Waarom er geen echte zomers en winters meer zijn. Een opvatting van de Homo comfortensisis

woensdag 24 juni 2020 06:45
Spread the love

Deze eerste dag van de mystieke zomer is misschien een goed moment om even stil te staan bij de “echte winters”; die “er niet meer (zouden) zijn”.  Iemand schreef op 10 januari op het sociale medium waar ik thuis ben: “Elke winter maakten wij sneeuwmannen en speelden wij dagenlang in de sneeuw.” Onder verstaan: “De wereld is [gruwelijk] veranderd. Er zijn geen echte winters meer. Hoe kan ik nu nog content door mijn dagen gaan?”
Mijn kritische bedenkingen bij dit veel gehoorde, diep maar nogal dom klagende gerucht.

Die opvatting is toch vooral een Urban Myth. Voor een groot deel is dat idee “er zijn geen echte winters meer” een psychologisch fenomeen, dat niets met de Natuur zelf te maken heeft: als kind speelde je, tastbaar, echt, zintuiglijk doorleefd in de sneeuw. De volwassenen vergaten toen ook al veel sneller dat er sneeuw had gelegen, een paar dagen of weken lang. Als kind moest je over de middag een uur of langer in de vrieskoude buiten blijven op het plein van de school. Je kreeg sneeuwballen tegen je kopje. Je gleed met de slee de heuvel af; je maakte glijbanen van bevroren emmers water. Je viel eens goed op je snuiter.

Vandaag is de situatie heel anders: we hebben na de laatste grote oorlog samen een ren naar Comfort ingezet. In het Engels betekent dit woord dus ook “troost”… Hoe leven we? Met centrale verwarming, die automatisch aanspringt. Nooit zijn er in de ochtend nog IJsbloemen te zien op onze ramen, zoals toen “er nog echte winters waren”. Toen wel, maar het verschil komt niet omdat Moeder Natuur haar gewoonten heeft veranderd. Maar omdat wij in de ochtend nog van tussen de wol stapten in een ijskoude kamer (gezellig en interessant, dat contrast!). Omdat wij dan zelf of met hulp van de ouders, de kolenkachel in brand staken, te beginnen bij papierproppen en lucifers. Het eerste uur was het in huis nog niet warm!

En vandaag? Van de kamers die altijd (eeuwig! niet echt fijn!) 20° of 22° Celsius warm zijn, stappen wij, eventueel beschermd door een paraplu, in onze vierwieler. Die ook al een degelijke verwarming heeft. Wij verwekelijken ons, met constante niveaus van comfort. En dan gaan wij vloeken op de Natuur, roepen dat die ontaard is. Een goeie grap! De mens is vaak totaal niet in staat naar zichzelf, naar de bron van zijn gedachten te kijken. En dan krijg je bias. Een vervormd beeld. Vooroordelen en zinloze klachten. Laten we dus van het zonnige weer maar goed gebruik maken. Tijdens een wandeling in park of bos en veld kan je een beetje de sluier over eigen brein en visie lichten.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!