Pascal Smet, Sven Gatz en het Foyer alternatief

Pascal Smet, Sven Gatz en het Foyer alternatief

donderdag 25 maart 2010 15:16
Spread the love

Er ontspint zich momenteel een debat tussen Pascal Smet en Sven Gatz over de plaats en het functioneren van het Nederlandstalig onderwijs te Brussel. Graag brengen we een steentje bij aan dit debat.

Eerst brengen we de redenering van Pascal Smet en de feiten waarop hij zijn argumenttie steunt (Bron: De Standaard, 25 maart 2010):

1. “Voor elk Nederlandstalig kind, vangt ons onderwijs twee tot vier niet-Nederlandstalige kinderen op, waarvan de meerderheid thuis Frans spreekt met een van beide ouders.”

2. “Waar zijn de (socio)linguïsten en pedagogen die niet vinden dat een kind meer kansen heeft als de onderwijstaal ook een of dé thuistaal is?”

3. “De schoolse achterstand is voor taalgemengde en anderstalige kinderen drie tot vier keer zo groot als voor Nederlandstalige kinderen. Tot 40 procent van de Brusselse jongeren verlaat ons Nederlandstalig onderwijs voor het einde van het secundair. Drie kwart daarvan haalt nooit een diploma.”

Aansluitend volgt nu de redenering van Sven Gatz (Bron: De Morgen, maart 2010):

Een eerste luik betreft de uitoefening van de bevoegdheid van Pascal Smet als minister voor Brusselse Aangelegenheden:

1. “in 1999 stelde de Vlaamse regering in haar regeerakkoord een Brusselnorm voor. (…) Voortaan zou de Vlaamse Gemeenschap niet enkel de Brusselse Vlaming pur sang maar een derde van de Brusselse bevolking tot doelgroep nemen.”

2. “De minimumnorm een derde (nl. de Brusselnorm) ligt nog een heel stuk boven de (…) een vijfde doelstelling waarvan de huidige minister voor Brusselse Aangelegenheden en Onderwijs nu al zegt dat die niet aan de orde is.” (om te verduidelijken: er is een deal in Brussel waarbij de facto de Vlamingen meestal 20% van de in te zetten middelen voor hun rekening nemen, zowel ten goede als ten kwade, jl).

3. “Een Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden wordt geacht erop toe te zien dat zijn collega’s de ook in dit regeerakkoord herhaalde eenderdenorm toepassen. Door in zijn eigen bevoegdheid de lat ostentatief veel lager te leggen, begeeft hij zich op glad ijs en geeft hij elk argument uit handen om nog in te grijpen als ook zijn collega’s hun afspraken voor Brussel niet nakomen.”

Een tweede luik betreft de uitoefening van de bevoegdheid van Pascal Smet over onderwijs:

1. “Het moet geleden zijn van de jaren zestig of zeventig van vorige eeuw (…) dat iemand met zo veel overtuiging stelde dat Vlaanderen zich enkel moet richten op de – trouwens nog altijd slinkende – groep van ‘stamboom-Vlamingen’.”

2. “Pascal Smet zegt eigenlijk aan een grote groep allochtonen: voor jullie is geen plaats meer in onze scholen.”

3. “Iedereen heeft recht op sociale mobiliteit”. Migranten ook.

Commentaar:

1. Ik wens me te beperken tot feiten en vaststellingen die ik zelf bij de Foyer werking te Brussel doe, en die in alle geval minstens zo goed bewezen en nagetrokken kunnen worden als om het even welke andere bewering die ik links of rechts hoor.

2. Binnen de Foyer biculturele onderwijsprojecten is het in alle geval niet zo, dat “de schoolse achterstand (…) drie tot vier keer zo groot (is) als voor Nederlandstalige kinderen.” Het is evident niet zo (en vorig jaar hebben we op last van de toenmalige minister van onderwijs nog een keiharde doorlichting moeten doorstaan die waarschijnlijk nooit ook maar één school in Vlaanderen heeft gehad), dat 40 procent van de Brusselse jongeren die de biculturele onderwijsprojecten doorlopen hebben, “voor het einde van het secundair het onderwijs verlaten of dat drie kwart daarvan nooit een diploma haalt”. Dit is op Foyer manifest niet het geval!! Verre van! De scores liggen beduidend gunstiger.

3. In onze biculturele projecten is er ook een achterstand, zij het een beperkte, op het eind van het lager onderwijs, achterstand die door de meesten opgehaald wordt in de loop van de eerste jaren van het secundair onderwijs, door anderen niet. Maar die laatste categorie haakt niet af en zet door én vindt werk.

4. Als de situatie inderdaad zo is, zoals minister Smet zegt (en we willen aannemen dat dit het geval is), dan begrijpen wij absoluut niet, waarom Foyer indertijd niet aan de gesprekken mocht deelnemen over de toekomst van het Nederlandstalig onderwijs te Brussel. Zo ook begrijpen we absoluut niet, waarom toen de Roemeense gemeenschap bicultureel onderwijs wenste, ze doorverwezen werd naar de Franse gemeenschap en we zelfs niet even gecontacteerd werden. Als ik het goed begrijp heeft men toentertijd, op het kabinet Onderwijs, goed op de hoogte zijnde van de cijfers, wetens en willens de benadering voorgesteld door Foyer uitgesloten (om welke vooroordelen dan ook), terwijl daar beduidend betere cijfers lagen dan diegene die de minister nu voor geheel Brussel publiek maakt. Onnodig te zeggen dat dit een gevoel van groot onbehagen wekt. Professioneel is dit niet correct. Hopelijk trekt de minister dit recht.

5. Ondertussen blijven natuurlijk wel de vragen overeind die Sven Gatz stelt aan de Minister in zijn hoedanigheid van verantwoordelijke voor Brusselse Aangelegenheden.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!