Neoliberale politiek en financiële markten: terrorisme volgens ons Wetboek van Strafrecht

Neoliberale politiek en financiële markten: terrorisme volgens ons Wetboek van Strafrecht

donderdag 5 januari 2012 01:36

Stelling in dit artikel

De diepste grond van de hedendaagse crisis is dat de huidige wereldwijde economie – het kapitalisme – een geldeconomie is, en dus onvermijdelijk afhankelijk van de financiële sector. Maar die financiële markten (uitgezonderd banken als de Triodos) kunnen niet naar behoren de reële economie van dienst zijn omdat zij steeds meer geld uit de economie en de samenleving moeten halen om naar zichzelf toe te sluizen. De reden daarvan zijn ordinaire en banale graaizucht, maar toch vooral de dwang om steeds maar groter te moeten groeien teneinde zich te kunnen handhaven in de onderlinge moordende concurrentiestrijd tussen de verschillende financiële markten. Om aan die graaizucht en groeidwang te voldoen schuwen de financiële markten geen middel, zelfs geen activiteiten die als terreur zijn aan te merken en de economie wereldwijd meeslepen van crises, via recessies naar depressies. Ze kunnen dat ongestraft en willens en wetens doen omdat ze goed weten dat de reële kapitalistische economie tot in de kern van hen afhankelijk is, en ze van de neoliberale politiek niets te vrezen hebben. De poging de financiële markten in toom te houden en zo de economie te vrijwaren van crises en wat dies meer zij, is irreëel vanwege die afhankelijkheid, maar bovenal omdat groeidwang wezenseigen en onvermijdelijk is aan iedere geldeconomie. De enige en werkelijke remedie is de keuze voor een geldloze economie.

Terreur/terrorisme gedefinieerd

De huidige activiteiten van de neoliberale politiek en de financiële markten zijn volgens ons strafrecht als terreur/¬terroristisch aan te merken. Dat lijkt nogal een gewaagde stelling, die in ieder geval om een verduidelijking vraagt. Nou bestaan van terreur/terrorisme meerdere definities, naargelang het perspectief dat voorstaat. Wij kiezen hier voor een definitie die het Nederlandse Wetboek van Strafrecht in artikel 83a geeft van een terroristisch oogmerk. Volgens dat artikel wordt onder terroristisch oogmerk verstaan: het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

Twee voor terrorisme bepalende elementen zijn uit deze definitie te destilleren:

1. ernstige vrees aanjagen,

2. wederrechtelijke dwang, politieke, grondwettelijke, economische of sociale structuren ontwrichten of vernietigen.

De financiële markten en de neoliberale politiek maken zich in hun activiteiten schuldig aan deze elementen en daarom is, zoals hierboven al gezegd, de toekenning van terroristisch oogmerk gerechtvaardigd. We laten deze elementen met betrekking tot de banken de revue passeren.

Vrijwel onbetaalbare staatsschuld

Maar voor inzicht in de terrorismescores van de neoliberale politiek en de financiële markten op de bovengenoemde elementen, moeten we eerst even terug naar de moordende concurrentie die onvermijdelijk is tussen de marktpartijen in het kapitalisme/de ‘vrije’ markt, en we moeten bezien wat daar de consequenties van zijn.

Zoals de moordende concurrentie op de markt industrieën onderwerpt aan groeidwang, om zo in de concurrentiestrijd het hoofd boven water te houden, zo komen ook de financiële markten onvermijdelijk in aanraking met de groeidwang. Ook voor hun is er de noodzaak steeds groter te groeien om staande te blijven in die moordende concurrentie. De wereld kan inmiddels weten hoe die markten dat hebben nagestreefd: met rommelhypotheken aan particulieren en onverantwoorde leningen op grote schaal aan landen. Inderdaad ‘rommelhypotheken’ en ‘onverantwoorde staatsleningen’, omdat de financiële markten totaal niet geïnteresseerd waren in de (terug)betalingscapaciteit van de leners, geobsedeerd en gedwongen als ze waren en zijn door de eis van de markt om zo snel mogelijk te (moeten) groeien. De betalingscapaciteit van de leners was daarom geen prioriteit. Bovendien wisten en weten de financiële markten heel goed dat ze onmisbaar zijn in het kapitalisme, en dat bij een gebrekkige aflossing van de leningen/hypotheken, niet zijzelf, maar de samenleving met de gebakken peren zit. En zo gebeurde ook: toen drie jaar geleden de luchtbel van de subprime-hypotheekmarkt in de VS knapte, en banken daar duizenden miljarden moesten afschrijven vanwege de problemen met de aflossing van hypotheken, verspreidde de crisis zich razendsnel wereldwijd: bijna overal moesten staten met miljarden dollars banken behoeden voor faillissement. De schattingen van het totaal van deze ondersteuning lopen tot zo’n 9000 miljard dollar.

Het gevolg was dat een aantal landen behept werd met een vrijwel onbetaalbare staatsschuld. Die schuld bestaat uit twee categorieën. Vooreerst zijn daar de miljarden dollars en euro’s die landen moesten geven aan ondersteuning van roekeloze banken. Daaronder waren ook landen die vanwege een al bestaande grote staatsschuld als economisch zwak te boek stonden. Op de tweede plaats liepen regeringen, de een al erger dan de andere, belastinginkomsten mis door de vlucht van het kapitaal van (grote) ondernemingen en rijken naar belastingparadijzen, en door de neoliberale druk op verlaging van de belastingen. Die verlaging zou de concurrentiekracht van (belangrijke) nationale industrieën ten goede komen, en gunstig werken voor de behoefte van het kapitaal om zoveel mogelijk geld naar zichzelf toe te sluizen. Door deze derving van inkomsten werden vrijwel alle landen al vanaf de jaren 1980 gedwongen om voor hun uitgaven in de publieke sector zwaar te steunen op leningen, waarvoor ze moesten zijn bij de financiële markten. En die markten, onderworpen als zij waren en zijn aan de groeidwang, kenden maar al te graag leningen toe zonder zich al te serieus te bekommeren om de economische kredietwaardigheid van de lenende landen.

En zo zien we als uitgangssituatie voor onze vraag naar de terrorismescores van de neoliberale politiek en de financiële markten, dat vrijwel alle landen, voornamelijk omdat ze onderworpen zijn aan een kapitalistisch regime, zijn behept met een grote staatsschuld, die vooral zwaar weegt bij economisch zwakkere landen, zoals Griekenland en Zuid-Europese landen. Het resultaat is dat de aflossing van de staatschulden twijfelachtig wordt – vooral van die economisch zwakkere landen – en dat daarmee een peiler onder het kapitalisme, namelijk een krachtige financiële sector, dreigt om te vallen. Door deze dreiging is de Eurozone en de euro als een gezamenlijke munt al in de gevarenzone gekomen. De inzet van de neoliberale politieke leiders van de Eurozone is er dan ook op gericht dat deze landen hun schuld aan de internationale schuldeisers, waaronder voornamelijk banken, terugbetalen. Hoe gaan de neoliberale politiek en die schuldeisers daarbij te werk? Is daar sprake van het oogmerk van terrorisme volgens ons strafrecht?

Terreur/terrorisme in zijden krijtstreepjespak

Ernstige vrees aanjagen

De neoliberale politiek van de EU stelt de schuldencrisis van landen voor als het resultaat van corruptie, lage productiviteit, slecht management van publieke financieringen, te omvangrijke publieke sector en een al te genereuze welvaartsstaat. Deze kritiek wordt vooral geuit ten aanzien van economisch zwakkere landen als Griekenland en Zuid-Europese landen. Er wordt ronduit van gezegd dat ze lui zijn en bedrog plegen, en schaamteloos durft de neoliberale politiek te beweren dat een Grieks faillissement een wereldwijde economische crisis zou veroorzaken.

Is het waar dat deze landen ‘boven hun vermogen’ leven, hogere uitkeringen genieten dan hun noordelijke buren, en lui zijn? Een blik op de statistieken van de OESO leert dat in geen van de 34 landen van de OESO zoveel uren wordt gewerkt als in deze landen: in 2010 hadden de Grieken gemiddeld 2109 uren gewerkt, de Portugezen 1714 en de Spanjaarden 1663 uren. Daartegenover hadden de Duitsers van Merkel 1419 en wij, Nederlanders, 1377 uren gewerkt. De werkelijke pensioenleeftijd ligt in Griekenland hoger dan in menig ander EU-lidstaat. En wat betreft sociale uitgaven in 2010: Griekenland zat op 25% van het BNP, Portugal op 23%, Spanje stond voor 21%, terwijl het EU-gemiddelde op 27% lag.

Deze gegevens stroken in het geheel niet met het beeld dat de neoliberale politiek en de financiële markten via de media graag naar buiten brengen. Wat we hier zien is dat bevolkingen een schuldgevoel wordt aangepraat en vrees wordt aangejaagd, om zo gedaan te krijgen dat ze miljarden naar de banken pompen en zich zouden voegen naar het excessieve bezuinigingspakket van het IMF. Dit alles vanzelfsprekend ten gerieve van het kapitaal. Zo is ook het dreigement dat een Grieks faillissement wereldwijd een economische crisis zou veroorzaken, hysterisch over de top. De Griekse economie vertegenwoordigt slechts iets meer dan 2% van het grote Europese economische geheel. Dit gedrag van de neoliberale politiek en de financiële markten sluit naadloos aan bij wat het Nederlands Wetboek van Strafrecht bedoelt als het duidt op het eerste element van terroristisch oogmerk, namelijk ‘het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen’.

Wederrechtelijke dwang, politieke, grondwettelijke, economische of sociale structuren ontwrichten of vernietigen

De vraag hier is of de maatregelen die de EU en het IMF aan Griekenland en de Zuid-Europese landen opleggen, zijn aan te merken als terroristisch volgens het Nederlandse strafrecht, omdat ze wederrechtelijk zijn en politieke, grondwettelijke, economische of sociale structuren ontwrichten?

Voor een antwoord moeten we, naast het feit dat er miljarden worden gepompt naar de banken, vooral ook te rade bij de gevolgen van het bezuinigingspakket à la IMF, met de hartelijke steun overigens van de ECB (Europese Centrale Bank) en de Europese Commissie. Er is zeker sprake van een ontwrichting van economische en sociale structuren. Duizenden ambtenaren zijn al ontslagen, van de rest zijn de salarissen verlaagd. Sociale uitkeringen en voorzieningen alsook pensioenen, zijn zeer beperkt of afgeschaft. Belastingen op consumptie zijn aanzienlijk verhoogd, vooral van energie en voedsel. Er wordt omvangrijk geprivatiseerd, vooral publieke voorzieningen zoals water, zorg en onderwijs, wat leidt tot hogere prijzen Dit alles is niet zonder negatieve consequenties gebleven voor de koopkracht, en dus voor de reële economie. De werkloosheid neemt onder meer als gevolg hiervan ongekende vormen aan. Als we daarbij voegen een verlaging van publieke uitgaven en investeringen, dan zien we een neergaande spiraal van de economie, om niet te zeggen dat de economie in zal storten. Dit is geen abstracte constatering. De resultaten van het bezuinigingsbeleid zijn al overduidelijk aanwezig. Het bruto nationaal product (BNP) van Portugal krimpt in 2011 met 3%, terwijl de werkloosheid stijgt tot 14%. In Griekenland daalde het BNP in 2010 met 3.5%, en dit jaar zal het tot 5.5% dalen. In Spanje is de werkloosheid 23%, en daarmee de hoogste in de EU.1

Afgezien van het negatieve effect op de economie, hebben de bezuinigingsmaatregelen ook negatieve consequenties voor de democratische, en dus voor politieke en grondwettelijke structuren. Die maatregelen worden doorgevoerd tegen de wil van de bevolking, en protesten daartegen worden in staatsgeweld gesmoord. Referenda over bezuinigingen worden weggewuifd, en gekozen ministerpresidenten moeten het veld ruimen voor (neoliberale) technocraten, zoals Monti en Papademos, die zullen proberen een neoliberaal paradijs te creëren op last van internationale markten en beleggers, vooral die welke Griekse, Spaanse, Portugese en Italiaanse obligaties bezitten. De banken worden gered door de afbouw van de welvaart van de burgers. De economische crisis wordt niet bestreden. Dat is een illusie, die de neoliberale politiek de burgers voorhoudt. De crisis wordt gemanipuleerd, gehanteerd en in standgehouden zolang dat functioneel is voor een effectieve overgang naar een niet meer terug te draaien neoliberale samenleving. De samenleving wordt afgeschaft, en het kapitaal is het enige belang dat nog moet worden gediend. In plaats van dat de financiële markten borg staan voor de samenleving, moet de laatste borg staan voor die markten. De omgekeerde wereld. En om dat te bereiken komen de verordeningen van de EU tot stand in samenwerking met neoliberale technocraten, die in overleg met de financiële markten en ratingbureaus besluiten helpen samenstellen en uitvaardigen, die nationale parlementen maar hebben te volgen. Het is met medewerking van de neoliberale technocraten binnen de EU, en ook via nationale neoliberale politici, dat nationale democratieën worden gemolesteerd en onderdanig gemaakt aan de belangen van het kapitaal.

Hoe verder? Een internationaal tribunaal

Het lijdt nauwelijks twijfel, of het doen en laten van de financiële markten en de neoliberale politiek, zowel die van de EU als de nationale politiek, moet bestempeld worden als terrorisme volgens het begrip en de omschrijving van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, artikel 83a: we maakten al melding van het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen. Bovendien wezen we op de ontwrichting van politieke, democratische en economische structuren in Griekenland, een ontwrichting die ongetwijfeld ook in Zuid-Europese landen en later ook in alle landen toe zal slaan.

De relevante vraag is hoe de wereld zich van dat terrorisme kan verlossen? Terecht wordt hier gesproken van de ‘wereld’, want vanwege de neoliberale globalisering is het slechts een kwestie van tijd dat alle landen in dit terrorisme meegezogen zullen worden. Drie fundamenteel strategische vereisten doen bij deze vraag opgeld:

1. het is vooral de working class people over heel de wereld die dagelijks het onheil en de slavernij van de ‘vrije’ markt ondergaat, en die daarom de eerst aangewezene is om aan dit terrorisme een halt toe te roepen,

2. een voorwaarde daartoe is een krachtig bewustzijn van het onheil van die markt/het neoliberalisme/het kapitalisme, en vooral ook de overtuiging dat de enige oplossing gelegen is in de vervanging door een alternatieve economie,

3. de beschikbaarheid van zo’n fundamenteel economisch alternatief.

Fundamenteel economische alternatieven voor het kapitalisme zijn er nog nauwelijks. De oplossingen voor de crises van het kapitalisme worden door alle partijen overwegend nog gezocht binnen het kapitalisme zelf. Het valt klaarblijkelijk niet mee om in andere termen dan die van ‘vrije’ markt en kapitalisme over economie te denken. Daar ligt waarschijnlijk ook een van de belangrijkste redenen waarom een fundamenteel alternatief, namelijk een postkapitalistische economie, onvoldoende als bron van bezieling en stimulans voor debat functioneert, ofschoon een enkeling zich wel voor zo’n alternatief heeft ingespannen.2 De afwezigheid van zo’n alternatief, of anders gezegd dat het maatschappelijk debat tot nog toe aan zo’n alternatief en bron van bezieling voorbij gaat, is strategisch gezien een factor die de inzet en het denken over een andere economie zeer belemmert, en de opstand tegen de slavernij onzeker maakt.

Het is niet onwaarschijnlijk dat een verhoogd bewustzijn van het onheil van het kapitalisme, in ieder geval bij de working class people, een belangrijke voorwaarde is voor een groeiend besef van de noodzaak van een postkapitalistisch alternatief voor het kapitalisme. Bij de vele wegen naar zo’n verhoogd bewustzijn, is er ook een die verwant is aan het onderhavige thema: het terrorisme volgens ons Wetboek van Strafrecht in het handelen van de neoliberale politiek en de financiële markten. Een openbaar internationaal tribunaal, met een gedetailleerde, deskundige bespreking en een veroordeling van dat terrorisme naar de wetten van ons strafrecht, zou niet alleen een genoegdoening betekenen ten opzichte van de slachtoffers van die terreur, het zou ook zeer verhogend werken op het bewustzijn van het onheil van het kapitalisme en de kapitalistische staat. En een reële verwachting is dan dat dit toegenomen bewustzijn zou kunnen leiden tot het besef dat de enige oplossing van het kapitalistisch onheil gelegen is in een postkapitalistisch alternatief, of in ieder geval in een oplossing die dat terrorisme uitsluit.

Jo Versteijnen

____________________________________________________________________________

1. Trumbo, Sol., Dimitris Pavlopoulos, Joao Romao, 2011, Voorbij speculatie en bezuinigingen, www.joop.nl/opinies/detail/artikel/voorbij_speculatie_en_bezuinigingen/

2. Versteijnen, Jo., Bram Snoek, Wouter Snip, 2010, Als markt en regering falen, Soest.

                                                                           2012, De markteconomie voorbij. Opzet van een economie van het algemeen belang, Barneveld.

Huige, John., Lou Keune, 2011, Plan voor een duurzame en solidaire economie in Nederland, Samenwerkende Uitgevers VOF

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!