Uitstroom 50+ Non-Profit minder dan 1/2 van andere sectoren

Uitstroom 50+ Non-Profit minder dan 1/2 van andere sectoren

woensdag 1 oktober 2014 14:30

In
de Non-Profit heeft een werknemer met behoud van wedde 12 bijkomende
verlofdagen vanaf 45 jaar, 24 vanaf 50 jaar en 36 na 55 jaar.

 
De
lakmoesproef voor de impact van eindeloopbaanregeling Non-Profit
ziet er zo uit: hoeveel 45-59 jarigen op 31/12/2008 vinden we terug als
50-64 jarigen op 31/12/2013 in Welzijns- en Gezondheidszorg en hoeveel
 vinden we er terug in de sectoren zonder deze eindeloopbaanregeling?
Welzijn en Gezondheid: uitstroom -10,9%, in de andere sectoren -25,2%!

Evolutie RSZ-werknemers 45-59 jr in 2008 naar 50-64 jr in 2013
Jaar 2008 2013 Evolutie % evolutie
Leeftijdsgroep 45-59 jr 50-64 jr op 5 jr op 5 jr
Totaal 1.116.033 854.328 -261.705 -23,4%
   Primaire Sector 4.415 3.545 -870 -19,7%
   Secundaire sector 258.901 180.876 -78.025 -30,1%
   Tertiaire sector 426.498 341.342 -85.156 -20,0%
   Quartaire sector 426.219 328.565 -97.654 -22,9%
Buiten Welzijn/Gezondheid 977.037 730.433 -246.604 -25,2%
Welzijn en Gezondheid 138.996 123.895 -15.101 -10,9%
    Gezondheidszorg 63.777 55.402 -8.375 -13,1%
    Welzijn 75.219 68.493 -6.726 -8,9%

“Om het mogelijk te
maken dat werknemers in zorg en welzijn hun job
langer konden volhouden, regelde de LBC-NVK dat ze recht kregen op
extra verlofdagen. Met enorm succes trouwens. Als de
politiek wil dat jij
en ik ruimte hebben om wat meer zorg te kunnen verlenen, dan zullen
ze die stelsels (eindeloopbaan,
nvdr) nog veel meer moeten
uitbreiden
en veralgemenen”
zo stelt Marc Selleslagh in


Ons Recht van 09/2014

  
51,9% van de 41.991 zelfstandige gezondheidswerkers is 50+ …
 
DeWereldMorgen.be

Tot spijt van wie het benijdt of ontkent, maar de zelfstandige
uitoefening van gezondheidsberoepen is op de retour en met meer
dan de helft 50+ers is een halvering op 15 jaar niet uit te sluiten.

1. Detail uitstroom eindeloopbaan Welzijn/Gezondheid en andere sectoren
 
In deze overzichten met tijdsverloop van
5 jaar wordt enkel
voortgegaan op de RSZ-werknemers (dus niet RSZ-PPO, die meer specifieke
toepassingen hebben van de eindeloopbaanregeling en waar de eindleeftijd van 60
jaar in vele carrières zit
ingebakken. Verder wordt het onderscheid gemaakt tussen
Gezondheidszorg, waar de eindeloopbaanregeling de keuze laat tussen extra
verlofdagen (75% zou daarvoor kiezen) en een premie. In de Vlaamse
sectoren (Welzijn) is het recht ondubbelzinnig aan iedereen toegekend en
is geen keuze mogelijk, elkeen uit Welzijn en Cultuur in Vlaanderen heeft recht op de
volledige eindeloopbaanregeling: 12 dagen vanaf 45 jaar, 24
dagen vanaf 50 jaar, 36 dagen vanaf 55 jaar.

Ook al is de uitstroom uit de Gezondheidszorg voor 45+ maar 1/2
van de sectoren zonder deze regeling, in de
Welzijnssectoren is deze maar 1/3 in
vergelijking met de andere sectoren, de impact van een algemene
eindeloopbaanregeling zonder keuze voor een premie is dus 30%
positiever in Welzijn, dan in de Gezondheidszorg.

Zien of de 61.307 werknemers uit
bejaardenhomes die nu tot de Vlaamse
bevoegdheid behoren ook allemaal recht zullen krijgen op de
eindeloopbaanregeling, zonder keuze voor een premie dan, en bv ook de
betere regeling van een quasi volledige 13de maand zullen krijgen, of
worden zij wel ‘Vlaams’ als sector en blijven zij in het minder gunstige
‘Belgische’ statuut wat betaling en eindeloopbaan betreft?
  

1.1.
Hoeveel 45-49 jarigen in 2012 worden teruggevonden als 50-54 jarigen in
2013?

De werkgelegenheid van 45-49 jarigen heeft in het algemeen op 5 jaar tijd een lek van -5,8% uistroom,
voor de sectoren buiten
Welzijn en gezondheid is dit zelfs -7,0%. Welzijn en Gezondheid slagen er
evenwel in hun groep 45-49 jarigen op 5 jaar tijd te doen groeien met 2,2%.
Ook hier zien we dat het effect van de eindeloopbaanregeling dat met
+3,0%
dubbel zo sterk is in de Welzijnssectoren vergeleken met de
Gezondheidssectoren met +1,6%. Ook de quartaire sector (Openbaar
bestuur, Onderwijs, Welzijn en Gezondheid en Kultuur) in haar geheel heeft
een verlies van -3,8%, vooral dan omwille van de vervroegde
pensionering van overheidspersoneel, de politie zal het geweten hebben,
met hun extra vervroegde pensionering vanaf 56 en 58 jaar die op de
helling is gezet, iedereen gelijk voor de wet, behalve de politie?
  

Evolutie RSZ-werknemers 45-49 jr in 2008 naar 50-54 jr in 2013
Jaar 2008 2013 Evolutie % evolutie
Leeftijdsgroep 45-49 jr 50-54 jr op 5 jr op 5 jr
Totaal 464.980 438.172 -26.808 -5,8%
   Primaire Sector 1.967 1.757 -210 -10,7%
   Secundaire sector 112.188 97.717 -14.471 -12,9%
   Tertiaire sector 179.742 174.064 -5.678 -3,2%
   Quartaire sector 171.083 164.634 -6.449 -3,8%
Buiten Welzijn/Gezondheid 402.259 374.076 -28.183 -7,0%
Welzijn en Gezondheid 62.721 64.096 1.375 2,2%
    Gezondheidszorg 27.096 27.915 819 3,0%
    Welzijn 35.625 36.181 556 1,6%

 
1.2. Hoeveel 50-54 jarigen in 2012 worden teruggevonden als 55-59 jarigen
in 2013?

Tegen het idee in van uitstroom, jobverlating
verpleegkundigen enz,
staat onomstotelijk vast dat in Welzijn en Gezondheid de uitstroom
bij de leeftijdscategorie 50-54 jarigen in 2008 na vijf jaar

met -10,7%
voor Gezondheidszorg minder dan 1/2
bedraagt van deze in sectoren zonder de
eindeloopbaanregeling van de Non-Profit sectoren

die
-21,5%
zien uitstromen
en maar -7,8%voor
Welzijnszorg hetgeen minder dan 1/3 is van deze uitstroom. Deze unieke
regeling met bijkomende verlofdagen vanaf 45 jaar zorgt dus niet alleen
voor langere loopbanen in de Non-Profit, hetgeen de druk op de
vervangingsnoodzaak verlicht of spreidt in de tijd, ze houden ook de
werkzaamheidsgraad op peil en zorgen voor extra instroom.
  

Evolutie RSZ-werknemers 50-54 jr in 2008 naar 55-59 jr in 2013
Jaar 2008 2013 Evolutie % evolutie
Leeftijdsgroep 50-54 jr 55-59 jr op 5 jr op 5 jr
Totaal 391.011 313.156 -77.855 -19,9%
   Primaire Sector 1.481 1.226 -255 -17,2%
   Secundaire sector 93.265 63.562 -29.703 -31,8%
   Tertiaire sector 146.650 124.640 -22.010 -15,0%
   Quartaire sector 149.615 123.728 -25.887 -17,3%
Buiten Welzijn/Gezondheid 341.804 268.459 -73.345 -21,5%
Welzijn en Gezondheid 49.207 44.697 -4.510 -9,2%
    Gezondheidszorg 23.060 20.602 -2.458 -10,7%
    Welzijn 26.147 24.095 -2.052 -7,8%

1.3.
Hoeveel 55-59 jarigen in 2012 worden teruggevonden als 60-64 jarigen in
2013?

Door de vasthoudendheid in de
tewerkstelling vanaf 45 jaar zijn er meer dan in andere sectoren oudere
werknemers actief. Het is dan ook te verwachten dat deze hogere
aanwezigheid bij de 55+ zou leiden tot een hogere uitval, zeker omdat het
Brugpensioen op 58 en 59 er nog tussenzit en voor een exit zorgt. Maar de impact van de 36
bijkomende verlofdagen voor 55+ zorgt er voor dat de 55+ in Welzijn en
Gezondheid nog altijd een goed stuk minder uitstromen dan de sectoren
zonder deze regeling.
   

Evolutie RSZ-werknemers 55-59 jr in 2008 naar 60-64 jr in 2013
Jaar 2008 2013 Evolutie % evolutie
Leeftijdsgroep 55-59 jr 60-64 jr op 5 jr op 5 jr
Totaal 260.042 103.000 -157.042 -60,4%
   Primaire Sector 967 562 -405 -41,9%
   Secundaire sector 53.448 19.597 -33.851 -63,3%
   Tertiaire sector 100.106 42.638 -57.468 -57,4%
   Quartaire sector 105.521 40.203 -65.318 -61,9%
Buiten Welzijn/Gezondheid 232.974 87.898 -145.076 -62,3%
Welzijn en Gezondheid 27.068 15.102 -11.966 -44,2%
    Gezondheidszorg 13.621 6.885 -6.736 -49,5%
    Welzijn 13.447 8.217 -5.230 -38,9%

62,3% van de leeftijdsgroep 55-59 jaar in 2008
vinden we niet meer terug bij de 60-64 jarigen 5 jaar later in 2013. In
Welzijn en Gezondheid is dit met –44,2% maar 2/3 van de uitstroom
in de andere sectoren. In de Welzijnssector, met een verplichte regeling
eindeloopbaan voor alle werknemers van 55+ is dit zelfs maar -38,9%.

1.4. De besparing door de eindeloopbaanregeling in de Non-Profit

Door deze vasthoudende en lang doorlopende tewerkstelling in de Non-Profit worden er tientallen miljoenen €
uitgespaard als uitgave op de werkloosheid, blijven de inkomsten voor de
sociale zekerheid intact, wordt de koopkracht op gewoon weddenniveau
gehandhaafd met alle voordelen voor de economie en belastingen vandien.

1.4. Waarom geen 12 dagen extra verlof voor iedereen op 58 jaar

De
kostprijs om bv voor iedereen, ook voor de Non-Profit sectoren, 12
extra verlofdagen bij te geven zou zichzelf volledig terugverdienen door de
hierboven aangehaalde effecten én door de bijkomende aanwervingen die er
uit zouden voortkomen met nieuwe afdrachten voor de RSZ enz. Wie de durf
heeft om dit plaatje budgettair te berekenen kan tot geen enkele andere conclusie komen.

2. LBC-NVK Non-Profit
vraagt veralgemening eindeloopbaanregeling voor alle werknemers

Dient de vraag van
Marc Selleslagh, Nationaal Secretaris LBC-NV Non-Profit in het
ledenblad

Ons Recht van 09/2014
niet meer au serieus genomen te worden?: “Om
het mogelijk te maken dat werknemers in zorg en welzijn hun job langer
konden volhouden, regelde de LBC-NVK dat ze recht kregen op extra
verlofdagen. Met enorm succes trouwens. Als de politiek wil dat jij en ik
ruimte hebben om wat meer zorg te kunnen verlenen, dan zullen ze die
stelsels nog veel meer moeten uitbreiden en veralgemenen
.”
 
Wordt het niet tijd
om te leren van wat effectief werkt, waar mensen wat aan hebben en die hen
toelaten met lagere werkdruk en behoud van inkomen langer te werken. Maar
dienen de vakbonden en beweging.net niet in eerste instantie overtuigd te raken van het ‘enorm succes
van de eindeloopbaanregeling zoals Selleslagh het
noemt, anders zal het beleid nooit volgen?
 
Het HIVA heeft in oktober 2014 een rapport klaar met een evaluatie van de
eindeloopbaanregeling in de Non-Profit. In het VIA (Vlaams) akkoord van
2010 was overeengekomen een werkgroep in te richten om dit na te
gaan, gezien er stemmen opgingen om de regeling voor oudere werknemers af
te bouwen en wat meer verlofdagen voor de jongere werknemers te voorzien.
Op zich een onmogelijke en onbegrijpbare idee, maar waar blijkbaar een aantal werkgevers en
vakbondsmensen voor gewonnen waren. Dus zien wat het HIVA concludeert, maar
te zien aan de uitspraak van Marc Selleslagh in Ons Recht, zal men vanuit
LBC-NVK de eindeloopbaanregeling toch moeilijk op losse schroeven kunnen zetten.

3. Geen 1 op 10
maar 1 op 5 is werknemer in Welzijn, gezondheid en cultuur

Dat in België meer dan
één op de tien werknemers werkt in de sector van zorg, welzijn en cultuur
is een detail dat hen
(de beleidsvoerders, nvdr) blijkbaar ontgaat
zo staat in datzelfde

Ons Recht van 09/2014
. Waarom die eeuwige en hardnekkige
onderschatting van het eigen potentieel. 1 op 10, dat is zo ongeveer
370.000 op de 3.719.821 werknemers, terwijl er in België
657.037 werknemers zijn op 31/12/2013 in die tot Welzijn,
Gezondheid en Cultuur behoren,
zie
tabel:

Loontrekkende tewerkstelling per sector 31/12/2008-2013
. Dat
is geen 1 op 10 maar 1 op 5, dus dubbel zoveel als men laat verstaan, en
voorwaar, dat is ook geen detail.

Z’n eigen potentieel en slagkracht dient best op z’n volle aantal en
waarde genomen, zeker als men de grootste deelsector vormt in de Belgische
economie. Zien wat de ‘lastenverminderingen’ opbrengen voor deze sector,
de enige trouwens die bekwaam is om elke lastenvermindering om te zetten
in bijkomende tewerkstelling.

Jan Hertogen, socioloog

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!