about
Toon menu
Interview

Vakbondsmilitanten in Centraal-Amerika: "Hier zijn nog bergen werk te verrichten"

Bananen, rietsuiker, meloenen, ananas: we lusten het allemaal. Staan we er bij stil hoe die vruchten worden geproduceerd? Twee vakbondsmilitanten vertelden in Brussel over de schrijnende uitbuiting van de plantage-arbeiders in Centraal-Amerika. DeWereldMorgen.be had een verhelderend gesprek met hen.
dinsdag 17 maart 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Noé Nerio is algemeen secretaris van STEIA, de vakbond van suikerrietarbeiders in El Salvador en coördinator van het regionaal syndicaal platform van de suikerrietsector in Honduras, El Salvador en Nicaragua. Hij is in Brussel op uitnodiging van de ngo Fonds voor Ontwikkelingsssamenwerking FOS samen met zijn collega Iris Munguía. Zij leidt FESTAGRO, de syndicale koepel van de vakbonden van de agro-industrie in Honduras. In Brussel ontmoeten zij vertegenwoordigers van de Belgische vakbonden en Europese koepels. Zij praten ook met landbouwersorganisaties, organisaties voor eerlijke handel en met betrokken burgers.

Noé: “In Centraal-Amerika – net als in de rest van Latijns-Amerika – strijden wij voor iets wat hier in Europa al lang bestaat, recht op degelijk loon, arbeidscontracten, sociale rechten zoals ziekteverlof, pensioen en zwangerschapsverlof."

"Ons werk kan je in drie delen indelen: eerst en vooral is wat wij doen politiek. De overheid moet overtuigd worden van het billijke van de sociale strijd die wij voeren. Ten tweede ijveren wij voor het ontwikkelen van bilateraal en trilateraal overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers als instrument van sociaal overleg. Ten derde doen wij aan vormingswerk.”

“Niet alleen moeten veel arbeiders nog elementaire dingen leren over wat hun bestaande rechten zijn en waarom die in de praktijk niet worden erkend. Ze moeten ook geïnformeerd worden over sociale rechten die nog niet verworven zijn hier. Daarbovenop moeten de mensen weten wat vakbonden zijn en wat die voor hen kunnen doen. Dat is echt nog basiswerk. Het gebrek aan scholing en opleiding en de bittere dagelijkse strijd om te overleven maakt dat heel wat mensen niet eens weten dat het anders kan en moet.”

Iris: “Er zijn nog bergen werk te verzetten, voor de mensen hier een menswaardig bestaan kunnen opbouwen. In de drie landen waar wij werken, Honduras, Nicaragua en El Salvador, is er al een bescheiden vakbondswerking en zijn er een aantal sociale rechten, weliswaar nog zeer beperkt. In Guatemala is er gewoon nog niets. De repressie is er verschrikkelijk. De voorbije twee jaar werden er meer dan twintig vakbondsactivisten vermoord.”

“Met behulp van deze gruwelijke sociale uitbuiting is dat land met een overproductie van rietsuiker de buurlanden uit de markt aan het prijzen, waardoor de luttele rechten die er al zijn onder druk komen te staan. Dit is dus een strijd die niet elke land apart, elke sector apart kan voeren. Hiervoor is internationale syndicale samenwerking nodig.”

Noé: “In theorie is er al heel wat. De Internationale Arbeidsorganisatie, zelfs de Amerikaanse regering heeft rapporten geschreven waarin de uitbuiting van de mensen hier wordt aangeklaagd. Weliswaar doen ze dat eerder vanuit de stelling van 'oneerlijke concurrentie' dan vanuit menselijke bezorgdheid, maar toch. De mistoestanden worden wel degelijk erkend.”

“De lonen zijn hier onmenselijk laag. Gemiddeld verdient een 'bananero' hier 4 dollar per dag, dat is ongeveer 120 dollar per maand. Dit zijn bovendien seizoensarbeiders. Die hebben nooit werk het hele jaar. Ze hebben ook nooit werk dicht bij huis en moeten voortdurend van de ene plantage nar de andere. Elke dag naar huis, dat kennen die mensen niet eens. In El Salvador kan een gezin met twee kinderen redelijk leven met 600 dollar per maand. Zelfs als de ouders alle twee werken halen ze amper 240 dollar binnen, waarschijnlijk minder, want de vrouwen krijgen minder voor hetzelfde werk.”

“Het komt erop neer dat er hier twee soorten mensen bestaan: zij die een recht op leven hebben en zij die dat niet hebben.”

Iris: “Die mensen moeten zelf voor hun kledij zorgen, moeten zelf hun werkgerief kopen, een nieuw kapmes, nieuwe regenlaarzen, moeten zelf voor hun vervoer zorgen, hun overnachting, hun eten, hun drinken. Als ze zich kwetsen moeten ze dat zelf verzorgen, ziekteverzuim is uitgesloten. Zwangere vrouwen werken ofwel door tot de weeën beginnen of worden ontslagen omdat ze niet meer kunnen volgen. Dan heb ik het nog niet over het frequente seksuele misbruik door de bazen op het veld en het geweld in het algemeen tegen de arbeiders.”

“Alles is met alles verbonden. Als die mensen ginder geen sociale rechten hebben, heeft dat een negatieve impact op de sociale strijd in andere landen. Ook Europa wordt hier door verzwakt. De sociale clausules in de vrijhandelsakkoorden zijn dode letter. Zo komen ook sociale rechten in Europa onder druk.”

Noé: “Ons syndicaal werk is niet zonder gevaar. In Honduras is na de staatsgreep van 2009 de repressie tegen vakbondsmilitanten toegenomen. Wij worden regelmatig met de dood bedreigd. Collega's van mij zijn naar het buitenland moeten vluchten, omdat hun bedrijf doodseskaders betaald had om hen om te brengen. De overheid kijkt passief toe.”

“Toch heeft wat wij doen een impact. Je merkt het verschil als er enige vakbondsactiviteit is of niet. Bij de grote bananenproducenten hebben we al enkele sociale voordelen kunnen afdwingen. In de suikerriet- en de meloensector is er echter nog helemaal niets. De mensen hebben daar niet eens een contract, geen vast loon.“

Iris: “Wij willen hier komen leren uit de historische ervaring van de vakbonden. Bovendien willen we dat de mensen hier weten hoe al die lekkere vruchten in hun grootwarenhuizen terecht komen. Hier kan men ook veel voor ons doen. Zo kunnen garanties worden geëist voor billijke lonen en degelijke arbeidsvoorwaarden.“

“Je merkt het verschil. Daar waar sterke vakbonden met multinationals onderhandelen zijn de resultaten onmiskenbaar beter. Bovendien zijn multinationals hier zeer gevoelig voor hun imago. Ginder merken wij dat als er hier campagne wordt gevoerd. Wij geven de strijd niet op."

(foto's van rietkappers in het artikel: Piet den Blanken)