Weer leven met minder? Och, als onze zielen maar goede zorg ontvangen.

Weer leven met minder? Och, als onze zielen maar goede zorg ontvangen.

woensdag 26 oktober 2016 10:52

Wij hebben het goed. Maar we zijn bang om met minder te moeten leven in de toekomst. Een stuk afstand doen van ons vaak vrij uitgebreide bezit en van de technische toestellen die nu onmisbaar lijken, het is nochtans een Universele Roeping. Het is een genereuze geste waar de duizend Generaties die  na ons komen, nu al op aandringen. Wij moeten van die change misschien toch niet bang van zijn, wel integendeel. Less is more. Om dat geheim te begrijpen en te ontginnen, kan de mens volgens mij inspiratie vinden in enkele bijzondere, vaak onopgemerkt gebleven niches, namelijk bij traditioneel levende inheemse volkeren, bij bepaalde heiligen en bij de wilde dieren.  (3200 woorden)

We eten goed, we hebben na het werk muziek om ons heen, gezelschap en goede lectuur… Het gaat vrij goed. Ondanks stress, werkdruk, tijdsdruk, eenzaamheid, persoonlijke en politieke onzekerheid, haat op de (sociale) media, overvolle wegen, volle ziekenhuizen en dito geestelijke asielen. Toch is het dringend nodig het roer wat bij te sturen. Met onze leefstijl… wij maken onze omgeving kapot, in nooit tijdens de geschiedenis van de aarde geziene mate. Wij rijden de Aarde, onszelf en elkaar naar de maan.


Is het geen tijd om weer natuurlijk-nederig en normaal-menselijk-sociaal, blij, behulpzaam en openhartig te gaan leven?


In de trant waarin de roedels herten, de vluchten kauwen en de herders- en jagersvolkeren overal leven, en dit van in het begin der tijden. Dat Model is de morgenster in de donkere nacht waarin wij met het Schip van de samenleving zwalpen en elk moment grotere schade aanrichten. Dit reis advies dat ik u geef, zal geldig blijven gedurende tientallen toekomstige generaties, daar bestaat geen twijfel over. Bekijk de zaken eens op deze manier.

Tot het schrijven van deze visie kom ik nadat mijn oud professor Geschiedenis van de Nieuwe Tijd, Michel Cloet, onze mooie ontmoeting gisteren afsloot met de bezorgde verwijzing naar het nieuws dat Missio brengt over Nigeria. Het land is al lang de meest volkrijke natie in het Afrikaanse continent, maar het gaat uit zijn voegen barsten, met mogelijk dramatische gevolgen, ook voor ons. Vandaag telt het ongeveer honderd veertig miljoen inwoners; een deel moslims, een deel Anglicanen, een deel katholieken, en natuurlijk is er de goede oude cultus van de voorbeeldige Voorouders. “Maar ze kweken als dieren”. Tegen 2100 zouden er in dat land volgens prognoses rond de achthonderd miljoen mensen wonen… Dat moet zorgen baren, zo lijkt het. ‘Wij moeten een plan opstellen. Deze ramp vermijden’. Of moeten wij gewoon anders gaan leven. En anders kijken naar leven en welzijn?

Michel leek mij vooral bezorgd vanuit een eerlijk schuldbewustzijn. Enerzijds geven wij niet graag iets af van onze verworven rijkdommen, en anderzijds lijkt het vast te staan dat het juist onze levensstijl is, zwanger van materieel comfort en plezier, die de andere volkeren de verkeerde richting uit stuurt, als een ‘slecht voorbeeld’. In elk vraagstuk dat van ver of van dichtbij met de mens te maken heeft, bijvoorbeeld het gedrag van de mensapen, kunnen wij niet anders dan betrokken partij zijn, en is er dus geen objectief oordeel mogelijk. Geen objectieve Waarheid. Anders dan in kwesties over materie en voorwerpen, zoals het bepalen van het gewicht van de karbonades die wij op de markt kopen.

In de berichten over menselijke vruchtbaarheid in Afrika die de denkers en observatoren bij ons doen fronsen of huiveren, speelt dus altijd mee hoe wij zelf leven. “Europa wordt nu al bijna onder de voet gelopen door arme gelukszoekers”. Ik antwoordde Cloet dat die schijnbaar verantwoorde en verstandige bezorgdheid over de situatie van de wereld op het einde van onze eeuw mij toch wat voorbarig overkomt. Ik zie aan de ene kant meer in de inspiratie lijn van wat Jezus gezegd moet hebben:

“Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen, maak u niet op voorhand bezorgd over de dag van morgen”

Waarschijnlijk maken mensen uit de maatschappelijke bovenlaag, indien zij over een goed functionerend geweten beschikken, zich zulke grote zorgen over de exponentiële aangroei van de [Nigeriaanse of Moslim- of wereld-] bevolking, omdat… dit perspectief op een minder bewust niveau meteen belangrijke lessen, terechtwijzingen  voor onszelf inhoudt.

Een andere grote vriend en oud professor, Jan Vander Veken (filosoof en priester, geleerd en intelligent), benadrukt  in onze wekelijkse debatten eveneens geregeld dat een van de gevaarlijkste situaties en grootste uitdagingen voor de toekomst van de Mensheid ligt in de sterke bevolkingsaangroei in veel gebieden buiten het materieel bloeiende Westen/Noorden. Daarin is hij het grotendeels eens met de super professor uit Gent, de beruchte atheïst Etienne Vermeersch. Dat is volgens experten zoals ook Jacques Haers sj. (Jezuïet en leidend priester van de Universitaire Parochie, UP) dan ook de zwakste zijde van het overigens fenomenaal wijze en degelijke document “Laudato si”, de ecologische encycliek van paus Franciscus. De paus vermeldt dat grote demografische gevaar  niet zo expliciet. Goed. Jan is intussen zo lucide…

om te zien dat de toename van de bevolking vooral een probleem zal worden indien tegelijk al de miljoenen Indische, Afrikaanse, Chinese… mensen een zelfde soort materiële leefstijl als de onze gaan willen meemaken. Met dagelijks een uitgebreid portie vlees op tafel, bier of wijn bij de maaltijd, een of twee automobielen voor de deur, geregelde vliegtuigreizen, miljarden persoonlijke computers enzovoort.

Maar is dat “materialisme” nu echt nodig? Is dat echt ‘goed nieuws’ voor de mens? Zulke sterk en verfijnd uitgebouwde economie die massa’s goederen aandraagt, probeert te slijten, en met de winst weer verder deze mallemolen voedt… Is er geen leven daar buiten?

Als wij het even niet hebben over de alarmerend stijgende fall out van ongelukkige, zieke en machteloze mensen die dit leefsysteem meebrengt, daar heb ik het elders over gehad, valt toch dit op. Wij westerlingen van het technologische tijdperk hebben bij nader toezien toch een enge, niet zo evidente kijk op wat het meest belangrijk is om goed te leven. Laat mij de vraag benaderen met een metafoor. Met de hulp van de boom. Marli Huijer, vrouwelijke filosofe, drager van de titel Denker des Vaderlands in Nederland, merkte gisteren op facebook op hoe mooi een bepaalde tekening van een boom wel was. Die forse stam, dat netwerk van takken in de kruin, en dat netwerk van wortels om hem te steunen en te voeden onderaan. De boom is inderdaad een fascinerend en telkens weer inspirerend medeschepsel. We kunnen door hem met grote aandacht te beschouwen, lessen leren die ons kunnen helpen goed te leven en samen duurzaam te overleven.  De boom kan ons helpen inzien dat… fenomenen die niet direct tastbaar of zichtbaar zijn, vaak toch wel zeer belangrijk zijn voor onze vitaliteit, ons heil én ons geluk.

De Boom, denk bijvoorbeeld aan de grootse beuken, zo weten botanici, haalt immers het gros van zijn bouwstoffen, van zijn materie of biomassa, niet uit de grond, niet uit de bodem en het water, maar… uit de lucht.

De stofwisseling in de duizenden kleine bladeren, de fotosynthese en andere processen, leveren veruit de meeste atomen en moleculen voor de groei van het wondere wezen. Daar zit een les in voor ons allen. Ik leef niet alleen van het lekkere voedsel en van het comfort in mijn woning, hoe levensnoodzakelijk en fijn die dingen ook zijn. Ik leef ook dankzij meer onzichtbare zaken.  Zoals de vriendelijkheid van degene die mij heeft opgevoed. Die energie biedt mij een soort eeuwige basis energievoorraad. En de vriendelijkheid van familieleden, buren en collega’s. En wij leven van het enthousiasme dat we zelf mogen delen met en ontvangen van collega’s, familie, vrienden en buren. Van woorden van bevestiging, aanmoediging en erkenning. Van de “Goeiedag!” in de morgen. De medemens geeft ons en passant zijn zegen op die manier. Ik leef van elk teken van broederlijkheid en verbondenheid. Van elk teken dat de vervreemding, het afgesneden zijn, kan counteren. Wij leven van de onzichtbare geest die telkens weer een beetje de hyper competitieve & door en door zakelijke geest van de eeuw kan neutraliseren.  Ook dat is een collectief besef dat tweeduizend jaar terug al bekend was bij de Joden rond Jezus. In de evangelies klinkt het al:

De mens leeft niet van brood alleen, maar ook van elk Woord van Leven dat van God en mens komt”

Leven met boosaardige collega’s, anderzijds, is een heikele zaak, een kwaad verhaal. De gruwelijke pest die pesten wel is, op het werk en op school, heeft terecht veel aandacht gekregen. Idem met een overmaat aan depressieve, gemene, hebzuchtige, agressieve, afgunstige, jaloerse, bekrompen, heerszuchtige…buren. Of erger nog, leven met een boosaardige, criminele, heerszuchtige, destructief – of negatief ingestelde partner… Daar kan een goed gespekte bankrekening maar heel gebrekkig weerwerk aan bieden, in the end of the Day.

De positieve instelling van de levende wezens om ons heen, van moeder of man tot gezelschapshond, baas en buur, dat draagt ons, toch bijna evenzeer als “bloot geld”?

Een teveel aan negativiteit en koude bij die medemensen, dat dooft het vuur van onze ziel dag na dag uit. Ik moet hier een lastige vraag stellen. Zijn velen in onze streken intussen wat betreft het bewaren en onderhouden van dat vuurtje van de goede relaties, van het welbevinden & de levenslust… niet dramatisch onkundig geworden?

In het China van de tijd van Confucius gold de regel:

“De goede relatie met de andere persoon is wat belangrijk is. Niet het krijgen van je gelijk, en zelfs niet de innerlijke goedheid of slechtheid van de mens”.

Daar kunnen wij iets van leren. Relaties zijn onzichtbaar, maar super belangrijk.

In Afrika waar, toegegeven, hekserij en etnische- en familiaal gerichte hebzucht geregeld nog veel kwaad uitrichten, is de mens zeer sociaal ingesteld. Via rituelen en inwijdingen, via grote ontmoetingen, zogenaamde dorp-palavers in de schaduw van een boom, en talrijke kleine ontmoetingen komen mensen er op vrij doeltreffende wijze samen tot het oplossen van de actuele problemen. Ubuntu heet dat. De (groot)moeders en tantes nemen de kleine kinderen vanzelfsprekend dicht tegen hun borst. (Een jonge moeder met haar vier weken oude baby in een draagdoek onder haar kin, meldt mij tijdens een gesprek aan de bushalte dat ook bij ons de rage van de plastic draag gondeltjes gelukkig stilaan voorbij is). Die dorpen en familieleden werken samen om het leven te onderhouden en leven te delen. En er valt de antropoloog nog iets op. Er zijn daar ook ‘gekken’ en angstige, zieke mensen. Maar niet in die hoge percentages als bij ons. En er zijn daar veel minder latent-extreem-wanhopige mensen, dat merk je aan het feit dat er veel minder zelfdodingen voorkomen. De Vlaming is soms een soort burchtbewoner. Hij kerkert zichzelf in. Soms tot de dood er op volgt.

Er is veel lijden waar wij te vaak van wegkijken. Hoe zouden wij dat misschien toch kunnen gaan proberen? Is er geen wijsheid te vinden in de levensstijl van bepaalde inheemse volken, van bepaalde heiligen en van bepaalde ontwikkelde, sociale diersoorten.


Zijn wij stilaan bereid heel nederig in de leer gaan in andere universa? Of is daartoe nog meer crisisbewustzijn nodig, nog meer duidelijk lijden, een grotere schaal van rampen?

Zoals de herten en de kauwen er dagelijks in slagen samen te leven en daar nog deugd aan te beleven ook, en dan hun vrolijke en enthousiaste geluiden laten horen, terwijl zij toch totaal geen bezit kennen… maar wel in rustige constante aandacht voor elkaar en voor het landschap en het weer… zo hebben de diverse traditionele culturen letterlijk duizenden jaren de kunst van het leven beoefend. Zonder geld. Zonder klok, uur of seconde. Dat is met andere woorden een zeer grondig beproefd model. Precies het tegengestelde van sjoemel software.

Door een warme opvoeding in een familie van aanwezige vaders, moeders, ooms en tantes, vaak ook grootmoeders en grootvaders, kunnen kinderen van de Amazonewouden tot de Tibetaanse hoogvlakte ook nog steeds vlot tot het besef komen dat God alles overstijgt en er altijd is.

Wie geen warme relatie met een betrouwbare ouderfiguur of opvoeder heeft gekend, kan later vanzelf niet goed tot Godsbesef komen.

En liefde voor God, dat betekent ook: instemming met het Leven. Tevredenheid met je bestaan. Dankbaarheid oefenen. Genieten zonder te moeten opvallen.

Voor hen die genieten van de kleine dingen,

is de wereld oneindig mooi.

God is er om mij moed te geven en perspectief te bieden. Inspiratie in te blazen. Betekenis te verlenen. Hij brengt ervaringen van vervulling en voltooiing.

Als hij niet bestond, ik zou hem persoonlijk in het leven roepen, om iemand te hebben om mijn dankbaarheid tegen uit te zingen.


Nochtans heb ik zonder twijfel mijn fair share van lasten moeten dragen in dit leven…

Als je naar die Grote Aanwezigheid leert luisteren, aandacht aankweekt voor die Grote Overstijgende Tekens, als je zijn Warmte leert voelen, Haar aanwezigheid, dan bezit je een grote schat.

De mysticus oefent zich daar in. De groot uitgerijpte geest, die vindt de zin, het Heil achter alle ervaringen. Etty Hillesum of Eloi Leclerc, zij konden glimlachen en de anderen hoop en kracht in blijven fluisteren met de nazi kamp moordenaars met het machinegeweer of de zweep in de aanslag om hen heen… Sint Franciscus ging keer op keer door diepe donkere dalen in zijn leven. Maar als geen ander zag hij in wat een feest het leven is, ten diepste. In zijn laatste grote gedicht, “Het lied van de Creaturen”, bekend als Het zonnelied, zingt hij het uit. Hij ziet achter alles, ook achter vuur, koude, ziekte en dood, het heil. Het is een van de interessantste documenten uit de wereldlitteratuur. De auteur viert het leven. Het is het lied van een man die weet dat hij gered is, dat God hem het eeuwig leven heeft toegezegd. Een tekst voortgekomen uit een rijpe geest die in bewust contact is gaan staan met zijn transcendente oorsprong. Franciscus geldt nu als dé voorbeeldfiguur om de transitie uit te bouwen naar een toekomst van opnieuw natuurverbonden samenlevingen die de aarde en de mens niet beschadigen. Na acht honderd jaar. En was hij een welstellend man? Neen, integendeel, hij leerde zijn medebroeders, de Franciscanen, bedelen. Hij leefde van de hemelse dauw en giften.

Wij moeten misschien echt werk gaan maken van het leren leven zonder dat  bezit en die geldvoorraden. Die in zekere zin totaal tegennatuurlijk zijn. En die de aarde uitputten, en de grote ongelijkheid scheppen die miljoenen mensen doet migreren. Ongelijkheid maakt ongelukkig. Dat bezit, die welstand, heeft ons zelf intussen overigens duidelijk géén diepgewortelde existentiële zekerheid, noch innerlijke Vrede gebracht. Wij zijn onzekerder dan ooit. De hoop lijkt wel vervlogen. Net als het geloof. De rijkste figuren reageren vaak het meest wispelturig. Dat blijkt uit de studie van het gedrag van de investeerders achter bedrijven (“autistisch kapitaal” genoemd), van beursbeleggers en uit de artificiële houding van die kapitalisten tegenover grote kunst. Of uit het macaber-banale levens einde van wereld sterren als Lady Diana…

In die zin kunnen wij goede lessen leren door met wijd open hart naar dieren te kijken

… en naar de mensengemeenschappen die op zeer traditionele wijze leven, zoals de Roma inderdaad, en de diverse inheemse volkeren in de nog enigszins van de industrialisatie gespaard gebleven delen van de planeet.

Less is more

Less is more. Je mag daar echt van uitgaan. Bedenk bijvoorbeeld dit: als ik als mens het diepe gevoel heb goed te leven, gewaardeerd door wie mij dierbaar zijn, de ziel goed omkaderd, met tijd voor gezelschapsspel en keuvelen, om iets concreets te noemen, met bezigheden die voldoening geven, dan zal ik het echt niet zo erg vinden slechts 55 jaar te worden, en geen 85. Dan zal ik de ziekte of het ongeval die mij velt niet vrezen. Dan zal ik de Nacht begroeten, en er niet de laatste dertig levensjaren in nerveuze angst op wachten. Of voortijdig de hakbijl van de euthanasie vragen. Ook een zuiver geweten schraagt het geslaagde leven. En dat verwerf je door het beoefenen van concrete offerbereidheid & dienstbaarheid, onder anderen. Door niet alleen je “eigen agenda” te volgen tussen wieg en graf.

Sober en samenhorig leven, met veel meer stilte (en dus minder lelijkheid, lawaai en gedoe), het is een doenbare, alternatieve weg. De drie essen. Dat is geen dreigende ramp, dat is een beter bestaan. Een bestaansvom die kan model staan voor alle mensen op onze aarde, voor de eeuwen die komen. Daar mee vergeleken is de technologische hype, die nu bijna alle Belgen in de greep lijkt te hebben, te beschouwen als een dronkenmans-folietje. Iets waar je na ervan wakker te worden de volgende morgen, enkel met gêne grapjes maakt bij het houtvuur, samen gezeten met de gezellen.

Tot slot, een wereld zonder geld is niet meer denkbaar. Daarom kan een sobere som geld ter beschikking gesteld op geregelde termijn, een propeller zijn naar een goede, niet destructieve toekomst. Ik denk dat zulke nieuwe Generositeit vanwege de grote bezitters en de grote bezitsstructuren, een Basisinkomen voor alle volwassen mensen, heel wat heilzame Vrede zou brengen in de harten en geesten. Een zekerheid over het Dagelijks Brood op het einde van de maand, dat zou een grote Schat zijn, voor medemensen die in een soort latente wanhoop, haast of angst door de dagen moeten. Voor de Gemeenschap als geheel zou dit leefgeld principe een investering zijn die veel angst, onrust en dus agressie en crimineel gedrag kan dempen. Zo een financiële hefboom kan mensen bij hun creatieve kern helpen brengen. Misschien kunnen bepaalde mensen dan beter de diepte in gaan, hun Geest laten groeien, niet meer onbewust vluchten in arbeid als een soort therapie of entertainment. De dialoog met de eigen geest aangaan, dat is iets dat vast en zeker goede vruchten zal opleveren.

 

Stefaan Hublou Aerts

PS. In een tijdspanne van nauwelijks vijftig minuten buiten de deur na het schrijven, heb ik alweer twee moeders ontmoet op straat, die hun baby in een doek dicht tegen zich aan dragen. Ik heb ze een vriendelijke groet gegeven. De laatste wandelde ook nog op blote voeten. Ik maak me de verwonderde bedenking dat de diepe gedachten van de mediterende geleerde mooi parallel lopen met de wijsheid van het lichaam van de vrouw. De werkelijkheid in haar dimensies is rijk en mysterieus.

 

Epiloog: de ontroerende les in de film “The New World”

Volgens de Britse krant The Guardian “heeft de film The New World van Terence Malick zo goed als geen gewone fans, maar integendeel ware volgers, discipelen, fanatici”. De redacteurs verwijzen zo naar de extreem positieve recensies van de film. Zo schrijft John Patterson in de krant:

This decade hasn’t been up to much, movie-wise, but I am more than ever convinced that when every other scrap of celluloid from 2000-2009 has crumbled to dust, one film will remain, like some Ozymandias-like remnant of transient vanished glory in the desert. And that film is The New World, Terrence Malick’s American foundation myth, which arrived just as the decade reached its dismal halfway point, in January 2006. […] It’s been said that The New World doesn’t have fans: it has disciples and partisans and fanatics. I’m one of them, and my fanaticism burns undimmed 30 or more viewings later. The New World is a bottomless movie, almost unspeakably beautiful and formally harmonious. The movie came and went within a month, and its critical reception was characterised for the most part by bafflement, condescension, lazy ridicule and outright hostility. […] Afterwards I had to be alone for an hour to savour and prolong the almost physical intensity of the feelings that deluged me. It was the only time in my life when I have literally wept tears of exultation.[6]

 

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!