about
Toon menu
Analyse

Wat is agro-ecologie?

In het voorjaar leverde 'onze' Olivier De Schutter voor de VN zijn rapport af met de titel 'Agro-ecologie en het recht op voedsel' (1). Meer en meer duikt het begrip agro-ecologie op. In academische middens is het denken erover zelfs in een stroomversnelling geraakt en Wervel sleurt u er graag even in mee. Al was het maar omdat het aanstekelijk werkt.
vrijdag 2 december 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

“Optima zijn veel belangrijker dan maxima”

Begin juni 2011 stelde prof. Erik Mathijs als rapporteur voor de Europese Commissie (2) een rapport voor in het Boudewijngebouw over de toekomst van het landbouwonderzoek. De titel luidde: 'Duurzame voedselconsumptie en -productie in een context van schaarse grondstoffen'.

Het rapport deed de verwachtingen hoog oplopen en het verzamelde landbouw-establishment maakt er - aan de reacties te horen, voor het eerst - kennis met voorheen onbekende begrippen zoals agro-ecologie of het 'sufficiëntieverhaal' als alternatief voor het 'productiviteitsverhaal'.

In het kort: het productiviteitsverhaal, stelt productieverhoging als doel voorop vanuit een logica van economische groei en vrijmaking van de handel. Of met een slogan: more with less.

Het sufficiëntieverhaal daarentegen tracht vanuit een besef dat er - ecologische en sociale - grenzen bestaan de aandacht te vestigen op de preventie van verspilling en overconsumptie, de verandering van consumptiepatronen, de herlokalisering van voedselsystemen. Of met een slogan: less is more.

Hoewel het jargon deels nieuw is, voelt men in de sector aan dat er iets van aan is, dat we effectief de bril waarmee we hebben leren kijken, moeten durven omruilen voor een andere. Zo beaamde Boerenbond-woordvoerder Anne-Marie Vangeenberghe - in volle varkenscrisis nota bene -  dat “optima veel belangrijker zijn dan maxima”.

Die laatste extra kilo product per hectare heeft misschien wel een extreem hoog kostenplaatje. Minder en beter dus. De hete ggo-aardappel, die Erik Mathijs durfde aanhalen als illustratie van het productiviteitsverhaal, werd nadien noch door ILVO noch door Boerenbond weer uit het vuur gehaald.

Hoewel ik aangenaam verrast was agro-ecologie in zo'n context te zien opduiken, bleef ik wel op mijn honger bij de omschrijving van wat agro-ecologie eigenlijk is, want het is meer dan louter wetenschap of een verzameling landbouwpraktijken.

Qu'est ce que l'agroécologie?

Op academisch vlak is vooral in de zuidelijke landshelft de interesse voor het thema duidelijk aanwezig. Onderzoekers van de Université Catholique de Louvain (UCL), het Centre Wallon de Recherches agronomiques (CRA-W), de Université de Liège (ULg), de Université Libre de Bruxelles (ULB) alsook de UGent, publiceerden in augustus een positiepaper 'Qu'est ce que l'agroécologie?' (3).

Daarin lichten ze definitie, historiek, principes en toekomstperspectieven kort toe. Hierna volgt een beperkte samenvatting van deze tekst. De auteurs definiëren agro-ecologie als de toepassing van ecologie op de studie, het ontwerp en het beheer van voedingssystemen. Deze definitie heeft zich in de loop van de tijd verbreed: vroeger lag de focus alleen op het agro-ecosysteem, nu komen de socio-economische aspecten ook veel meer in beeld.

Decennia lang al wordt over agro-ecologie nagedacht, het is geen nieuw domein, maar raakte bij ons wel volledig gemarginaliseerd door het productiviteitsverhaal. Eindelijk lijkt daar nu verandering in te komen, maar het mag gerust wat sneller gaan.

Sociale strijd

Essentieel – en helaas soms vergeten – is dat agro-ecologie, naast een rits praktijken en een wetenschappelijke discipline, ook een sociale beweging is, of zelfs een sociale strijd. Het is een strijd voor voedselsoevereiniteit en autonomie (zie de Verklaring van Nyeleni (4)) die systeemkritiek durft te geven en de nefaste gevolgen van industriële landbouw wereldwijd aanklaagt.

Agro-ecologie heeft dus ook een luis-in-de-pelsfunctie voor de heersende visies op landbouw en op natuurbehoud volgens de auteurs van de positiepaper. Nu is de dominante visie eigenlijk de gewapende vrede van het scheidingsdenken: ieder doet op zijn domein zijn eigen ding.

Agro-ecologische kennis daarentegen komt tot stand door interdisciplinair en geïntegreerd te werken: landbouwers, natuurbeheerders, NGO's, burgers en wetenschappers definiëren samen de problemen en denken ieder vanuit hun realiteit aan mogelijke oplossingen, en dat binnen een overheidskader dat experimenteren aanmoedigt.

Voor degenen die ooit de publicatie 'Erven van de toekomst' lazen: het pleidooi voor 'transdisciplinariteit' dat daarin gehouden werd, doet sterk denken aan de methoden van agro-ecologisch onderzoek.

Principes van agro-ecologie (5)

1. Recyclage van biomassa toelaten, de beschikbaarheid van voedingsstoffen optimaliseren en de nutriëntenkringloop in evenwicht brengen.

2. Gunstige groeiomstandigheden voor planten waarborgen door het organische stofgehalte te beheren en het bodemleven te verbeteren. Dat veronderstelt een drastische vermindering van het gebruik van externe chemische inputs.

3. Verliezen minimaliseren van wat zonlicht, water en bodem te bieden hebben door microklimaatbeheer, wateropvang, bodembeheer door middel van  groenbedekking en territoriale complementariteit tussen veeteelt en gewasteelt.

4. Genetische diversificatie van gewassen en rassen in het agro-ecosysteem nastreven in tijd en ruimte.

5. Goedaardige interacties en biologische synergieën toelaten tussen verschillende elementen van de agrobiodiversiteit om sleutelprocessen en -ecosysteemdiensten vooruit te helpen.

Onderzoekers in Frankrijk voegen daar nog enkele principes aan toe, zoals het streven naar veerkracht en aanpasbaarheid, het evenwicht tussen korte- en langetermijnoverwegingen, zero-inputsystemen als studieobject, combinatie van verschillende innovaties op hetzelfde perceel, participatieve zaadveredeling, ... Werk genoeg!

Zit het landbouwonderzoek vastgeroest?

Agro-ecologische onderzoekers zitten vooral in de rijke landen in een minderheidspositie als we naar het officieel landbouwonderzoek kijken. Ze achten het essentieel dat de agro-ecologie een stevige en autonome plaats verwerft in de landbouwwetenschap. Op die manier geraken we langzaam uit “het vastgeroeste regime van kennisproductie dat de verscheidenheid aan oplossingsmogelijkheden inkrimpt en een gevaar betekent ten aanzien van de complexiteit van problemen waar onze maatschappij voor staat” (sic) (6).

Volgens het eerder vermelde rapport van Erik Mathijs (en anderen) is het precies daar waar een grote uitdaging ligt. Meer nog: voor het welslagen van de noodzakelijke socio-ecologische transitie van voedselsystemen is het een voorwaarde dat er zowel in onderzoek als in onderwijs een nieuwe discipline komt: agro-ecologie.

Agro-ecologische case agroforestry becijferd: brengt koolstofopslag binnenkort meer op dan gewasproductie?

Wetenschappers van het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO), meer bepaald Joris Aertsens, Leo De Nocker, Dieter Cuypers en Anne Gobin berekenden dit jaar het potentieel van verschillende landbouwpraktijken om koolstof op te slaan in de bodem en meerjarige begroeiing (7).

Ze becijferden hoeveel koolstof er wordt opgeslagen bij praktijken zoals agroforestry, hagen, niet-kerende bodembewerking en groenbedekkers.

Er is een enorm technisch potentieel in de EU: 37 procent van alle broeikasemissies in de EU kan door deze landbouwpraktijken vastgelegd worden. Vooral agroforestry springt er met 90 procent van het potentieel als erg beloftevol uit: de potentiële klimaatwaarde van deze praktijk wordt voor 2012 geschat op 282 euro/ha.

Omdat in de toekomst het moeilijker en duurder wordt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, stijgt de maatschappelijke waarde van koolstofopslag geleidelijk tot 1007 euro/ha in 2030.

De auteurs pleiten dan ook voor een verhoogde steun als vergoeding voor de positieve externaliteit (tegengaan van klimaatverandering) die agroforestry levert. Die aanbeveling is in lijn met hetgeen verschillende VN-rapporten al een tijd lang aanbevelen: een financiële vergoeding voor het verschaffen van ecosysteemdiensten.

Het is één van de manieren om agro-ecologische intensivering meer kansen te geven.

Eindelijk weer koolstof in de landbouwbodems

Historisch is er heel wat koolstof verdwenen uit landbouwbodems. De laatste decennia is dat in Noordwest-Europa vooral toe te schrijven (te danken?) aan het dieper ploegen, de verminderde aanvoer van stabiele organische stof en de omvorming van grasland naar akkers. Landbouwbodems zijn nu zelfs een netto-bron van broeikasgassen geworden.

Die trend omkeren, heeft zowel voor het klimaat als voor de bodemvruchtbaarheid alleen maar voordelen. Organische stof (koolstof) blijft de sleutelindicator voor een goede bodemkwaliteit. Minder erosie, een hogere buffer- en filtercapaciteit, een goede waterhuishouding en een rijke habitat voor levende organismen zijn kenmerken van voldoende organische stof.

De laatste twintig jaar is het aantal percelen met te weinig organische stof in Vlaanderen toegenomen tot de helft van alle akkerland. Dringend tijd dus om die trend te keren.

Jeroen Watté

Jeroen Watté is medewerker communicatie en agro-ecologie bij Wervel vzw, Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw.

Voetnoten

(1) Het rapport (in het Engels) 'Agro-ecology and the right to food': http://www.srfood.org/images/stories/pdf/officialreports/20110308_a-hrc-16-49_agroecology_en.pdf

(2) Meer bepaald voor de '3rd Foresight Expert Group' van het 'Standing Committee on Agricultural Research (SCAR)'. Het rapport zelf is (in het Engels) te vinden op: ec.europa.eu/research/agriculture/conference/feg3_en.htm

(3) De integrale paper is meer dan de moeite waard en (in het Frans) te downloaden op: http://web.me.com/philogene/Agroecologie.be/Quest_que_lagro%C3%A9cologie.html

(4) Verklaring van Nyeleni: http://www.nyelenieurope.net/index.php?option=com_docman&task=doc_download&gid=102&Itemid=190&lang=nl

(5) In de position paper worden nog meer principes opgesomd, enkel de vijf eerste worden hier opgesomd.

(6) Voor een gevalstudie van dit vastgeroest zijn: lees het artikel 'Tarweveredeling vastgeroest' in Wervelkrant, 2010/2 - http://www.wervel.be/downloads/wervelkrant2010-2.pdf

(7) Koolstofopslag betekent dat het broeikasgas koolstofdioxide vastgelegd wordt door fotosynthese in levende planten en blijvend uit de atmosfeer wordt gehaald. Koolstofopslag wordt ook wel - sequestratie genoemd of - fixatie en vermindert het broeikaseffect.

reacties

3 reacties

  • door Joe op maandag 5 december 2011

    Enkele jaren geleden was ik voor mijn werk betrokken bij een project en hieraan gelinkt de vraag of "landgoederen", zoals in Nederland bestaan, ook in België realiseerbaar zijn. Het is overduidelijk dat een dergelijke wetgeving die landgoederen mogelijk maakt overduidelijk een stap in de goeie richting zou zijn tov wat in het artikel hierboven beschreven wordt. Door ons research wisten we zeer goed wat we moesten voorstellen, daarom hebben we ook een project-case/study-case voorgesteld aan de Belgische regering. Deze beantwoordde dat ons voorstel "te uitgebreid" was, maw: de besluiten/conclusies van ons onderzoek zouden te volledig zijn en dus te weinig ruimte overlaten voor politiek getrek en geduw. Daarom werd ons project afgekeurd... Is dit niet knettergek? Oftewel is een project goed en doordacht, iets waar iedereen uit kan leren - oftewel is het slecht en een "waste of time", maar dat een dergelijk uitzonderlijk onderzoeksproject wordt afgekeurd omdat het "te diepgaand is"..? De politiek was toen (maar of dit ondertussen veranderd is betwijfel ik) niet te vinden voor een onderzoek dat simpelweg duidelijke en klare resultaten zou opleveren, ze hadden enkel oog voor projecten waarvan de resultaten "politiek bespeelbaar" waren...

  • door Lieven Van Holm op dinsdag 6 december 2011

    Jeroen het vak werd 40 jaar geleden al gegeven in de opleiding landbouw.

    • door Jeroen Watté op woensdag 7 december 2011

      Beste Lieven, dank voor je reactie. Bij eerste publicatie van dit artikel in de Wervelkrant 2011/3, kregen we een (weliswaar uitgebreidere) reactie van Eric Goewie (voormalig professor van Wageningen), die wel mogelijks - je punt is niet helemaal duidelijk - in de richting gaat van wat jij bedoelt. Ik neem ze hieronder over, samen met mijn reactie daarop, in de hoop de mist te doen opklaren. Hij verwijst naar een overigens erg interessante reportage op Nl. TV die je kan herbekijken op http://www.wervel.be/deslagomonsvoedsel

      Reactie op het artikel “Wat is agro-ecologie”? In de Wervelkrant van september 2011, blz. 18 staat een artikel “Wat is agro-ecologie”? Graag reageer ik daarop. Agro-ecologie is een wetenschap die aan de Universiteit van Wageningen onder de naam “produktie-ecologie” wordt gedoceerd. Het vak was bedoeld om de effecten van intensieve landbouw op ecosystemen beheersbaar te maken. Professor C.T. de Wit, de eerste hoogleraar produktie-ecologie, ontwikkelde geautomatiseerde berekeningsmethoden voor agrariërs, voorlichters en onderzoekers. Die methodes, in de praktijk bekend als “optimaliseringsmodellen”, hielpen te berekenen hoeveel inputs een gewenste opbrengst nodig heeft om een rendabele produktie per bedrijf te krijgen. De methode maakt ook mogelijk dat er niet méér inputs (bv bestrijdingsmiddelen, kunstmest) worden gebruikt dan noodzakelijk. Zo verminderde niet alleen de uitstoot naar de omgeving, maar ook de produktiekosten.

      Voor talloze produkten zijn er rekenmodellen. De modellen worden ontwikkeld aan de hand van gecontroleerde veldproeven. Alles is in zo’n veld meetbaar gemaakt. Zo’n veld lijkt meer op een laboratorium dan op een van nature aanwezig ecosysteem. Daarnaast is er nog een probleem. Toepassing van optimaliseringstechnieken is zinvol voor grote landbouwarealen en voor toepassing van dure middelen (chemie, ggo’s). Daarom wordt de methode in arme landen toegepast op de teelt van cash-crops (soja, oliepalm, noten, bloemen, tarwe, maïs, rijst, etc.). Rijke landen passen de techniek toe in produktiesystemen waarvan de hoge investeringskosten snel moeten worden terugverdiend.

      Zo weten we nu alles over landbouwgewassen in een gecontroleerde produktieomgeving, maar weinig over hun verband met milieu, natuur, derde wereld vragen en afzetketens. De afgelopen 10 tot 20 jaar was alles gericht op schaalvergroting en verlaging van de kostprijs, niet op milieu, natuur, armoede- en vooral hongerbestrijding. Voor kleine boeren, veelal overlevers, zijn rekenmodellen niet toepasbaar.

      Op politiek niveau leidt dat tot discussies over de rol van optimaliseringstechnieken en armoedebestrijding. De FAO, nogal beïnvloed door het Wageningse agro-productie denken, staat recht tegenover het denken van de VN-voedselrapporteur De Schutter, die de positie van de arme boer als uitgangspunt neemt. Een recente uitzending op AVRO Levy en de slag om ons voedsel maakte dat erg duidelijk. "Land grabbing" door grote investeerders in arme landen heeft daarom een grote vlucht kunnen nemen. De optimaliseringstechnieken maken investeerders duidelijk waar hun rendementen het hoogst kunnen zijn en zo zie je bijvoorbeeld de oliepalmplantages in Maleisië en Indonesië snel toenemen net als de rijst- en cashewnotenteelt in Mozambique. Optimaliseringstechnieken worden steeds minder gebruikt voor vermindering van inputs. Agro-ecologie is dus goed voor grote bedrijven en zinloos voor kleine, arme boeren.

      Conclusie: agro-ecologie zoals in het Wervel artikel beschreven, is niet hetzelfde als ecologische agronomie (ecologische of biologische landbouw). Wervel richt zich op het laatste. Daarom lijkt het artikel iets tegengestelds te presenteren dan Wervel bedoeld heeft.

      Eric Goewie

      REACTIE Danku voor deze waardevolle reactie. Wervel tracht steeds te wijzen op de pervertering en greenwashing van bepaalde inhouden en helaas loert dat gevaar steeds om de hoek. Wat u schetst als “agro-ecologie op zijn Wageningens” is een exacte beschrijving van wat De Schutter en het IAASTD (en Wervel) bedoelen met de moderne industriële landbouw.Het is een landbouw die het gebruik van externe inputs wel rationaliseert - omdat ze geld kosten – maar er niet naar streeft die te vervangen door ecosysteemdiensten. In de landbouw die u beschrijft is biodiversiteit immers geen productiefactor die kennisintensief moet aangewend worden, en zijn veerkracht en autonomie geen streefdoel, maar grootschaligheid wel. De inbedding van de landbouwproductie in een maatschappelijke context waar milieu, honger- en armoedebestrijding van belang zijn, is al helemaal zoek in agro-ecologie op zijn Wageningens, zeker als ook landgrabbing daar een uiting van is. Nochtans kent de 'agroecologia' zoals Wervel die omschreef als sociale strijd precies in Latijns-Amerika een grote aanhang omwille van de expansiedrang van het agro-industrieel complex die zich daar in zijn meest extreme dimensie toont. De groeiende agroecologia-beweging strijdt er voor honger- en armoedebestrijding via hoogproductieve landbouw voor lokale afzet, die weinig externe inputs gebruikt.

      De “Wageningense agro-ecologie” daarentegen is synoniem voor de moderne industriële landbouw en daarmee een schoolvoorbeeld van je reinste greenwashing. Dat hoeft niet te verwonderen: de belangen van de agro-industrie en het handelssysteem dat erop geënt is, zijn zeer groot. Dat de minuscule landjes België en Nederland behoren tot de globale top 10 wat betreft agro-exportwaarde, is trouwens altijd het eerste wat politici zeggen als er over landbouw moet gepraat worden. Het agro-industriële complex zorgt er niet alleen voor dat de boer en zijn inkomen hoe langer hoe sneller verdwijnen, maar bewaakt ook de perceptie en het imago via zovele – zogenaamde onafhankelijke – media. De statusquo mag niet in vraag gesteld worden, de hoofdconclusie van IAASTD over landbouw: “business as usual is no longer an option” is volstrekt taboe. Het duurzaamheidsdiscours van het agro-industrieel complex komt er op neer dat de milieuschade – die niet in vraag wordt gesteld – moet verminderd worden. Terwijl de echte uitdaging erin zou moeten bestaan om de – momenteel snel verdwijnende ecosysteemdiensten – zo snel mogelijk terug te introduceren, ze zijn immers niet alleen cruciaal voor het voorbestaan van de landbouwproductie zelf, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.

      In een poging om temidden de mist die wordt gespuid over “intensivering” (zie elders in deze krant) wat klaarheid te scheppen, lanceerde Wervel de term “agro-ecologische intensivering”. Dat staat voor het intensiever aanwenden van ecosysteemdiensten, omdat zij grotendeels de inputs (die geld kosten en milieuschade berokkenen) kunnen vervangen. Een voldoende productiviteit blijft daarbij een evenwaardig streefdoel, maar niet ten koste van boer en milieu. Een toepassing van agro-ecologische intensivering is bijvoorbeeld agroforestry (het combineren van bomen en landbouwteelten op hetzelfde perceel): productiever dan monocultuur en ook rendabeler voor de boer. Bovendien zijn de maatschappelijke diensten zoals bvb. overstromingspreventie van onschatbare waarde. Het VITO deed de oefening om bvb. de koolstoffixatie van agroforestry te kwantificeren en kwam uit op een aanzienlijke meerwaarde, wat in het artikel werd aangehaald.

      Professor Eric Goewie waarschuwt ons terecht voor een technologische kaping en uitholling van agro-ecologie. Zonder holistische ingesteldheid over landbouw geen agro-ecologie.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties