Progressieve belastingen: het publieke cement waarop de grote  vermogens hun particuliere rijkdom bij elkaar graaien

Progressieve belastingen: het publieke cement waarop de grote vermogens hun particuliere rijkdom bij elkaar graaien

woensdag 1 juni 2011 13:23

De lente is weer in het land en dan krijgen vogels, ganzen, eenden en schapen de kolder in de kop. Sommige mensen ook, maar omdat dan ook de tijd aanbreekt voor de bruine (belasting) enveloppe of voor Tax-on-Web wordt er nogal geklaagd en gemord over hoge belastingen en een inhalige overheid die nooit genoeg heeft.

Op elk tijdstip van het jaar lijken slechts twee dingen zeker in het leven, nl. belastingen en geweeklaag over die belastingen. Wat dacht je van het opfrissen van een eenvoudig inzicht in de maatschappelijke waarden die aan de grondslag liggen van ons progressief belastingstelsel, in plaats van de eeuwige liberale discussies over het werken voor Vadertje Staat en “de Fiscus”, waarbij steeds wordt benadrukt dat “de overheid en de fiscus” een soort inhalig opperwezen zou zijn dat boven ons uittorent? Alsof “de fiscus” geen overheidsdienst zou zijn die probeert de belastingen te innen in dienst van het algemeen belang en met het grootste deel van deze belastingen onze verzorgingsstaat zou kunnen financieren?

Een dergelijk inzicht zal de belastingdruk niet zomaar veranderen, maar het kan misschien het debat eens flink opschudden en tot de werkelijke proporties herleiden. Het begrijpen van de verborgen waarheden achter de progressieve belastingheffing en de aanvallen ertegen kan ook leiden tot meer sociale samenhang en een meer rechtvaardig fiscaal beleid.

Progressieve belastingen – het belasten van de rijken tegen hogere tarieven dan de armen – is een morele kwestie. Net als veel andere morele kwesties, verhitten deze vonken het debat. Het debat is vervuld van tegenstrijdige wereldbeelden en waarden. Maar als progressieven en allen die streven naar sociale rechtvaardigheid de waarden en ideeën die ten grondslag liggen aan standpunten over bepaalde kwesties beter begrijpen, dan kunnen ze de argumenten met een grotere overtuigingskracht naar voor schuiven.

Elke regering heeft ten minste twee fundamentele functies: bescherming en ondersteuning. Beschermende structuren omvatten onder meer de politie, brandweer, hulpdiensten, de volksgezondheid, en zo verder. Ondersteuning omvat de infrastructuur die nodig is voor het bedrijfsleven en het dagelijkse leven: wegen, communicatiesystemen, openbaar vervoer, watervoorziening, openbaar onderwijs, het bankwezen voor leningen en economische stabiliteit, de rechter voor de naleving van contracten, de luchtverkeersleiding, steun voor wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling, parken, sportfaciliteiten, natuurgebieden en openbare gebouwen, enz. . Wij zijn meestal wel op de hoogte van het deel bescherming. Maar de ondersteuning , of m.a.w. de publieke infrastructuur ten dienste van de meerderheid van de bevolking, mogelijk gemaakt door belastingen, wordt meestal als vanzelfsprekend beschouwd of of gewoon genegeerd. Toch is die van cruciaal belang.

Belastingen maken deel uit van onze gemeenschappelijke rijkdom, waarin we allemaal delen. Dankzij dit gemeenschappelijk bezit genieten we allen van de bescherming en ondersteuning die het algemeen belang dienen. Niet genoeg, maar dat is een voortdurende politieke strijd tussen links en rechts waarbij rechts minder wil herverdelen, meer oproept om eigen verantwoordelijkheid op te nemen (waarbij de zwakkeren de klos zijn en de winnaars bekend) en waarbij links meer wil herverdelen van rijk naar arm vanuit het morele principe dat “de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen” in een samenleving. Dat is een fundamenteel democratische waarde: de gemeenschappelijke welvaart moet het algemeen belang dienen. Het voordeel is voor iedereen.

Burgers dragen de financiële verantwoordelijkheid om deze gemeenschappelijke welvaart te handhaven. Mochten we deze verantwoordelijkheid ontwijken, dan konden we geen wegennet onderhouden en openbaar vervoer organiseren, onze scholen financieren, de gezondheidszorg en zorg voor ouderen en gehandicapten verzekeren, de variatie aan culturele rijkdom zo breed mogelijk spreiden, de handhaving van onze wetten verzekeren, en ga zo maar door. Minstens even belangrijk is het dat we geen welvaart zouden kunnen voortbrengen voor onszelf, want we zouden geen bescherming van onze intellectuele eigendom genieten, geen overzicht houden over onze markten, niet beschikken over wettelijke middelen om contracten af te dwingen, geen mogelijkheid hebben om onze kinderen een degelijk onderwijs te geven.

Waarom zijn wij voor belastingen?

Belastingen zijn onmisbaar. Ze zijn, zoals iemand ooit heeft gezegd, de prijs voor de beschaving en de vrucht van onze solidariteit. Ze maken het mogelijk de rijkdom over de hele samenleving te herverdelen. Ze stellen ons in staat de armoede te verkleinen via de overheidsfinanciering van de sociale uitkeringen. Met de belastingopbrengsten kun je investeren in duurzame ontwikkeling door middel van echte openbare diensten.

Wat is beschaving?

Een goede en voor iedereen toegankelijke openbare dienstverlening, goedkope en goede kinderzorg, onderwijs en gezondheidszorg, werkzekerheid en veiligheid, vorming en cultuur, voldoende sociale woningen, bejaarden – en gehandicaptenzorg, aanpakken van stedelijke problemen, milieuzorg, degelijk en goedkoop openbaar vervoer, … .

Het wordt dringend tijd dat de sterkste schouders het grootste aandeel in de prijs voor de beschaving betalen.
Zo kunnen ook lage inkomens hun energiefactuur en stijgende levensduurte betalen. Zo kan de welvaart en het welzijn beter en rechtvaardiger verdeeld worden.

Wie kan tegen meer rechtvaardigheid zijn?

Diverse grote progressieve waarden ondersteunen het idee van progressieve belastingen. Een daarvan is de overtuiging dat de gemeenschappelijke welvaart moet worden gebruikt voor het gemeenschappelijk goed. Een ander voorbeeld is de verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid die stelt dat alle burgers moeten betalen voor de voordelen die ze krijgen uit de gemeenschappelijke rijkdom. En nog een andere waarde is de rechtvaardigheid. Deze waarden komen samen in de kwestie van “progressieve belastingen”.

Onenigheid over belastingen ontstaat over het algemeen over het bedrag en de relatieve verdeling van deze verantwoordelijkheid. Verschillende concepten van billijkheid voeren de boventoon in dit debat. Terwijl progressieven zeggen dat het niet meer dan billijk is dat degenen die meer verdienen een hoger percentage van hun inkomen betalen als belastingen, in vergelijking met diegenen die moeite hebben om rond te komen, reageren conservatieven hierop door te beweren dat het oneerlijk is diegenen, die financieel succesvol zijn, te “straffen” door ze meer te doen betalen.

Een belangrijk punt, dat vaak uit het oog verloren wordt in dit debat is het feit dat de gemeenschappelijke rijkdom, die door onze belastingen wordt gecreëerd en in stand gehouden, de rijken op talloze manieren helpt om hun rijkdom op en uit te bouwen. We noemen dit samengestelde steun – het is namelijk het versterkte gebruik van onze gemeenschappelijke welvaart door bedrijven, investeerders en andere vermogende particulieren. Een groot deel van hun “financieel succes” is dus gebouwd op ons systeem van fiscale herverdeling.

Het liberale denken over belastingen beschouwt belastingheffingen enkel als een kostenplaatje. Dat de meeste belastingheffingen volledig als openbare dienstverlening in de samenleving herverdeeld wordt lijkt een te verwaarlozen neveneffect. Onderwijs, openbaar vervoer, milieubeschermingen, gezondheid, bibliotheken, musea, enz. zouden inderdaad geen handelswaarde mogen hebben, daarom moeten ze publieke diensten blijven die de solidariteit in de samenleving ondersteunen. Belastingen zijn dus slechts de financieringsmiddelen van het algemeen belang. Diegenen die zich tegen belastingen keren en ook tegen de progressiviteit van het belastingssysteem hebben alleen oog voor de aangroei van hun private rijkdommen die de gemeenschap niet ten goede komen. Of profiteert de gemeenschap van een jacht in de haven Nice misschien?

Denk bijvoorbeeld aan Bill Gates. Hij begon Microsoft als een gesjeesd student en is uitgegroeid tot ‘s werelds rijkste persoon. Hoewel hij ongetwijfeld gebruik maakte van zijn ongewone intelligentie en zakelijk inzicht, kon  hij zijn persoonlijke rijkdom nooit in die mate hebben ontwikkeld zonder gebruik te maken van onze gemeenschappelijke rijkdom. Het juridisch systeem beschermde de intellectuele eigendom van Microsoft en zijn contracten. Dankzij de belastinggesteunde financiële infrastructuur kon hij toegang krijgen tot de kapitaalmarkten en zijn goederen verhandelen op een markt waarin beleggers vertrouwen hebben. Hij bouwde zijn bedrijf op met veel medewerkers, die werden opgeleid in openbare scholen en universiteiten. Door belastingen gefinancierd onderzoek hielp bij het ontwikkelen van informatica en van het internet. Handelswetten, onderhandeld en afgedwongen door de overheid, beschermen zijn mogelijkheid om in het buitenland zijn producten te verkopen. Dit zijn maar een paar van de manieren waarop Bill Gates’ aangroei van “private” rijkdom mogelijk werd gemaakt: door de “gemeenschappelijke” welvaart en door de belastingen.

Je mag gerust deze Bill Gates vervangen door Albert Frère of Baron Lippens, elk individueel verhaal heeft natuurlijk zijn unieke pointe en couleur locale, maar elk van deze imperiums is gebouwd op de uitgebreide verzorgingsstaat die door de arbeid en het progressieve belastingsstelsel van alle werkende mensen is betaald.

Zoals de inmiddels beroemde Amerikaanse miljardair en speculant Warren Buffet terecht opmerkte, had hij waarschijnlijk nooit zo’n groot financieel succes geboekt, als hij geboren was in Bangladesh in plaats van de Verenigde Staten, eenvoudigweg omdat Bangladesh geen ontwikkeld bancair systeem had maar bovenal geen uitgebouwd progressief belastingstelsel waardoor de ontwikkeling (en rechtvaardige verdeling) van publieke diensten, het cement van de gemeenschappelijke welvaart, belemmerd wordt.

Gewone mensen rijden op snelwegen, maar ondernemingen besturen er volledige wagenparken van vrachtwagens. Gewone mensen kunnen van de bank een lening krijgen voor hun hypotheek; ondernemingen lenen geld om hele bedrijven op te kopen. Gewone mensen maken slechts zelden gebruik van de rechtbanken, de meeste van de rechtbanken worden gebruikt om geschillen te beslechten m.b.t. het ondernemingsrecht en het contractenrecht.

Bedrijven en hun investeerders – die meer geld verdienen dan ze nodig hebben om te voldoen aan hun basisbehoeften, en voldoende overhouden zodat ze kunnen investeren , maken veel meer gebruik – samengesteld gebruik – van de ondersteunende infrastructuur van onze samenleving, op zijn beurt gesteund door het belastinggeld van de gemeenschap.

De rijken hebben een groter gebruik gemaakt van het gemeenschappelijk goed – ze werden erdoor geholpen bij het creëren van hun rijkdom – dus hebben zij ook een grotere morele verplichting ertoe bij te dragen om het in stand te houden. Ze betalen op die manier slechts de achterstallen af van hun schuld aan de samenleving in haar geheel, en investeren in de ondersteuning voor de toekomst.

Dit zijn de fundamentele waarden die progressieve belastingen motiveren.

Het is een waarheid die conservatieve argumenten over belastingen van de baan veegt. Belastingen zorgen voor de bescherming en ondersteuning van de infrastructuur die ons aller inkomen mogelijk maakt .

Onze fiscaliteit verbergt deze waarheid. Ze wijst onvoldoende op de mate waarin de belastingen de gemeenschappelijke welvaart hebben gecreëerd en in stand gehouden, opdat je zou kunnen verdienen wat je nu hebt. Ze laten uitschijnen dat de ondersteunende infrastructuur er gewoon is, als door magie ontstaan of via onwrikbare natuurwetten, en dat de overheid gaat lopen met het geld uit je zakken. De waarheid bestaat er echter in dat, via de gemeenschappelijke rijkdom, onze samenleving veruit meer geld in veel zakken steekt dan ze eruit haalde.

Maar deze situatie wordt bedreigd door een conservatief fiscaal beleid en fiscale dumping. Door steeds maar weer belastingverlagingen die uiteindelijk betaald worden door de gewone mensen, door steeds meer doelgroepen te bedienen met allerlei belastingaftrekken waarvan vooral de middenklassen beter worden en waardoor opnieuw het geheel van de progressiviteit van de belastingen wordt aangetast. Door het feit dat de belastingen niet meer geglobaliseerd worden hetgeen vooral voordelig is voor diegenen die leven van vermogen en niet van arbeid. Door het voortdurend verder verlagen van vennootschapsbelastingen en vermindering van inkomsten door notionele interestaftrek. Door het libertarische pleidooi voor de invoering van een vlaktaks waarbij alle inkomens gelijk worden behandeld. Door het onbeschroomd promoten van creatieve boekhouding door gespecialiseerde private diensten waarbij belastingontwijking, het “ontwijken van Vadertje Staat of de Fiscus” tot model wordt verheven.

“Ik wil de successierechten niet ontduiken. Sterker nog: mensen moeten trots zijn op de belasting die ze betalen” zei enkele weken geleden hoofdeconoom van Bank Degroof Etienne de Callataÿ nog in een interview. Dat zijn mooie woorden maar deze woorden staan haaks op de dagelijkse fiscale werkelijkheid in ons land.
We moeten inderdaad vaststellen dat de belastingsdruk, voor sommigen tot een terreur verheven, in de concrete praktijk voor sommigen – de sterkste schouders – zeer miniem is. Het gemiddelde effectieve tarief van de vennootschapsbelasting voor alle vennootschappen samen voor aanslagjaar 2008 bedroeg 13,6% en de gemiddelde aanslagvoet op het vermogen en inkomens uit vermogen in 2009 0,58%.

De cijfers spreken voor zichzelf.

Het solidariteitsmechanisme staat onder zware druk.

Een rechtvaardige en progressieve belasting moet de strijd tegen de ongelijkheid mogelijk maken dankzij mechanismen van progressieve herverdeling. Het contrast is opvallend: enerzijds leeft één Belg op zeven onder de armoedegrens van 860 euro (in Wallonië 18% en in Brussel 25%), maar anderzijds heeft 10% van de gezinnen meer dan 50% van het vermogen in handen. Het netto financiële vermogen bedraagt meer dan 1.500 miljard euro,

Belastingen zouden een prachtig solidariteitsmechanisme moeten zijn. Een herverdeling van rijkdom, van welvaart en dus ook van welzijn en geluk. Waarin de rijksten, de sterkste schouders, de grootste bijdragen leveren aan de sociale gemeenschap, de publieke diensten.

Vandaag zijn het echter de werknemers die solidair zijn met de rijksten en meestvermogenden en telkens opnieuw de plundering van de gemeenschapspot (via notionele interestaftrek, belastingontwijking, belastingontduiking,
“creatief fiscaal beheer”, bankgeheim, “fiscale optimalisatie”, belastingparadijzen) moeten bijpassen.

De personenbelasting weegt het zwaarst op kleine en middelgrote inkomens. Er bestaat hier een ?agrante onevenwichtigheid tussen de belasting op inkomsten uit arbeid en die op financiële inkomsten. De belastingsprogressiviteit tussen de kleine en grote inkomens is miniem, wat in een periode van loonmatiging bijzonder onrechtvaardig is. De meest mobiele inkomens, deze uit kapitaalbezit dus, kunnen steeds beter – legaal of illegaal – aan de belastingen ontsnappen. In twintig jaar tijd zijn over de hele wereld de fiscale paradijzen, vluchtheuvels voor fraude en zwart geld, van een dertigtal toegenomen tot een kleine honderd. Een kwart van het Belgisch financiële patrimonium zou zich in het buitenland bevinden. De “volledige” opheffing van het fiscale bankgeheim zowel in België als in de Europese Unie zou de financiële geldstromen doorzichtig kunnen maken, wat een doeltreffende strijd tegen de belastingfraude en de witwaspraktijken mogelijk maakt.
De zwakste schouders moeten steeds zwaardere lasten dragen

Publieke financiën zijn noodzakelijk voor een sterke sociale dienstverlening.

Politici die beloven de dienstverlening op peil te houden of zelfs “efficiënter” te maken door zomaar de belastingen te verlagen draaien ons een rad voor de ogen. De liberale politiek van verlaging van de parafiscale druk zal steeds meer de sociale zekerheid onder druk zetten en een bedreiging vormen voor gratis onderwijs, gezondheidszorg, zorg voor onze bejaarden, enz. Wie zullen daar de grootste slachtoffers van worden? De gewone mensen, de werknemers, de werklozen.

Over een rechtvaardige verdeling van de belastingsdruk hebben ze het echter zelden. Terwijl de gewone burger via de belastingen op arbeid meer dan voldoende bijdraagt aan de financiering van de publieke voorzieningen, blijven de grote vermogens en multinationals grotendeels buiten schot. In tegenstelling tot andere landen is de belasting op kapitaalinkomsten en vermogens in ons land meer dan bescheiden. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de belastingen op arbeid flink toegenomen, terwijl de belastingen op kapitaal afnamen

We moeten komen tot een rechtvaardig fiscaal beleid dat de financiële verantwoordelijkheid erkent voor het gebruik van onze ondersteunende infrastructuur. Het wordt tijd om de brutale aanvallen van de vermogenden over de hoge belastingsdruk te beantwoorden met meer rechtvaardige fiscaliteit, zoals een vermogenskadaster en vermogensbelasting, waarbij hen duidelijk wordt gemaakt dat het vooral de gewone werkende mensen zijn die het cement van de publieke welvaart gieten, waarop zijn hun particuliere rijkdom bij elkaar kunnen graaien.

En het wordt tijd dat de graaiers mee betalen voor het cement.
Dat kan alleen door echte progressieve belastingen.
Waarbij de sterkste schouders inderdaad eindelijk eens de zwaarste lasten gaan dragen.
Dat kan niet zonder het invoeren van een vermogensbelasting.

Eric Goeman, coördinator FAN, woordvoerder Attac Vlaanderen, 31 mei 2011.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!