter en efficiënter aangepakt worden hetzij door Vlaanderen hetzij – voor die aspecten waarvoor de Vlaamse ruimte te klein is – door Europa. Als onderbouwing voor deze opinie vinden we bij de N-VA – maar ook in andere Vlaams-nationale kringen zoals de Vlaamse Volksbeweging en Vlaams Belang – nogal eens verwijzingen naar het boek van de economen Alberto Alesina en Enrico Spolaore The Size of Nations uit 2003.

Deze auteurs voeren aan dat kleinere naties in een geglobaliseerde economie steeds meer in het voordeel zijn. Voorheen hadden grote naties een duidelijk schaalvoordeel (grotere markt en kleinere afhankelijkheid van de buitenwereld) dat opwoog tegen een hogere heterogeniteit. In de geglobaliseerde wereldeconomie halen grote naties geen aanmerkelijk schaalvoordeel meer uit hun omvang en zijn het de kleine naties die juist voordeel halen uit hun grotere homogeniteit.

Dat geldt met name voor kleine Europese naties, die immers zoals de grotere, kunnen profiteren van de nog grotere schaalvoordelen die de eengemaakte markt binnen de Europese Unie biedt. Voor de Vlaamse nationalisten leek dit boek de wetenschappelijke bevestiging van hun stellingen. Een klein, efficiënt en ultraliberaal Vlaanderen zou het als lidstaat van de Europese Unie in de geglobaliseerde wereldeconomie helemaal maken!

Het centrale begrippenpaar heterogeniteit / homogeniteit in de theorieën van Alesina en Spolaore  wordt door het Vlaamse nationalisme in nationalistische zin geherinterpreteerd. In een economische context verwijzen deze begrippen doorgaans naar politieke en economische preferenties en niet naar een etno-culturele identiteit zoals de Vlaamse. Alesina en Spolaore gaan gemakshalve voorbij aan de vaststelling dat in een geglobaliseerde wereld met grote migratiestromen en mobiliteit en een door de consumptie-economie aangedreven continue proliferatie van nieuwe leefstijlen de heterogeniteit binnen landen sterk toegenomen is.

Als economen hebben zij ook weinig kaas gegeten van politieke democratie en stellen zij heterogeniteit eenzijdig voor als een ‘economische kost’, terwijl verschillen tussen mensen net de levenskracht van een democratische samenleving uitmaken.  De democratie is er vervolgens op gericht de meningsverschillen en dus het samenleven tussen mensen zo goed mogelijk te organiseren. Een democratische kijk op een staatshervorming kan dus niet gaan over het ‘rationaliseren van de heterogeniteit’ via een steeds verder doorgedreven splitsing maar over hoe we het politieke meningsverschil beter organiseren.

Een aantal gebeurtenissen van de laatste jaren plaatsen hoe dan ook kanttekeningen bij de houdbaarheid van de theorieën van Alesina en Spoloare. De meeste verwijzingen naar deze auteurs en hun boek in Vlaams-nationale bronnen vinden we in de periode tussen 2003 en 2006. Er wordt in die periode met plezier verwezen naar de kleine landen die het toen economisch uitstekend leken te doen en Vlaanderen als voorbeeld van zijn potentiële voortreffelijkheid konden worden voorgehouden: de drie kleine Baltische staten, de Keltische tijger Ierland tot zelfs IJsland toe. Op een website van de Vlaamse Volksbeweging vinden we nog steeds een verwijzing onder het kopje Wat IJsland kan, kan Vlaanderen ook!

Inmiddels weten we dat de financieel-economische crisis juist in die voorbeeldlanden de zwaarste klappen heeft uitgedeeld. Zij kwamen in een diepe recessie terecht en werden onmiddellijk tot een streng besparingsbeleid gedwongen, inclusief veralgemeende loonsverlagingen in de Baltische staten. Dat zij voordien zo'n opvallende groei kenden, heeft aantoonbaar weinig te maken met hun bescheiden dimensie en nog minder met hun hoge homogeniteit.

De Europese Unie is daarbij allerminst een beschermende paraplu, maar lijkt vooral te fungeren als een doorgeefluik voor het neoliberale Duitse beleid van kostenbesparingen, afbouw van de welvaartsstaat en flexibilisering van de arbeidsmarkt. De voorbije jaren heeft Duitsland zijn competitiviteit hersteld en door zijn politiek en economisch gewicht in de Europese Unie dwingt het nu de rest van de Europese Unie om hetzelfde te doen.

Zo wordt binnen de Europese Unie een collectieve verarming georganiseerd, die misschien wel de winsten van private bedrijven en banken opvijzelt maar niet tot meer welvaart en jobs leidt. Daarvoor zijn immers investeringen in nieuwe innovatieve producten en diensten nodig en die ontstaan niet zomaar door kostenbesparingen.

Als de Europese Unie niet snel haar sociale rol opneemt zou je met een beetje gevoel voor charge  kunnen stellen dat Europa sneller dreigt te verdampen dan het door nationalisten verfoeide België.

Het volharden in de neoliberale boosheid

Dat de maatschappijvisie van de N-VA het epitheton ultraliberaal verdient, staat als een paal boven water. Dat is natuurlijk geen exclusief kenmerk van die partij, zoals trouwens de twee bovenstaande pijlers dat evenmin zijn. De hele Vlaamse, Belgische én Europese politieke mainstream is gewonnen voor een besparingsbeleid dat de openbare financiën aanpakt, de burgers om opofferingen vraagt en tegelijk de lasten voor ondernemers verlicht, vanuit een verkeerd begrip dat dit automatisch tot meer jobs en welvaart zou leiden. Het unieke kenmerk van het nationalisme à la De Wever zit hem dus niet in elke pijler afzonderlijk, maar misschien wel in de unieke verbinding tussen deze elementen.

De kameleonideologie die het nationalisme is, laat zich aan vele concrete inhouden koppelen. Vroeger was dat een emancipatorische taalstrijd, vandaag is dat een dwingend cultureel en sociaal conservatisme dat het 'andere' bijna instinctief wantrouwt, de kleinburgerlijkheid van de Vlaamse verkaveling als norm stelt en alles wat daar buiten valt als niet passend in de Vlaamse volksaard dreigt buiten te sluiten. Dit conservatisme is verder gekoppeld aan een hard neoliberalisme dat mensen persoonlijk verantwoordelijk stelt voor hun eigen werkloosheid, armoede en problemen.

Vlaanderen wil wel de economische vruchten van de globalisering plukken, maar tegelijkertijd zijn rijkdom afzonderen in beschermde verkavelingen in de randstad. Het wil genieten van een verhoogde mobiliteit, maar ontzegt die mobiliteit aan al het andere

Het mag dan wel zo zijn dat de N-VA met haar ultraliberale aanpak niet alleen staat, zij behoort wel tot de partijen die hierin het verst gaan. Haar middenveld is onbestaande en daardoor valt ze terug op Voka en Unizo, wat nu niet bepaald groepen zijn die bekend staan om hun bijdrage aan de sociale samenhang in de samenleving. Niet voor niets hebben critici erop gewezen dat het sociaal-economische luik van het verkiezingsprogramma door VOKA zelf geschreven lijkt te zijn.

Opnieuw rijst hier de vraag of deze aanpak dan echt boven elke kritiek verheven is? De Vooruitgroep stelt vast dat er vanuit de wereld van de economie en de financiën steeds meer kritiek komt op de vertrouwde neoliberale concepten. De veralgemeende toepassing van het austerity-beleid zal zonder enige twijfel leiden tot een daling van de koopkracht van de burgers en dus de vraag binnen de Europese markt verzwakken. Met alle gevolgen vandien.

Steeds meer economen waarschuwen voor een deflatoire spiraal die tot een langdurige stagnatie van de Europese economie kan leiden. Vooral de landen met een systematisch handelsoverschot worden daarbij met de vinger gewezen, in de eerste plaats Duitsland. Dat land, dat pas besloten heeft tot een megabezuiniging van 80 miljard euro, probeert zijn situatie te verbeteren door de loonkosten en de binnenlandse vraag te drukken, de import af te remmen en het Duitse marktaandeel in het buitenland te verhogen. Het dreigt daarmee de schuldenlast van de zwakkere Europese landen te verhogen.

Enkele weken geleden noemde superspeculant George Soros in Wenen het Duitse beleid nog een bedreiging voor de Europese constructie. Hij riep Duitsland op tot een loonsverhoging om de binnenlandse vraag te stimuleren en meer evenwicht te brengen in zijn handelsrelaties met de andere Europese landen. Hij vreest dat het Duitse beleid de zwakkere landen zal dwingen om uit de Euro te stappen.

Eenzelfde conclusie wordt getrokken in een open brief van 100 Italiaanse economen. Ook zij leggen een grote verantwoordelijkheid bij de landen met een systematisch groot handelsoverschot en zijn van oordeel dat die landen, in de eerste plaats Duitsland, de binnenlandse vraag moeten aanmoedigen. Meer in het algemeen pleiten zij voor een eigen Europese uitweg, gericht op toename van welzijn en het behoud van sociale evenwichten.

De Europese neoliberale aanpak met vrij verkeer van kapitaal ging er volgens deze economen vanuit dat een maximale marktwerking zelfregulerend  zou werken en de verschillen binnen de eurozone gaandeweg zou uitvlakken. Soortgelijke conclusies worden ook getrokken door Nobelprijswinnaars Krugman en Stiglitz.

In feite dreigen die onevenwichten er door aangescherpt. Dit leidt tot de paradoxale situatie dat de landen die historisch gezien de steunpilaren van de Europese eenmaking waren, er nu de doodgravers van dreigen te worden. Het liberale Europa leidt niet tot meer, maar tot minder evenwicht. De ultraliberale recepten die tot voor kort op een consensus konden rekenen, liggen nu in de academische wereld steeds meer onder vuur.

Desondanks houden de Europese Commissie en de politieke mainstream in Europa aan deze recepten vast. Hun aanpak heeft veel weg van een volharden in de boosheid, waarbij de zieke tot nieuwe aderlatingen wordt gedwongen zonder dat men goed beseft wat de oorzaken van de ziekte zijn.

De drie geanalyseerde pijlers van de N-VA-doctrine blijken dus verre van solide. Het bipolaire communautaire federalisme heeft niet de beoogde pacificatie gebracht, maar juist de polarisatie versterkt. De Europese constructie leidt niet tot harmonisatie van de Europese economische ruimte maar tot grotere ongelijkheid, in het voordeel van de grote en sterke economieën. De neoliberale orthodoxie, ten slotte, doet nu de wenkbrauwen fronsen van zij die er tot voor kort de pleitbezorgers van waren!

Toegegeven: deze analyse gaat veel verder dan de N-VA en zijn Afrit Vlaanderen, eenvoudigweg omdat de deze crisis Europees en mondiaal is en atypische kenmerken vertoont in vergelijking met eerdere crises. Precies daarom vraagt hij om nieuwe benaderingen, die volgens de Vooruitgroep vooral de linkervleugel van het politieke spectrum kansen bieden. Dat dit progressieve kamp de kansen laat liggen, en zich opgelucht koestert in de gedachte dat het maar een half pakje slaag heeft gekregen, is een droevige vaststelling. Ondertussen is zeker dat de vernieuwing niet van de N-VA zal komen. En voor een door het VOKA bestuurd Beieren aan de Schelde bedanken we!

De Vooruitgroep bestaat uit Johan Van Hoorde, Stijn Oosterlynck (KUL), Karim Zahidi (UA), Pascal Debruyne (UGent), Francine Mestrum (ULB), Eric Corijn (VUB), Sami Zemni (UGent), Jan Teurlings (Universiteit van Amsterdam), Koen Dille, Rik Pinxten (UGent), Herman De Ley (UGent), Eric Goeman (Attac Vlaanderen, Democratie 2000), Monica Triest, Ida Dequeecker, Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Leen Van der Vorst (Victoria Deluxe), Aleidis Devillé (KUL), Mohamed El Omari (Divers en Actief), Dirk Tuypens, Pascal De Decker (Hogeschool Gent), Piet Saey (UGent), Jan Blommaert (Universiteit van Tilburg), Jan Dumolyn (UGent), Eric Balliu, Ico Maly (KifKif), Patrick Deboosere (VUB), Koenraad Bogaert (UGent) en Marlies Casier (UGent).

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Enkele bedenkingen...

Ik ben het met veel dingen eens in deze tekst. Bij een aantal stellingen zet ik echter vraagtekens. Zo wordt er door de auteurs van uit gegaan dat er in België nogal wat immobilisme is, dat lijkt me echter te veel een beeld te zijn dat door politici en mainstream media geschapen is. De Belgische staat ondersteunt volledig de kapitalistische economie in dit land. Wat staatshervorming betreft is er misschien enig immobilisme, maar de ene staat door een andere vervangen terwijl er op economisch en cultureel vlak eigenlijk weinig verandert brengt toch niet veel veranderingen.
Dat is waar men echter in de praktijk naar streeft... staatshervormingen, niet de grote veranderingen, die prediken zou de N-VA opnieuw in de marginaliteit duwen. Echte grote veranderingen gaan bijvoorbeeld over grote sociale omwentelingen die bijdragen aan een sociale revolutie, of zeer reactionaire denkbeelden die voet aan de grond krijgen.
De N-VA wordt ultraliberaal genoemd en daar wordt dan een discours rond geweven dat ons moet warm maken voor meer staatscontrole op economie, ik vind dat als analysemodel en strategie wat beperkt, ook al omdat het ons niet veel dichter brengt bij meer democratische controle op economie (staatsdemocratie is immers slechts schijndemocratisch, en geeft de macht erg in handen van partijen, niet in de handen van mensen zelf).
Wat verstaan de auteurs onder ultraliberaal? Liberalisme gaat in theorie over meer dan economische privatisering of deregulering. de ideologie en praktijk van de N-VA is een mengvorm van rechts-liberalisme en nationalisme, eerder dan een ultraliberaal fenomeen. De politici van de N-VA zijn meer dan economische wezens, ook al zijn ze volledig gericht op markteconomisch denken en handelen. Volgens mij staan nationaal gemeenschapsdenken en staatsrepressie tegen erg afwijkend gedrag even centraal bij de N-VA als het streven naar individuele vrijheden.

de kip of het ei

Zou de Vooruitgroep niet beter die linkse oplossingen uitwerken, in plaats van al hun standpunten op te hangen aan een hardnekkig anti-Vlaams-nationalisme? Ze moeten doorheen de tekst voortdurend toegeven dat hun kritiek niet enkel de N-VA of het Vlaams-nationalisme geldt, maar ondertussen is hen onderuithalen wel het master-narratief van deze en alle andere teksten van de Vooruitgroep. N-VA en Vlaams-nationalisme worden als inwisselbaar voorgesteld (tot daar aan toe), maar ook Vlaamse overheid en Vlaams-nationalisme zijn blijkbaar inwisselbaar (zie opmerking over bedilzucht), en als klap op de vuurpijl wordt nationalisme ook maar meteen gelijkgeschakeld met Vlaams-nationalisme (ik denk niet dat Belgisch-nationalisten België verfoeien, wat meteen aantoont dat zij buiten beschouwing worden gelaten). Waar was de Vooruitgroep toen Reynders en Verhofstadt, of Reynders en Vandelanotte, of Reynders en Leterme uitverkoop hielden? Ah wacht, ik weet het, ze waren op het Vlaams-nationalisme aan het afgeven.
Ik weet niet wie of wat in deze de kip of het ei zou zijn, maar het is overduidelijk dat de Vooruitgroep in eerste instantie het Vlaams-nationalisme onderuit wil halen, en daar dan alle bruikbare argumenten voor bijeen harkt. En argumenten zijn er... alleen, het wordt potsierlijk als je komt vertellen dat het Vlaams-nationalisme nefast is omdat het er ook niet in geslaagd zou (zou!, als ze de kans hadden gehad) zijn de economische crisis tegen te houden.

Ik weet niet of het een maand

Ik weet niet of het een maand na de verkiezingen zo nuttig is het programma van een partij door te lichten. Het lijkt me nuttiger om dat pakweg een maand voor de verkiezingen te doen. Zomaar een ideetje hoor.

Ingewikkeld

Er is natuurlijk geen eenvoudige oplossing voor België, een land dat we als Nederlandstaligen nooit hebben gewenst. Het probleem is ontstaan in 1830 met de putsch van de Franstalige burgerij. Daarna is het probleem steeds ingewikkelder geworden, vooral door de verfransing van Brussel en later van de faciliteitengemeenten.
Frank VDB heeft er al op voor de verkiezingen op gewezen dat het programma van NVA niet uitvoerbaar is op verschillende punten. In praktijk zullen we het dus nog lange tijd met het Belgisch vehikel moeten doen in afwachting dat Europa meer bevoegdheden overneemt.

Het Verenigd Koninkrijk der

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden dat tot stand kwam zonder dat er een Belg -in welke hoedanigheid dan ook- bij aanwezig was op het Congres van Wenen in 1815 is uiteraard wel iets dat Nederlandstalige hebben gewenst. ;)

Fazanteneiland

De poging van de Vooruitgroep tot het fileren van de N-VA doctrine is verdienstelijk maar schiet m.i. schromelijk tekort.

Laat me beginnen met de eerste pijler: dat bipolaire (con)federalisme. Dat levert inderdaad zeer kaduke constructies op, in het bijzonder voor het bestuur van Brussel. In het bipolaire N-VA model wordt Brussel bestuurd via een condominium, een gedeelde soevereiniteit die in dit geval wordt uitgeoefend door de Vlaamse en Franstalige gemeenschap. Condominia zijn zeer zeldzaam, maar vooral ook zeer instabiele bestuursvormen. Leuk voorbeeld is het Fazanteneiland tussen Frankrijk en Spanje in de rivier de Bidasoa: een condominium dat zes maanden onder Spaans gezag en zes maanden onder Franse jurisdictie valt, maar waar beide landen het gehele jaar door het recht claimen om de eigen onderdanen te berechten. FVDB heeft al treffelijk aangetoond dat dit in de droomwereld van N-VA met een gesplitste sociale zekerheid voor Brussel niet kan werken. Dat N-VA moeilijk zit met dit "Brussels probleem" werd gisteren nogmaals duidelijk in de 11-juli toespraak van Jan Peumans waarin Brussel gemakkelijkheidshalve "vergeten" werd en ook in het bepleitte "samenlevingscontract" over het hoofd werd gezien. Waarom kunnen echte regionalisten die willen opkomen voor een burgernabije overheid Brussel niet als een volwaardige regio zien met drie officiële bestuurstalen inclusief het Engels (welkom Europa, welkom wereld)? In plaats van het Brussels Gewest af te schaffen, zoals N-VA voorstelt, zou men beter de 19 gemeenten/baronieën afschaffen en laten samenvallen met het Gewest. De Brusselse realiteit, waar noch Frans noch Nederlands in meer dan de helft van de gezinnen als eerste taal wordt gesproken, laat zich niet meer in communautair hokjesdenken opsluiten. Trouwens, het bipolair model moffelt niet alleen Brussel weg, maar houdt ook een negatie in van het autonomiestreven binnen de Duitstalige gemeenschap. Als N-VA meent dat onze Duitssprekende concitoyens vrede nemen met de in hun regio door het Waals gewest uitgeoefende bevoegdheden inzake bvb ruimtelijke ordening en bosbeheer, raad ik hen aan eens contact op te nemen met Karl-Heinz Lambertz of met mijn gewaardeerde ex-senaatscollega Berni Collas. Als men echt wil overgaan tot art.35 (con)federalisme, dan doet men dat m.i. best vanuit 4 autonome regio's waarbinnen gewest- en gemeenschapsbevoegdheden samenvallen.

De tweede pijler dan: een verdampend België in een verdampend Europa. Daarin wordt vind ik verkeerdelijk voorgesteld dat Europa er vandaag niet meer toe doet en enkel "een doorgeefluik is voor het Duitse neoliberale besparingsbeleid". Uiteraard is allemaal tegelijk en allemaal even ondoordacht sparen nefast. Maar doorgaan met een deficitspending die landen in een schuldenspiraal stort en de marktrentes op overheidsobligaties van schuldenscheppende en insolvabeler wordende landen dermate opdrijft dat een herfinanciering van overheidsschulden steeds hachelijker wordt, is dat evenzeer. Trouwens, in deficitspending waren juist de neoliberalen zoals Reagan en Bush de grote kampioenen. Als de Europese reddingsoperaties voor de Euro falen en de Eurozone uiteen zou vallen, dan zijn we vertrokken voor een jarenlange depressie (zie ook http://www.tijd.be/nieuws/geld_-_beleggen_fondsen/-Verdwijning_euro_leid... ). Er is m.i. niets mis met wat meer budgettaire orthodoxie, zolang er maar slim bespaard wordt en een Europees fiscaal beleid zorgt voor voldoende (nieuwe) overheidsmiddelen om slim te investeren. Een harmonisering van de vennootschapsbelasting op een voldoende hoog Europees niveau kan daar toe bijdragen. Een door N-VA bepleitte regionalisering van de vennootschapsbelasting met het oog op fiscale concurrentie en een fiscale spiraal naar beneden, niet. Dergelijke fiscale hervormingen zorgen voor een nog grotere belasting van "immobiele" productiefactoren zoals inkomen uit loon en een lagere belasting voor inkomen uit kapitaal. Dit terwijl inkomen uit loon in het Bruto Nationaal Inkomen al is weggezaakt tot onder de helft en de loontrekkenden een steeds kleiner deel van de grotere koek krijgen. Er is m.i. niets mis in de Eurofocus van N-VA, maar wel met de ontbrekende visie op hoe dat Europa er moet uitzien en met het feit dat in het Euro/Vlaams verhaal van N-VA bevoegdheden vaak naar het verkeerd niveau verhuizen.

De derde pijler: het volharden in de neoliberale boosheid. "Dat de maatschappijvisie van de N-VA het epitheton ultraliberaal verdient, staat als een paal boven water", stelt de Vooruitgroep. Maar is dat wel zo? Is een pleidooi voor een Vlaams energiebedrijf in overheidshanden als antwoord op een falende liberalisering van de energiemarkt die ons enkel tot wingewest heeft gemaakt van een Franse monopolist, neoliberaal? Ik dacht het niet. Is het afschaffen van de jobkorting met het oog op het vrijwaren van overheidsinkomsten, neoliberaal? Antwoord zelf. Is het creëren van een Vlaamse hospitalisatieverzekering als antwoord op de onbetaalbare private verzekeringspremies neoliberaal? Natuurlijk werd in het recente verkiezingsprogramma duchtig uit het VOKA-vaatje getapt maar daardoor de N-VA geheel over de neoliberale kam scheren is toch ook wat kort door de bocht.

Besluit: de Vooruitgroep heeft een verdienstelijke poging gedaan om de N-VA opmars eens door een bredere ideologische bril te bekijken. Maar die bril is nog wat bijziend. Het klopt dat de crississen van vandaag smeken om nieuwe benaderingen en dat het progressieve kamp hier kansen laat liggen. Ik hoop dat de Vooruitgroep ook zichzelf hier aangesproken voelt en komt met meer doordachte analyses en oplossingen. Ik heb zelf mijn bescheiden bijdrage aan dat debat geleverd in mijn boek "Nieuw land in zicht - sociaaldemocratisch kompas voor de 21ste eeuw". Ik nodig de Vooruitgroep uit om zich hier eens over te buigen.

Het sociaal beleid van de NVA

Op een website krijg je altijd de scherpste kritieken. Daarom voel ik me geroepen om toch publiek de auteurs te feliciteren. De analyse is heel correct, vrees ik. Als onderzoeker over armoede huiver ik van de Dalrymple-visie die Bart De Wever mee uitdraagt. Dalrymple was een arts in een gevangenis, waar je alle ontspoorden van de samenleving samen ziet. Maar zoals vele vakidioten met een hoge status herleidt Dalrymple de ganse onderlaag van de samenleving tot een stelletje psychopaten. Dit is het zuiverste, oer-conservatieve discours van de 19e eeuw; het is datzelfde discours dat de afbraak van de bijstand in de VS heeft veroorzaakt, met méér en schrijnender armoede tot gevolg. Het probleem is dat de welbespraakte Bart De Wever dit discours in fluwelen termen herverpakt en op een fluwelen blaadje aan de publieke opinie serveert.
Zoals Mr De Wever zelf zegt, "Je moet iedereen de kans geven om een bocht te maken". Ik hoop dat de NVA deze bocht alsnog wil maken, anders ziet het er in het Europees Jaar van de Armoedebestrijding erg somber uit.

Europa/budgettaire orthodoxie/ultra-liberaal/Vlaamse energie

@Bart Martens:

Bedankt voor je reactie. Een aantal opmerkingen:

1) Europa:
Ik denk niet dat de visie van de Vooruitgroep niet zo sterk afwijkt van de visie zoals jij ze in jouw reactie uiteenzet. Ik lees er niet in dat Europa er niet meer toedoet, maar wel dat ze vandaag schromelijk tekort schiet om haar burgers te beschermen tegen de schokken van de markt. Duitsland heeft via een flexibilisering
van haar arbeidsmarkt en een doorgedreven kostenbesparing (met alle sociale gevolgen van dien) op eigen houtje haar economie competitiever gemaakt, met als gevolg dat alle landen nu gedwongen worden om dat voorbeeld te volgen om economisch te overleven. Als de Europese Unie haar burgers effectief wil beschermen is een economische regering nodig die een co-operatief economisch beleid uitwerkt en niet dit soort competitielogica waar uiteindelijk het grootste deel van de bevolking niet beter van wordt. De Euro-focus van de N-VA is naar mijn aanvoelen puur opportunistisch, want ontbeert enige inhoudelijke visie over waar Europa naartoe moet (Sociaal Europa? Europese economische regering? wat moet mandaat zijn van ECB?). (Bovendien: als België niet 'werkt' dan doet 'Europa', nog steeds de N-VA analyse volgend, nog veel minder.)

2) Budgettaire orthodoxie:
De tekst stelt ook niet dat er niet voorzichtig omgegaan moet worden met budgettaire deficits, maar wel dat de huidige - en opnieuw door Duitsland ingegeven - race om zo snel mogelijk opnieuw een budgettaire evenwicht te bereiken zowel sociaal nefast is (ongelijkheid zal gegarandeerd toenemen), als economisch onzinnig (want zal de groei ondermijnen). Duitsland ondergraaft daarmee haar eigen exportmarkten, vooral in Zuid-Europa. Deficit spending is absoluut nodig nu (zie bijvoorbeeld ook de Baltische staten waar de economie jaren later nog altijd leidt onder budgettaire orthodoxie). Bovendien: Keynesiaanse recepten op zich zijn niet genoeg. Het geld dat in de economie gepompt wordt moet herverdelend werken, zoals dat onder de welvaartstaat het geval was (bv. door grootschalige kwaliteitsverbeteringen in de private huurmarkt).

3) Ultra-liberale partij.
Je hebt volgens mij gelijk als je zegt dat N-VA geen puur liberale partij is, maar ook drijft op een (conservatief) gemeenschapsdenken. Sommige delen van de N-VA staan dicht bij VOKA en bij gebrek aan enig ander georganiseerd middenveld van waaruit ze steun, mensen en inspiratie kan halen speelt VOKA belangrijke inhoudelijke rol bij N-VA. Nog belangrijker: volksnationalistische partijen nemen gewoon als een kameleon de tijdsgeest in hun regio over. Nationalisme kan zowel links als rechts zijn, als het haar volk maar opstuwt in de vaart der volkeren. Als dat vandaag betekent de competitiefste regio zijn, dan zullen daar liberale recepten uit volgen.
Het sociale programma van de N-VA is niet geaxeerd op de het idee van universele toegang en 'decommodificatie' van de arbeid die centraal stond bij de welvaartstaat, maar wel op de Schumpeteriaanse recepten: sociale zekerheid vooral op maat van de ondernemende, werkende Vlamingen (bv. beperken werkloosheidsuitkeringen in tijd, etc.) en eigen verantwoordelijkheid om op de arbeidsmarkt een inkomen bij elkaar te krabben. (Zie het geflirt met Dalrymple en Burke)
De hospitalisatieverzekering is op zich welgekomen, maar wordt asociaal gefinancierd (zelfde bijdrage los van draagkracht gezinnen) en competitie in het sociale zekerheidssysteem is wel het laatste wat we nodig hebben.

Haar liberalisme zal inderdaad op bepaalde momenten in tegenspraak komen met de gemeenschapslogica van het volksnationalisme. Maar die gemeenschapslogica zal zich eerder uiten in een paternalistisch, conservatief-katholiek beleid dat de armen niet emancipeert. Een individualiserend verantwoordelijkheidsdiscours is niet emanciperend als je geen structurele ingrepen doet in de context waarin mensen zich bevinden. Nu goed, je hebt gelijk dat de N-VA hier minder eenduidig is en er socialere tendenzen in aanwezig zijn.

4) Een Vlaams energiebedrijf
Tot slot, een Vlaams energiebedrijf in overheidshanden ... . Het doet denken aan Van den Brande zijn Vlaamse verankerings-campagne. Dat was een onsuccesvolle poging om een eigen Vlaamse financieel-economische elite te creëren. Uiteindelijk bleek dat de Vlaamse financiers liever hun eieren elders dan in de Vlaamse mand legden. (Een van de twee succesvolle Vlaamse verankeringsprojecten, nl. Telenet, is al bovendien lang opnieuw in buitenlandse private handen.) Het deze keer via de overheid proberen is dus verstandig (en inderdaad niet neoliberaal). VOKA zal er niet gelukkig mee zijn als haar achterban geen toegang krijgt tot het project.
De vraag is echter (en De Batselier had dat als toenmalig socialistisch lid van de Vlaamse verankeringsregeringen goed door) of er een industriële logica achter zit (jobs en welvaart creëren en verankeren in de regio) of het de bedoeling is een eigen economische elite te creëren. Uiteindelijk zal er buitenlandse expertise nodig zijn voor zo'n energiebedrijf en dan strookt de industriële logica niet altijd met de Vlaamse logica. Bovendien: waarom geen coöperatieve energieproductie? Dat is een mooi socialistisch model dat aan herwaardering toe is.

Advertentie