foto Daphne van den Blink
Analyse - FrankVanaerschot

Waarom Belfius nooit een lening aan Belfius zou geven

Schulden zijn nog steeds de keerzijde van de hoge winsten van banken. En dat maakt de banken ook vandaag nog zeer kwetsbaar. Onderzoeker Frank Vanaerschot (Fairfin) legt uit hoe dat precies zit. Dit is het tweede artikel in de reeks "De reële economie".

donderdag 29 oktober 2015 16:06

Wie ligt er nog wakker van banken? We hebben andere katten te geselen. We gaan gebukt onder hevige overheidsschulden. Meer nog: banken lijken vandaag de redder in nood te zijn.

In De Tijd en L’Echo lekten vorige week gegevens uit van een onderzoek dat de regering laat doen naar haar overheidsparticipaties: blijkt dat Belfius met enkele miljarden winst verkocht zou kunnen worden. Vooral omdat de winst de voorbije jaren niet uitgekeerd werd aan de aandeelhouder (de overheid) en daardoor het eigen vermogen van de bank sterk kon stijgen: van 3 naar 8 miljard euro. Bijegevolg zijn er heel wat kopers op de kust. Maar de regering wil nog niet meteen overstag gaan. Ze wil wachten tot eind volgend jaar want dan moet er geen vergoeding meer betaald worden aan de Dexia Holding en kan er in de lente nog een dividend meegepikt worden. Sluw boekhoudwerk om dat dekselse gat in de staatskas te dichten.

Maar kijken we niet de verkeerde richting uit? Zijn we vergeten dat de belastingbetaler nog altijd opdraait voor de instabiliteit van onze banken? De overheidsschulden verbergen een nog veel grotere schuldenberg waar geen hond van wakker ligt. Zijn we bezweerd door de banken en hun zelfverklaarde nood aan vrije teugels om de economie te herstellen?

“Banken verdienen hun geld met optimisme, legde hij uit. Hij was ervan overtuigd dat er na de crash van 2008 niets is opgelost en de problemen enkel met almaar meer schulden aan het oog onttrokken worden. ‘Je kunt een kater wegdrinken met nieuwe alcohol. Maar zo verwoest je wel je lever. Zoiets is nu gaande.’” Het is een passage van een van de vele interviews die Joris Luyendijk deed met investeringsbankiers in zijn boek Dit kan niet waar zijn.

De cijfers geven deze bankier gelijk: in 2013 waren in de Eurozone de schulden van banken drie keer hoger dan die van overheden.1 

Extreem fragiel

Schulden zijn de keerzijde van de hoge winsten van banken. Volgens een traditioneel verdienmodel hebben banken voornamelijk eigen vermogen en deposito’s van klanten. Op basis daarvan geeft een bank daarmee leningen. De bank moet er daarbij over waken dat er genoeg eigen vermogen is – kapitaal dat de eigenaars/aandeelhouders in de bank gestopt hebben – om verliezen op leningen of investeringen te kunnen opvangen. De winst die de aandeelhouders van een bank maken, komt voort uit het verschil in intrest dat de bank aan klanten geeft en de intrest die de bank ontvangt voor de toegekende leningen. Dat traditionele model heeft in de laatste decennia steeds meer plaats gemaakt voor een verdienmodel gebaseerd op externe schulden.

Banken werden geprivatiseerd en aandeelhouders hebben bedacht dat ze meer winst konden maken door niet simpelweg leningen te geven, maar door eerst zelf geld te lenen op financiële markten – andere banken en investeerders – en deze veel grotere som geld te gebruiken als basis om veel meer leningen te geven en te investeren in financiële producten. De bank wordt hierdoor veel groter dan in het oude model, maar het eigen vermogen van de aandeelhouders blijft onveranderd, waardoor de winst veel groter kan worden. De keerzijde van de medaille is dat zo een bank, die de norm was geworden aan de vooravond van de crisis, veel kwetsbaarder is voor verliezen, aangezien hun eigen vermogen nu veel lager is in verhouding tot al de leningen en financiële producten die op haar balans staan.

Vergelijk het met een projectontwikkelaar die een gebouw neerzet. Als je ondiepe funderingen legt, bespaar je kosten en heb je meer winst, maar is je gebouw wel extreem fragiel.2Er hoeft maar iets mis te gaan, of alles stort in.

De winst-door-schulden motor kwam er niet enkel door de vindingrijkheid van de aandeelhouders van geprivatiseerde banken, maar ook omdat overheden toelieten dat het eigen vermogen van banken steeds kleiner werd.

Verhouding tussen eigen vermogen en totale balans tussen 2008 en 20143

Fortis/BNP Paribas

Deutsche Bank

ING

KBC

Dexia/Belfius

2014

4,5%

4,3%

4,3%

6,7%

4,1%

2012

5,0%

2,7%

2,7%

6,2%

2,5%

2010

4,3%

2,6%

2,6%

5,8%

1,9%

2008

2,8%

1,4%

1,4%

4,3%

0,9%

Halfslachtig

Sinds 2008 is het eigen vermogen een beetje gestegen, maar helemaal niet genoeg om op onze beide oren te kunnen slapen. Kijk, het eigen vermogen van Belfius is gestegen van 3 naar 8 miljard euro. Dat lijkt een immense stijging, maar het perspectief ontbreekt volledig in de berichtgeving. Ten eerste had Dexia een historisch laag eigen vermogen: minder dan 1 procent eigen vermogen in 2008. Een fikse stijging is dus sowieso van levensbelang. En eind 2014 was het nog steeds maar 4 procent van de hele bank.

Waarom vinden potentiële kopers van Belfius dat niet erg? Omdat de regels voor eigen vermogen in 2008 halfslachtig hervormd zijn. Pas op, nu duiken we in het technisch moeras van lobbyisten en technocraten – die nieuwe regels bepaalden namelijk niet hoeveel eigen kapitaal banken moeten aanhouden in verhouding tot hoe groot de bank echt is, maar in verhouding tot de zogenaamde ‘risico-gewogen balans’.

Op deze balans moet een bank 8% eigen kapitaal aanhouden (Tier 1 ratio). Risicoweging betekent concreet dat aan elk soort van lening of investering die een bank kan doen een risicogewicht wordt gehangen. Volgens deze regels hebben banken veel hogere kapitaalbuffers dan hun eigen vermogen.

Tier 1 ratio tussen 2008 en 20144

Fortis/BNP Paribas

Deutsche Bank

ING

KBC

Dexia/Belfius

2014

11,5%

16,1%

13,5%

15,9%

14,7%

2012

13,6%

15,1%

14,4%

13,8%

13,3%

2010

11,4%

12,3%

12,3%

12,6%

13,1%

2008

7,8%

10,1%

9,3%

10,0%

10,6%

In het risicowegingsmodel dat de toezichthouder zelf voorstelt, is het risicogewicht van leningen aan banken met een hoge rating 20% en leningen aan Europese overheden 0%. Naarmate de rating van landen of bedrijven verlaagt, stijgt het percentage van de risicoweging. KMO’s en particulieren hebben geen rating, hun risicogewicht ligt vast op respectievelijk 100% en 75%.5

Stel, een bank geeft vier leningen van 100 euro aan een andere bank met een hoge rating, een Europese lidstaat met een hoge rating, een KMO en een particulier. Op de echte balans staat er dan 400 euro, Maar hoeveel staat er op de risicogewogen balans? Lening aan andere bank: 20% = 20 euro; lening aan Europese lidstaat: 0% = 0 euro; lening aan KMO: 100% = 100 euro; lening aan particulier: 75% = 75 euro. 20+0+100+75=195: op de risicogewogen balans staat er nu maar 195 euro, minder dan de helft dan de eigenlijke balans.

Risicoweging zorgt er dus voor dat de balans waarvoor een bank eigen kapitaal moet aanhouden veel kleiner is dan de eigenlijke balans. Om terug te gaan naar de analogie van het gebouw: de funderingen zijn niet alleen ondiep, je doet alsof het gebouw kleiner is dan in werkelijkheid. 

Te risky

En er zit nog een konijn in de toverhoed: banken mogen ook een eigen model hanteren om risico’s te wegen. De bank kan dus zelf kiezen hoeveel kleiner het gebouw er mag uitzien. Een verdwijntruc waar Houdini een punt aan kan zuigen.

Het percentage geeft weer hoe groot de risicogewogen balans is in vergelijking met de echte balans6:

  • BNP Paribas: 2008: (26%), 2014 (30%)
  • Deutsche Bank: 2008: (13%), 2014 (23%)
  • ING: 2008: (26%), 2014 (30%)
  • Dexia/Belfius: 2008: (25%), 2014 (25%)
  • KBC: 2008: (40%), 2014 (37%)

In 2010 werden deze regels op Europees niveau aangepast, een heel klein beetje dan toch.7 Naast heel wat kritische economen, zijn er zowel in de V.S. als in het Verenigd Koninkrijk centrale bankiers die openlijk uitkomen voor het afschaffen risicoweging en het verhogen van kapitaaleisen voor eigen vermogen.8 In Europa blijft risicoweging overeind. En vooral de allergrootste banken kunnen nog altijd hun eigen model hanteren. Europa laat zich hiermee van haar meest schizofrene kant zien. Stel je voor dat de Troika aan Griekenland de keuze laat zelf te bepalen hoe groot haar schuldenberg is en waar er bespaard moet worden! Bovendien is het volgens het model van de toezichthouder nog steeds zo dat elke instelling of bedrijf dat te klein is om een rating te krijgen door kredietbeoordelaars, zoals KMO’s, een arbitrair en hoog risicogewicht krijgen. Geen wonder dat KMO’s moeilijker aan krediet raken dan grote bedrijven.

Nu: stel dat Belfius een KMO was op zoek naar krediet. Als zij haar businessplan met haar 4% eigen vermogen voorstelt aan Belfius, zal de bankier van Belfius in het beste geval hartelijk lachen en de KMO terug naar huis sturen. Veel te risky. Belfius zou nooit een lening geven aan Belfius. BNP Paribas nooit aan BNP Paribas.

Maar grootbanken met een laag eigen vermogen geven wél leningen aan elkaar. Dat komt omdat men er op financiële markten van uitgaat dat grootbanken gered zullen worden door overheden als ze in de problemen komen. Too big to fail banken kunnen goedkoop lenen op financiële markten, omdat het risico voor investeerders laag is. De korting waarmee too big to fail banken kunnen lenen, heet een impliciete subsidie. Zelfs na de bankreddingen blijven overheden banken en hun schuldgedreven verdienmodel ondersteunen. De groene fractie in het Europees parlement liet een onderzoek doen naar impliciete subsidies bij Europese banken in 2013.9 Voor banken in België levert dit het volgende resultaat op:

  • KBC: 790 miljoen euro
  • Dexia Holding: 5,2 miljard euro
  • Belfius: 1,7 miljard euro
  • BNP Paribas (Frankrijk): 2,7 miljard euro
  • Deutsche Bank (Duitsland): 2,7 miljard euro
  • ING (Nederland): 2 miljard euro. 

Politieke controle

Waarom maken we ons druk over overheidsschulden terwijl er geen regels gemaakt zijn om bankenschulden voldoende te verlagen en financiële mastadonten op de kap van de belastingbetalende burger kunnen blijven leven? De overheid wil Belfius verkopen omdat politici geen bankier moeten spelen. Klopt. Politici die premies opstrijken, maar zonder kennis van zaken in raden van bestuur zetelen, is een ziekte waar Dexia aan ten onder ging.

Maar als de burger toch voor de kosten van grootschalig privé-bankieren opdraait, moeten we de vraag over publieke controle opnieuw stellen. Dat heeft deze noch de vorige regering ooit willen doen. Ze willen dat we die bankencrisis vergeten met een budgettaire kers op een bedorven taart. En dat terwijl de centrale bank van Engeland, het IMF en zelfs Goldman Sachs waarschuwen voor nieuw financieel onweer.10

Frank Vanaerschot

Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van BankWijzer dat binnenkort integraal verschijnt op bankwijzer.be.

1 http://cadtm.org/Les-Chiffres-de-la-dette-2015 (p.68)

2 http://www.finance-watch.org/press/press-releases/505 (p.20)

3 Cijfers afkomstig uit jaarverslagen van de bankgroepen.

4 Cijfers afkomstig uit jaarverslagen van de bankgroepen.

5 Uit het boek Bancocratie van Eric Toussaint (p.124).

6 Cijfers afkomstig uit jaarverslagen van de bankgroepen.

7 Het gaat hier om de implementatie van de Basel III regels (CRD IV).

8 Uit het boek Bancocratie van Eric Toussaint (p. 137).

9 http://www.bartstaes.be/images/bartstaes/ImplicitSubsidy_EU60_26102014.pdf (p.14-15)

10 Bank of England: http://www.theguardian.com/business/2015/sep/18/interest-rates-rise-bank-of-england-chief-economist-andy-haldane, IMF: http://www.theguardian.com/business/2015/oct/07/risk-global-financial-crash-increased-imf-emerging-economies-eurozone-stability-report, Goldman Sachs: http://uk.businessinsider.com/goldman-sachs-were-in-the-the-third-wave-of-the-2008-financial-crisis-2015-10

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!