Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Verwarring tot in Vlaams Parlement over sporenafname na verkrachting

Afgelopen dinsdag beloofde minister van Welzijn Jo Vandeurzen in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement de richtlijnen voor medewerkers bij de hulplijn 1712 te zullen aanpassen. De herziening komt er nadat DeWereldMorgen aantoonde dat de hulplijnen 1712 en Tele-Onthaal foute en gebrekkige informatie geven aan slachtoffers van verkrachting. Dat correct advies een heikel punt is, toonde de verwarring die tijdens de zitting in het parlement ontstond over de vraag of sporenafname zonder aangifte van de verkrachting bij de politie kan.
vrijdag 26 juni 2015

Elke Van den Brandt (Groen) kaartte dinsdag in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement de informatie aan die de hulplijn 1712 geeft aan slachtoffers van verkrachting. Ze deed dit naar aanleiding van de bevindingen van DeWereldMorgen.be dat de hulplijnen 1712 en Tele-Onthaal foutieve informatie geven over het verzamelen van sporen door de huisarts. Ze vermelden ook meestal niet dat je jezelf en je kleren vóór het sporenonderzoek niet mag wassen, en zeggen niets over de psychische ontreddering (posttraumatische stressstoornis, PTSS) waarmee je als slachtoffer te maken krijgt kort na de verkrachting. Daardoor gaat kostbare tijd verloren voor het sporenonderzoek, vermindert de pakkans voor de dader, en vergroot het risico op blijvende psychische en lichamelijke klachten voor het slachtoffer.

Op onze vraag aan Patrick Bedert, hoofd van de taskforce 1712, of de belofte van minister Vandeurzen betekent dat het Handelingskader voortaan de juiste informatie over aangifte en PTSS zal bevatten, antwoordde hij dat de informatie “correct en volledig zal zijn”. Of de verantwoordelijkheid voor de aanpassing van de richtlijnen bij het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk blijft, kon minister Vandeurzen nog niet zeggen.

De bereikbaarheid van 1712 uitbreiden tot na de kantooruren vond de minister nog steeds niet aan de orde: “1712 is nooit bedoeld als crisisnummer dat permanent bereikbaar is”, herhaalde hij. “Omdat bellers soms wel nood hebben aan een contact buiten de uren, is een verwijzing naar Tele-Onthaal op zijn plaats”. Maar ook Tele-Onthaal bleek in ons onderzoek cruciale informatie niet of foutief te vermelden. Elke Van den Brandt drong er in het Vlaams Parlement op aan dat Tele-Onthaal, wanneer het de activiteiten van 1712 overneemt, ook de correcte en volledige informatie voor slachtoffers van seksueel geweld in de richtlijnen voor medewerkers zou opnemen. In een reactie op ons vroegere artikel zegt Tele-Onthaal dat oproepers correct geïnformeerd moeten worden en dat de kwaliteitsbewaking bij informatie en aanpak rond elke problematiek ook hun zorg is.

Sporenonderzoek

In het artikel dat eerder deze maand verscheen, vertelden we dat sporenafname, met behulp van een zogenaamde SAS of seksuele agressieset, pas na aangifte kan en nadat het parket hiertoe opdracht geeft aan een arts. Meestal is dat een wetsdokter of een arts in een ziekenhuis die ervoor is opgeleid en met wie het parket hierover afspraken heeft. Sporenafname zonder dat het slachtoffer een klacht indient, gebeurt niet: niet bij de huisarts, niet bij de gynaecoloog en niet in een ziekenhuis. Ines Keygnaert van de universiteit Gent toonde in een recente studie in de provincie Oost-Vlaanderen nog aan dat geen enkel ziekenhuis een SAS afneemt als er geen aangifte is gedaan en het parket daar niet het bevel toe heeft gegeven.

Groot was onze verwondering toen Freya Saeys (Open Vld) in de commissievergadering dinsdag opmerkte dat sporenonderzoek zonder voorafgaande klacht wel degelijk kan, met name in speciale centra voor seksueel geweld. Achteraf door ons gevraagd welke centra ze bedoelde, noemde mevrouw Saeys: Sensoa, Sjerp-Dilemma (centrum aan de VUB voor hulp bij ongeplande zwangerschap) en alle universitaire ziekenhuizen. Bij navraag bleek dat niet te kloppen. We checkten het bij Erika Frans van Sensoa, dr. Anne Verougstraete van Sjerp, dr. Gucciardo, hoofd Verloskunde van het UZ Brussel, dr. Verelst, hoofd urgentiegeneeskunde van het UZ Leuven, dr. Gilles, referentiearts voor seksueel geweld in het UZ Sint-Pieter in Brussel, dr. Jacquemyn, hoofd gynaecologie UZ Antwerpen, en dr. Werner Jacobs, hoofd gerechtelijke geneeskunde van UZ Antwerpen.

De reden waarom de ziekenhuizen het niet doen, is dat “afgenomen stalen weinig tot geen bewijswaarde hebben als ze niet in opdracht van een magistraat worden afgenomen. Er is dan immers geen controle op de correcte afname en bewaring”, aldus Werner Jacobs.

Het is ook de reden waarom het UZ Gent, waarvan bekend is dat ze een pseudo-SAS afnemen als het slachtoffer niet meteen aangifte wil doen, liever ziet dat het slachtoffer eerst een klacht indient. “Een pseudo-SAS, dat is kweekjes nemen, een slipje bewaren en in een klein pakketje een jaar in de diepvries bij ons bewaren, meer is het niet”, zegt dr. Kristien Roelens, afdelingshoofd Verloskunde in het UZ Gent. “De recentste is al een paar jaar geleden. Wij raden het slachtoffer altijd aan aangifte te doen, dat is juridisch gezien sowieso de beste weg”.

Medische vaststellingen

Ook een medisch attest, waarop een arts uitwendige letsels zoals blauwe plekken en wondjes kan melden, heeft lang niet dezelfde waarde als een SAS-afname na aangifte. Om te beginnen hoort er al geen forensische sporenafname bij. Zo mis je een belangrijke kans om onomstotelijk aan te tonen wie de dader is en het daderprofiel op te slaan in de DNA-databank. Bovendien wordt de huisarts of gynaecoloog van het slachtoffer in gerechtelijke procedures vaak gezien als een vertrouwenspersoon die aan de kant van het slachtoffer staat en dus niet onpartijdig is.

Een verkrachting of seksueel misbruik bewijzen is erg moeilijk en materieel bewijsmateriaal kan doorslaggevend zijn. Vaststellingen na een verkrachting die niet volgens het boekje gebeurden, zijn de munitie waarmee de advocaat van de verdediging het verhaal van het slachtoffer aan flarden kan schieten.

Wat een slachtoffer moet weten

Opvallend is verder dat zowel 1712 als Tele-Onthaal in hun reactie op de bevindingen van DeWereldMorgen benadrukken dat de medewerkers op basis van een inschatting van de behoefte van de beller, op zijn maat reageren, en dat je geen standaardantwoord mag verwachten. Uiteraard niet, maar dat mag nooit een reden zijn om cruciale feitelijke informatie niet te geven. Hoef je iemand die zegt niet naar de politie te willen gaan, maar een douche te willen nemen en slapen, dan niet te vertellen over het wissen of met de tijd verdwijnen van sporen, of over de hevige PTSS-klachten die kunnen opduiken en die er net mee voor zorgen dat het slachtoffer een aangifte voor zich uit schuift?

De Vrouwenraad pleit er zelfs voor dat de hulplijn 1712 slachtoffers niet alleen correct en volledig zou informeren, maar ook zou overtuigen om aangifte te doen bij de politie.

Traumapsycholoog Erik de Soir, die vaak slachtoffers van verkrachting behandelt, onderstreept dat aangifte ook belangrijk is voor het herstel: “Veel slachtoffers doen geen aangifte om uiteenlopende en begrijpelijke redenen. Pas veel later beseffen ze dat ze daarmee ook heel wat sporen hebben uitgewist. Voor de verwerking van een verkrachting is het voor slachtoffers belangrijk dat ze het bewijs krijgen dat de dader een billijke straf heeft gekregen en nog belangrijker dat er na hen geen nieuwe slachtoffers vallen”.

Multidisciplinair

Hoe dan ook heeft telefonische hulp haar grenzen. Een slachtoffer heeft goede acute medische, psychologische en juridische zorg nodig. Als België de Conventie van Istanbul ter bestrijding van geweld op vrouwen en intrafamiliaal geweld ratificeert, zal het verplicht zijn multidisciplinaire acute opvang voor slachtoffers van verkrachting te organiseren, waarbij artsen en psychologen, politie en justitie samenwerken.

Ines Keygnaert van het ICRH (International Centre for Reproductive Health) aan de universiteit Gent, plant een onderzoek naar de haalbaarheid van multidisciplinaire referentiecentra seksueel geweld in ons land, maar de financiering voor het onderzoek is nog niet rond. Een van de onderzoeksvragen zal zijn of sporenonderzoek zonder aangifte in die referentiecentra mogelijk moet zijn.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door ria aerts op zondag 28 juni 2015

    Ja, dat krijg je als je alles wil oplossen met "goedkope" websites en vrijwilligers. Zolang we maar besparen. Ondertussen vinden academisch geschoolde klinisch psychologen, criminologen enz. enz. geen werk. Lang lee de vooruitgang!

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties