about
Toon menu
Boekrecensie

Alleen Zij, van Fikry El Azzouzi

Fikry El Azzouzi bent u vast al eerder tegengekomen. In de krant. Op tv. In de bibliotheek of boekhandel en vooral ook in het theater. De letters van El Azzouzi zijn overal en maar goed ook, want de literatuur heeft schrijvers nodig die voeling hebben met de mensen over wie het vaakst geschreven wordt, maar voor wie niemand schrijft: allochtonen, migranten, moslims, mensen met een migratie-achtergrond…
vrijdag 20 januari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

We hebben ze zoveel namen gegeven, allemaal verschillende manieren om één en hetzelfde hokje te benoemen. En dat hokje is zo vaak en in zoveel vormen besproken, maar geen enkele vorm kan de realiteit zo benaderen als een roman dat kan.

En geen enkele schrijver kan zo over “dat hokje” spreken dat het niet meer op een hokje lijkt, maar op een individu uit een grote groep van zo verschillende mensen die we onterecht in één hokje gestoken hebben zoals Fikry dat kan. Want Fikry komt zelf uit dat hokje. En hij heeft zich bevrijd. Bevrijd van het juk der vooroordeel. Marokkaans-Vlaamse jongens gaan het slechte pad op en dan zijn ze straattuig of gaan het goede pad op en studeren, behalen een diploma, gaan werken. Niemand wordt schrijver.

De openingszin

Een boek begint op de allereerste bladzijde. De vader van een vriendin heeft me ooit aangeraden om de eerste pagina van een boek te lezen voor ik het desbetreffende boek zou kopen. Bij Kaat Vrancken op de kunstacademie heb ik het belang van openingszinnen geleerd. De eerste zin van een roman moet een bepaalde verwachting scheppen en deze later ook invullen of juist niet.

En wat verwacht je van een roman die begint met “Ik getuig dat er geen god is behalve God en dat Mohamed zijn boodschapper is.” Nu, de verwachtingen zijn verdeeld, afhankelijk van je achtergrond, je religieuze overtuiging, in hoeverre je in contact komt met moslims en of dat doorweegt tegen de berichten die via verschillende media onze woonkamers binnensijpelen.

Na de openingszin volgt er een hele alinea over de openingszin. Tegen de filosofische kant aan, er wordt een bepaalde verwachting gecreëerd. De lezer weet precies waar dit naartoe gaat, want dit is weer zo´n romannetje over de wondere wereld van iemand uit een andere cultuur en religie die op zoek is naar zichzelf. Er zijn er al zoveel. Vaak doordrenkt met clichés, maar dan ontstaan er kortsluitingen in het hoofd van de lezer: “Er was eens, niet zo lang geleden, een afwasser die kwam solliciteren.”

Geen enkele roman begint met deze zin. En hoeveel romans kent u over een afwasser die gaat solliciteren? Nou, El Azzouzi schreef de eerste volgens mij. Je kan zoveel verwachten van zo´n boek en tegelijk weet je dat al je instincten je in de steek zullen laten. Dat is mooi aan het absurde. Je leest en er gebeurt van alles in je hersenen, maar niet wat er daadwerkelijk gebeuren gaat. Het is niet erg, denk je. Kortsluitingen geven aangename vonkjes.

Scherpe pen en heerlijke humor

El Azzouzi’s pen is scherp. Zijn humor is heerlijk en de verhaallijnen zijn absurd. Geen hoogdravende woorden. Geen te lange zinnen. El Azzouzi spreekt in gewone mensentaal, vertrouwd en dichtbij.

Maar toch is het geen simpel verhaal. Het zit vol diepmenselijke gevoelens. Een eigentijds liefdesverhaal waarin veel jongeren zich gaan herkennen en tevens is het een manier voor de oudere generaties om te infiltreren in de jongerencultuur en voor mensen die niet in contact (willen of durven) komen met de superdiversiteit om de grootstad en de “ander” laagdrempelig te ontmoeten via letters. El Azzouzi weet als geen ander om de tijdsgeest leven in te blazen tussen bladzijden. 

Het verhaal gaat over twee mensen die hopeloos verliefd op elkaar worden. Zoals in elk liefdesverhaal gaat dat niet van een leien dakje, anders was er ook geen verhaal. Ze zijn zo verschillend van elkaar, maar doorheen het boek, weten ze naar elkaar toe te groeien: hij moslim en Marokkaan, zij niet-gelovig en Vlaams. Ayoub en Eva.

En terwijl mijn hart steeds opnieuw een sprongetje maakte als Ayoub en Eva dichter naar elkaar toegroeiden – Ja, Aya, echte liefde bestaat – sloeg mijn hart ook een tel over als El Azzouzi beschreef hoe de maatschappij uit elkaar groeide, verder polariseerde en liefdeloos tegen elkaar botste. Dat geeft ook vonkjes. Maar geen aangename.

Maar dat is literatuur. Je moet voelen, welk gevoel is van geen enkel belang. Dus als u dit boek leest: verwacht niets. Laat u meeslepen. Laat u verrassen. En wees niet verbaasd, als u de vorige boeken van El Azzouzi gelezen heeft, weet u dat niets onmogelijk is.