Meer ongelijkheid door meer atypisch werk

Meer ongelijkheid door meer atypisch werk

dinsdag 1 maart 2016 15:29

Discussies rond atypisch werk zijn vaak emotioneel. Voor de ene moet werk zo vast en regulier mogelijk zijn, terwijl de andere zweert bij flexibiliteit, deeltijds werken, kortere contracten etc. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat atypische vormen van arbeid in de lift zitten. Overal in Europa, maar niet echt in België. In België zien we geen duidelijke stijging van het atypisch werk, maar komen we daardoor achterop of net voorop te liggen?

Vloek of zegen

De wenselijkheid van atypisch werk hangt een stuk af van de benadering: kijken we naar werkgelegenheid, kwaliteit van werk, mobiliteit op de arbeidsmarkt, activering of innovatie. In een studie van de OESO wordt ingezoomd op atypisch werk en de effecten ervan op een zeer actueel thema: ongelijkheid.

De bevindingen zijn niet mals. Volgens het rapport is bijna de helft van al de recent bijgekomen werkgelegenheid te bestempelen als atypisch (deeltijds, tijdelijk en zelfstandig werk). En dat terwijl het verdwenen werk vooral wegvalt uit het middensegment van de arbeidsmarkt, de gewone standaardjobs. Gevolg? Een uitholling of polarisering van de arbeidsmarkt. En niet geheel verrassend zijn vrouwen en jongeren zwaar oververtegenwoordigd in die atypische jobs.

Niet geheel verrassend zijn vrouwen en jongeren zwaar oververtegenwoordigd in die atypische jobs.

Voor sommigen kan atypisch werk natuurlijk een opstap zijn naar traditioneel werk, maar dat geldt volgens hun analyse enkel voor tijdelijk werk. Deeltijds werk en werk als zelfstandige vergroten de kans op standaardwerk niet. Wat ze wel doen is het inkomen verlagen. Het loon in atypisch werk ligt namelijk een stuk lager dan in standaardwerk, vooral dan in tijdelijk werk.

Extra of belangrijkste inkomen

Maar dan nog moet dat niet leiden tot meer ongelijkheid. Als al deze werknemers in atypische jobs uit tweeverdienersgezinnen komen met een goedverdienende partner, dan is dit atypisch werk misschien een welgekomen extra. Helaas is dat blijkbaar niet zo. Meer dan de helft van de werknemers in zo’n atypische job zijn de belangrijkste broodwinnaars. En in zo’n geval is het armoederisico zo’n 5 tot 10 maal groter dan als de belangrijkste broodwinnaar een reguliere job heeft.

Gevolg, atypisch werk draagt niet enkel bij tot de individuele inkomensongelijkheid, maar ook tot de inkomensongelijkheid op gezinsniveau. Meer zelfs, atypisch werk verklaart zo’n dikke 20% van deze geobserveerde verschillen.

Atypisch werk verklaart zo’n dikke 20% van de ongelijkheid op gezinsniveau

Quid België

De resultaten kunnen dienen als waarschuwing. Een versterking van het atypische segment van de arbeidsmarkt is niet sociaal neutraal. Het heeft wel degelijk belangrijke verdelingseffecten.

Maar hoe zit het nu met België in al dat cijferwerk? Net zoals in bijna alle OESO-landen zien we een stijging van het aandeel atypisch werk, maar de stijging blijft al bij al beperkt en België bevindt zich in het midden van het Europese peloton. Daarnaast worden verschillende types atypisch werk in België minder vaak gecombineerd. Iemand die deeltijds werkt, die doet dat vaak met een contract van onbepaalde duur. En dat is een goede zaak.

Maar de resultaten zetten toch aan tot denken. Een onbezonnen flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft potentieel serieuze effecten op de inkomensverdeling. En dat die verdeling, die ongelijkheid, een van de belangrijke uitdagingen van de 21ste eeuw is, dat is ondertussen al breed geweten.

Stan De Spiegelaere is onderzoeker aan het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) en actief bij Poliargus

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!