Staatsiebanket in China

Staatsiebanket in China

Ook al is het ACV qua ledental nummer 4 in Europa en nummer 12 in de wereld, voelen we ons in dit enorme land toch wel bijzonder klein. Zeker ten aanzien van ACFTU hier, de Chinese vakbondsconfederatie, met zijn 280 miljoen leden. Wat je soms aan het twijfelen brengt. Hoe kan zo’n immense vakbond ons überhaupt voor vol aanzien?

woensdag 16 april 2014 19:52

ACFTU heeft er met dit studiebezoek in elk geval alles aan
gedaan om die twijfel weg te nemen. 
Overal werden me met bijzonder veel egards ontvangen.  Telkens met ontmoetingen op het hoogste niveau.  Met magnifieke hulp ook om ons door China te
loodsen.  En moest er op het einde nog
enige twijfel hebben bestaan, dan werd die weggeblazen door een staatsiebanket
in Beijjing. Maakt dat mee.

Het is als een overweldigend vuurwerk, waar
ze op het einde nog de bloemekee
bovenop doen.  Officiële diners, dat
hoort er hier bij.  Dat is de Chinese way of life. 
Stijn Sintubin had het hier al over in een eerdere bijdrage op deze
Chinablog.  Maar dit was niet meer
gewoon. 

15 delegatieleden van het ACV en
daartegenover 15 topmensen van ACFTU, onder leiding van Chen Hao, de algemeen secretaris.  Ik tel het korps fotografen even niet mee. Eerst
de plechtstatige ontvangst in een aparte ruimte, met voor iedereen een brede
zetel, waarin je diep wegzakte.  Met
vooraan, broederlijk naast elkaar gezeten, Marc Leemans en Chen Hao.  Met de tolk discreet achter hen. Zoals je dat
bijwijlen ook op televisie ziet voor staatsbezoeken. Waarna dan de officiële
bon mots over en weer gaan. Maar waar Chen Hao toch wel snel naar de kern van
de zaak ging.  Over zijn land in snelle
ontwikkeling; ze hebben ons bewust vooral die spectaculaire ontwikkeling willen
laten zien, in de nieuwe industriële groeipolen, zei hij. Maar waarbij hij
tegelijk ook de vinger op de wonde legde, over de onevenwichtige economische ontwikkeling,
waarbij heelder regio’s en dus grote delen van de bevolking sterk
achterblijven.  China mag dan al bekend
staan voor de explosie van zijn grootsteden, stelde Chen Hao, maar vergeet niet
dat nog slechts 15,3% van de bevolking in steden woont.  Wat zij dan ook als een uitdaging zien.  Meer nog, als een kans, om het groeitempo te
kunnen aanhouden.  Hetgeen dan verwijst
naar de grootscheepse plannen voor urbanisatie van het westen.  Niet in het minst omdat China volgens ACFTU
achterop hinkt qua ontwikkeling van de dienstensectoren, en dat ze in die
urbanisatie een enorme driver zien voor de ontwikkeling van de diensteneconomie
in China.  Chen Hao sprak onomwonden van
een “surplus aan arbeiders op het platteland” dat moet “getransfereerd worden
naar verstedelijkte gebieden”.  

Met die combinatie van verdere
verstedelijking en economische ontwikkeling hopen ze, excuus, gaan ze er voor
om tegen 2020 het BBP er capita (inkomen per hoofd) te verdubbelen.  Hetgeen ze op zich ook zien als driver voor
economische ontwikkeling, omdat dit binnenlandse vraag creëert.   Al ging Chen Hao ook wel open in op de bottlenecks, vooral twee.  Ten eerste de milieuvervuiling, gekoppeld aan
een verouderde industriële infrastructuur. 
Ten tweede de bottlenecks op
de arbeidsmarkt.  Michel Claes had het in
een eerdere bijdrage op deze Chinablog al over de onzekerheid voor werkgevers of
ze na Chinees nieuwjaar nog hun werkvolk zouden terug te zien. In Guangzhou, de
grootstad die we eerst bezochten op dit studiebezoek, werd na Chinees nieuwjaar
slechts 80% van de jobs onmiddellijk ingevuld, gaf Chen Hao aan.  Zij het dat dit ook is door het
scholingsniveau dat bedrijven vragen. 
Waaruit hij ook de conclusie trekt dat zwaar moet worden geïnvesteerd in
de opleiding en training van de laaggeschoolde arbeiders. Hetgeen hij ook ziet
als een opdracht voor de vakbeweging. 
Samen met het aanhouden van de stelselmatige inkomensverhogingen. En
uiteraard ook het organiseren van die immense werknemersgroep.  280 miljoen leden hebben ze vandaag. Maar per
jaar komen er 10 miljoen leden bij.  Met
daarbij telkens de uitdaging de nieuwe werknemers te bereiken die er in grote
getale elk jaar bijkomen, zowel de nieuwe migranten vanuit het platteland als
de pas afgestudeerden.

Hou u vast, dat was maar het
aperitief.  Waarna we naar de eetzaal trokken
voor een staatsiebanket. De term komt niet van mij.  Ze noemden het zelf zo, althans in het
Chinees.  En zo leek het ook.  Om te onderlijnen dat het ook voor hen een bijzondere
gelegenheid was. Met de ruimste delegatie die ze ooit hadden samengesteld voor
zo’n diner, voegden ze er aan toe. 
Allemaal om de bijzondere band met het ACV te onderstrepen. 

Maar denk nu vooral niet dat het daar stijf
en plechtstatig aan toe ging. Weliswaar zit het officiële diner van de Chinezen
vol rituelen en gebruiken.  We hebben er
vooraf zelfs de do’s and don’ts over
meegekregen.  Maar na de eerste toosts
over en weer werd het al snel bijzonder informeel.  Al bleven de toosts wel over en weer gaan, dat
hoort hier zo, dat is hier tot levenskunst verheven.  Maar onderbroken met  bijzonder interessante uitwisselingen over en weer
tussen de beide delegaties. Geholpen door het feit dat ze “zielsverwanten”
netjes over elkaar hadden geposteerd.  Ik
bijvoorbeeld zat netjes over het hoofd van de onderzoeksafdeling van ACFTU.
Zoals de collega’s van de beroepscentrales leuk gezelschap hadden aan Chinese collega’s
vanuit hun sectoren aan de overkant.  Met
daartussen oordeelkundig de tolken en Engelssprekenden van de internationale
dienst geplaatst, voor een maximale uitwisseling.  De Chinezen laten weinig aan het toeval
over.  Dat wist u al uit vorige bijdragen.  Dat was met dat staatsbanket niet
anders. 

Deze studiereis moest ons veel leren over
China. Dat is buitensporig gelukt.  Maar
ze moest ook de samenwerking met ACFTU op een hoger niveau brengen.  Wel, met deze apotheose leek ACFTU, met pumps and circumstances, maar tegelijk met
veel warmte en verfijning, te willen aangeven het in elk geval zo te zien.  Een goed gevoel om huiswaarts te keren. Morgenavond al.  De dagen zijn hier voorbijgevlogen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!