about
Toon menu
Analyse

Wat je niet leest over de hongersnood in Afrikaanse landen

De hongersnood die verscheidene Afrikaanse landen teistert is het voorspelbare gevolg van een falende economische politiek. En dat is geen ver-van-ons-bed-show.
donderdag 6 april 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Momenteel dreigen 20 miljoen mensen de hongerdood te sterven. Vooral in Nigeria, Somalië, Zuid-Soedan en Jemen is de nood bijzonder hoog, maar ook aangrenzende landen zoals Ethiopië en Kenia kampen met ernstige voedseltekorten.

Het tragische is dat deze hongersnood reeds lang aangekondigd werd en zich ook al ettelijke jaren aan het voltrekken is. In 2011 schreef Oxfam reeds dat Oost-Afrika afstevent op de ergste voedselcrisis van de 21ste eeuw. “Het verlies van levens op een enorme schaal is een heel reëel risico”.

Het voedselprobleem heeft doorheen de jaren alsmaar grotere proporties aangenomen. In 2016 hadden 108 miljoen mensen onvoldoende toegang tot voedsel, zo blijkt uit recent onderzoek. Dat betekent een enorme toename ten opzichte van 2015, toen was er nog sprake van 80 miljoen mensen die in condities van “voedselonzekerheid” leefden.

Hongersnood en armoede zijn door mensen geproduceerde crisissen. Ze zijn het gevolg van politieke machtsverhoudingen.

“Gewapende conflicten, klimaatcondities en extreme armoede liggen aan de basis van deze ongekende ramp”, lezen we op de website van Consortium1212. Dat klopt natuurlijk, maar toch schiet deze verklaring tekort. Wanneer we niet verder kijken dan dit dan dreigen we conflict en ontheemding te zien als zaken die gewoon ‘gebeuren’, zoals natuurrampen. Hongersnood en armoede zijn echter door mensen geproduceerde crisissen. Ze zijn bijna altijd het gevolg van politieke machtsverhoudingen.

Failed states?

Vele van de conflicten die Afrikaanse landen vandaag teisteren hebben een complexe voorgeschiedenis, waarin Westerse mogendheden, bedrijven en instituties vaak een beslissende rol speelden.

Neem nu Somalië. In dat land woedt al dertig jaar een burgeroorlog die leidde tot een volledige desintegratie van de staat. Somalië is in zekere zin het prototype van een ‘failed state’. Er zijn geen openbare voorzieningen, de bevolking leeft in extreme armoede en onder constante dreiging van geweld.

Maar Somalië werd niet zomaar "een failed state". Tot in de late jaren 1970 was Somalië een staat die erin slaagde om haar eigen bevolking te voeden, ook in periodes van ernstige droogte. Er bestond een complex systeem van nomadische veeteelt en commerciële veeteelt, van traditionele landbouw en beginnende industrie. Een paradijs was het niet, maar het land en zijn economie hield wel staande. Dat veranderde drastisch vanaf de jaren 1980. Het wankele evenwicht tussen nomadische, traditionele economie en nieuwe economie ging verloren door de interventies van het IMF.

Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, in de jaren '70

Wegens hoge schulden werd aan Somalië een economisch herstelprogramma opgedrongen en dat had desastreuze effecten. Eén van die effecten was dat de binnenlandse markt overspoeld werd door goedkoop geïmporteerd graan. Dit zette een enorme druk op de traditionele landbouw en zorgde ervoor dat vele Somalische boeren ontheemd raakten. In diezelfde periode werden vele gronden, die traditioneel gezien gemeenschappelijk beheerd werden, geprivatiseerd. Met het telen van exportgewassen bestemd voor de buitenlandse markten kon immers grof geld verdiend worden.

Op die manier werden de traditionele Somalische landbouw, veeteelt en voedselvoorziening in nauwelijks tien jaar tijd nagenoeg onderuit gehaald. Het resultaat was een groeiende groep ontheemden, stijgende armoede, toenemende conflicten over eigendomsrechten en afhankelijkheid van buitenlandse markten. Die cocktail lag mee aan de basis van de burgeroorlog begin jaren 1990 en de opeenvolgende Somalische hongersnoden.

Verwoesting van leefwerelden

De geschiedenis van Somalië is lang niet uniek. Het is een proces dat zich in de meeste Afrikaanse landen afspeelde, ook vandaag nog. Ook in het jongste Afrikaanse land, Zuid-Soedan. Zuid-Soedan ontstond in 2011 en is thans een land dat eveneens kreunt onder acute honger. Om de economische ontwikkeling op gang te trekken, hebben de machthebbers in Zuid-Soedan massaal ingezet op verkopen of leasen van land aan buitenlandse bedrijven. Op die manier heeft de plaatselijke bevolking geen toegang meer tot landbouw- en graasgrond. Deze ontheemding is dan weer één van de voornaamste katalysatoren achter etnische spanningen.

Dat privatiseringen van land leiden tot etnische spanningen heeft niet louter te maken met de economische schaarste waarmee de getroffen gemeenschappen worden geconfronteerd. Land is veel meer dan eigendom voor lokale gemeenschappen. Aan de toegang tot land is vaak ook een eeuwenoude collectieve identiteit verbonden.

De manier waarop land gecultiveerd en gebruikt wordt hangt altijd samen met een specifiek dieet, een collectieve levensstijl en culturele tradities. De privatisering van land betekent ook de vernietiging van een hele leefwereld en leidt zo tot een conflict langs etnische breuklijnen.

Ontwikkelingshulp?

Landgrabbing gebeurt op massale en industriële schaal op het Afrikaanse continent. Tussen 2006 en 2011 legden buitenlandse mogendheden en bedrijven wereldwijd beslag op meer dan 200 miljoen hectare land. Het merendeel daarvan bevond zich op het Afrikaanse continent. Deze nieuw rush op land heeft te maken met een stijgende vraag naar voedselgewassen en biobrandstoffen in het begin van de 21ste eeuw. Daarnaast is land één van de geliefkoosde investeringen van beleggers vandaag.

De jacht op land is niet een louter economisch gebeuren. Het is een vorm van economische plundering waar een globale politieke machine achterzit. In haar boek Expulsions is sociologe Saskia Sassen formeel: “De hedendaagse privatiseringen van land werden mogelijk gemaakt door de expliciete eisen en onbedoelde gevolgen van de herstelprogramma’s van het IMF en de Wereldbank die geïmplementeerd werden in het globale zuiden in de jaren 1980."

"Daar kunnen we ook de eisen aan toevoegen van de wereldhandelsorganisatie WTO in de jaren 1990 en 2000 om import- en export barrières op te heffen in naam van “vrijhandel” . De mix van beperkingen en eisen die hieruit voorkwam leidde tot de disciplinering van regeringen die nog niet ten volle geïntegreerd waren in het regime van vrijhandel en tot open grenzen voor grote bedrijven en regeringen van machtige landen."

Dit ‘open grenzenbeleid’ leidt soms tot vreemde en cynische paradoxen. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat een land als Ethiopië, dat kreunt onder de honger, nog steeds voedsel exporteert. Voedsel is, na goud, het tweede grootste exportproduct van Ethiopië. In plaats van de schaarser wordende vruchtbare grond te gebruiken voor lokale voedselproductie, worden gewassen verbouwd waar internationale markten om vragen en die na de oogst onmiddellijk worden geëxporteerd. Ook Somalië exporteerde in 2015 nog miljoenen schapen en geiten richting Arabisch schiereiland.

Maar het kan nog cynischer. Ontwikkelingshulp wordt soms aangewend om ongestoord aan landgrabbing te kunnen doen, vaak met medeweten van overheden. We citeren uit een onderzoeksrapport van World Development Movement uit 2014:

“Het Department for International Development (DfID) van Groot-Brittannië sluist zeshonderd miljoen pond bestemd voor ontwikkelingshulp door naar de New Alliance for Food Security and Nutrition van de G8. Deze New Alliance is de laatste in een reeks initiatieven opgezet door een handvol multinationals en rijke mogendheden. Al deze initiatieven beweren bij te dragen tot de verbetering van landbouw en voedselveiligheid in Afrika, maar dienen in werkelijkheid om multinationals toegang te laten verkrijgen tot grondstoffen en een beleid door te voeren om het actieterrein van bedrijven in Afrika te vergroten ..."

"In plaats van een oplossing te verschaffen voor het voedselprobleem, draagt de pro-corporate approach van initiatieven als de New Alliance bij tot de verspreiding van honger en armoede door toegenomen landgrabbing, precair en slecht betaald werk, de privatisering van zaden en een focus op de exportmarkt in plaats van voedselvoorziening voor de lokale bevolking.”

Klimaat

Er bestaat natuurlijk ook een link tussen landgrabbing, klimaatverandering en honger. Veel van de regio’s die nu getroffen worden door honger kennen periodes van extreme droogte. Voor landen als Ethiopië en Somalië is dat altijd zo geweest, maar de klimaatverandering leidt tot meer extreme en frequentere periodes van droogte. De lokale gemeenschappen die in hun voedsel voorzagen via traditionele landbouw en veeteelt, konden die periodes van droogte min of meer opvangen en een zekere voedselzekerheid bewaren. Met het wegvallen van die methodes valt ook de veerkracht van die gemeenschappen weg en slaan periodes van droogte veel harder toe.

Daarnaast laat een op export en import gerichte landbouw natuurlijk ook een hoge ecologische voetafdruk na. Industriële landbouw vraagt meer water en put de grond uit. Het verschepen en laten overvliegen en overvaren van tonnen gewassen leidt tot een verhoogde CO2-uitstoot, wat op zijn beurt weer bijdraagt tot meer extreme weersomstandigheden.

Op die manier betalen vele Afrikaanse landen zowel de economische als ecologische tol van het geglobaliseerde kapitalisme. Cynisch, want het zijn net die landen die globaal gezien het minst uitstoten.

reacties

Eén reactie

  • door Vie Kuijken op maandag 10 april 2017

    Dat betekent dat de geïndustrialiseerde landen nog altijd bezig zijn met het koloniseren/uitbuiten van ontwikkelingslanden. Het is door onze levenswijze dat die landen er niet (zelfs nooit) bovenop komen. Als we dus nu een aalmoes geven, zal dat ontoereikend zijn en op lange termijn zinloos. Natuurlijk moeten we wel dringend samenwerken om deze crisis te bezweren, maar tegelijk moeten we toegeven dat er hoogdringend een nieuwe politieke oplossing moet komen. Op wereldvlak moet afgesproken worden dat de uitbuiting moet stoppen. De plaatselijke politici moeten stoppen met hun land uit te verkopen en hun eigen zakken te vullen. De rijkdommen van ieder land moeten uitsluitend dienen voor de eigen bevolking, die dringend moet voorzien worden in de basisbehoeften. Maar dat vraagt een totale ommekeer in denk- en handelwijze van de globale politiek. Toch is het de enige manier om de globale problemen aan te pakken. Want alle problemen hangen aaneen: de klimaatverandering, de kloof tussen arm en rijk, het zinloos geweld overal in de wereld. Daarvoor hebben we integere, betrouwbare, rechtvaardige en sterke politici nodig. Die zich niet bezondigen aan misdaden, voortspruitend uit dictatoriaal, repressief, onrechtvaardig en gewelddadig optreden. Een utopie? Nee, de dringende werkelijkheid van de toestand vandaag. Als we er niet in slagen om de armoede de wereld uit te bannen, de vrede te bewaren en de klimaatopwarming te stoppen, door een gezamenlijke, eensgezinde globale aanpak, zullen het niet alleen de ontwikkelingslanden zijn die tenonder gaan, maar ook de zogenaamde rijke landen. Nog veel te weinig mensen schijnen dat te beseffen. Zij laten zich wijsmaken dat alles goed komt, als ze stemmen op.....

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties