Banken boven de wet
Opinie - FrankVanaerschot

Banken boven de wet

De boete van negen miljard dollar die BNP Paribas vorige maand kreeg omdat ze jarenlang Amerikaanse embargo’s aan haar laars lapte, deed veel stof opwaaien. Er waren ook verontwaardigde reacties op de financiering van Soedan. Ze botsten op een overheid die aandeelhouder is van grootbanken, maar geen controle uitoefent.

vrijdag 8 augustus 2014 11:40

DeWereldMorgen.be

In de aanloop naar de uitspraak werd
de VS er in Frankrijk en België van beschuldigd Europese banken te straffen met hoge boetes
om zo de Amerikaanse banken een concurrentievoordeel te geven.
Hollande en Di Rupo kaartten de zaak zelfs aan bij Obama toen die
voor de G7 in Brussel was. Aan de andere kant kwamen er heel wat
verontwaardigde reacties toen bleek dat BNP Paribas jarenlang – en
tijdens de Darfoer-crisis – het regime in Soedan aan miljarden
dollars had geholpen.

Het nut van sommige van die embargo’s is een belangrijke politieke discussie, maar de essentie is hier dat BNP Paribas en andere grootbanken op grote schaal hun commerciële belangen laten voorgaan op het naleven van wetgeving.

Ten slotte heeft het schandaal duidelijk gemaakt
dat het aandeelhouderschap van de Belgische staat bij BNP Paribas
niet gepaard gaat met enige maatschappelijke controle op die bank. De
belangrijkste les is dan ook misschien dat er nood is aan meer
maatschappelijke controle op banken, maar dat overheden die aandeelhouder zijn van beursgenoteerde grootbanken
hiervoor niet de oplossing zijn.

Wat heeft BNP met een Amerikaans embargo te maken?

De VS heeft embargo’s
tegen enkele landen
waar ze geen goede relaties mee onderhoudt en
die ze ervan beschuldigt het niet nauw te nemen met mensenrechten en
democratie. Iran, Soedan, Syrië, Noord Korea en Cuba zijn enkele
voorbeelden. Daarnaast is er een embargo tegen bepaalde
organisaties en individuen, waarvan de VS oordeelt dat ze
terroristisch of crimineel zijn.

Deze embargo’s houden in dat elke transactie in dollars die in
de VS verwerkt wordt
met actoren onder embargo als tegenpartij
verboden is. Het maakt niet of je een Amerikaanse bank bent of niet. Als je een betaling in dollars van of naar een land of persoon onder
embargo langs de VS laat passeren, ga je tegen het embargo in. En dat
heeft BNP Paribas op grote schaal gedaan, net als andere grootbanken
ING
en HSBC kregen gelijkaardige boetes opgelegd
i
en er zijn onderzoeken bezig tegen onder andere Deutsche Bank,
Commerzbank, Credit Agricole en Société Générale.

Deze embargo’s maken deel uit van het buitenlands
beleid van de VS
. Op de lijst van de VS zijn ongetwijfeld
personen en landen met ongure praktijken terug te vinden, maar er
zijn ook heel wat van zulke personen en landen
die niet op deze lijst staan. Pakistan bijvoorbeeld: Amerika hield er
in het verleden rekening mee dat de autoriteiten daar banden zouden
hebben met Al Qaeda, maar een embargo is er niet aangezien Pakistan
een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de regio is. Daarnaast
staan er landen op de lijst waarvan men zich kan afvragen waarom ze
economische sancties opgelegd moeten krijgen. Embargo’s zijn,
kortom, politieke keuzes.

Maar het is natuurlijk niet aan een privébedrijf zoals BNP Paribas
om te kiezen of een wet die in een land van kracht is, al dan niet
nageleefd moet worden. In deze algemene formulering komt de ware aard
van het probleem naar boven. BNP stelt haar commerciële belangen
voor die van het naleven van de wet. We moeten dan ook kritisch
kijken naar de steun
die Frankrijk bij Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië heeft
gevonden
om de hoge boetes die de VS aan buitenlandse banken
geeft aan te kaarten op de G20. Ze accepteren wel het feit dat BNP
strafbaar is, maar vinden de boete buitenproportioneel. Een zinvolle
discussie zou kunnen gaan over de sancties zelf of over hoe
internationale samenwerking van banken in verband met illegale
praktijken (waar nog tal van andere voorbeelden van zijn) aangepakt
kan worden. Het is de Europese landen echter enkel om de hoogte van
de boetes te doen.

Viseert de VS enkel buitenlandse banken?

Het argument dat de Amerikaanse overheid buitenlandse banken
disproportioneel straft, is ontoereikend. De recordboete
gaat naar de Amerikaanse bank JP Morgan, die vorig jaar een deal
sloot met het Amerikaanse ministerie van Justitie om een boete te
betalen van 13 miljard dollar voor fraude met hypotheekleningen (er
gaan in de VS wel stemmen op die zeggen dat de boete niet voldoende
is om de slachtoffers van de hypotheekfraude te compenseren). Er
zijn meer banken (HSBC, Credit Suisse) beboet voor het op grote
schaal witwassen van drugsgeld en het helpen van Amerikanen om hun
belastingen te ontduiken.

Het is voorbarig te stellen dat banken in
de VS nu adequaat aangepakt worden – en we komen later terug op
waarom dit ook voor BNP Paribas het geval is – maar er zijn wel een
aantal Amerikaanse toezichthouders die proberen harder op te treden
dan de extreem lakse houding tegenover banken die de gewoonte werd in
de laatste decennia.

Het is belangrijk voor ons om in het achterhoofd
te houden dat we in Europa geen lessen te leren hebben aan de VS op
dit vlak. Onze regulering en aanpak van banken is nog lakser dan aan
de overkant van de oceaan, wat ook de reden is waarom de Europese
commissie en banken aan beide kanten van de grote plas aandringen om
de financiële sector op te nemen in het vrijhandelsakkoord tussen de
VS en de EU, maar
de VS de boot afhoudt
.

Wat heeft BNP Paribas gedaan?

Uit het dossier
van het Amerikaanse ministerie van Justitie blijkt dat BNP Paribas
jarenlang bewust de embargo’s tegen Cuba, Iran en Soedan verbroken
heeft. Om de betalingen onopgemerkt in de VS binnen te krijgen,
werden betalingsgegevens vervalst en constructies met verschillende
andere banken opgezet om de indruk te wekken dat het geld niet van
een land onder embargo kwam. Vooral dit laatste is een element dat
onderbelicht blijft in de pers. Hoewel verschillende banken reeds een
boete hebben gekregen, worden dit steeds als opzichzelfstaande
gevallen beschouwd. De constructies die opgezet worden om de
afkomst van geldstromen te verdoezelen, zijn echter enkel mogelijk door de
samenwerking van verschillende banken.

Voorts geeft het dossier een blik achter de schermen over de
prioriteiten die binnen een bankgroep als BNP gelden. Er is een
overvloed aan correspondentie tussen personeel, vooral uit
compliance’, de afdeling van een bank die controleert of
de regelgeving gerespecteerd wordt. Sommige medewerkers stellen
vragen over de transacties, maar worden vanuit het management
genegeerd of teruggefloten.

Opvallend is daarbij vooral het verslag
na een vergadering in juli 2006 van het management in Parijs nadat
onomstotelijk duidelijk is geworden door extern juridisch advies dat
BNP Paribas aansprakelijk is voor transacties die van Soedan via BNP
Paribas Genève en een andere Amerikaanse bank lopen. De conclusie
van de vergadering luidt: “We hebben een historische relatie met
deze klanten en de commerciële belangen zijn significant. Daarom zal
de afdeling compliance het voortzetten van deze activiteiten niet
verhinderen.”

Het systeem voor autonomie bij managers

Dergelijke stiefmoederlijke
behandeling van compliance werd ook bij HSBC
vastgesteld
. De Amerikaanse senaat ondervroeg de voormalige chef
compliance David Bagley die op de dag zelf ontslag had genomen. Hij
gaf toe dat hij geen macht had binnen het bedrijf. Zijn ex-collega
Paul Thurston die op groepsniveau verantwoordelijk was voor retail
banking
(bankactiviteit waarlangs het witwassen van drugsgeld
gebeurde) ging nog verder door te stellen dat het business model van
HSBC effectieve controle in de weg staat: “Managers van filialen
hebben veel autonomie en zijn gericht op groei. Ze worden hiertoe
gestimuleerd door een bonusbeleid dat groei en nieuwe klanten
beloont, niet kwaliteitscontrole.”

We moeten de spontane reactie weerstaan om de schandalen bij deze
banken te reduceren tot gevallen van hebzucht en corruptie. Als
zoveel grootbanken hieraan schuldig zijn, is de vraag eerder wat
het systeem is dat het management van BNP Paribas aanmoedigt om hun
commerciële belangen hoger in het vaandel te dragen dan het naleven
van wetgeving.

Toen HSBC voor gelijkaardige praktijken (en zoals reeds gezegd, het
witwassen van drugsgeld en belastingontduiking) een boete van 1,9
miljard dollar kreeg, ontstond de slagzin ‘Too Big To Jail’. Het
Amerikaanse ministerie van Justitie was er namelijk van overtuigd dat
de bank effectief veroordelen, het voortbestaan van de bank en de
stabiliteit van de financiële markten in gevaar zou brengen. Daarom
koos de VS ervoor een minnelijke schikking te sluiten. Bij BNP ligt
de boete hoger en is er wel een schuldbekentenis, maar geen criminele
veroordeling (niemand gaat de gevangenis in). Credit Suisse was
enkele maanden voor BNP de eerste bank die schuldig pleitte in de VS.

Daarnaast krijgt de bank een verbod op bepaalde dollartransacties
voor een jaar en moesten enkele personeelsleden ontslag nemen, onder
andere de CEO van BNP Genève. De boete en de andere maatregelen zijn
strenger uitgevallen dan de bank voorzien had. En we
zien in de pers
dat ook BNP Paribas het argument van de
financiële stabiliteit gebruikte om een
lagere straf te bekomen. Nu de financiële markten in iets minder
tumultueuze wateren verkeren, heeft het Amerikaans ministerie van
Justitie het aangedurfd wat kordater te zijn, maar de vraag is of er
echt iets veranderd is.

Aandeelhouders zonder controle

Het Amerikaans ministerie van Justitie heeft het
over een afschrikeffect en waarschuwt de openbare aanklagers van banken
dat inbreuken op embargo’s bestraft zullen worden. Zijn deze
schijnbaar harde maatregelen ook doeltreffend? Met andere woorden:
hebben we nu betere garanties dat banken de wet zullen respecteren?
Zo hoog de boete is, zo afwezig is de vertaling in maatregelen om
BNP beter te controleren. Het dossier bomvol bewijsmateriaal eindigt
flauwtjes met de zin: “BNP Paribas heeft ook verschillende stappen
ondernomen om de sancties beter na te leven.” Welke stappen? En wie
kijkt er op toe? We leren er niets van.

Zo komen we ten slotte in België terecht. Op 30 juni komen we te
weten dat de boete 8,9 miljard dollar bedraagt en geeft de VS het
hierboven besproken dossier vrij. De verontwaardiging over de
diensten die BNP Paribas aan het Soedanese regime leverde groeit en
de aandacht gaat al snel richting de Belgische staat, die met 10,3 procent aandelen de grootste aandeelhouder van BNP Paribas is. Dat is een
gevolg
van de bankencrisis
in 2008. Toen Fortis omviel,
nationaliseerde de Belgische staat de bank, met als doel ze meteen te
verkopen. BNP Paribas was de enige geïnteresseerde en nam 75 procent van de
Fortis-aandelen van de Belgische staat over en gaf hiervoor in ruil
aandelen van de groep BNP Paribas. Sindsdien gaat de bank in België
door het leven als BNP Paribas Fortis. November 2013 werden de
25 procent resterende aandelen die de overheid in BNP Paribas Fortis had
verkocht aan de groep BNP Paribas om de schuldgraad van België onder
de symbolische 100 procent te duwen. Groepsaandelen houdt de staat nog bij,
er wordt gehoopt nog wat geld uit te verdienen.

Als grootste aandeelhouder moest de regering opbiechten niet op de
hoogte te zijn van de betrekkingen met Soedan. Toen België
aandeelhouder van BNP Paribas werd, mocht het twee bestuurders
voordragen, maar die moesten wel aanvaard worden door de raad van
bestuur en benoemd worden door de aandeelhouders van BNP Paribas. In
de nasleep van de redding van de drie grootste banken in 2008 kwam er
geen
antwoord
op de vraag hoe er transparantie en verantwoording zou
afgelegd worden voor het belastinggeld dat de staat in deze banken
investeerde. Anno 2014 laat een van de door België voorgestelde
bestuurders bij BNP Paribas – Emiel Van Broekhoven – zonder
blikken of blozen weten dat hij niet rapporteert aan de minister van
Financiën of eender wie. Ze zijn onafhankelijke bestuurders. In een
interview met De Standaard (9/7/2014) oppert hij dat de
vennootschapswet niet toelaat dat een onafhankelijke bestuurder
informatie doorspeelt. Door de nadruk te leggen op de slechte
onderhandelingspositie waarin België zich bevond, veegt hij het
ontbreken van enig formeel controlemechanisme vervolgens vakkundig
onder de mat.

Relatie staat en banken

De minister van Financiën kijkt zelf dan ook als aandeelhouder naar
de hele kwestie. Zijn eerste
reactie
was er een van opluchting omdat “de winst en het
dividend niet aangetast zijn”. Toen hij later in het parlement
uitleg moest komen geven, zei
hij
dat “de grootste fout van BNP Paribas is dat de bank te
lang getalmd heeft met het stopzetten van verboden transacties die
tussen midden 2006 en midden 2007 plaatsvonden”. In het dossier
staat zwart op wit waar dat getalm vandaan kwam. De bank wist dat de
transacties illegaal waren, maar hun commerciële belangen wogen
zwaarder. Geens besloot dat de bank een tweede kans waard is omdat ze
schuld heeft bekend. Maar over hoe nutteloos het mandaat van de
bestuurders is en over het gebrek aan maatschappelijke controle
zwijgt hij even hard als het Amerikaanse ministerie van Justitie.

Dit schandaal maakt, net als de crisis van 2008 en de vele andere
bankenschandalen die sindsdien aan het licht gekomen zijn, duidelijk
dat er nood is aan maatschappelijke controle over banken. Overheden
die sinds de financiële crisis aandeelhouder zijn geworden van
banken, bieden die controle niet. Moeten we de aandelen dan verkopen?
Onder andere Open VLD vraagt om een snelle verkoop van de aandelen.
De staat zou dan niet meer geassocieerd worden met zulke schandalen.
Maar wat biedt het als oplossing voor het achterliggende probleem?
Dat voor deze banken alles, zelfs de wet, moet wijken voor hun
commerciële belangen? De relatie tussen de staat en deze banken is
paradoxaal. Als aandeelhouder is ze sinds 2008 zelf een drijvende
kracht achter dit systemisch probleem.

Toch zal maatschappelijke
controle langs publieke instellingen moeten lopen om daadkrachtig te
zijn. Enkel een beweging vanuit de samenleving kan de greep van
kapitaal op de staat pareren. Het is positief dat er burgers en
organisaties zijn die het excuusverhaal van BNP Paribas en de
minister van Financiën niet pikken en, bijvoorbeeld, van bank willen
veranderen. Het is een goede stap van bankklanten, die we ook als een
politiek signaal kunnen gebruiken.

take down
the paywall
steun ons nu!