Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Telefonische hulplijnen falen bij verkrachting

Wie verkracht wordt, krijgt vaak niet de juiste informatie bij de telefonische hulplijnen. Daardoor gaat kostbare tijd verloren voor het sporenonderzoek, vermindert de pakkans voor de dader, en vergroot het risico op blijvende psychische en lichamelijke klachten voor het slachtoffer. Twee jaar praktijk van het Centrum Seksueel Geweld in Utrecht wijst uit dat snel en tegelijk medische, psychologische en forensische opvang bieden het slachtoffer ten goede komt en dat de aangiftebereidheid stijgt.
woensdag 10 juni 2015

Stel, je wordt na een avondje stappen met een vriendin verkracht door een kennis van haar, die jullie die avond toevallig hebben ontmoet, en met wie jullie een praatje sloegen en een glas dronken. Wat doe je? We vroegen het bij het meldpunt 1712. De hulplijn is een initiatief van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) en geeft informatie en advies over geweld, misbruik en kindermishandeling. Een doorkiesmenu verbindt je met een van de vijf provinciale meldpunten.

Vier keer vertelde de 1712-medewerker dat we de verkrachting konden laten vaststellen en sporen van de dader konden laten verzamelen bij de huisarts of in een ziekenhuis, en dat we daarna nog konden beslissen of we aangifte wilden doen bij de politie.

Helen Blow, communicatieverantwoordelijke bij 1712, bevestigt dat dit inderdaad het advies is dat 1712 geeft aan iemand die twijfelt over aangifte. De aanbeveling is ook terug te vinden in de richtlijnen seksueel geweld voor medewerkers van de hulplijn.

Fout advies, valse hoop

Helaas span je zo de kar voor het paard. Het zoeken naar sporen op het lichaam en de kleren van het slachtoffer vraagt specifieke kennis en moet volgens een vaste, wettelijke procedure verlopen. Een arts verzamelt pas bewijsmateriaal, zoals DNA, in opdracht van het parket, nadat het slachtoffer aangifte heeft gedaan bij de politie. Maar één keer adviseerde 1712 ons onomwonden om naar de politie te stappen voor aangifte, omdat een huisarts niet bevoegd is om sporen af te nemen.

Dat bevestigt ook dr. Maaike Van Overloop van huisartsenvereniging Domus Medica. Huisartsen horen volgens haar het slachtoffer vooral te overtuigen om een klacht in te dienen bij de politie.

Het sporenonderzoek na aangifte gebeurt met behulp van de zogeheten seksuele agressieset (SAS). Het gerecht kiest voor de afname van de SAS wetsdokters of artsen in ziekenhuizen met wie het hierover afspraken maakte en die ervoor zijn opgeleid. In Vlaanderen waren vorig jaar 12 van de 66 algemene ziekenhuizen gevormd in het afnemen van de SAS, blijkt uit onderzoek van het federaal steunpunt geweld op vrouwen bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

Dat niet-opgeleide ziekenhuizen geen SAS afnemen, ook niet na aangifte, maar doorverwijzen, stelden we zelf vast tijdens een kleine telefonische rondvraag. Een aantal ziekenhuizen bleef ons het antwoord schuldig op de vraag welke procedure ze volgen als een slachtoffer van verkrachting zich aanmeldt op de spoeddienst. HetInternational Centre for Reproductive Health, verbonden met het UZ Gent kwam bij een bevraging van Oost-Vlaamse ziekenhuizen tot dezelfde bevindingen.

Snel handelen

Ook als een ziekenhuis bereid is om een SAS af te nemen, betekent dat niet dat je er zomaar terecht kunt voor een onderzoek naar sporen van de dader na verkrachting. Ook hier is de voorwaarde dat je eerst aangifte doet bij de politie.

En dat moet best wel snel gebeuren, het liefst binnen de 24 uur, om nog zoveel mogelijk bewijskrachtige sporen op je lichaam te kunnen vinden. Na 72 uur al is die kans uiterst klein, bij kinderen is dat al na 24 uur.

Slechts één keer tijdens onze vijf gesprekken hoorden we van 1712 dat een sporenafname het best binnen de 72 uur gebeurt en dat we niet mochten douchen, om geen sporen te wissen. Nochtans staan deze aanbevelingen wel duidelijk in de richtlijnen voor 1712-medewerkers.

Hét meldpunt en het alternatief

In 2014 belden in heel Vlaanderen 4852 mensen naar de lijn 1712. Van hen hadden er 555 een vraag over seksueel geweld. Minister Vandeurzen gaf de cijfers begin dit jaar in antwoord op een parlementaire vraag. 1712 profileert zich als hét meldpunt voor vragen over geweld en misbruik. Meerdere instanties en organisaties in de hulpverlening verwijzen naar het nummer, en sinds kort moeten ook burgers die seksueel misbruik bij minderjarigen willen signaleren eerst naar 1712 bellen, en niet naar een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.  

De lijn 1712 is ook enkel bereikbaar op werkdagen tussen 9u en 17u. Wat doe je dan als je op een avond of in het weekend dringend hulp en advies nodig hebt? Volgens minister Vandeurzen is 1712 inderdaad niet bedoeld voor noodsituaties. Hij verwees in zijn antwoord op een parlementaire vraag daarover naar Tele-Onthaal als alternatief voor buiten de kantooruren.

We voerden op enkele avonden vier chatgesprekken met Tele-Onthaal, waarvan een als minderjarig slachtoffer van seksueel misbruik. Als veertienjarige werden we alle kanten op gestuurd: naar iemand in de omgeving met wie we erover konden praten, naar Child Focus, het Jongerenadviescentrum JAC en 1712. Maar werkelijke hulp of direct bruikbaar advies op maat van een minderjarige kwam niet uit de bus; de operator verwees niet eens naar een dokter.

Maar ook in de chatsessies als volwassen slachtoffer van verkrachting ging het tot driemaal toe fout. De Tele-Onthaal-medewerker sprak over aangifte, maar in afwachting konden we de verkrachting alvast medisch laten vaststellen en sporen laten afnemen bij de huisarts, werd gezegd. De operator stelde zelfs een ontspannend bad voor, om te bekomen (zie afbeelding).

Zie ook de volledige chatconversatie.

Noch 1712 noch Tele-Onthaal peilde naar symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS) toen we belden, of gaf er informatie over. Dat is nochtans heel belangrijk, want bijna alle slachtoffers, 94%, krijgen ermee te maken in de eerste twee weken na de verkrachting, en de symptomen zijn onbegrijpelijk en beangstigend voor het slachtoffer. Voor bijna de helft dreigt bovendien chronische PTSS, een risico dat bij mannelijke slachtoffers nog hoger is dan bij vrouwen. Wat een verkrachting doet met iemand, toont het verhaal van Eva (onder aan dit artikel), die voor ons wilde getuigen. Ze is 23 en werd het slachtoffer van seksueel misbruik en van een groepsverkrachting.

Het gevoel buiten zichzelf en de omgeving te staan, emotieloosheid, woede-uitbarstingen, slaap-, concentratie- en geheugenproblemen, hardnekkige herbelevingen en het vermijden van alles wat associaties oproept met de verkrachting, zijn kernsymptomen van PTSS. Onverwerkte herinneringen sluimeren, tot bepaalde prikkels – triggers – ze activeren en voor herbeleving zorgen. Ze overvallen het slachtoffer als flashbacks, nachtmerries, paniekaanvallen of de plotse indruk dat de verkrachting zich gaat herhalen. In een artikel dat in april op deze website verscheen gingen we dieper in op de gevolgen van PTSS voor het slachtoffer. Uit internationale studies is gebleken dat 40% tot 50% van de slachtoffers niet spontaan herstelt en chronische PTSS ontwikkelt, een cijfer dat hoger ligt bij verkrachting dan bij welke andere vorm van geweld ook, hoger dan voor soldaten in een oorlogssituatie.

Wachten op hulp

1712 verwees wel naar Slachtofferhulp voor emotionele steun en begeleiding, en om over de voor- en nadelen van aangifte te praten. Bij de ene dienst Slachtofferhulp kon het na een week, bij een andere was het streefdoel binnen de twee weken een afspraak te geven, en nog een andere konden we pas drie dagen later bellen – het was een vrijdag na een feestdag en de dienst had een brugdag. De diensten Slachtofferhulp zijn vaak overbevraagd en er zijn wachttijden, afhankelijk van plaats en moment.

Bij de Centra Geestelijke Gezondheidszorg, waar een slachtoffer naar kan worden doorverwezen als na een begeleidingsperiode bij Slachtofferhulp therapie nodig blijkt, was de wachttijd voor een eerste face-to-face-contact, in 2013, volgens cijfers van het Departement Welzijn, gemiddeld 51 dagen voor kinderen en jongeren en 37 voor volwassenen. Tot het tweede contact, het begin van de therapie, moesten kinderen en jongeren gemiddeld 52 en volwassenen 48 dagen wachten. En dat in een situatie waarin snel handelen cruciaal is.

Marijke Weewauters is diensthoofd van het federaal steunpunt geweld op vrouwen bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, en kent als geen ander de knelpunten in de aanpak van seksueel geweld in ons land. Voor haar is het duidelijk dat er een permanent bereikbare, gespecialiseerde telefonische hulplijn moet komen: “Om slachtoffers aan te sporen zo snel mogelijk aangifte te doen, hun te vertellen waarom dat snel moet gebeuren en om de psychische en lichamelijke reacties op het geweld die ze kunnen ervaren uit te leggen”.

Klacht moeilijk voor slachtoffer

Veel slachtoffers doen jammer genoeg geen aangifte, of wachten er te lang mee, waardoor belangrijke sporen onherroepelijk verloren gaan. “Een klacht indienen, ik raad het iedereen aan”, zegt Marijke Weewauters, “maar het is moeilijk voor het slachtoffer. Het denkt: ‘ik ga het negeren, ik zal er wel uit geraken’. Dat maakt ook volledig deel uit van PTSS. Maar zwijgen, geen klacht indienen, het helpt niet, niet voor je herstel en niet voor het opsporen van de dader. Het beste is direct aangifte te doen en er traumapsychologische opvang aan te koppelen. Voor België is dit nieuw”.

In Nederland bestaan sinds twee jaar Centra Seksueel Geweld (CSG), die 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 acute medische, forensische en psychologische zorg combineren. Uit een recente studie van het CSG Utrecht blijkt dat 39% van de slachtoffers die zich daar meldden binnen de twee maanden therapie kregen voor PTSS. Het snel starten met behandeling versnelde ook hun herstel. Bovendien deden ook driemaal meer slachtoffers in het CSG Utrecht aangifte dan het nationale gemiddelde in Nederland: 34% tegenover 10%.

Ook in ons land is er goede hoop dat er multidisciplinaire acute opvang voor slachtoffers van verkrachting zal komen. België tekende al in 2012 de Conventie van Istanbul ter bestrijding van geweld op vrouwen en intrafamiliaal geweld. De conventie stelt dat slachtoffers van verkrachting gecombineerde acute zorg moeten krijgen, waarbij artsen en psychologen, politie en justitie samenwerken. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs wil dat België nog deze legislatuur het verdrag ratificeert. En zodra dat is gebeurd, zal ons land ook verplicht zijn er werk van te maken.


Informatie voor slachtoffers

Ben je het slachtoffer van verkrachting of seksueel misbruik, dan vind je goede en uitgebreide informatie op de website ikzwijgnietmeer.be, een initiatief van de Vrouwenraad, of op hulpnaverkrachting.be, een website van de overheid. Check www.zelfhulp.be voor de bestaande zelfhulpgroepen


GETUIGENIS SLACHTOFFER

Eva is 23 en werd seksueel misbruikt door haar oom toen ze twaalf was. Op haar zeventiende werd ze het slachtoffer van een groepsverkrachting. Toen ze vijftien was, vluchtte ze thuis weg, toen tijdens de scheiding van haar ouders niet alleen het misbruik door haar oom aan het licht kwam maar ook dat haar vader haar zus misbruikte. “Ik praatte er toen heel veel over online met een vriendin, en mijn moeder heeft die gesprekken gelezen. Ze zette mij onder druk om over het misbruik te getuigen in de rechtszaak over de scheiding, iets waar ik totaal niet klaar voor was”.

Bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling ontkende ze plots alles. “Praat maar eens over misbruik met iemand die op een stoeltje tegenover je zit en je meteen vraagt te beschrijven wat er precies is gebeurd. Ik heb het als heel vernederend ervaren, en ik had van bij het begin het gevoel dat ik niet echt geloofd werd. De voorwaarde om thuis weg te mogen, was dat ik ging praten met het Vertrouwenscentrum, en dat had ik gedaan, dus ik ben dezelfde dag nog vertrokken. Ik had mijn koffer bij me.

Tijdens het misbruik door mijn oom, vluchtte ik in mijn hoofd. In mijn gevoel had ik controle over de situatie, niet hij. Ik wist wat er ging gebeuren, het was een patroon. Ik maakte mijzelf ook wijs dat het zo wel moest gebeuren, een vorm van coping, denk ik”.

Helemaal anders was het bij de groepsverkrachting, door drie jonge mannen, in het huis waar Eva woonde. “Daar ben ik wel alle gevoel van controle kwijtgeraakt en is het echt heel fout gelopen. Ik heb er ook zware PTSS aan overgehouden (posttraumatische stressstoornis, nvdr). Voor hen leek het wel alsof ze spelletjes speelden. Ze bonden mij bijvoorbeeld vast en penetreerden mij met een schaar. Zolang ik niet bewoog, zou het veel minder schade aanrichten, zeiden ze. Dat deden ze dan net zolang tot ik het niet meer uithield. Ze toonden me steeds opnieuw dat zij de controle hadden en dat wat ik zei of deed, niets uitmaakte. En dat urenlang, en opnieuw en opnieuw en opnieuw. Toen ik schreeuwde om hulp lachten ze me uit: ‘Schreeuw zo hard je kan, niemand hoort je’. Toen ik dat dan ook besefte en stopte met schreeuwen, voelde ik me vreselijk verslagen en verlaten. Ik was er ook van overtuigd dat ze me zouden vermoorden, en toen ik dacht dat het zover was, was ik blij. Ik was blij, dat het voorbij was, ik gaf op ... Maar tegelijk voelde ik me ook heel eenzaam, niemand zou me vinden, dacht ik.

De eerste dagen erna herinner ik me niet zo goed. Ik was vooral erg versuft, voelde mij als verdoofd. Het was zo onwerkelijk. Ik zag er niet uit, kon niet eten, zat vol blauwe plekken, kon amper stappen. Ik herinner me nog dat een meisje dat in hetzelfde huis woonde, de kamer binnenkwam en onmiddellijk leek te beseffen wat er aan de hand was. Maar ze zei niets en is voor mij de morning-afterpil gaan halen”.

Eva deed geen aangifte. “Ik durfde het huis niet uit, ik was zo angstig, ik had ontzettend veel pijn. Toch heb ik geprobeerd om aangifte te doen. Dat was toen de politie kort na de verkrachting was opgeroepen voor een gevecht in de straat. Ze hadden getuigen nodig. Ik wilde vertellen dat ik ook nog iets anders wilde zeggen, maar de agent wimpelde mij af. Ik had niet de kracht om tegen hem in te gaan. Ik was er te erg aan toe en voelde mij heel zwak”.

Eva stopte met haar middelbare school, maar heeft het diploma wel gehaald via de centrale examencommissie. “Ik heb hogere studies geprobeerd, maar ik had het geld niet en ook emotioneel was ik heel vaak niet in orde”.

Ze zocht pas enkele jaren geleden medische en psychologische hulp.

“Het heeft drie jaar geduurd voor ik het aan iemand vertelde, aan mijn beste vriendin. Ik kon er niet meer onderuit. Ik kreeg heel veel angstaanvallen, viel flauw op de tram als mijn lijf dacht iemand van de daders te herkennen nog voor ik denken kon. Het was mijn vriendin ook die uiteindelijk zei dat ik er iets aan moest doen, want dat het niet langer houdbaar was, ook voor haar niet. We hebben samen naar psychologen gezocht. Sinds een paar maanden volg ik ook EMDR-therapie (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een therapievorm voor PTSS, nvdr). Het helpt, maar ik krijg nog steeds angstaanvallen. ’s Nachts kan ik heel onverwachts schrikken van geluiden, maar dan zo extreem dat ik helemaal aan het hyperventileren ga en mij zo gespannen voel dat het pijn doet. Onlangs bij de kinesist schoot ik onmiddellijk fysiek in paniek toen hij mij op een ongelukkige manier vastpakte bij mijn nek.

Als ik nu op alles terugkijk, wou ik dat ik ergens had kunnen zijn, waar ik de tijd had kunnen krijgen om te laten doordringen wat er was gebeurd. Eén plek, een veilige plek, waar alle mensen die je op dat moment nodig hebt, samen zitten. Zodat je medische, psychologische en juridische hulp tegelijk kan krijgen, en niet naar een politiebureau, een ziekenhuis en een therapeut afzonderlijk hoeft te gaan. Nu moet je het allemaal zelf maar uitzoeken en geloof me, dat gaat gewoon niet.

Ook voor familie en vrienden van het slachtoffer vind ik hulp heel belangrijk. Het is voor hen heel moeilijk om te begrijpen wat je als slachtoffer doormaakt. Als ik een paniekaanval heb, moet overgeven en soms zo erg dissocieer dat er uren voorbijgaan waarin ik niet goed weet wat ik heb gedaan, dan klap ik helemaal dicht als iemand mij komt helpen, en ik zeg niks meer, kan de persoon niet aankijken. Ik heb dan iemand nodig die mij helpt te praten, maar vaak ben ik het die hén moet geruststellen.

Het is lang heel, heel donker geweest in mijn hoofd. Ik dacht vaak aan zelfmoord, maar zelfs dat leek geen uitweg. Het voelde alsof ze me nog steeds uitlachten. De daders, dat zijn monsters in mijn hoofd nu. Ik zou ze heel graag nog één keer recht in de ogen kijken, gewoon om van die monsters terug mensen te maken. Dat er na de verkrachting werkelijk niets is gebeurd, speelt mij vandaag nog altijd veel parten. Ik heb het gevoel dat ik ze nog steeds overal kan tegenkomen. Het maakt dat ik me nooit veilig en altijd kwetsbaar voel. Ik word nog altijd bang, als ik iemand zie die op hen lijkt of op dezelfde manier beweegt, of van een geur, of van wat dan ook dat herinneringen oproept aan de verkrachting.

Verkrachting is niet gewoon het ongewenst penetreren van een lichaam. Het is iemand ontmenselijken. En het is alsof de daders gelijk krijgen: ik kon toen niets tegen hen ondernemen, dat kan ik nu niet, en dat zal zo blijven. Daar moet ik mee leren leven. Ik voel mezelf geen slachtoffer meer van de verkrachting, die heb ik overleefd. Ik voel mezelf wel nog altijd een slachtoffer van het taboe en van een systeem dat mij niet in staat stelde aangifte te doen en de broodnodige hulp te krijgen. Een klacht indienen zal mij nu niet meer helpen. Deze getuigenis is mijn aanklacht”.

Eva is een schuilnaam

Het artikel kwam tot stand in de opleiding Internationale Researchjournalistiek, een samenwerking van het Fonds Pascal Decroos en de hogeschool Thomas More.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

3 reacties

  • door Bernardp op donderdag 11 juni 2015

    Ronduit verbijsterend dat anno 2015 we nog steeds geen permanente hulp hebben voor slachtoffers in het algemeen en seksueel geweld in het bijzonder. En ook werkelijk hallucinant dat de organisaties die er zijn, ook nog volkomen verkeerde of tegenstrijdige informatie geven!

  • door Koen Verhofstadt op donderdag 11 juni 2015

    Getuigenis over slachtoffer: een vrouw (met een verleden van zowel veelvuldig seksueel geweld als relationeel geweld) wordt op een gesloten afdeling van de psychiatrie aangerand door een medepatiënt, die zij al geruime tijd kent. Oorspronkelijk confronteert zij de dader rechtstreeks, die zich excuseert, maar "dacht dat het maar om te lachen was als ze neen zei". Wanneer zij uiteindelijk toch de begeleiding aanspreekt, wordt zij geconfronteerd met de uitlokkingstheorie, en "over-reageert": ze gooit boos een stoel om. Gevolg: bij wijze van maatregel wordt zij een week op "time-out" gezet (m.a.w. op een zeer strikt gesloten regime zonder therapie), en de dader blijft zitten waar hij zit, in het zelfde "statuut". Zij beslist klacht neer te leggen. Op haar vraag naar slachtofferhulp krijgt ze te horen dat "zij al genoeg hulp krijgt want ze zit al in de psychiatrie". Na de "time-out" wordt zij op de afdeling geconfronteerd met de dader, en vlucht. Uiteindelijk breng ik haar terug, nadat de dader is overgeplaatst, en na een bezoek aan het CAW. Een tweede gesprek met het CAW is er nu, 3 maanden na de feiten nog niet gekomen. Een kopie van haar verhoor, of zelfs een attest van klachtneerlegging, al evenmin. Inmiddels ontkent de dader, en maakt haar op het hele terrein zwart als slet (met nog een vlucht, nog een time-out tot gevolg, enz.). Ondertussen zocht ik voor deze vrouw een training in zelfverdediging en weerbaarheid. Sinds REFLEX in 2002 ophield te bestaan, wordt dat in VL. in tegenstelling tot alle omringende regio's niet meer ingericht. Naar de Franstaligen, dan maar. Zij krijgt geen toestemming, want "dat zou de hulpverlening versnipperen". En dus is de cirkel rond, want er is binnen de muren geen aanbod, behalve... de uitlokkingstheorie. Wat te doen?

  • door Vrouwenraad = Beslist Feminist op maandag 15 juni 2015

    Dringende aanpassing 1712

    Naar aanleiding van het gisteren verschenen artikel op DeWereldMorgen over hulp na verkrachting vraagt de Vrouwenraad dat de gratis hulplijn/meldpunt 1712 (geweld, misbruik en kindermishandeling) dringend aangepast wordt. Voor een adequate opvang van verkrachtingsslachtoffers is het van cruciaal belang dat mensen die hulp zoeken de juiste info krijgen van een permanent bereikbare en gespecialiseerde telefonische hulplijn en dat men hen adviseert of zelfs overtuigt om zo snel mogelijk aangifte te doen bij de politie. Anders gaat er kostbare tijd verloren voor het sporenonderzoek, vermindert de pakkans voor de dader, en vergroot het risico op blijvende psychische en lichamelijke klachten voor het slachtoffer. Meer info bij Magda De Meyer, voorzitter Vrouwenraad, 0476/94.91.31

    Middaglijnstraat 10 - 1210 Brussel - t: 02/229 38 18-19 - f: 02/229 38 66 - info@vrouwenraad.be

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties