Steun jij DeWereldMorgen.be al?

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen.
Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers.
Wij hebben jouw steun hard nodig!

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Kledingmerken 4 jaar na Rana Plaza tevreden met lage lonen en verbod op vakbonden

Op 24 april 2013 kwamen 1.138 kledingwerkers, grotendeels vrouwen, om bij de instorting van een gebouw aan Rana Plaza in Dacca, hoofdstad van Bangladesh. Vier jaar later keuren kledingmerken nog steeds goed dat vakbonden vervolgd worden en betalen ze extreem lage lonen. Vakbond LBC-NVK en Schone Kleren Campagne eisen aandacht voor de sociale strijd van de kledingwerkers in Bangladesh.
vrijdag 17 februari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Bediendenvakbond LBC-NVK en de organisatie Schone Kleren Campagne sluiten zich aan bij een Europese actie van vakbondskoepels UNI Global Union en IndustriALL (UNIGlobal Union verzamelt 20 miljoen mensen in 900 vakbonden; IndustriALL verzamelt vakbonden met 50 miljoen leden in 140 landen).

Beide vakbondskoepels organiseren acties om hun syndicale collega's in Bangladesh te steunen. Om deze actie te ondersteunen is een delegatie van LBC-NVK op 16 februari 2017 naar de ambassade van Bangladesh in Brussel gegaan, samen met de actiegroep Schone Kleren Campagne, waar zij een brief met hun grieven aan de ambassadeur bezorgden.

Harde sociale repressie voor H&M, Zara, Gap, Primark

Alleen al sinds december 2016 werden meer dan 35 vakbondsleiders en -leden aangehouden omdat ze deelnamen aan sociale protesten in Bangladesh. Aanleiding was een zoveelste sociaal conflict, meer bepaald in het textielbedrijf Windy Apparels in de wijk Ashulia, aan de rand van de hoofdstad Dhaka. Daar wordt kledij geproduceerd voor H&M, Zara, Gap en Primark.

Werknemers zijn er in staking gegaan omdat het bedrijf na jaren onderhandelen nog steeds weigert degelijke lonen te betalen. De overheid van Bangladesh treedt niet op tegen flagrante overtredingen van de bestaande sociale wetgeving door de werkgevers, maar zet daarentegen harde repressie in om het sociaal protest in de kiem te smoren. In plaats van loonopslag werden 1.600 werknemers zonder vooropzeg ontslagen. Ook in 20 andere kledingfabrieken zijn daarop stakingen uitgebroken.

Op dit ogenblik krijgen de werknemers van het bedrijf een maandloon van 5.300 taka (munt Bangladesh, goed voor 63 euro). In Dhaka kost de huur van een klein éénkamerappartement 2.500 tot 4.500 taka per maand. De stakers eisen een minimaal maandloon van 16.000 taka (190 euro).

Vakbondsrechten zijn mensenrechten

Valter Sanches, algemeen secretaris van IndustriALL, eist een einde van deze repressie: “De regering moet alle aanklachten (tegen vakbondsmensen) laten vallen en moet iedereen vrijlaten die nog vastzit. Ze veegt voortdurend haar laars aan de internationale wetten over de rechten van vakbonden en werknemers.” Veerle Verleyen, adjunct algemeen secretaris LBC-NVK, sluit zich daar bij aan: “Syndicale rechten zijn mensenrechten en daardoor universeel.”

“Het totale gebrek aan vakbondsvrijheid is het grootste struikelblok voor een veilige en duurzame kledingproductie in Bangladesh,” zegt Sara Ceustermans van de Schone Kleren Campagne. “Werknemers kunnen nog steeds geen loonsverhoging vragen zonder gearresteerd of ontslagen te worden, terwijl net sterke vakbonden de enige écht duurzame garantie zijn op betere arbeidsomstandigheden voor de kledingarbeiders van Bangladesh.”

#EveryDayCounts

UNI Global Union lanceert daarom de campagne #EveryDayCounts. IndustriALL en de koepel International Trade Union Confederation ITUC sluiten zich daar bij aan (ITUC vertegenwoordigt 168 miljoen werkende mensen in 155 landen).

LBC-NVK en Schone Kleren Campagne roepen tevens op tot deelname aan het actieweekend van 25-26 februari. Tijdens dat weekend organiseert de Bangladesh Employers Federation (BEF) een event om Bangladesh te promoten als producent van kleding en textiel.

Een aantal kledingmerken beweert dat ze op 4 januari 2017 een gemeenschappelijke brief zouden hebben verzonden naar de overheid van Bangladesh, maar weigeren deze brief openbaar te maken. Ook de Europese Commissie weigert commentaar te geven of vragen over de toestand in Bangladesh te beantwoorden. Bangladesh heeft nog steeds recht op taksvrije toegang tot de Europese markt. Kledingmerken die in China produceren moeten in de EU een invoertaks betalen van 12 procent.

Taksvrije status met verplichtingen

Aan de taksvrije status van Bangladesh zijn specifieke voorwaarden verbonden, zoals het respecteren van arbeids- en mensenrechten. Vakbonden en ngo's eisen een onderzoek, maar de Europese Commissie weigert dat.

200 kledingmerken hebben in 2013 na de ramp van Rana Plaza een akkoord ondertekend dat de brand- en constructieveiligheid van gebouwen moet garanderen. Dit akkoord voorziet echter niets voor arbeidsvoorwaarden en lonen. De kledingmerken blijven voor deze eisen nog steeds blind en doof.

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.