Via Pianna Degli Albanesi naar Scopello.

Via Pianna Degli Albanesi naar Scopello.

zaterdag 19 mei 2012 20:19

Een ontbijt onder Lierenaars:
Vanuit de donkere zee zie ik rond 05.30 uur de zon opkomen boven Palermo. Het lijkt wel of een diep-oranje vuurbal als een kanonskogel de lucht wordt ingeblazen. Het is een prachtig schouwspel hoe de zee, Palermo en de ganse omgeving van kleur veranderen naarmate de zon feller en feller wordt. Je zou voor minder goed gezind worden.

We zijn al ingepakt voor  09.00 uur omdat we  met Johan en Christine hebben afgesproken om samen te ontbijten. We zetten ons op het terras van Park Hotel CARRUBELLA met een fenomenaal uitzicht. De zon deelt met ons al haar ochtendwarmte en het doet deugd aan onze stramme knoken en stijve spieren.

Het eerder bescheiden maar toch voldoende ontbijtbuffetje smaakt in het fijne gezelschap van onze nieuwe Lierse kennissen. Al snel zijn we van oordeel dat we de ober, die met een uiterst gestreken gezicht zijn ochtendtaak, met heel veel goesting (!!!) opneemt, dringend aan het lachen moeten brengen. Hoe zeer we ook ons best doen maar niemand van ons lijkt er in te lukken om de brave man maar één lachrimpeltje te bezorgen. Wij daar en tegen hebben pret en het lijkt echt wel te klikken tussen ons vieren.

Na het rustige ontbijt laten we nog een foto nemen van ons vieren voor onze wegen scheiden. GSM-nummers en mailadressen worden uitgewisseld en we spreken af om elkaar terug te zien in Schoon Lier. Johan en Christine verlaten, gebruind in het gezicht, armen en benen van het fietsen, Sicilië met een bagage vol leuke ervaringen en verhalen. Wij gaan op stap voor een volgende trip in onze rondrit op het eiland Sicilië dat zo groot is als België.

Pianna degli Albanesi:

Dit kleine maar liefelijk oogend dorpje lijkt wel te zweven boven het meer dat gelegen is in het lager gelegen dal (bandietenland). Het door groene heuvels en weiden omgeven dorp werd in 1488 gesticht door Albanezen die na de Turkes invasie gevlucht waren uit hun vaderland. De overwegend van Albanese afkomstige bevolking van deze groene oase houden er de oude gewoonten en het Orthodoxe geloof in ere. Er bevinden zich niet minder dan zeven Orthodoxe kerkjes in dit dorpje dat een voorschoot groot is. Zelfs de verkeersborden worden er in twee talen, het Itialiaans en Albanees, benoemd. Onder aan het dorp ligt het Lago (meer) dat de ganse streek voorziet van drinkwater en irrigeert de velden van de Conaco d’ Oro.

Sylvie geniet van een heerlijk ijsje en ik drink een café Americano in een eenvoudig barretje op het enige Piazza (pleintje) dat het dorpje rijk is. De vriendelijke uitbater vraagt in zijn beste Engels waar we vandaan komen en jammert direct Belgica o Belgica. De man blijkt in 1985 één van de overlevende slachtoffers te zijn van het Heizeldrama. Hij wil nooit meer een voet op Belgische bodem zetten.

We doen snel nog wat inkopen van de meest nodige levensmiddellen voor de komende dagen daar we bijna overal op onze tussenstops self catering overnachtingsplaatsen hebben geboekt.

Scopello:

Ons Micraatje brengt ons gezwind naar het volgende stadje waar we één nacht blijven. De weg tussen de Albanese enclave en Scopello slingert van de ene berg naar de andere. De wegen zijn meestal in slechte tot zeer slechte staat. Al snel gaat de met putten, scheuren en bulten asfaltweg over in een nog slechtere grindweg. Toch loodst ons Ellen (van de GPS) ons al klimmend en dalend over de grindweg en laten we één grote stofwolk achter alsof we in een 10 tonner rijden. Als een slecht geknoopte plastron slingert de grindweg doorheen het mooie glooiende landschap.

Plots moeten alle remmen dicht als een gevaarlijk uitziend mormel ons wil tegenhouden. Het onverzorgde en wild uitziende beest blijft maar naast ons bakske lopen en blaft of er zijn leven vanaf hangt. Toch moet deze vlooienbak het afleggen tegen ons stalen ros en met de staart, of wat er van over blijft, tussen de benen verlaat hij het strijdtoneel.

Schapenpalio in Sicilië:

Na een zoveelste bocht op onze weg doemt er voor ons plots een kudde schapen met bijhorende herder op. We moeten langs de kant gaan staan om de mekkerende en schijtende meute door te laten. Het lijkt wel of we ons bevinden in de schapenpalio van 800 jaar Lier. Deze stoet van met wol beklede langoorschapen wordt echter niet begeleid door een sambadrumband, Wardje van ‘t Juzewieten en Cor de Cluts. Het is echter mooi te zien hoe een 10-tal honden de groep schapen voorbij ons wagentje leiden. Zo krijgen we hier dan toch onze eigen schapenpalio daar we deze, ter gelegenheid van 800 jaar Lier, in het slotweekend van de festiviteiten, zullen moeten missen.

Scopello:

Na nog een goed uurtje bollen komen we aan bij Recidence Guidalora waar we onze volgende nacht zullen doorbrengen. We krijgen daar een self catering appartement met full kitchen, twee slaapkamers en grote badkamer ter beschikking voor ons tweetjes. Nochtans hebben we hier een bescheiden unit geboekt maar voor dezelfde prijs slaan we dit onverwachte aanbod niet af.

We eten, de onderweg gekochte sandwichen met heerlijk smakende Siciliaanse ham, op het fraaie terras. Na een korte siësta rijden we naar het vier kilometer verder gelegen Riserva Naturale Orientata Dello “Zingaro”. Het blijkt het eerste natuurreservaat van Sicilië te zijn en beslaat een kustlijn van 7 kilometer. Het is een aaneenschakeling van ‘ohs’ en ‘ahs’ momenten en perfect voor postkaartfoto’s. We genieten van het uitzicht en de stralende, deugddoende zon tijdens de kleine wandeling die we doen in het reservaat. Volgens het plan van het reservaat kan je uren stappen in dit wondermooie gebied waarin zich ook grotten bevinden. Zo ver raken we echter niet. We houden het bescheiden en nemen genoegen effe te kunnen uitblazen op een strandje van kiezel gelegen in een staalblauwe lagune. We genieten met volle teugen van dit mooi plekje.

Na terugkeer naar de parking rijden we nog naar het dorpje Scopello zelf. Scopello bestaat uit twee straten en een kerkje. Maar hoe klein ook, het is een uiterst liefelijk plaatsje dat feitelijk gebouwd is op en rond een 17e-eeuwse BAGLIO (binnenplaats van één hoeve). Tijd voor een heerlijke verfrissing op het aantrekkelijke terras van de plaatselijke “birroteca” van dit kleine op zich overlevend dorpje. Sylvie waagt zich voor het eerst aan een glaasje Marsala sec, een nogal droog nasmakend  gebrand amandellikeurtje. Ik waag me aan een Siciliaanse chardonnay die er best mag wezen.

Toch wel een beetje moe maar voldaan komen we rond 18.00 uur in ons ruim appartement. We maken een eenvoudige maar verse pasta met prei en courgette. We blijven, zolang de temperatuur het toelaat, genieten van het buitenzitten voor we onder een lekker warme donsdeken kruipen.

En morgen staat er ons een nieuw avontuur te wachten waarover snel meer…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!