about
Toon menu

Frankrijk weigert bevel rechtbank uit te voeren tot vrijlating Georges Abdallah

Libanees Georges Ibrahim Abdallah werd in 1984 veroordeeld tot levenslang voor betrokkenheid bij de moorden in Parijs op een Amerikaanse militaire attaché en op een Israëlische agent van de staatsveiligheid op de ambassade van Israël in 1982. In november 2012 besliste de Franse strafuitvoeringsrechtbank zijn vrijlating en deportatie naar Libanon. De Franse regering weigert de nodige administratieve documenten te ondertekenen. Een actiegroep ijvert voor de correcte uitvoering van dit vonnis.
donderdag 19 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Georges Ibrahim Abdallah (1951) werd als jonge activist lid van de Lebanese Armed Revolutionary Factions, een kleine communistische guerrillagroep die een van de gewapende organisaties was tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990). Hij werd vrij snel leider van de organisatie. De organisatie pleegde aanslagen tegen vertegenwoordigers van Frankrijk, de VS en Israël in Libanon en in Europa - vooral in de periode dat Israël zuidelijk Libanon en grote delen van de hoofdstad Beiroet bezette - rechtstreeks of met behulp van collaborerende Libanese milities (1985-2000).

Hoewel de organisatie nooit meer dan ongeveer 30 actieve leden had, verdeeld over een tiental onafhankelijk werkende cellen, speelde ze in verhouding tot haar relatieve omvang toch een belangrijke rol in het verzet tegen de Israëlische bezetting. In 1982 pleegde de groep twee dodelijke aanslagen in Parijs, tegen een militaire attaché op de Amerikaanse ambassade en op een agent van de Mossad (de Israëlische staatsveiligheid) op de ambassade van Israël.

In 1984 werd Abdallah opgespoord en aangehouden in Parijs. Hij kreeg levenslang voor zijn betrokkenheid als leider bij deze twee moordaanslagen. In 1999 kwam hij na vijftien jaar, zoals voorzien in het Franse strafrecht, voor het eerst in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Net als in het Belgisch gerecht betekent deze invrijheidstelling geen schrapping van de straf of vrijspraak voor de feiten, maar een voorwaardelijk uitstel van de verdere uitvoering van de straf, op basis van goed gedrag tijdens de gevangenschap, het respecteren van strikte gedragsregels tijdens de vrijlating, zoals verblijf op een vaste woonplaats, strikte reisbeperkingen – ook in het binnenland, geen contacten met vroegere mededaders, geen politieke activiteiten etc.

In 1999 werd zijn eerste verzoek tot voorwaardelijke invrijheidsstelling geweigerd, onder meer omdat de Amerikaanse ambassade bezwaren maakte. Dergelijke bezwaren van betrokken partijen bij de misdaad behoren eveneens tot de normale procedures. De gevangene kan om de twee jaar opnieuw een verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling aanvragen. Die werd telkens geweigerd tot in november 2012. Toen werd zijn aanvraag wel goedgekeurd, met als voorwaarde dat hij onmiddellijk het Franse grondgebied moet verlaten en terugkeren naar Libanon. Abdallah aanvaardde deze voorwaarde.

Op 14 januari 2013 was zijn vrijlating voorzien, maar toenmalig eerste minister Manuel Valls weigerde de vereiste administratieve documenten voor de concrete uitvoering van zijn vrijlating te ondertekenen. Ook zijn opvolgers Bernard Cazeneuve en Edouard Philippe weigeren dat tot op vandaag. Sindsdien wacht Abdallah nog steeds op zijn vrijlating en deportatie.

Sinds 2013 wordt daarom een internationale campagne gevoerd om zijn vrijlating te bepleiten. Deze campagne spreekt zich niet uit over schuld of onschuld voor de hem ten laste gelegde feiten, maar vraagt enkel de correcte uitvoering van de beslissing van het Franse gerecht. Tevens wijst de campagne er op dat Abdallah geen ordinaire crimineel was maar een politiek activist die gewapend verzet pleegde tegen de bezetting van zijn land en tegen de vertegenwoordigers van landen die aan die bezetting meewerkten en betrokken waren bij oorlogsmisdaden tijdens de bezetting.

Het is vooral de VS die druk blijft zetten op de Franse regering om hem niet vrij te laten, vanuit de redenering dat de man nog steeds een gevaar zou zijn voor de internationale veiligheid, gezien de ernst van zijn misdaden. Die vraag zou nog enigszins geloofwaardig zijn als het hier om een principieel standpunt van de VS zou gaan dat consequent wordt toegepast. Dat is echter manifest niet het geval.

VS is vrijhaven voor terroristen

De VS houdt echter zelf al jarenlang meerdere terroristen op eigen bodem de hand boven het hoofd. De meest gekende is Luis Posada Carriles. Posada is 89 en leeft als een vrij man in de staat Florida. Hij pleegde in opdracht van de CIA en met hun logistieke steun meerdere dodelijke aanslagen op Cubaanse burgers in Cuba en in het buitenland. In 1976 werkte hij vanuit Venezuela en organiseerde daar de plaatsing van een bom aan boord van een DC-8 van de Cubaanse luchtvaartmaatschappij Cubana. Op 6 oktober 1976 kwamen alle 73 inzittenden van het toestel om tijdens de vlucht tussen Barbados en Jamaica. Na zijn aanhouding in Venezuela kon hij ontsnappen naar de VS, met de hulp van de Amerikaanse ambassade ter plaatse. De VS weigert sindsdien zijn uitlevering aan Venezuela, ook aan de VS-getrouwe regeringen van dat land voor 1999. Posada is bovendien niet de enige terrorist die in de VS ongehinderd kan leven. Er wonen meerdere ex-dictators, militairen en corrupte buitenlandse politici ongestraft in de VS.

Georges Ibrahim Abdallah is 66 jaar. Op 24 oktober begint hij aan zijn 34ste jaar gevangenschap, de langste straf voor een politiek activist in Europa. Een aantal Belgische sympathisanten lanceerden daarom op 3 oktober 2017 een “Belgische oproep voor de vrijlating van Georges Ibrahim Abdallah” (zie bijlage). Deze oproep werd intussen getekend door 13 verenigingen en meer dan 100 artiesten, leraars, werknemers, journalisten, vakbondsleden, docenten, studenten, advocaten, auteurs, uitgevers, mensen uit de associatieve sector (zie lijst hieronder in bijlage).